HET WONDER VAN DE GEBOORTE
Dan ben je moeder van zes. kinderen en opeens krijg je de vraag eens: een artikel te schrijven over het wonder van de geboorte. Waar dan te beginnen? Vijf keer meegemaakt dat een pasgeboren kindje geluiid gaf: levensgeluid! Op zo'n moment besef je dat God het is, die leven geeft.
Een dokter en een zuster kunnen wel helpen, de vader heeft het kind wel verwekt en als moeder heb je het kind wel gedragen, maar leven geven kunnen wij mensen niet, dat is een wonder van God.
Zo kan God na een geboorte het wonder van het leven als heit ware ook even inhouden. liet kindje huilt niet, leeft als het ware niet, geeft in ieder geval geen teken van leven. Heel wat kinderen sterven ook tijdens of net na de geboorte. Zeker in landen waar de medische zorg niet op zo'n hoog peil staat, als hier.
In ons land bevindt zich in de ziekenhuizen in de nabijheid van de verloskamers een reanimatie-kamertje. Een kamertje waarin de ene mens de andere tot leven probeert te wekken. En als dat gelukt, dan is het toch weer een wonder van God. Een dokter kijkt en onderzoekt en geeft zijn krachten, maar leven geven kan hij niet, . O, wat kunnen leven en dood dan dicht bij elkaar liggen. Dat hebben wij beleefd na de geboorte van ons zesde kindje. Want toen het kindje merkbaar leefde, nadat reanimatie was toegepast, toen bleef de dood zo dichtbij.
Grote ademhalingsmoeilijkheden, zeiden d, e dokters, voorlopig nog. geen geboortekaartjes rondsturen Dan leven veel mensen met je mee. Ze vragen hoe het gaat en als je dat verteld hebt, zeggen velen: , , En nu maar afwachten!". Alsof een noodlot ons getroffen had. Alsof er geen God is Die leeft en Die alles regeert en bestuurt. Neen, we leefden opnieuw in verwachting. Wat zou God geven, leven of dood? De dood? En dan zö'n kleintje, in zonden ontvangen en geboren, voor God verschijnen! Of het leven?
Maar dan toch maar voor een luttel aantal jaren. En ook dan voor God verschijnen om geoordeeld te worden. Toen heb ik geloofd dat God ons kindje, maar ook onszelf alleen maar genadig kan zijn om wille van Zijn Zoon, Die de dood inging om het leven aan te brengen. Alleen dat besef al gaf rust, ook moed om verder te gaan, maar ook een bedelen aan de troon van God om genade in leven en sterven.
Levensmoed
Heeft dat er ook wat mee te maken: moed om verder, te leven? Jazeker! Want op
hoeveel manieren kan een kindje niet gehandicapt zijn, zeker als het ademhalingsmoeilijkheden heeft gehad?
Maar als je het leven ziet in het licht van de eeuwigheid, dan verdwijnen de zorgen om eventuele handicaps, dan verdwijnt ook de zorg voor mogelijke ongelukken en ziekten. Ik bedoel niet dat je altijd maar moet geloven dat alles wel goed zal komen. Maar ik geloof vast dat het geloof in Gods leiding bewaart voor paniek en voorbarige zorgen.
Geen Milderen gewenst
Het bij voorbaat bang zijn voor de zorgen die kinderen met zich meebrengen, speelt een grote rol bij de vrijwillige kinderloosheid, naar ik vrees. Het komt in deze tijd steeds vaker voor dat mensen geen kinderen willen (nemen).
Het is al veel langer gewoonte en het blijkt ook voor mensen van onze gemeenten steeds meer gewoonte te worden om het aantal kinderen drastisch te beperken. De mensen die dat doen, maken het wonder van de geboorte weinig of helemaal niet mee. (Ik laat nu even de mensen die dat alles; ongewenst overkomt, buiten beschouwing). Ik geloof niet dat zulke mensen, mannen en vrouwen beseffen wat ze zichzelf ontzeggen. De vrouwen mogen heit, schijnbaar gemakkelijker hebben, omdat ze niet voor zoveel eten en kleren behoeven te zorgen, gemakkelijker op vakantie kunnen gaan, enz. Maar men wordt ook meer op zichzelf teruggeworpen. Eigen kleine probleempjes, worden gemakkelijk opgeblazen. Onenigheden tussen man en vrouw krijgen meer kans zich te ontwikkelen, omdat gezamenlijke zorg en verantwoordelijkheid bijna of geheel ontbreken. De vele echtscheidingen van de laatste jaren mogen hiermee gerust in verband worden gebracht.
Een dubbele zegen
De zegen van het getrouwd zijn, bestaat onder meer hierin dat een mens bewaard wordt voor een teveel op zichzelf gericht zijn. De kinderzegen kan de aanleiding zijn dat bij een vader en een moeder verborgen gaven zich gaan ontwikkelen. Het werkterrein wordt breder, veelzijdiger, rijker.
