JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ZIJN LEVEN GEGEVEN VOOR DE BIJBEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZIJN LEVEN GEGEVEN VOOR DE BIJBEL

— VERHAAL —

10 minuten leestijd

In het huis van John Walsh. zit een groep edelen bij elkaar. Ze hebben zojuist met elkaar gegeten en nu zijn ze met elkaar in gesprek.

„Ik vind het toch zo vreselijk. Die arme mensen kunnen nooit zelf de Bijbel lezen. Toen wij student waren in Cambridge, lazen we 's nachts met elkaar de Bijbel. Maar we kenden allemaal Latijn. De gewone man kent alleen maar Engels en kan daarom nooit Gods Woord onderzoeken. Was er maar een goede Engelse vertaling." William Tyndale kijkt de kring rond. Is. hier nu niets aan te doen? Hij zou graag willen dat iedereen de Bijbel kon leizen.

Een van de aanwezigen begint: „Ja maar de Paus heeft toch gezegd dat dat niet mag." „Wat mag", roept William uit, „wat is belangrijker, het gezag van de Paus: of het gezag van Gods Woord? "

Wie was eigenlijk die William Tyndale? Hij was een Engelsman, geboren in Gloucestershire in 1490. Na zijn studie in Cambridge was hij leraar geworden van Mary en Maurice Walsh en in het huis van de kinderen Walsh voelde William zich volkomen thuis. Toch bleef het hem steeds maar dwars zitten dat er geen Bijbels in de Engelse taal bestonden.

Het is mei van het jaar 1518. Bij het bisschoppelijk paleis in Londen loopt een jongeman. Hij klopt op de poortdeur. De wachter laat hem binnen en even later mag hij bij de bisschop komen. Het is William Tyndale.

„Wat is de reden van uw komst? " vraagt bisschop Tunstall.

„Monseigneur, ik kom met een vriendelijk verzoek. Ons volk leeft in grote duisternis. Zij hebben geen kennis van de Bijbel. Nu heb ik besloten om het Griekse Nieuwe Testament in het Engels te vertalen. Dat is een groot werk dat veel inspanning vraagt en veel geld kost. Kan ik op uw steun rekenen? "

Stil en gespannen blijft William wachten op het antwoord. Hij kijkt de bisschop verwachtingsvol aan, maar deze antwoord koeltjes: „Wat u doen moiet, moet u zelf weten, maar ik wil er niets mee te maken hebben. TJ kunt gaan."

Teleurgesteld verlaat William het paleis. Hij had zo gerekend op steun van de bisschop. Waar haalt hij het geld vandaan om Bijbels te laten drukken? Hij gaat terug naar huis en daar buigt hij zijn knieën en vertelt hij alles aan de Heere. Hij vraagt of God hem de weg wil wijzen die hij moet gaan.

Een paar maanden later maakt hij kennis met Humprey Monmauth, een rijke fabrikant in lakenstof. William voelt zich meteen op zijn gemak bij de man en hij vertelt hem van zijn plannen en zijn moeilijkheden.

, Dat is een werk dat zeker moet gebeuren!" roept Monmauth. „Mijn steun heb je. Je mag bij mij thuis komen wonen en ik zal je geld geven om de kosten te dekken." William krijgt tranen in zijn ogen van dankbaarheid. God heeft zijn gebed verhoord. Als William bij de lakenfabrikant in huis woont, wordt al gauw bekend wat zijn werk is. Veel mensen vragen belangstellend naar zijn vorderingen mat het vertaalwerk, maar nog meer mensen bekijken hem vijandig. Hij hoort zelfs geruchten dat hij gevangen genomen zal worden.

„Ik zal moeten vluchten", zegt hij op zekere dag tegen Monmauth. „Het wordt hier te gevaarlijk voor mij. Ik dank u voor alles wat u voor mij gedaan hebt."

En na een kort afscheid pakt hij zijn boeken en verdere bezittingen en vertrekt.

Hij zegt niet waarheen, al weet hij zelf wél waar de reis naar toe is. Hij gaat over zes naar Antwerpen. Zal hij hier veilig zijn? Hij weet het niet en daarom lijkt het hem veiliger om nog dieper hst land in te trekken, naar Duitsland: , naar Hamburg. Hij huurt een huis en vol goede moed gaat hij weer verder met vertalen. Het i.s een erg precies werk, want hij zou niet graag willen dat de mensen misleid werden. Het gaat hem er juist om dat de mensen meer kunnen weten over Gods goedheid en Gcds trouw. Over het leven van en de verzoening door de Heere Jezus. Want de geestelijken vertellen dit allemaal, niet meer. Ze proberen steeds de mensen geld uit hun zakken te kloppen, maar de blijde boodschap van het Evangelie die wordt weinig meer gehoord.

