JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GETROOST LEVEN EN .. ZALIG STERVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GETROOST LEVEN EN .. ZALIG STERVEN

een gesprek niet enkele bejaarden

11 minuten leestijd

Jonge mensen hebben idealen Als je zestien, zeventien of achttien jaar bent, dan verwacht je veel van het leven. Dan kijk je vaak naar de toekomst, naar later Later, zeggen we dan, als ik klaar ben met mijn studie Later, als ik een baan heb. Later, als ik getrouwd ben. Zelfs bij kleine kinderen leeft dat al. Hoe vaak hoor je ze niet zeggen: „Als ik later groot ben, dan "

Diep in ons hart verwachten we allemaal dat straks, op een gegeven moment, onze idealen in vervulling zullen gaan. En in zekere zin is het goed dat je als jongere nog idealen hebt. Dat je daar voor werkt en studeert. Als je geen enkel ideaal hebt, dan is het gevaar niet denkbeeldig dat je bij de pakken neer gaat zitten en dat. je door een gevoel van levensmoeheid bevangen wordt.

Tegelijkertijd moet ik echter ook denken aan de woorden van de prediker, de zoon van David, de koning die vele eeuwen geleden te Jeruzalem leefde. Je kunt deze woorden lezen in Prediker 3:

„Alles heeft een bestemde tijd, en alle voornemen onder de hemel heeft zijn tijd. Er is een tijd om geboren te worden, en een tijd om te sterven; een tijd om te planten, en een tijd om het geplante uit te roeien, (vs. 1 en 2).

Alle dingen hebben dus hun bestemde 1 tijd. Het moment van onze geboorte én het moment van ons sterven. Onze bezigheden, de bijzondere gebeurtenissen in ons leven, onze idealen, 't heeft alles z'n bestemde tijd.

Maar, en opnieuw klinkt het Woord van God bij monde van de prediker: „Ik weet, dat al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn..." (us. 14a). Vooral aan deze laatste woorden moest ik denken toen ik thuis kwam na een bezoek aan enkele bejaarden, waarmee ik een gesprek had over het thema dat in dit nummer centraal staat.

Graag wil ik ook aan jullie enkele fragmenten uit dit gesprek doorgeven, omdat het ging over de dingen van het leven, waarmee jullie en ik zo vaak bezet zijn. Het is g: oed dat we eens luisteren naar ouderen in ons midden om te horen hoe zij in de avond van het leven hierop terugkijken.

Maar — ik hoop dat jullie daarom ook meeluisteren — het ging in ons gesprek vooral over wat de Heere doet! Daarbij is het niet zo belangrijk om welke mensen het gaat, maar om wat God, doet dat zal in der eeuwigheid zijn.

Levensvragen en idealen

Voor 'de inzet van ons gesprek moet je in gedachten terug gaan naar het begin van onze eeuw ... De bejaarde«, waarmee ik sprak zijn rond de eeuwwisseling geboren.

Begrijpelijk dat het zoveel jaren later niet meevalt om je nog oMerlei gebeurtenissen precies te herinneren. Toch wist men nog wel enkele dingen te vertellen uit de eigen jeugd. Let eens op welke gebeurtenissen een blijvende herinnering achter hebben gelaten!

Toen ik jong was zocht ik ook naar dingen die inhoud konden geven aan mijn leven. Ook oude mensen hebben idealen gehad ! Ik koos een beroep waarin ik iets kon betekenen voor anderen, en waarvan ik veel verwachtte.

Toch heb ik ook veel verdrietige dingen meegemaakt in m'n jeugd. We hadden thuis een groot gezin met veel zorgen. Mijn vader overleed toen ik negen jaar oud was. Daarbij had ik al jong besef van de dingen der eeuwigheid. Ik zag dat in de wereld de vervulling niet lag. En n.u ik 76 ben moet ik zeggen dat ik in mijn leven geleerd heb dat de dingen van deze wereld nooit vervulling geven.

