JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ALS JE VRIENDINNEN BENT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ALS JE VRIENDINNEN BENT

ons vervolgverhaal (2)

6 minuten leestijd

Mieke bladert in een blad en luistert naar die twee enthousiaste stemmen.

„Zaterdag is er een koncert in de Grote 1 Kerk, " zegt Eveline. „Ik wou er heen gaan. Heb je... hebben jullie zin om mee te gaan soms? "

Liesbeth hapt meteen toe, „Graag, ik had zelf namelijk ook al plannen". „En jij, Mieke? "

„Zaterdagavond? Dan zouden m'n vader moeder weggaan en ik zou oppassen..." en

„O. jammer, zeg, " Eveline zegt het teleurgesteld.

Liesbeth kijkt uit het raam en zegt niets. Ze durft het zich haast niet te bekennen, maar het idee om samen met Eveline te gaan, lokt haar aan. Ze is kwaad op zichzelf. Wat is dat nu? Mieke is toch altijd haar beste vriendin geweest? De rest van de middag doet ze haar best om Mieke zoveel mogelijk in hun gesprekjes te betrekken. Maar 't lijkt wel of Mieke stiller is dan anders.

Als ze vertrekken, vraagt Eveline: „En komen jullie volgende week nu een keer bij mij? " Ze vraagt het wat plichtmatig. Het valt Mieke op, dat haar gezicht niet het blije heeft van daarnet. Maar ze beloven het natuurlijk. Liesbeth is alweer enthousiast. En Mieke is toch ook wel heel benieuwd hoe het daar zal zijn.

Bij Eveline

Villa „Parkzicht" aan de Parklaan boezemt hen meer ontzag in dan ze voor mogelijk hadden gehouden. Wat een groot, prachtig huis met die erkers aan weerskanten. Een beetje zenuwachtig bellen ze aan. Een dienstmeisje laat hen binnen.

„Net als in een boek, " giechelt Liesbeth als ze weg is, „alleen niet in 't zwart met een wit schortje."

Ze staan in een ruime, vierkante hal. Een monumentale eikenhouten trap voert naar boven. Stil is het hier, vinden ze. En waar blijft Eveline? O. daar horen ze boven voetstappen. Eveline buigt zich over de leuning.

„Hallo, zijn jullie daar? Kom naar boven zeg, ik heb alles klaar..." Boven op de ruime overloop staat een van de deuren open en Eveline zegt plechtig: „Treedt binnen, dames!"

De kamer is apart, net als Eveline zelf is. Maar héél gezellig, vinden ze. Eigenlijk eenvoudig, met die gebeitste vloer en die rieten boerenstoeltjes. Maar het wollen kleed met de warme kleuren op de vloer is echt en de leren stoel ook. Eén wand is bespannen met jute en vormt een levensgroot prikbord. En tegen de andere wand — een piano. Toch een rijkeluiskind, denkt Liesbeth jaloers.

Eveline ziet dat ze er naar kijkt.

„Een erfstuk van een tante, " zegt

ze. Het klinkt haast verontschuldigend.

„Je kunt wel wat spelen straks als je wilt".

„Graag, " zegt Liesbeth gretig. Wat fijn om zo'n instrument op je kamer te hebben.

De middag vliegt om. Eveline serveert koffie in bruine boerenkommen en ze heeft voor ieder een gevulde koek.

„Gezellig, " vindt Mieke, als Eveline een paar schemerlampen aansteekt en Liesbeth achter de piano gaat zitten en zacht begint te improviseren.

„Vind je dat? " vraagt Eveline blij.

„Ja, natuurlijk, " Mieke kijkt haar aan. Wat weet ze eigenlijk van haar? Heeft ze ook broers en zussen? Is er verder niemand in dit stille-huis?

