de noodklok
De noodklok, eerste voorlichtingsbrochure van het deputaatschap tot hulpverlening in bijzondere noden.
Intussen rijst wel de vraag hoe het deputaatschap voor de zending de verhouding tussen èn het diakonaat (de daad) èn de Woordverkondiging in heit zendingswerk ziet. Wellicht kunnen de deputaten hierover meer duidelijkheid scheppen?
In de hierboven reedis vermelde studie over het diakonaal beleid trof ik over deze materie ook een stelling aan, die als volgt luidt: „Het werelddiakonaat is in navolging van Christus' dienst gericht op de gehele mens — ziel en lichaam. — en de gehele wereld, en mag daarom wel onderscheiden worden, maar niet gescheiden worden van de zendingsopdracht van de kerk en dient daarom in nauw overleg en samenwerking met de zending plaats te vinden."
Deze stelling geeft mijns inziens de juiste plaats aan van twee: kanten van dezelfde zaak, Woord en Daad. Een duidelijk voorbeeld hiervan zien we in de aktie van de Stichting „De verre naaste" (een vrijgemaakt geref. stichting) voor een nieuw Nomadvliegtuig voor de M.A.F. op Irian Jaya. Het is werelddiakonaat, maar geschiedt in nauw overleg met de zending. Naar mijn mening dienen zó de zaken op het terrein van het werelddiakonaat te worden geregeld.
Konklusies
Er dient bezinning te komen op deze vrij ingewikkelde materie en tevens overleg en samenwerking. Het bij uitstek diakonale deputaatschap voor Gezins-en Bejaardenzorg dient in dit overleg betrokken te worden, samen met het deputaatschap voor de zending en dat voor bijzondere noden. Te overwegen valt voorts., of de Jeugdbond, gezien haar relaties met het welzijnswerk, er ook in betrokken dient te worden. Ik bepleit voorts regelmatig, overleg, niet alleen tussen de deputaatschappen, maar ook met stichtingen die nauw aan ons verwant zijn. Waar mogelijk kunnen we toch een reëel en open overleg voeren en samen werken? We dienen ons te realiseren, dat een gulden slechts één keer kan worden weggegeven. Een verantwoorde besteding van deze gulden houdt ook in een goede koördinatie binnen en buiten de kring van onze gemeenten. Dat is temeer nodig omdat het er naar uit ziet dat in die toekomst een veel groter beroep op de diakonale kassen gedaan zal worden tengevolge van het niet verkrijgen van subsidies e.d. Dit wordt thans reeds aan den lijve ondervonden door de vereniging „Gehandicaptenzorg" (maatsch. werk) én de stichting „Hulpverlening aan jongeren, uitgaande van de Geref. Gemeenten". Ik ben mij ervan bewust, dat de hierboven gestelde vragen en opmerkingen af en toe enigszins kritisch zijn. Maar deze vragen leven, bij onze jongeren d!ie nauw met onze gemeenten in haar geheel meeleven, maar ook bij ouderen die onze gemeenten hartelijk liefhebben en bij wie daarom deze vragen wel eens rijzen.
Het is mijn hartelijke wens, dat ook op het. terrein van de hulpverlening in een wereld in nood, we de handen ineen zullen slaan en dat de taal van Nehemia, die Juda en Israël voor ging in het herstel van de tempel en Jeruzalem, ook de onze zal jzijn: „God van de hemel, Die zal het ons doen gelukken en wij, Zijn knechten zullen ons opmaken en bouwen." Opdat Gods eer ook hierin zou uitkomen en het heil van de gemeenten zou worden beoogd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 1979
Daniel | 24 Pagina's