Hij krijgt al gauw wat vrienden in Hamburg en een van die vrienden in Peter Quentel, een drukker. Deze belooft de vertaalde Bijbelboeken in het geheim te drukken. Ze beginnen er mee in het jaar 1525. Elke avond gaat William naar de drukker. Het gedrukte werk moet gekorrigeerd worden en dat kan alleen William zelf doen. Maar op een avond, als hij in de straat komt waar zijn vriend woont, ziet hij bij het huis van de drukker een paar mannen staan. William. vertrouwt het niet. Is hij verraden? Vlug draait hij zich om en snelt naar huis. De volgende dag ontmeet hij een paar vrienden.

„William", waarschuwen zij hem, „je moet weg hier vandaan. Snel! Je bent verraden. Het schijnt dat dis Paus gezanten gestuurd heeft om je: vertaalwerk te halen. En de koning van jouw land laat alle havens bewaken, zodat noch jij, noch je werk, Engeland kan bereiken.

Tyndale gaat naar huis en moet alweer alles snel klaar maken voor zijn vlucht. Hij slaagt erin een zeilboot te krijgen en reist naar Worms. Tussen zijn kleren zit het kostbare manuscript. Kort na zijn aankomst komt hij in kontakt met een andere drukker, die bereid is het werk voort te zetten. Zo merkt hij dat de Heere zijn werk, ondanks de tegenslagen, zegent. Dat geeft hem nieuwe moed.. En dan, als hij een half jaar in Worms is, kan William de Heere danken voor de hulp die hij bij zijn werk heeft ondervonden. Het eerste exemplaar van het Nieuwe Testament in het Engels is klaar.

[n de Engelse haven Folkstone heerst een geweldige drukte. Een heel konvooi Duitse schepen is aangekomen en nu moet alle vracht die ze meebrengen, gekontroleerd worden. Engelse soldaten komen op het schip van schipper Winckel. Van alles maken ze open. Kisten met fruit, ja, zelfs de etensvoorraden worden gekontroleerd. De schipper kijkt gespannen toe Hij weet wat hij meevoert en hij weet ook dat dat verboden is. En ja hoor, een van de Engelsen neemt een kist lakenstof en kraakt hem open. Iiij graait wat 'tutssen de stof en dan... een grijnslach komt op zijn gezicht. Triomfantelijk houdt hij een gedrukt, exemplaar van het Nieuwe Testament omhoog!

„Kijk eens wat ik hier heb!" roept hij zijn kameraden toe. Ze doorzoeken snel de kist en ze vinden er nog vijf.

„Mee", beduidt hij naar de schipper en ze lopen naar de kommandant. Deze pakt de boeken aan en met een zwaai gooit hij .ze in het vuur achter hem. Schipper Winckel wil protesteren, maar de kommandant brult: „Zwijg! Het is een bevel van de koning om deze te verbranden. Ook heeft de koning hoge boete gezet op het in bezit hebben van deze boeken."

Het valt de schipper mee dat het nog zo afloopt en dat hij niet in de gevangenis moet. Iiij vindt het wel erg van de Bijbels, want. zelf heeft hij wel een Bijbel in het Duits en hij weet hoe nodig het is om zoiets in je bezit te hebben, zodat je zelf Gods Woord kan lezen.

In Worms hoort William Tyndale van de maatregelen die zijn genomen in de Engelse havens. Samen met zijn vriend, de drukker, overlegt hij wat ze nu moeten

doen. Hij heeft een idee. De Bijbels moeten gedrukt worden in een veel kleiner formaat zodat ze gemakkelijk te verstoppen zijn. En ze moeten niet met handelsschepen naar de grote havens vervoerd, worden, maar onopvallend met kleine vissersbootjes naar verafgelegen haventjes. Zo wordt besloten en op die manier komen er heel wat in Engeland. Hoewel ze niet in het openbaar verkocht mogen worden, zijn er toch velen die er een aanschaffen. En het lezen van het Woord van God wordt gezegend, al vindt er ook verraad plaats.