Als je jong bent zie je dat nog niet in die mate. Dan kun je vrolijk zijn met je vrienden en met kollega's op je werk maar toch voelde ik altijd wel het tekort

Tot mijn zeventiende jaar heb ik thuis, op de boerderij, gewoond. Daarna ben ik tegen m'n zin het huis uitgegaan en in een gezin gaan werken waar ik de verzorging had van tien kinderen. Met de wensen en idealen van de kinderen werd in die tijd (1910) niet zoveel rekening gehouden. Toch heb ik achteraf mogen zien dat ik thuis en in het gezin waar ik later werkte voor veel zonde bewaard, ben. Al jong .had ik indrukken van dood en eeuwigheid. Ik weet nog dat ik toen dacht: als ik nu zou sterven, dan ben ik voor eeuwig verloren Omdat ik met deze dingen leefde ging ik graag naar catechisatie en naar de kerk. In het gezin waarin ik verkeerde werd 's zondags meestal preek gelezen, later ben ik bij ds. Roelofsen naar de kerk gegaan.

Wat God doet ....

Na deze inleiding over vroeger heb ik aan mijn gesprekspartners de vraag voorgelegd over de belangrijkste dingen in het leven. Als bejaards mensen terug kijken op het leven, ioat is het belangrijkste in het leven van de mens?

Het allerbelangrijkste is dat de Heere goed is voor een slecht mens. Dan zijn er momenten in je leven die je nooit meer vergeet. Ik denk aan m'n 21e verjaardag. Ik kreeg toen van iemand een mooi geschenk. Het was de tekst „Kiest nu heden wie ge dienen zult". Dat woord heeft me vanaf die dag niet meer losgelaten. In het verborgene heb ik deze tekst voor de Heere mogen neerleggen met de vraag of de Heere me maar mocht leren voor Hem te kiezen. Vanaf die tijd is m'n leven anders geworden.....

Zalig hij, die in dit leven, Jacobs God ter Hulpe heeft. Hij, die door den nood gedreven Zich tot Hem om troost begeeft. Die zijn hulp in 't hachlijkst lot Vestigt op den Heer, zijn God.

De leiding van de Heere in bet leven is het. belangrijkste. Ik heb het zelf als een wonder leren zien dat de Heere mij jong onder de prediking in de Gereformeerde Gemeenten heeft gebracht. Aanvankelijk begreep ik niets van een bevindelijke prediking. Ik had weleens indrukken, maar ik had geen ouders meer en ik kon er met niemand over praten. Zo heb ik wel vijftien jaar rondgelopen. Daarbij zoekt de mens het altijd weer bij zichzelf en zijn het onze zonden die scheiding maken tussen de Heere en ons. Achtoraf heb ik mogen zien dat de Heere me vast heeft gehouden.

In dit leven ....

Er zijn wel jonge mensen die denken dat het dienen van de Heere goed is voor het leven na dit leven, maar dat het voor dit leven slechts strijd en moeiten met zich meebrengt. Kunt U daar iets over vertellen?

Ons leven kan zo geheel anders verlopen dan wij het ons voorstellen. We kunnen ondanks de zorgen die er geweest zijn onder de zegen des Heeren uitzien naar goede dingen, in ons werk en in ons huwelijk bijvoorbeeld. Toch kan. het zijn dat het ogenschijnlijk moeite en verdriet brengt, terwijl het zo-anders wordt als de Heere er in mee komt. We hebben het zelf meegemaakt dat er een kindje geboren werd dat jong moest sterven. Toen heeft de Heere geleerd om te worstelen of Hij in genade op ons kindje wilde neerzien. Dat heeft Hij zo wonderlijk goed gemaakt. Toen ons kindje stierf heeft Hij het bevestigd met de woorden: „Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen..."

De hoofdzaak in dit leven is dat we bekeerd mogen worden. Dat is het enige wat waarde heeft ook voor dit leven. Het leven m, et de Heere is immers meer waard - dan alle dingen van deze wereld'.

De grote levensvraag voor ons allen is: Hoezal ik rechtvaardig verschijnen voor God?

Als de Heere dan laat zien dat Hij de Pottenbakker is en dat het recht is dat Hij het vat maakt tot leem en dat Hij daarvan weer een ander vat maakt (zie Jeremia 18) dan verliezen wij al onze rechten. Dan leert een mens bedelen om genade omdat we voor God niet kunnen bestaan. We proberen dat telkens wel weer door ons pad recht te houden maar toch wordt het gemis steeds groter.

Tot de weg in Christus geopenbaard wordt. Dat is een bron van vreugde en blijdschap. Dan is er slechts één begeerte: heilig voor God te leven. Dat ik al de dagen mijns levens van mijn boze werken ruste, de Heere door Zijn Geest in mij werken late en alzo de eeuwige sabbath in dit leven aanvange.