Dat rijker worden geldt zeker ook voor de liefde die een moeder voor haar pasgeboren kindje heeft. Naarmate je je kindje dichterbij je krijgt, met je lippen en wangen dat heerlijke zachte kopje voelt, voel je je genegenheid als het ware groeien. Ik denk dat dit wel voor elke moeder geldt. Maar de eerste gevoelens na de bevalling zullen wel heel verschillend zijn. Zeker de gevoelens na de geboorte van een eerste kind. Persoonlijk herinner ik me, dat ik even aan mezelf ging twijfelen, omdat ik niet meteen veel genegenheid voor dat pasgeboren mensje kon ontdekken. Ik dacht gewoon: daar is het nou en wat moet je ermee. Dat veranderde echter met het aanraken van de lippen. Met het voeden en verzorgen voelde ik mijn genegenheid voor ons kindje als het ware groeien. Voelde ik me als, mens zelf rijker.
Na de geboorte van onze andere kinderen heb ik zo'n eerste gevoel niet meer gehad. Wel altijd het besef dat God het leven geeft en ook ons leven vult. Met het krijgen van een kindje krijg je immers ook de opdracht het te verzorgen en op te voeden.
Het is een meisje of vrouw gewoon ingeschapen, om als ze eenmaal getrouwd is, naar kinderen te verlangen. De één zal dat eerder en meer doen dan de ander, maar het hoort bij het leven. Een vrouw mag een aantal jaren een mooi beroep hebben uitgeoefend, ze zal dat met vreugde neerleggen, als een baby zich meldt. Dat behoeft niet te betekenen dat de band met het beroep hele-
maal doorgesneden wordt. Denk bijvoorbeeld maar aan de mogelijkheid om nog eens in te vallen tijdens ziekte.
Haar eerste opdracht wordt echter voor het gezin te zorgen. Tijd te nemen voor de kinderen. Ze niet de deur uit te doen naar crèche of school als dat maar even kan. Het geeft veel vreugde' voor een moeder om 's morgens samen met de kleintjes koffie te drinken.
Hun vragen ernstig te nemen. Te proberen antwoorden te geven. Ze te leren dat God alles ziet en hoort. We moeten onze kinderen immers Gods Woorden inscherpen, daarvan spreken in huis en op de weg, bij het neerliggen en opstaan, volgens Deut. 6 : 4 - 7. Voor het vervullen van die opdracht moet tijd zijn.
In verwachting
Aan het moederschap gaat de tijd van het inverwachting-zijn vooraf. Door het uitblijven van de maandelijkse ongesteldheid, de menstruatie, gaat een vrouw vermoeden dat er nieuw leven in haar groeit.
Het is een natuurlijk gegeven of wel ingeschapen dat een vrouw gaat houden va.n het leven dat ze bij zich draagt. Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, zegt de Bijbel.
Daarom zal een vrouw in de meeste gevallen haar voldragen kindje zelf verder willen voeden en verzorgen. Een vrouw die in eigen vlees laat „snijden" om zogenaamd beter een eigen leven te kunnen leiden, zal daar geen vrede bij hebben.
Iets opofferen van jezelf voor een ander is een bijbels gegeven. Iets daarvan mag soms tijdens een zwangerschap in praktijk gebracht worden. Bepaalde leefregels in acht nemen, een dieet volgen, een aanstaande moeder doet het met vreugd voor het welzijn van het kind.
Het m-verwaohting-zijn brengt onbestemde gevoelens mee.
Mannen voelen dat vaak goed aan. Ze zijn dan ook bezorgder voor hun vrouw en geven gemakkelijker blijk van hun liefde en mee-leven. Man en vrouw verwachten ook samen een kind en daarvan gaat een positieve werking uit op de huwelijksband.
Samen zijn ze bijzonder ijverig een plaatsje klaar te maken voor de baby. En als het kindje er is, bindt dat opnieuw samen, er is gedeelde verantwoordelijkheid, waarop je elkaar kunt aanspreken.
Levensproblemen
Wat hierboven staat, klinkt erg positief, is ook zo bedoeld. Toch zijn er levensgrote problemen op dit terrein. In de eerste plaats wel voor de mensen die o zo graag op de gewone wijze kinderen zouden ontvangen en aan wie dat niet gegeven is. In dit bestek kunnen we daar echter niet verder op ingaan. Aan de andere kant kan het grote zorgen geven als het ene kindje na het andere zich meldt.
Moeten we zo leven dat dat „wonder der geboorte" in ons huwelijksleven zoveel mogelijk plaats vindt. Ik durf dat niet te stellen. We leven in een gebroken wereld. Dat ervaren we aan den lijve.
Daarom moeten en mogen we ons ook in ons huwelijksleven beperkingen opleggen. We moeten ons dan wel steeds afvragen wie! we eigenlijk dienen, God of onszelf. Daarbij moeten we bedenken dat het niet mogelijk is in het geloof bepaalde dingen te doen, die niet zijn tot Gods eer en naar Gods wet (I-leid. Cat. vraag 91).
Nog groter dan het wonder van de geboorte is het wonder van de wedergeboorte. Wie God niet zoekt Die het leven is, die zoekt de dood. Die blijft in de dood, waarin hij al ligt en werkt die als het. ware verder uit. Daarom mogen we elkaar wel toeroepen de Heere te zoeken, Die het Leven kan geven aan ons en onze kinderen.
G. J. van Kempen-Stufken Bodegraven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1979
Daniel | 24 Pagina's