„Is je moeder weg? " vraagt .ze. En tegelijkertijd kan ze haar tong wel afbijten. Stel je voor, dat ze geen moeder meer heeft

„Die werkt, " ontwoordt Eveline kort,

„Hele dagen? "

„Ja." Eveline knijpt haar lippen op elkaar en opeens is het grappige sproetengezichtje een kil hooghartig masker. Mieke denkt aan haar eigen moeke, die iedere middag met de theepot klaar staat. „U altijd met Uw thee, " mopperde ze pas nog. Nu is het opeens een warm-vertrouwd beeld, dat ze koestert in haar hart.

Ze begint te praten over haar eigen broers en zussen, waarvan zij de oudste is, en Eveline ontdooit weer wat. „Wat enig lijkt me dat, zo'n groot gezin. Ik heb maar één broer en die is getrouwd."

„Maar 't is wel druk, hoor, " tempert Mieke. „En dan komen er vaak nog vrienden en vriendinnetjes. En Liesbeth vaak."

, Hè." Er ligt een hunkerende klank in dat ene woord.

„Kom maar eens een keer kijken, " durft Mieke nu te zeggen. „Volgende week of zo. Of zaterdagmiddag."

Eveline wil gelijk zaterdag al, tot Miekes verwondering. Is ze zo weinig vriendschap gewend?

„Kom je ook, Lies? " vraagt Mieke. „Eveline komt zaterdagmiddag bij ons."

„O ja? " Liesbeth kijkt verbaasd. Het bezeert Mieke. Waarom niet bij óns, denkt ze opstandig. Een kleine koppige trots doet haar Liesbeths blik vasthouden.

„Ik zou met Herma naar de stad gaan."

„Jammer. Weet je wat, Eveline., dan blijf je bij ons eten. Dan kan Liesbeth je ophalen bij ons voor dat koncert." „Nou, als 't niet te druk is. 't Lijkt me heel fijn "

Dat laatste irriteert Liesbeth. 't Lijkt of ze 't nog fijner vindt zo'n druk gezin te bezoeken, dan met haar naar dat koncert te gaan. En dan nog zo'n huis-, tuin-en keukengezin. Hoewel, zo'n groot gezin kom je niet om 't andere huis tegen Ze schrikt zelf van haar gedachten. Dat is gemeen, weet ze. Hoe komt ze zo? Als je vriendinnen bent doe je zó toch niet? Ze draait zich om naar de piano en begint te spelen. Harder nu, onbeheerst bijna. Als om de warboel in haar hart te. overstemmen.

Een fijne middag

Mieke is nerveus die zaterdagmiddag. Eén keer valt ze onbeheerst uit tegen haar broertje, die een grote doos met blokken op de vloer omkeert. „Maak toch niet zo'n troep!" Het joch kijkt haar aan met verbaasd-blauwe ogen. 't Mag toch immers altijd? En meteen knuffelt Mieke hem weer.

De middag verloopt heel anders dan ze had gedacht.

Eerst zit Eveline strak en onwennig, op haar stoel, maar als moeder met thee — alweer — binnenkomt, en de anderen een voor een binnendruppelen, ontdooit ze. Tenslotte zit ze op de grond een héél hoge toren voor de kleintjes te bouwen. Daarna knipt ze voor Janetje een poppejurk en speelt domino met Gert jan en Piet.

„Zullen we nog naar boven gaan? " vraagt ze gedempt aan haar moeder in de keuken. Die schudt het hoofd, „'t Hoeft niet, dacht ik. Weet je wat ik geloof? Dat dat kind een hoop gezelligheid tekort komt thuis". Mieke knikt. Ze denkt aan die grote kille villa en opeens heeft ze vrede met hun krappe rijtjeshuis vol kinderstemmen. Nóóit zou ze willen ruilen!

Dordrecht

A. Korpershoek-van Wendel de Joode

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1979

Daniel | 20 Pagina's

ALS JE VRIENDINNEN BENT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1979

Daniel | 20 Pagina's