Op een dag zijn er overal biljetten aangebracht, waarop een bevel van de bisschop uit Londen te lezen staat. Een vriend van Tyndale leest dat ook. Hij gaat naar huis en verzamelt daar verschillende exemplaren. Als hij er een aantal heeft gaat hij naar het bisschoppelijk paleis. De bisschop is erg verheugd en hij geeft de man dan ook een grote beloning. Tyndale's vriend lacht in zijn hart. Want een verrader is hij niet. Neen, het geld van de bisschop stuurt hij naar Tyndale in Duitsland. Zo heeft William weer geld voor nieuwe afdrukken.

Intussen is Tyndale begonnen met de vertaling van het Oude Testament. Hij komt er echter niet ver mee in Duitsland, want op een dag komt er een bode van Thomas Cromwell bij hem. Hij heeft een brief bij zich van koning Hendrik VIII. En daar staat in dat Tyndale vrij naar Engeland mag komen. Er za, l niets met hem gebeuren. Tyndale vertrouwt de zaak niet zo erg en hij schrijft de koning een brief. Hij wil graag naar Engeland, maar alleen op voorwaarde dat iedereen een stukje van de Bijbel zal mogen hebben. De bode gaat weg met de brief, maar hoe lang William ook wacht, hij krijgt geen antwoord. En dat is ook geen wonder, want als Hendrik VIII de brief leest, wordt hij woedend. „Als die Tyndale in Engeland, zou wonen, zou ik hem meteen als ketter gevangen nemen. Nü moet ik iets anders verzinnen."

William is inmiddels weer verhuisd naar Antwerpen, waar hij een uitgebreide kennissenkring heeft. Dag in dag uit is hij bezig. Op maandag bezoekt hij vele Engelsen, die om allerlei redenen ook naar Antwerpen gevlucht zijn en 's zaterdags kan je hem vinden in de arme krottenwijken. Hij brengt daar voedsel, kleding en soms ook geld. Meestal vertelt hij de mensen iets uit de Bijbel. Zijn belangrijkste werk blijft echter het vertalen van het Oude Testament.

21 mei 1535. Er staat een man op de stoep van het huis van Thomas Poyntz. Hij laat de klopper op die deur vallen en wacht rustig tot de deur opengaat.

„Goedenmorgen", zegt hij tegen de knecht, die de deur open doet. „Ik ben Henry Phillips. In dit huis woont de heer William Tyndale? "

De knecht weet niet goed wat hij moet antwoorden. Hij heeft geleerd om voorzichtig te zijn. Phillips bemerkt de aarzeling van de knecht.

„U vertrouwt het niet zo erg? " vraagt hij. „Ik begrijp helt volkomen, want ik ben zelf een vluchteling uit Engeland. We wonen sinds kort in Antwerpen."

Als de knecht dit hoort, laat hij Phillips binnen en gaat hij Tyndale halen. William aarzelt zelf ook, maar als de knecht, vertelt dat de man zelf een vluchteling is, zegt hij: „Nu, dan zal het wel goed zijn." Hij daalt de trap af en in de gang ontmoet hij Henry Phillips. Deze loopt op Tyndale toe: „Waarde heer Tyndale, wat een blijde dag dat ik u mag ontmoeten. Dei tijden zijn woelig en gevaarlijk en wat is het dan een siteun als vluchtelingen elkaar mog enontmoeten in alle rust. Mijn naam is Henry Phillips." De mannen drukken elkaar de hand.

„U woont hier in Antwerpen? " vraagt Tyndale. „Neen, niet in de stad, maar we hebben een huis gevonden even buiten Antwerpen. En nu, waarde Tyndale, zou het mij een genoegen zijn als u hedenavond met mijn vrouw en mij wilt dineren. Wij zullen het als een grote eer beschouwen als u de uitnodiging aanneemt". „Deze man kan ik wel vertrouwen, , ' denkt William, „ hij doet zo joviaal en oprecht", en hij neemt de uitnodiging aan. „Afgesproken. Ik haal u om zes uur op met een rijtuig en zo rijden we naar mijn huis." De mannen nemen afscheid van elkaar en Tyndale gaat weer aan het werk.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1979

Daniel | 24 Pagina's

ZIJN LEVEN GEGEVEN VOOR DE BIJBEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1979

Daniel | 24 Pagina's