LICHTDRAGER IN EE N WERELD
Hndson Taylor, de jongen die 100 jaar geleden aïs zendeling naar China wilde gaan.
Het is een gezellige druikte in het huis van mijnheer en mevrouw Taylor, in Engeland. Er is visite. Met elkaar zitten ze rond de tafel voor de warme maaltijd.
Moeder Taylor heeft het druk gehad. Ze wilde haar gasten een goed diner geven. Ze kijkt naar de borden van de gasten en naar de goed gevulde schalen, op tafel. Ja, gelukkig is alles in orde, nu kunnen ze genieten van de goed verzorgde maaltijd. Ondertussen zijn de gasten met vader Taylor in een ernstig gesprek over een ver land ... heel ver weg ... Een land waar miljoenen mensen wonen die de Bijbel niet kennen: die niet over de Zaligmaker, de Heere Jezus hebben gehoord.
Tussen al die grote mensen aan de tafel, zit een jongen die wat verlegen naar zijn bord staart. Zijn bordi is nog leeg. En z'n moeder heeft het zo druk met haar gasten, dat ze niet eens merkt dat hun zoontje Hudson nog niets op zijn bord heeft.
Hudson zou willen vragen of hij ook van dat heerlijke eten diat op tafel staat mag mee eten, maar... Hudson weet heel goed dat hij nog een kind is, en kinderen mogen aan tafel niet praten, ze mogen nergens om vragen. Zei moeten afwachten wat hun moeder hen geeft.
Zo was dat toen Hudson jong. was.
Hudson blijft wachten. Hij kijkt naar z'n moeder, maar zij praat met haar gasten en let niet op haar zoon. Hudsons bord blijft leeg.
Maar die Huidson Taylor is een schrandere jongen. Hij denkt goed na, en daarom vraagt hij: „Mag ik alstublieft wat zout hebben? "
„Zout? " vraagt de mevrouw die naast hem zit. Ze kijkt naar z'n lege bord en begint te lachen. „Jij bent een slimme jongen, " zegt ze. Want nu kijkt ook moeder Taylor naar het lege bord van Hudson en zegt geschrokken: „Maar jongen, heb jij nog niets? Hoe kon ik dat' toch vergeten om jouw bord te vullen."
„Ik begrijp dat wel, — zegt vader Taylor tegen zijn zoontje — want we spra-
ken nu ever een heel belangrijke zaak. We spreken over China. Een land, heel ver weg, waar miljoenen mensen wonen die Gods Woord niet kennen. En beste jongen, als jij een keer achter een leeg bord zit, is niet zo erg, maar weet je wat wel erg is? Dat miljoenen mensen in China niet tot God kunnen bidden, nog nooit van die Heere Jezus hebben gehoord."
Terwijl Hudson. naar zijn bord kijkt dat door moeder Taylor gevuld wordt met het heerlijkste eten, luistert hij heel aandachtig naar zijn vader, die tegen de gasten over dat verre land spreekt. Het is de eerste keer in Hudsons leven dat hij over China hoort vertellen. China dat ontzaglijke grote land...
Daar wonen ook veel kinderen, en jongens zoals hij. Kinderen die geen Bijbel hebben.
Voordat hij die avond naar bed gaat, knielen vader Taylor en zijn zoon Hudson Taylor samen voor de Heere, en bidden Hem om zendelingen naar China te sturen.
Hudson groeit op tot een jongen van 17 jaar. Elke dag hoort hij zijn vader en moeder in huis over hun geloofsleven spreken. Hij merkt uit hun gesprekken dat zij de Heere en Zijn Woord liefhebben, en bewogen zijn over het eeuwig lot van hun medemensen. Regelmatig zijn er gezelschappen waar Gods kinderen samenkomen. Hudson gaat daar met zijn ouders graag naar toe en luistert aandachtig naar de gesprekken en gebeden. Hij krijgt indrukken van zijn zondige bestaan en zijn schuld voor een heilig God. Een diepe begeerte om vrede met God te verkrijgen, houdt zijn gedachten voortdurend bezig. Zijn eigen pogingen om God te dienen en tot Zijn eer te leven, worden een mislukking.
Dit overtuigt hem van de onmogelijkheid om zelf die vrede te kunnen verdienen. De wereld en aards bezit krijgt weer zoveel waarde voor hem, dat zijn zoeken naar vrede met God bijna geheel uit zijn gedachten weggaat.
Zijn moeder, die met zorg Hudsons terugkeer naar wereldse vermaken opmerkt, brengt veel tijd in het gebed door, of de Heere Zelf haar zoon wil vasthouden en bekeren.
Een nieuwe onrust komt in Hudsons jonge hart. Dan hoort hij zijn vader spreken over de tekst: „Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt!" Hierdoor wordt hij gewezen op Christus, de Enige Weg tot vrede met God.
Bij de samenkomsten van Gods volk wordt zijn vrome ernst dikwijls opgemerkt. Wanneer hij hoort dat een van zonden overtuigde ziel, troost vindt door een gelovig steunen op de Heere Jezus en Zijn verzoening, dan trekt over Hudsons gezicht een glans van wondere vreugde.
Toch duurt het veel jaren voordat Hudson zelf vrede voor zijn eigen schuldige ziel ontvangt.
