KANAKA’S ZORGEN..
Kanaka werd vijftien jaar geleden geboren in Pambarpuram, een dorpje dichtbij Kodaikanal in de zuidindiase bergen. Ze heeft een oudere broer en vijf jongere broertjes. Vier jaar geleden, vlak na de geboorte van Malika, haar jongste broertje, overleed haar vader. Toen haar vader nog leefde, was het al niet gemakkelijk voor haar ouders om rond te komen. Hij was een dagloner; de ene dag verdiende hij genoeg, maar de volgende dag kon het gebeuren dat er geen werk was. Dan moest de rijst voor het avondeten bij de buren geleend worden. Het geld voor de maandelijkse huur van hun „huisje" moest ook vaak geleend worden.
Nu, na de dood van haar vader, is voor hen het leven veel moeilijker geworden. Haar moeder moet 's morgens al voor vijf uur het huis uit om hout te sprokkelen, vijftien km. verderop in de bossen. Dat is het enige werk dat ze kan doen. Kanaka moest de school verlaten om op haar jongere broertjes te passen. Haar oudere broer had geen werk en kon niet meer tegen de ellende van hun gezin op. Hij vertrok en ze hebben hem nooit weer gezien.
Kees en Jannie van der Maas zijn september 1975 naar India vertrokken, om in Kodaikanal, Zuid-India enige jaren aan een internationale Christelijke school te gaan werken. Koes is natuur-en wiskunde leraar en Jannie is „moeder" voor 25 meisjes van de 3de en 4de klas van de middelbare school. Ze h& bben meisjes met 11 verschillende nationaliteiten en heel wat verschillende godsdiensten in hun internaat, wat het werk boeiend maar ook moeilijk maakt. Ze hebben 2 1 /2 jaar geleden twee Indiase kinderen geadopteerd, (Dannij en Sarita) die nu allebei 4 jaar oud zijn, en zowel hollands als engels spreken. In hun „vrije" iijd houden ze zich bezig met o.a. een dorpsontwikkeilingsproject, waar jongens en meisjes uit het dorp werk vinden (wol spinnen, breien, haken, weven ook macrame-produkten maken en borduren etc.). Kees gaat af en toe met wat Indiase vrienden de afgelegen bergdorpjes in om te evangeliseren. Voor , , Woord en Daad" onderhoudt hij bovendien kontakt met hun verschillende projekten in Zuid India. In de eerste p Laats zien ze echter het werk op deze christelijke school als hun roeping. In dit verhaal vertellen ze over de zorgen van het meisje Kanaka.
Toen Mukaiha, haar tweede broertje, oud genoeg was om voor de kinderen te zorgen, kon Kanaka met haar moeder meegaan om hout te halen. Ze kon niet zo'n grote vracht dragen als haar moeder, maar toch bracht haar bos takken 's avonds op de markt nog drie roepies op (0, 75). Niet elite avond echter, want als het hard geregend had, wilde niemand het doornatte hout kopen. Ook werden ze verschillende keren door de boswachter betrapt op het illegaal kappen van hout. Dan moesten ze een flinke boete betalen. Maar hoe komen ze anders aan eten voor hun gezin?
Eens werden ze allemaal ziek. Ze hadden pokken en het was net in de regentijd. Het dak van hun huisje lekte verschrikkelijk. Kanaka en haar broertjes lagen met hoge koorts op de natte grond. Hun moeder was radeloos. Ze wilde overdag eigenlijk graag bij de kinderen thuis blijven, maar hoe zouden ze dan eten krijgen? Ze waren Hindoes en ze hadden hun vele goden om genade gesmeekt, maar het hielp allemaal niets. Na een dag of wat kwam er een kleine man hun huisje binnen. Hij was de evangelist van een kerkje in een naburig dorpje. Hij had gehoord over dit gezin en in welke moeilijke omstandigheden ze verkeerden. Geduldig zat hij te luisteren naar het relaas van Kanaka's moeder.
Daarna vroeg hij of hij met hen mocht bidden. Het was voor de eerste keer dat ze een christen hoorden bidden. Het leek wel of hij tegen iemand praatte die dicht bij hem stond. Hij leek ook niet bang te zijn voor zijn God. Kanaka en haar familie weren wel bang voor hun Hindoegoden die zo onberekenbaar zijn, en nooit tevreden met. hun offers.
Toen de evangelist wegging, gaf hij wat geld aan Kanaka's moeder, zodat ze eten kon kopen. Een paar dagen later kwam hij weer terug. Hij had inmiddels ook de mensen van z'n kerk verteld over de problemen van dit gezin. Enkelen kwamen rijst en medicijnen brengen en ze baden ook met de familie. Toen ze vertrokken leek het wel of ze niet zo ziek meer waren, en niet lang daarna waren ze helemaal beter.
Veel mensen schuwen deze familie. Ze denken dat de weduwe in dit leven of in een vorig wel zwaar 'gezondigd moet hebben en dat daarom de goden boos op haar zijn. Is er een feest in het dorpje of een bruiloft, dan wordt hun komst niet op prijs gesteld. Ze zijn bang voor de geest die de vader gedood heeft en nu waarschijnlijk in de andere familieleden woont.
Maar de evangelist was zo anders. Hij nodigde de familie uit om naar zijn kerk te komen. De mensen daar waren erg blij met hun komst. Sinds die tijd zijn ze elke zondag naar de kerkdienst en elke woensdagavond naar de biddienst gekomen. Kanaka is echt naar deze diensten uit gaan zien. Ze heeft steeds meer verhalen uit de Bijbel gehoord. Ze heeft de God van de christenen lief gekregen en net zoals Ruth de Moabitische zegt ze nu: Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.
Op dit moment is er een nieuwe zorg in haar leven gekomen. De familie van haar moeder wil dat ze met haar moeders jongste broer, die 28 jaar oud is, zal gaan trouwen Haar moeder heeft haar nodig in het gezin, maar de familie oefent veel druk uit en ze is bang zich aan deze familieplieht te onttrekken. Kanaka is bang. Ze kent deze oom niet. Ze heeft hem nog nooit gezien. Hij woont 120 km. bij hun vandaan in de hete vlaktes en zover is ze nog nooit geweest. Bovendien is hij een Hindoe net als de rest van de familie daar. Als ze met hem trouwt, zal ze niet meer naar de kerk kunnen gaan. Willen jullie voor haar en haar moeder bidden? De Heere heeft ze al zo vaak geholpen en Hij is de Enige die ze ook nu kan helpen. Maar denk ook aan de andere mensen hier. Er zijn er zoveel die de Heere niet kennen en die voor alle dagelijkse zorgen geen Helper hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1979
Daniel | 20 Pagina's