JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

WANT ZIE, IK VERKONDIG U GROTE BLIJDSCHAP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WANT ZIE, IK VERKONDIG U GROTE BLIJDSCHAP

ONS KERSTVERHAAL

8 minuten leestijd

Dat is vreemd

Het sneeuwt. Duizenden vlokjes vallen •uit de loodgrijze lucht. Ze maken de toppen van de hergen nog witter, ze toveren de donkere dennebomen om in een wondermooi sprookjesbos. Ze dekken het dorpje, dat aan de voet van de bergen ligt warmpjes toe en zetten het. kleine kerkje buiten het dorp een dikke witte muts op. Ze kijken nieuwsgierig, door de ramen naar binnen. Het is leeg in het kerkje. De banken staan stil op hun plaats, de grote potkachels zijn uit en overal ligt stof. „Oh, kijk eens", fluisteren de vlokjes, „er ligt niet eens een Bijbel op de preekstoel." Ja, het lessenaartje met de groene franjes erlangs, is leeg. Dat is vreemd. Stof in de kerk en een preekstoel zonder Bijbel. Zullen we eens zien of de deur open kan? Hier, dit stoepje op en dan Maar, maar kijk nou eens! Er zitten planken voor de deur, dikke ruwe planken met roestige spijkers erin. Dat is nóg vreemder, dan dat stof en die preekstoel zonder Bijbel. Een kerkdeur, die dichtgespijkerd is!

Victor de klokkenmaker

In het dorpje, dat langzaam toegedekt wordt door een dikke sneeuwdeken, woont Victor de klokkenmaker. Zijn haar is wit en hij loopt een beetje krom. Toch is hij nog niet oud. Pas 52 jaar. Maar Victor heeft veel verdriet gehad in zijn leven. Vier jaar geleden is zijn enige dochter met haar man en hun twee kindertjes bij een treinongeluk omgekomen. En een jaar later is Victors vrouw gestorven. Daarom is zijn haar zo wit en loopt hij gebogen alsof hij altijd iets zwaars op zijn rug heeft.

Het is donker geworden en de vriendelijke sneeuwvlokjes zijn veranderd in scherpe ijsnaalden. Er is nu niemand meer buiten, iedereen zit bij de warme kachel. Iedereen? En wie loopt daar dan in het licht van die lantaarn? Dat lijkt Victor wel. Hij moet zeker nog een klok wegbrengen. Maar dan loopt hij de verkeerde kant op. Kijk, daar gaat hij. Het schijnsel van de laatste lantaarn buiten het dorp valt op z'n gebogen gestalte. Stevig, stapt hij door, recht op het grote, donkere bos af. Wat moet Victor daar nou gaan zoeken!

De oude hut

Diep verscholen achter verwarde struiken en knoestige boomstronken, verborgen onder overhangende takken, staat een oude hut. De stammen, waar hij van gemaakt is, hebben de kleur van de bomen en struiken rondom. De duizenden bladeren die jarenlang elke herfst zijn neergedwarreld, hebben het dak dezelfde kleur gegeven als de bosgrond. Er zijn maar enkele mensen uit het dorp, die de hut kunnen vinden. En één van die mensen is... Victor.

Wat moet Victor daar nou doen?

„Hoeiii", gilt de wind en blaast nijdig handenvol sneeuw van de boimen.

„Zzzjjt", kreunt hij en jaagt venijnig scherpe ijsnaalden in het gezicht van Victor, die bijna de rand van het bos heeft bereikt, 't Is aardedonker hier, maar Victor heeft katteogen. Eenmaal in de luwte van de bomen haalt hij diep adem. „Wat een weer", mompelt hij zacht, „maar nou zijn er tenminste geen mensenjagers op pad." Mensenjagers, wat een rare praat, wat bedoelt hij daar nou mee. Victor hangt de zware tas, die hij draagt over z'n andere schouder en haalt een zaklantaarn tevoorschijn. Dan begint hij te klimmen. Na een goed anderhalf uur staat hij even stil. Van de wind is weinig te merken in het dichte bos. Af en toe vallen dikke plakken sneeuw naar beneden. „Kra, kra, kra." Driemaal bootst hij de roep van een kraai na. Dan luistert hij, voorover gebogen, z'n hoofd scheef. Een paar tellen later wordt z'n roep beantwoord. Voldaan zet hij zich weer in beweging. Na enkele passen laat hij de lantaarn in 't rond schijnen Verwarde struiken en knoestige bomen worden in de lichtstraal gevangen. Hij wringt er zich tussen. Weer flitst de zaklantaarn. Een rij dicht tegen elkaar staande boomstammetjes wordt zichtbaar. Maar, maar... dat is die oude hut! Wat moet Victor daar nou gaan doen?

De vrachtwagen uit Holland

Terwijl Victor de geheimzinnige hut bereikt, stopt een grote vrachtwagen voor het motel, dat ongeveer een half uur rijden van Victors dorpje' staat.