Op een middag, als zijn godvrezende moeder de deur van haar kamer achter zich op slot gedaan heeft, en zij op haar knieën de Heere smeekt om. de bekering van haar enige zoon; leest Hudson in de bibliotheek van zijn vader een meditatie, over de woorden: „Het is volbracht!" Daar wordt door de Heilige Geest zijn ziel vervuld met onuitsprekelijke vrede en vreugde, door een geschonken geloof in de volledige, volko-
men verzoening van de Zaligmaker. De schuld van zijn zonde is door Christus aan het kruis volkomen betaald.
Gods Geest schenkt hem het geloof dat de woorden van de Zaligmaker „Het is volbracht" ook voor hem persoonlijk zijn. Daar kan en hoeft hij niets meer aan toe te voegen.
Verwondering, vrede, aanbidding en dankzegging, vervullen zijn ziel. Vanaf dit uur groeit' in de jonge Hudson Taylor het sterke verlangen, zijn Meester te mogen dienen.
Op een middag, als Hudson alleen in zijn kamer is, om „alleen met God te zijn", geeft de Heere hem een bijzondere ervaring. Hij schrijft daar later in een brief het volgende over:
„Heel goed herinner ik mij hoe mijn ziel, vervuld met blijdschap en vrede in Christus, zich voor God uitstortte, terwijl ik steedis mijn liefde moest belijden tot Hem Die alles voor mij gedaan had; Die mij had gered toen ik alle hoop, ja zelfs de begeerte om behouden te worden had opgegeven.
Ik smeekte Hem of Hij mij enig werk wilde geven waarin ik riem mocht dienen; een of andere dienst die zelfopoffering zou vragen; 't gaf niet wat. het zou zijn, hoe moeilijk of alledaags het zou wezen; als ik Heim maar mocht dienen Die „alles voor mij gedaan had." Heel goed herinner ik mij, hoe een algehele toewijding aan God mijn ziel vervulde; toen mocht ik mijzelf, mijn leven, mijn vrienden, mijn alles, voor Hem op het altaar van opoffering leggen. Welk een diepe, heilige-wijding kwam over mijn ziel; met een rustige zekerheid dat het afstaan van mijzelf en van alles wat ik bezat, door Hem was aangenomen.
Tot welke dienst ik was aangenomen, v/ist ik niet. Maar een sterke bewustheid dat ik niet meer van mijzelf was, maar van mijn Meester, nam bezit van mij. Die zekerheid is nooit meer weggenomen."
Tot zover uit Hudson Taylors brief.
Het gevolg van deze verandering, is zijn bezorgdheid over het heil van anderen. Hij voelt zich geroepen, bezig te zijn voor de zaak van zijn Meester. Hij begint Evangelie-traktaatjes aan de mensen uit te delen, en nodigt hen uit naar
Gods huis te gaan. Dan groeit in hem „de roep naar China".
Hij gelooft dat God hem het verlangen geeft, om als zendeling naar China te gaan.
Maar wie zal hem geid geven om daar te kunnen leven en werken?
Hudson weet het niet. Hij kent niemand die hem zou kunnen helpen. „Ik moet het aan de Heere vragen", denkt hij. „En God de Heere kan tegen de mensen zeggen, mij alles te geven wat ik in Zijn dienst nodig heb."
Zo ontstaat zijn persoonlijke spreuk, die Hudson Taylor zijn leven lang beoefend heeft: „Beweeg de mensen, alleen door het gebed tot God." Is dit voor ons moeilijk te begrijpen?
Hudson bedoelde, dat als hij hulp nodig had, hij daarom moest bidden, en God Zelf zou mensen aanraken en gewillig maken hem te steunen voor zijn zendingsarbeid., in dienst van zijn Meester.
19 september 1853 vertrok Hudson Taylor vanuit Engeland per schip naar China. Hij was toen 21 jaar.
God de Heere wilde hem gebruiken om een deel van China's ontzaglijk grote land te openen voor het Evangelie,
Hudson Taylor werd een lichtdrager in een donkere wereld
51 jaar lang heeft hij als zendeling in en voor China mogen werken.
Christelijke gemeenten werden gevormd; Chinese predikers en evangelisten aangesteld. Toen hij in 1905 overleed, waren er ± 25.000 Chinezen gedoopt door zendelingen van de China Inland Mission. Deze zendings-organisatie werd door Taylor gesticht.
Na 1949, toen China onder kommunistische regering kwam, werd zendings-arbeid verboden, kerken gesloten en het bezit van een Bijbel verboden. De deuren gingen dicht voor het Evangelie.
Nu, na 30 jaar, gaan China's deuren langzaam open. God de Heere roept en zendt christenen uit Europa om. opnieuw „lichtdragers in een donkere wereld" te zijn. Om het licht van het evangelie te kunnen uitdragen is hulp nodig. Er is gebed nodig. Er is geld nodig om de dienst der barmhartigheid door de medische zending van dokter Cameron Tallach onder het volk van China mogelijk te maken. Voorlopig werkt hij onder de vluchtelingen in Hong Kong en Macao, waar duizenden mensen in de vluchtelingenkampen elke dag voedsel en medicijnen nodig hebben.
Laat volk bij volk te zaam, Barmhartigheid verwachten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1979
Daniel | 24 Pagina's