JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GA JIJ OOK NAAR DE DANKDAG?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GA JIJ OOK NAAR DE DANKDAG?

7 minuten leestijd

Mogen en kunnen wij danken?

Dit is e: en vraag waar veel jongeren in deze tijd van dankdag mee zitten. De oude christelijke kerk kende reeds bijzondere dagen voor gebed en boete, in bijzondere tijden van oorlog, rampen, ziekten enz. De Dordtse Kerkorde bepaalde in art. 66 dat de kerk aan de overheid zou verzoeken openbare vast-en bededagen uit te schrijven. Dit gebeurde in 1795. Er werd op die dagen ook gevast. Sommigen zagen dit vasten nog als een overblijfsel van de roomse zuurdesem. De synode van de Gereformeerde Kerken wijzigde in 1905 artikel 20, dat het vasten werd weggelaten. Hiervoor kwam. de tweede woensdag in maart, biddag voor het gewas en de dankdag, op de eerste woensdag in november.

Wat is eigenlijk danken?

Wat is eigenlijk danken? Erkentelijkheid betuigen. Dankbaar zijn is: gevoelig zijn voor genoten weldaden. Gods volk, Israël, ging op de gezette hoogtijden naar de godsstad Jerusalem. om de naam des Heeren te danken voor de ontvangen weldaden.

Hierover zouden we heel wat kunnen schrijven. Maar ik wil dat mogen en danken wat meer in het persoonlijke vlak trekken. kunnen

Het komt er bij ons op aan, jonge vrienden, of wij Gods hand zien in het dagelijkse leven. Hierin hebben wij ons van de wereld te onderscheiden. Dit is toch de zonde van zovelen dat zij heit bestuur van de Heere niet zien, in wat ze eten, drinken en waarmee zij zich kleden. Hoe moeten de belevenissen van elke dag ons toeroepen: „Vergeet nooit één van Zijn weldiaden, vergeet ze niet, 't is God die je ze bewees."

Jakob heeft Gods zegenende hand duidelijk in zijn leven herkend. Maar het bracht hem tot ootmoed. „Ik ben geringer dan al deze weldadigheden en dan al deze trouw die Gij aan Uw knecht gedaan hebt." De weldaden worden voor Jakob een wonder. En dit wonder werkt ootmoed. Dankbaar zijn is: in verwondering voor de Heere wegzinken. Er is geen enkele reden om iets van God te eisen. Dit erkent Jakob eerlijk. En tot deze erkentenis bracht hem Gods Geest, Die hem overtuigde van zonde en geringheid.

Mogen wij danken ?

In heel de Bijbel is geen tektst te vinden die het danken verbied. De gemeente des Heeren krijgt zelfs de opdracht om God in alles te danken (1 Thess. 5:18).

Het is onze grote schuld, dat we de dingen die God ons geeft, zo vanzelfsprekend' vinden. Wij komen van school of van ons werk thuis en we vinden het eigenlijk heel gewoon dat moeder de tafel dekt en ons van voedsel voorziet. Wij denken er vaak geen ogenblik aan dat dit allemaal onverdiende weldaden zijn, die we uit Gods hand ontvangen. Wat hebben wij een redenen om God te danken voor Zijn weldaden dat Hij onze spijs doet groeien, rijpen en verzamelen. Hem alleen mogen wij danken.

Kunnen wij echt danken?

Wij komen in de verschillende Bijbelfiguren de ware dankbaarheid tegen. En dan zien we steeds dat de ware dankbaarheid ootmoed en verwondering werkt. De ware dankbaarheid is een genadegift van God. Van onszelf kunnen we nooit echt dankbaar zijn. Als we eerlijk zijn, dan moeten wij erkennen dat we eigenlijk meer willen bezitten dan we reeds hebben. Dit merken we in ons eigen hart en we zien het ook dagelijks om ons heen. De stakingen en de beroeringen van deze tijd zijn gevolgen van ontevreden-

heid en ondankbaarheid. Hoe moet ik voorbeelden van echte dankbaarheid vinden in mijn omgeving? Dat hoeft gelukkig niet. Ik zou het echt niet kunnen ook. Wij hebben het Woord van God dat ons in alles de rechte v/eg wijst.

