HET JAAR VAN HET KIND
De instelling
Op 11 december 1946 werd door de Algemene Vergadering der Verenigde Naties het Kinderfonds der Verenigde Naties ingesteld, met heit doel hulp te bieden aan kinderen in Europa, die slachtoffers waren van de Tweede Wereldoorlog. Het werd bekend onder de naam Unicef, de afkorting van: United Nations International Children's Emergency Fund,
In 1953 kreeg het een permanente opdracht: het verbeteren van de vaak uiterst moeilijke omstandigheden in landen met een laag ontwikkelingsniveau. In 1959 werd door de Algemene Vergadering de Verklaring van de Rechten van het Kind opgesteld. Hier volgen die rechten:
— het recht zich te ontwikkelen;
— het recht op naam en nationaliteit;
•—• het recht op voeding, huisvesting en medische zorg;
— het recht op bijzondere zorg bij handicap;
— het recht op bijzondere zorg bij geestelijke of lichamelijke achterstand;
— het recht op liefde en begrip;
— het recht op kosteloos onderwijs;
— het recht op groot worden in geest van wereldbroederschap.
Dan wordt — twintig jaar later — 1979 het Internationale Jaar van het Kind, daartoe uitgeroepen door dezelfde Algemene Vergadering der Verenigde Naties.
De doelstelling
Het doel, dat beoogd werd, was: de mensen bewust maken van de doorlopende zorg die het kind verdient en alle landen aanmoedigen meer te doen voor het welzijn van het kind. Het is niet de bedoeling het kind dit jaar extra te verwennen met kadootjes en zo. Ook niet, het' jaar te gaan vieren in de sfeer van feestjes. De volwassenen moeten meer begrip krijgen voor de noden van het kind. Dan en slechts dan za.1 het nut hebben voor de jaren na 1979. Ik citeer uit een voorlichtingsfolder: „Het Internationale Jaar van het Kind biedt een unieke gelegenheid om te' laten zien dat verscherpte bewustwording van publiek en overheid ten aanzien van de noden van het kind kan leiden tot konkrete aktie van enorm groot en vooral blijvend voordeel voor de toekomst van de mensheid: de kinderen".
De organisatie
In New York en Genève zijn kantoren ingericht voor de organisatie van het Internationale Jaar van het Kind.
De nederlandse regering stelde een Nationale Kommissie in om de zaak aan te pakken, onder voorzitterschap van mr. T'h. Bot, oud-minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen. De opdracht luidde: Het stimuleren, koördineren en organiseren van allerlei aktiviteiten, die het welzijn van het kind zullen bevorderen.
Er is heel wat gedaan: duizenden folders en brochures zijn gedrukt; symposia en studiedagen zijn belegd; gondelvaarten, fancy-fairs, jeugdf'ilmdagen, toneelvoorstellingen, doe-mee-dagen, informatiemarkten, braderieën, fietstochten, en nog veel meer andere dingen, zijn er gehouden.
Op provinciaal niveau heeft men informatie-en diokumentatiecentra ingericht, waar alle mogelijke informatie te verkrijgen is over kinderen en hun wereld. De bedoeling was, dat instellingen en gemeenten er ideeën op zouden doen over mogelijkheden om. aktiviteiten te ontplooien. Om te illustreren hoe weinig alles is aangeslagen, is het interessant te vernemen dat in de provincie Groningen op
1 oktober nog slechts één gemeente van het provinciale centrum gebruik had gemaakt en nog geen enkele instelling.
Ontnuchtering
Vooral in de „linkse" hoek is veel teleurstelling over deze geringe aandacht over wat er gedaan of juist niet gedaan wordt. en
Er is een Nederlandse Kinderraad die, met eigen financiële middelen, wil werken vanuit de kinderen zelf. Die heeft op 20 oktober in Amsterdam een tegendemonstratie gehouden onder heit motto: „Nu wij", waarin kinderen en pubers konden vertellen wat hen dwars zat. En dat was heel wat. De betutteling en bevoogding door ouderen en ouders was wel het hoofdthema. Na afloop schreef iemand: „We beseffen nu tenminste dat kinderen wel eens rechten kunnen hebben, die niet, met de belangen van de ouderen stroken; 1979 mag dan het Jaar van het Kind zijn, 1980 zal in ieder geval de aktiefase van het Jaar van het Kind moeten worden". Dat weten we dan alvast.
In de tweede week van november werd een Jomgerentribunaal gehouden, waarin jongeren allerlei grieven aan een forum van juristen konden voorleggen om dan samen te bezien wat de wettelijke (en onwettige) mogelijkheden zijn. om veranderingen te forceren. De wereld moet voor het kind en de jeugd weer een paradijs worden! De droom van het verloren paradijs. Er is niets nieuws onder de zon.
Kinderleed
Is er aanleiding toe iets te ondernemen?
We zijn er niet mee klaar, met oogkleppen op langs alle problemen heen te lopen en te doen of er niets aan de hand is.
