JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONZE REIS DOOE DIT LEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE REIS DOOE DIT LEVEN

6 minuten leestijd

Het jaar onzes Heeren 1979 is bijna ten einde. We zijn weer een jaar verder gereisd door de woestijn van dit aardse leven. We zijn ook weer een jaar dichter bij onze eindbestemming gekomen. Die was er voor ons in het voorbijgegane jaar nog niet, maar voor anderen betekende 1979 het einde van hun reis. Misschien werd dat einde verwacht, misschien kwam het ook heel plotseling. Maar altijd was het ingrijpend. Want het was een overgaan uit de tijd in de eeuwigheid, het betekende voor de achterblijvenden een gescheiden worden van een geliefde. En dat doet pijn. Zo hebben velen het dit jaar moeten inleven: „Het uitnemendste is moeite en verdriet".

Persoonlijk heb ik daar ook iets van ervaren. Drie maal stonden we dit jaar aan het graf van onze naaste familie, voor wie het einde van de reis gekomen was. Op 7 maart overleed na een ziekte van enkele maanden op de leeftijd van 42 jaar een zuster van mijn man. Niet lang daarna, op 11 juli, verongelukte een zoon van een andere schoonzuster, toen de tractor waarmee hij terugkwam van het melken op de afweig van de dijk kantelde. Deze jongen was nog maar zestien jaar oud en hij was op slag dood. Wat een moeite en verdriet kwam er hierdoor in deze beide gezinnen.

Twee generaties uit een bevoorrecht geslacht gingen heen. De Heere kent. degenen, die de Zijnen zijn. Hij weet van aanvechtingen en bange strijd, van verborgen worstelingen. Hij plant ook nu nog, so; ms onopgemerkt door de omgeving, Zijn vreze in jonge harten. Zijn trouw rust zelfs op 't late nageslacht.

In het najaar, op 29 oktober, overleed voor ons onverwacht mijn eigen vader, 's Zondagsavonds was hij nog in de kerk geweest; in de nacht die daarop volgde werd het binnen enkele minuten eeuwigheid voor hem. Na 72 jaar op deze aarde te hebben geleefd had hij Gods raad uitgediend. Als ik zie op de nog zo jonge leeftijd van de andere gestorven familieleden, is het een wonder dat mijn vader nog zo oud mocht worden, vooral omdat hij een zwak hart had.

Hij voelde zich een vreemdeling op deze aarde, hoewel hij toch altijd intens meeleefde met alles wat om hem heen gebeurde in het gezin, de kerk en de maatschappij. Maar hij was zich zo bewust van al dat zondige en vergankelijke van de mens en van de wereld. Dat dreef hem uit naar Gods genadetroon. Daarom had hij een biddend leven voor zijn gezin, zijn kinderen en kleinkinderen, voor de kerk, voor land en volk en voor onze gemeenten, die hij zo hartelijk liefhad. Hij behoorde tot de ouderen, die de tijd van dis. Kersten nog hebben meegemaakt en altijd sprak hij nog met eerbied over hetgeen de Heere onze gemeenten in dez predikant heeft geschonken. Het wel en wee van onze gemeenten ging hem bijzonder ter harte; de toekomst van de kerk was voor hem een zaak des gebeds.

Hij wist van een liefelijke omkeer in zijn leven, maar miste voor zichzelf de zekerheid van het geborgen zijn in Christus, wat hem veel strijd gaf. Toch mocht hij ook getuigen van de levende hoop die in hem was. Onverwach was hij aan het einde van zijn pelgrimsreis, onverwacht werd hij door de Heere opgenomen in Zijn heerlijkheid. Daarvan mochten ook velen na zijn sterven getuigenis geven en dat is voor ons allen een groot wonder geweest. Ik schrijf het met schroom, maar toch geloof ik dat er na het overlijden en bij de begrafenis van mijn vader iets beleefd is van de gemeenschap der heiligen. Dat was een wonder van Gods genade.

Deze zomer hoorde ik een dominee preken over de tekst: En ik hoorde een stem uit den hemel, die tot mij zeide: chrijf: alig zijn de doden, die in den Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen" (Openbaring 14 : 13). Deze preek maakte toen al veel indruk op me, maar de gedachte eraan kwam sterk terug toen mijn vader gestorven

was. Hij mag nu rusten van zijn arbeid, moeite, strijd, aanvechtin gen en zorgen en zich om het .eeuwig welbehagen verlustigen in het genadewerk van een Drieënig God. Zo wordt nu door hem Gods naam. altoos verheven, zo wordt Gods lof vergroot. Dan is er ook nog het laatste gedeelte van deze tekst: „En hun werken volgen met hen." Zij zullen niet tevergeefs gebeden hebben; de vrucht daarvan zal zeker gezien worden.

Dit alles is een grote troost en neemt de diepe smart uit het verdriet weg, wat vooral mijn moeder mag ervaren. Maar toch is er een grote lege plaats nu hij van ons is heengegaan. In het gemis dat moet worden ingeleefd, wordt de waarheid bevestigd van het woord van God: „De bezoldiging der zonde is de dood".

Er zijn onder u ook velen die in 1979 of al eerder na een langdurige ziekte of soms heel onverwacht geliefden hebben moeten missen. Aan het einde van het jaar komt de herinnering aan hen weer sterker en pijnlijk naar voren. Dan kan de moed gaan ontbreken om verder te gaan en schijnt er geen doel meer te zijn in het leven. En toch zijn we allen op reis naar het grote einddoel: we zullen allen geopenbaard moeten worden voor de rechterstoel van Christus. Maar nu wordt ons noig de tijd van genade en voorbereiding gegeven.; daarom leven we nog. Nu is Hij onze Rechter nog niet, maar wordt Hij gepredikt als de Zaligmaker van zondaren.

Ik wens u allen toe in uw moeite en verdriet de ondersteuning des I-Ieeren te mogen ervaren. De Heere is een God, Die Zijn getrouwheid betoont van geslacht tot geslacht en Hij gedenkt in der eeuwigheid aan Zijn verbond. Dat mocht ons veel d.oen verkeren aan de troon der genade en ons moed geven om het nieuwe jaar onzes Heeren 1980 in te gaan, zelfs al zou dat voor óns het einde van onze reis door dit leven betekenen.

Ik wil eindigen met de woorden uit Psalm 103, die mijn moeder boven het rouwbericht van mijn vader liet plaatsen en die de Heere ook zeker zal bevestigen:

„Maar 's HEEREN gunst zal over die Hem vrezen, In eeuwigheid altoos dezelfde wezen; Zijn tro-uw rust zelfs op 't late nageslacht".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1979

Daniel | 24 Pagina's

ONZE REIS DOOE DIT LEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1979

Daniel | 24 Pagina's