Wij denken aan David (Ps. 116). Hij is uit een grote nood verlost. Hij heeft de Heere zeer dringend om die verlossing gesmeekt. En God heeft gehoord en hem gered. En nu de vraag van David: „Wat zal ik de Heere vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen? " Dit betekent niet dat David aan de Heere vraagt: Wat zal ik de Heere nu eens geven voor al het goede dat ik van Hem ontvangen heb? O nee, hij zegt: Hoe zal ik het ooit kunnen doen? Hij voelt zich klein, nietig voor God. Ook hij zinkt evenals Jakob weg in diepe ootmoed onder de verbeurde weldaden hem. door God geschonken. Met deze uitroep: Wat zal ik de Heere vergelden, eindigt hij met de ontvangen weldaden in de Heere zijn God. Dit is genade. Dit zijn vruchten van de ware dankbaarheid. Zo kunnen we echt danken.

Waar de weidaden toe dienen.

We denken nu aan de wonderbare visvangst (Lukas 5).

Petrus en zijn helpers hebben de hele nacht hard gewerkt en geen visje gevangen. Maar nu op bevel van de Meester wordt het net opnieuw uitgeworpen.

Het gevolg is dat twee scheepjes afgeladen met vis aan de wal komen. Wat werkt deze weldaad uit? Zie eens naar Petrus (vers 8). Hij valt neer aah de knieën van de Heere Jezus en stamelt verbaasd: „Heere, ga uit van mij want ik ben een zondig mens." Inplaats dat Petrus roemt op de grote vangst, op de weldaad, komt hij aan de knieën van de Meester terecht, in verwondering en ootmoed.

Het had ook anders kunnen zijn. Hij had ook kunnen zeggen: Heere, wat bent U goed voor ons geweest. En nu naar de markt jongens, en de vis voor goed geld aan de man gebracht. Maar nee, de weldaad brengt Petrus (toen nog Simon) op de rechte plaats, aan de knieën van Jezus. Petrus vergeet de vis en ziet de grootheid van de Meester en de nietigheid van zichzelf. Petrus ziet zijn bestaan voor de Heere. Hij gevoelt zijn nietigheid. I-Iij zegt eigenlijk hetzelfde als Jesaja: „Wee mij, ik verga dewijl ik een man van onreine lippen ben." Jesaja zag de heerlijkheid des Heeren. Petrus ook. Wat zegt Petrus? Heere, dat is: Kurios, Hoogste Gebieder, Opperste Heerser. Deze titel eiste alleen de keizer voor zich op. „Ga uit van mij." Ik ben niet waard in Uw tegenwoordigheid te verkeren. Want ik ben een zondig mens, een doelmisser.

Dit is ware dankbaarheid. De Heere wordt alles en van ons blijft er niets, maar dan ook niets overeind.. Dit te beleven is genade. De gestalte van Petrus is d; e ware d, ank-.d'aggestalte. Zie je nu waartoe de weldaden dienen?

Wat hebben wij vaak harde en verkeerde gedachten van de Heere, „Niet wetende dat de goedertierenheid Gods ons tot bekering leidt" (Rom. 2 : 4).

Ga jij ook naar de dankdag?

Zeg nu niet: Wij kunnen toch niet dankbaar zijn en echt dankdag houden. Want weet dat de Koning van de Kerk tegelijk ook de biddende en dankende Hogepriester aan de rechterhand van de Vader is. Hij kan jou ook aan Zijn voeten brengen. Dat doet Hij nóg door Zijn Woord en Geest en het middel is de prediking. Laat dan de duivel maar praten. Want die maakt ons wijs dat het allemaal niets uithaalt. Hij doet zijn best om. je uit de kerk te houden. Want hij weet beter als jij dat er onder de prediking van. het Evangelie zondaars aan de voeten van de Heere Jezus terechtkomen.

Wat zou het groot zijn als dat jou ook eens gebeurde. De Heere roept jullie door Zijn Woord: En gedenk aan je Schepper in de dagen van je jongelingschap, eer de kwade dagen komen En die komen beslist. Daarom gedenk nu aan je Schepper. Stel het niet uit. Maak er ernst mee. Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1979

Daniel | 20 Pagina's

GA JIJ OOK NAAR DE DANKDAG?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1979

Daniel | 20 Pagina's