Ik hoef niet mee te doen met kreten als „onze huizen zijn kinder-vijandig en fantasiedodënd", „de school maakt slechts klaar voor funkties en is niet ingesteld op zelfontplooiing" en dergelijke om toch te erkennen d'at er veel kinderleed is. op de wereld. Ik doe zo maar een greep:
— per jaar worden in ons land' 8500 kinderen slachtoffer van het verkeer, waaronder 300 doden;
— 52 miljoen kinderen moeten voor de kost werken in ontwikkelingslanden: schoenpoetsen, tapijten weven, katoen plukken, enz.;
— 42 miljoen kinderen werken op het land van de familie en dragen zo bij aan de verhoging van het gezinsinkomen, uit traditie en noodzaak;
— 10 miljoen werken bij een baas, wat erger is (in Thailand zijn pas zestig kinderen uit een bedrijf gehaald, die daar achttien uur per dag werkten, gedurende zeven dagen per week voor nog geen dollar per week);
— 156 miljoen kindieren wonen in achterbuurten en sloppen;
— 121 miljoen kinderen van zes tot elf jaar gaan niet naar school;
— in Afrika sterft twintig procent van de kinderen voor de eerste verjaardag;
— in een derdie klas Mavo in Den Haag was vorig jaar zestig procent der leerlingen afkomstig uit een gezin waarvan de ouders gesicheiden of scheidende waren.
Ik maak de lijst maar niet langer, maar volledig is hij noig lang niet. Denkt u maar aan de vele, vele kinderen in de wereld die honger lijden, en zelfs van honger moeten sterven,
Wat het konsumptiepatroon van onze welvaartsstaat oproept, moeten we ook niet
bagatelliseren, . Het leefmilieu vraagt om problemen: in de wieg worden de kinderen al onrustig gemaakt door de altijd aanwezige herrie van de radio; de peuters worden al jong voor het t.v.-scherm neergezet; al jong gaan ze naar de crèches, soms hele dagen, zonder de persoonlijke aandacht van de moeder, omdat deze moet of wil werken.. Heit aantal gevallen van kindermishandeling zou u doen schrikken als u het wist.
We vragen ons vaak af of veel jonge moeders wel weten, dat de periode van één tot vijf jaar een heel leven betekent en de rest slechts een stap, wat betreft de emotionele ontwikkeling van het kind.
Fiasco staat vast
De totaalindruk van het Jaar van het Kind is: aan de ene kant een officiële organisatie, die veel feestachtige aktiviteiten organiseert, , lezingen Iaat houden en rapporten produceert over hoe het allemaal zou moeten en verder niet veel doet. Puur humanisme zonder werkelijk effekt. Aan de andere kant wat meer drammerige akties van maatschappij-omturners en gezagscntkenners, dlie ook aan de wezenlijke noden voorbijgaan, maar het Jaar van het Kind aangrijpen om hun revolutionaire ideeën zoveel mogelijk gestalte te geven.
We moeten zelfs konstateren, en dat doen we zeker niet met leedvermaak, dat de ontwikkelingen in het maatschappelijk gebeuren het kind nog meer in de verdrukking brengen. Ik hoef daartoe slechts te wijzen op de onmetelijke schade die wordt aangericht door de zovele verbroken huwelijken. Hoeveel duizenden kinderen daaraan geestelijk te gronde gaan, is niet bij benadering te zeggen.
Dat we onze kinderen slechts „nemen" als het ons uitkomt en anders alle middelen durven aanwenden, abortus inkluis, om ze ons van en uit het lijf te houden, zou hebben moeten leiden tot een voorbeeldige benadering van de dan toch wel gewenste kinderen, die er gekomen zijn. Hoe blijkt echter het tegendeel.
Hoe lang nog, dat de verblinde mens achter een onvervuld verlangen aanloopt en meent dat het wel beter za.1 worden als...? We zijn wel hardleers! Hoeveel teleurstellingen hebben het tegendeel al niet bewezen? En toch, ach, we zijn de vader der leugenen toegevallen en geloven hem steeds weer. Zijn slaven horen zijn stem en volgen hem, ook in het Jaar van het Kind, 1979.
Het Jaar van HET KIND
Het meest schrijnende in dit alles is, dat in alle akties en aktiviteiten en publikatieis geen enkele verwijzing doorklinkt naar HET KIND, bij Wiens komst in deze verbroken wereld wij in deze adventstijd weer worden bepaald. Hij gaf in Zijn leven kindieren toestemming om tot Hem te komen. „Verhindert ze niet", zei Hij. En wat een verhinderingen werpen wij op door die Naam voor de kinderen in nood te verzwijgen. Wat we ook doen, zonder die Naam erbij aan het kinderhart te brengen, het zal slechts schijnhulp zijn. Dit mogen geen lege woorden zijn om ons er goedkoop van af te maken. Woord en daad kunnen gelukkig samengaan. Denk maar aan d'e financiële adopties van kinderen uit Guatemala en andere landen, die z, o ook met het Woord van God in aanraking worden gebracht.
Laten we voortdurend' er om bidden, dat de Heere ons getrouwheid geeft om tegenover de vloedgolf van het ongeloof, daadkrachtige liefde te stellen om onze gaven aan te wenden waar we in gelegenheid zijn, ook na dit Jaar van het Kind. Het Kind in de kribbe van Bethlehem maakte elk jaar tot Zijn jaar, ook 1979. Hij regeert en zal Zijn almacht tonen. Zalig wie worden mag als een kind, want slechts dan zullen we in Zijn koninkrijk kunnen ingaan.
Laat ons dan doen wat onze hand vindt om te doen, ook aan de kinderen in nood, aan de nabije en verre naaste en hen daarbij ook steeds door woord en daad toeroepen: „Komt gij kinderen, hoort naar mij! ik zal u des Heeren vreze leren".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1979
Daniel | 24 Pagina's