„Zo Jaap", zegt de chauffeur, „de reis zit erop vandaag. Je jas dicht hoor", voegt hij eraan toe, als hij ziet dat Jaap wil uitstappen. „Ja vader." Jaap trekt de rits van z'n jack tot aan zijn kin en duwt zijn ijsmuts over de oren. Met een klap gooit hij het zware portier achter zich dicht. Vlug loopt hij voor de wagen langs naar de andere kant. Hij pakt een koffertje aan en wacht tot vader de wagen zorgvuldig heeft afgesloten. Dan loopt hij achter hem het motel binnen. Een kamer is gauw besproken en als ze zich wat opgeknapt hebben, zetten ze zich aan de voor hen gedekte tafel. Na het eten praten ze nog gezellig na. „We gaan vroeg onder de wol Jaap. Morgen wacht ons nog een lange dag. Als 't weer wat meewerkt, kunnen we morgenavond bij leven en welzijn in Linz zijn." „Dat is Oostenrijk hè? " „Ja en dan nog een flinke ruk joh, eer we thuis zijn. Heb je het naar je zin? " Jaap glundert. Dat was even een bof. Samen met vader deze reis te mogen doen. Vader vond het gezellig wat aanspraak te hebben op de lange rit. En daarom mocht hij mee. „Gaan we morgen eerst de klok ophalen? " „Natuurlijk, 'k Heb Victor geschreven dat ik als er niets op doet 21 december bij hem langs kom. 't Dorpje waar hij woont ligt in de route. Ik hoef er niet voor om te rijden. Wat zal moeder blij zijn Jaap. 't Is een ware kunstenaar, die Victor." Vader klopt in gedachten zijn pijp uit. Zal hij het. Jaap zeggen van de Bijbels? Of nee, toch maar beter van niet. „We gaan naar bed Jaap, kom."

Zou dat de oplossing zijn?

Victor die klokkenmaker kan niet. slapen. Voor de zoveelste maal gooit hij zich op z'n andere zij. Hoe moet het toch goed komen. Wat moet hij toch doen? 't Is immers geen doen meer in die koude hut in het bos. Als de dominee daar nog langer moet zitten, wordt hij ziek en wat dan? De gebeurtenissen van de laatste drie, vier maanden trekken weer aan hem voorbij. Hij hoort dominee Vlamir 't weer vertellen: „En toen Victor, toen wist ik da.t ik ook weg moest, nee, dat ik weg mocht. De Iieere gaf me een duidelijk antwoord. Toen ik voor de tweede keer gewaarschuwd werd om anders te gaan preken, was er maar één ding. Ik moest zorgen dat mijn vrouw en zoontje in veiligheid kwamen. Ik kon immers niet anders preken. God is immers niet dood. Hij lééft, Hij houdt de schuldigen geenszins voor onschuldig, maar'— en die boodschap moet ik ook doorgeven — maar er is ontkoming. Christus stierf voor schuldigen, voor doodschuldigen. Predik het Evangelie aan alle mensen. Dat was m'n opdracht en ik kon mijn Opdrachtgever niet ongehoorzaam zijn. Ik vroeg een visum, een uitreispas aan voor mijn vrouw en Johann. „Heere, " bad ik, „als ze een visum krijgen, als ze zonder verhindering naar het vrije westen mogen vertrekken, laat dat voor mij een teken zijn, dat mijn taak hier af is. Dat ik ook mag proberen die vrijheid te bereiken om daar Uw Naam te verkondigen." En Victor, ongekend gauw kwam die vergunning. Zij zijn nu in

vrijheid en. veiligheid en nu wacht ik tot er voor mij een gelegenheid komt." Victor houdt het in bed niet langer uit. Hij stommelt de trap af en gooit wat houtblokken in de .grote keukenkachel. Met de handen onder het hoofd staart hij met nietsziende ogen in het vuur. Maar hoé moet de dominee weg? Nadat het kei'kje was dichtgespijkerd, is hij nog een paar weken in de pastorie blijven wonen, maar toen uitkwam, dat hij daar geregeld kerkdiensten hield, moest hij zorgen dat hij uit de handen bleef van zijn belagers. Een week is hij in het huisje van Victor geweest, maar ook dat werd verraden. En nu zit hij al enkele dagen in de oude hut op de berg.

„Heere, ik weet niet hoe het moet", zucht Victor. Hij richt zich op en gooit nog een paar blokken in de kachel. Het deurtje laat hij openstaan. De gloed van het vuur valt op de kalender aan de wand. Victor kijkt er naar. Plotseling schokt hij op. 25 december Kerstfeest! Christusfeest! Jozef wist ook niet hoe het moest, maar de Heere stelde hem gerust. „Ik weet het wel Jozef, doe maar wat Ik je zeg."

Victor pakt de kalender van de muur. Langzaam laat hij zijn ogen over de cijfers gaan. 19, 20, 21... dan schokt hij voor de tweede keer op. Van Bergen! Hij komt morgen de klok halen en de Bijbels brengen. Zou... zou dat de oplossing zijn?

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1979

Daniel | 24 Pagina's

WANT ZIE, IK VERKONDIG U GROTE BLIJDSCHAP

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1979

Daniel | 24 Pagina's