En in sterven ....

Toen David aan het einde van zijn leven kwam waren zijn laatste woorden: „Hoexoel mijn huis alzo niet is bij God, nochtans heeft Hij mij een eeuwig verbond gesteld, dat in alles wel geordineerd en bewaard is; voorzeker is daarin al mijn heil.... " Geeft dat ook voor U uitzicht en verwachting?

Ik ben weieens ernstig ziek geweest en toen heeft de Heere beloofd dat Hij het werk dat Hij begonnen is zal voleinden. Toen mocht ik me met ziel en lichaam aan I-Iem toebetrouwen en stil berusten in Zijn beleid. De Heere laat niet varen het werk Zijner hemden. Onze ontrouw doet Zijn trouw niet teniet. Daarvan spreekt Zijn „nochtans". Dan moeten we zeggen wat is de Heere goed dat Hij een mens in de ouderdom doet ervaren: „Maar die de Heere verwachten zullen de kracht vernieuwen, zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden".

Dan blijft eenmaal het lichaam der zonde achter, en zal lichaam gelijkvormig worden aan het heerlijk lichaam van Christus.

Een mens kan echter uit de weldaden niet blijven leven, ook al geven ze vreugde en blijdschap in de Heere. Als de Heere ons leert; „wat Ik gebouwd heb,

breek Ik af, wat ik geplant heb, ruk Ik uit" dan zeggen we: moet dat nu zo Heere?

Dan moet ik soms zeggen: „Heere neem al die waaroms toch weg, want ze zijn niet tot Uw eer". Dan wordt het opnieuw een wonder dat de Heere over je waakt en dat je weer mag zien op de Hogepriester in de hemel. En zo zullen we de tijd hier moeten uitdienen.

Soms met veel verdrietigheden omdat ook bij 't ouder worden ons lichaam niet meer zo is als vroeger. Toch mag ik zeggen: Heere, wat hebt U alles goed gedaan. Van mij moet de Heere zeggen: uit deze boom geen vrucht meer in der eeuwigheid... Maar, het bloed van Christus reinigt nu van alle zonden. Hij heeft de toorn Gods die tegen mij was geblust door Zijn lijden en sterven.

Nu U de vraag zo stelt moet ik denken aan de woorden van d: s. Heikoop.

Hij zei altijd: De Heere heeft nog nooit een zondaar beschaamd laten staan. Het gaat om het nochtans van de Heere en het nochtans des geloofs. Onze enige verwachting is dat de Heere een waar maker is van Zijn Woord.

Gij evenwel, Gij blijft dezelfd', o Heer; Gij zijt van ouds mijn toeverlaat, mijn Koning.

Nu ik zesentachtig jaar oud ben en terug mag zien op een leven waarin ik mijn man en vier kinderen heb moeten afstaan, mag ik toch zeggen dat de Heere me nooit beschaamd heeft laten staan.

Tenslotte

Wilt U tenslotte nog iets doorgeven aan de jonge mensen die ons jeugdblad lezen?

De Heere geve dat jullie je jonge leven in Zijn dienst mogen besteden.

De dienst van de Heere lijkt velen vaak zo moeilijk, omdat wij geen bedelaars willen zijn. Maar 't is zo gemakkelijk en eenvoudig, als de Heere 't schenkt.

Stel je toch in de weg der middelen. De Heere wil er om gevraagd worden. Wat bij de mens onmogelijk is, is mogelijk bij God. Daarom is er nog verwachting. Wanhoop daaraan nooit de Heere wil nog genadig zijn! Het is zo rijk om God tot je deel te hebben,

om getroost te leven, om eenmaal zalig te sterven.

Ik hoop dat jullie tot het eind toe meegeluisterd hebben naar dit ontroerende getuigenis van een tweetal bejaarden uit de kring van onze gemeenten.

Het zijn al oude mensen en toch kinderen kinderen van God, die door genade mochten leren dat al wat God doet in der eeuwigheid is. En dat kunnen ook jonge mensen nog leren!

De wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid (1 Joh. 2 : 17).

Kamerik

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1979

Daniel | 24 Pagina's

GETROOST LEVEN EN .. ZALIG STERVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1979

Daniel | 24 Pagina's