DE WAARDE VAN HET LEZEN
Invloeden
„Wie leest baat zijn geest", zegt een spreekwoord. Jawel, maar dat geldt uitsluitend goede lectuur, lectuur die onze geest verrijkt, waarmee we ons voordeel kunnen doen, vooral wat ons innerlijk leven betreft. Is dat niet het geval, en nemen we slechte lectuur ter hand, dan zouden we het spreekwoord aldus moeten wijzigen: „Wie leest schaadt zijn geest."
Wie kan zeggen hoeveel schade er aan de geest van jong en oud berokkend wordt door verkeerde lectuur! Het is een kwaad dat op sluipende wijze, veelal onopvallend zijn weg vindt. Onder lectuur versta ik hier alles wat ons in dit verband onder het oog komt: boeken, tijdschriften, dagbladen, folders, reclameopschriften, aanplakbiljetten, op muren geverfde politieke leuzen, enz. enz.
We zouden bij al deze lectuur onderscheid kunnen maken tussen aktieve en passieve lectuur, dat wil zeggen datgene dat. we 1 uit eigen beweging, vrijwillig kiezen, en dat we tegen wil en dank opgedrongen krijgen, zoals bijvoorbeeld de reklame-posters en de gekalkte leuzen op muren en schuttingen. Uit dit alles blijkt Wel welk een invloed men toekent aan het geschreven woord. En terecht. Het verleden heeft ons daarvan talrijke voorbeelden geleverd: Jacobus Trigland, de bekende Leidse hoogleraar in d, e theologie, werden als rooms student de ogen geopend door het lezen van Augustinus' geschriften; Ds. Hendrik de Cock van Ulrum, liberaal predikant, kwam tot verandering door o.a. het lezen van Calvijns Institutie. En zo zouden er nog vele voorbeelden zijn op te noemen.
Maar lijnrecht daartegenover staan de verderfelijke gevolgen van verkeerde boeken. Hoevelen zijn door Das Kapital van Marx in de armen van socialisme en communisme gedreven. Anderen weer in die van een tegenovergestelde noodottige ideologie, het nationaal-socialisme, door het lezen van Hitiers Mein Kampf. Werkelijk, zo bezien had Da Costa gelijk, toen hij, sprekend over de uitvinding van de boekdrukkunst, uitriep: „Het was een reuzenstap, ten hemel — en ter hel".
Het bezit der leeskunst
Lezeres, hebt u zich wel eens gerealiseerd welk een onschatbare kunst het lezen eigenlijk is? In onze tijd vinden we het vanzelfsprekend dat iemand kan lezen. Maar hoevele miljoenen op deze aarde verstaan momenteel deze kunst niet? Denk aan de landen van de Derde wereld, waar naast armoede, honger en ziekte ook het analfabetisme op grote schaal voorkomt.
Ja, we hoeven niet verder te gaan dan ons eigen landje, waar we zo prat gaan op welvaart en goede onderwijsvoorzieningen. Weet u dat hier nog 400.000 analfabeten zijn, en heus niet alleen onder de ouderen, maar ook onder jonge mensen die niet ouder zijn dan 20 jaar! Probeer u eens voor te stellen wat dat vandaag de dag voor konsekwenties heeft.
Wat lezen we?
Een belangrijke vraag! Deze vraag staat echter niet op zichzelf. Nauw verband hiermee houdt de vraag: waarom lezen we? Het antwoord op de laatste vraag bepaalt het antwoord op het eerste.
We kunnen lezen voor ontspanning, om onze kennis aan te vullen, of om geestelijk voedsel voor onze ziel te ontvangen. Is dit laatste het geval, dan hebben we toch wel met de hoogste vorm van lezen te maken. Ofschoon de andere doelstellingen niet verkeerd zijn, en ongetwijfeld hun nut afwerpen voor onze maatschappelijke vorming, mogen we het belang voor onize ziel niet achterstellen bij het stoffelijk welzijn. Ja, ten diepste is het ware welzijn bepaald door de vraag: Hoe staan we tegenover de Heere, hoe-is onze verhouding tot Hem? Hebben we vrede voor ons hart, een borg voor onze schuld leren kennen? Van dit. standpunt uit gezien, is het niet twijfelachtig welke lectuur prioriteit moet hebben. Dat is Gods Woord. Let wei: hèt Woord. De dichter van ps. 119 wist daar iets vanaf. Telkens en telkens weer spreekt hij over de „woorden des Heeren", idem over de „wet", de „bevelen", de „getuigenissen". We weten dat deze „woorden" reeds in een zeer vroeg stadium onder Israël zijn opgetekend. Bij de tempeldienst werd er dan ook uit voorgelezen. In Zijn ondoorgrondelijke voorzienigheid heeft de Heere deze „woorden" doen optekenen en hebben wij de Heilige Schrift die ons wijs kan maken tot zaligheid.
Moeder ïeest voor
Wat een schone taak, moeders, ligt er op dit terrein voor u te wachten. Ofschoon de vader natuurlijk evenzeer de taak van voorlezen op zich kan nemen, komt uiteraard de moeder hiervoor het eerst in aanmerking. Hier reeds kan de lectuur grote invloed uitoefenen op de vorming van de kinderlijke geest. Het is dus van groot belang wat moeder voorleest. Gelukkig is er op dit gebied nu meer geschikt, materiaal te verkrijgen dan vroeger. Alleen: wees kritisch! Het is niet mijn taak hierop dieper in te gaan. Het belangrijkste is dat. moeder gebruik kan maken van bijbelverhalen, die naar de bevatting van het kind zijn verteld.
Ik eindig met een bekend gedicht van Cats over het Bijbellezen:
Lees mij vrij zevenmaal, Ja zeventig maal zeven, Nog vat uw brein 't niet al, Wat in mij is geschreven. Hoe meer gij in mij zoekt, Hoe meer gij in mij vindt. I-Ioe meer gij in mij leest, Hoe meer gij mij bemint.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1979
Daniel | 24 Pagina's