JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

WILLEM TEELLINCK EN ZIJN „LIEFDEDWJING”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WILLEM TEELLINCK EN ZIJN „LIEFDEDWJING”

10 minuten leestijd

In de vakantietijd kan het, je overkomen dat je-door een vriendelijk Fries dorpje rijdt, b.v. Exmoirra, en plotseling de aanduiding „Ds. Wilhelmus a Brakelstraat" voor je ziet..

Dan herinner je je plotseling, dat de bevolking van dit dorpje de eerste gemeente van Ds. Wilh. a Brakel uitmaakte. Er gaat dan wel iets door je heen. Een uiterst klein plaatsje, nu nog, een uiterst simpel hoewel bekoorlijk kerkje.

Je vraagt je af of hier nog iets is overgebleven van de geest die mensen als „vader Brakel" bezielde. Hierover ben je wa.t pessimistisch. Je weet, in ieder geval dat in Leeuwarden, de tweede gemeente die Brakel jarenlang gediend: heeft, thans een evangelist nodig is om te trachten van God vervreemde mensen opnieuw met het Evangelie in aanraking te brengen.

Precies dezelfde opmerkingen zouden van Ds. Willem Teellinck gemaakt kunnen worden. Haamstede en Middelburg waren de gemeenten die hij diende vanaf 1606 tot in het jaar van zijn dood, 1629. Toch is alleen pessimisme niet op haar plaats. Niet alleen zijn theologen druk bezig met het in kaart brengen van de erfenis der Nadere Reformatie, Brakel en Teellinck en. andieren worden nóg gelezen, vaak zelfs via een vertaling in hedendaags Nederlands.

Ik geloof dat we als jongeren — en ouderen — der Gereformeerde Gemeenten alleen maar met schade voor onszelf de geschriften van deze predikers naast ons neer kunnen leggen. Zij zijn het waard o.m gelezen, bestudeerd en besproken te worden.

Niet in het minst ligt hier m.i. een taak voor onze jeugd-, studie-en mannenverenigingen om via de geschriften van de mannen der Reformatie en Nadere Reformatie gevoed te worden door het reformatorisch belijden en daardoor tevens verworteld te zijn in de reformatorische, gereformeerde traditie.

Niet in het minst geldt dit ten aanzien van de werken van de al genoemde ds. Willem

Teellinck, waarvan er nu al een behoorlijk aantal in een hedendaagse vertaling (vaak van ds. Van der Haar en ds. Exalto) verschenen zijn..

Eén van de laatste uitgaafjes is het boekje „Liefdedwang" van Teellinck, herschreven door ds. K. Exalto en uitgegeven bij „De Vuurtoren" te Urk.

Voor slechts enkele guldens kan het in je bezit zijn. En je leest het gemakkelijk in één avond uit, al raad ik je aan het daarna nog één en andermaal te lezen, Niet het vele is n.1. goed, maar het goede is veel. Het zou verleidelijk zijn om nu een lang verhaal over Teellincks leven en werken te houden. Maar er is recent het één en ander over hem verschenen, waar ik graag naar verwijzen wil. Ik denk hier natuurlijk aan de herdruk van Dr. Engelberts proefschrift uit 1898 en aan verschillende inleidingen in bovenbedoelde eigentijdse vertalingen van Teellincks werken. Persoonlijk heb ik veel gehad aan het alleen nog maar antiquarisch te verkrijgen boekje „Willem Teellinck en de practijk der Godzaligheid", geschreven door Prof. dr. H. Bouwman, Kampen 1928.. Uitgeverij Kok zou het gereformeerde volksdeel werkelijk een dienst bewijzen, wanneer het dit boekje zou herdrukken!

De Nadere Reformatie

Enkele feiten om Teellinck in zijn tijd te plaatsen. Hij werd in 1579 in Zierikzee geboren uit welgestelde ouders, studeerde rechten in Schotland-en Frankrijk, en verkeerde na zijn studie een aantal maanden in Engeland waar hij sterke invloed vanuit de kring der Puriteinen onderging. Mede hierdoor studeerde hij nu enkele jaren theologie te Leiden en werd in 1606 beroepbaar gesteld. Van 1606 tot 1613 stond hij te Haamstede, dicht bij zijn geboorteplaats, waarna hij t; ot zijn dood in Middelburg arbeidde. Ik heb in ander verband Jean Taf fin wel eens als de, voorloper der Nadere Reformatie aangeduid, van Teellinck mag evenwel gezegd worden dat hij de vader van deze geestesstroming in de kerk is geweest.

Heel kort: het gaat in de Nadere Reformatie om de konsekwenties van de zuivere leer. Niet alleen de leer moet .orthodox zijn, maar ook het leven. Niet alleen de rechtvaardiging, maar ook de heiliging van het leven dient, ten volle beklemtoond te worden.

Aan dit program van nadere Reformatie heeft ds. Willem Teellinck al zijn krachten gegeven. In de 23 jaren van zijn predikantschap — hij werd immers maar 50 jaar, volkomen opgeteerd in de dienst van God! — verschenen niet minder dan 127 geschriften van hem, waarvan sommige bijzonder lijvige werken waren. Strijdschriften, Bijbelverklaringen, categetische en stichtelijke geschriften en ook preken liet hij verschijnen. De preken die hij publiceerde zullen wel langer uitgevallen zijn dan in de mondeling uitgesproken vorm. Het boekje „Liefdedwang" is zo'n uitgewerkte preek.

Liefdedwang

De heruitgave van dit boekje is mede daarom, zo'n gelukkige greep, omdat het ons in kort bestek laat zien waarom het in het streven naar Nadere Reformatie nu wézenlijk ging. Uitgangspunt voor deze preek is de tekst uit 2 Cor. 5 : 14: De liefde van Christus dringt ons". Teellinck wil door deze preek benadrukken dat het geloof in de liefde werkzaam wordt, De liefde van God voor Zijn kinderen, betoond in de-gave van Zijn Zoon, vraagt om wederliefde, waardoor God-s kinderen niet langer zichzelf leven, maar Christus, Die hen éérst heeft liefgehad. Deze preek werd in 1620 te Middelburg uitgegeven als een preek tot nabetrachting op het Heilig Avondmaal. Ik wil kort de preek nagaan en daarbij met name op het karakter van een preek als deze ingaan.

Na een korte inleiding waarbij, hij wijst op de bediening van het Heilig Avondmaal tijdens de vorige zondag, geeft Teellinck een korte uitleg van de tekst, wat n.1. onder de liefde van Christus verstaan moet worden en hoe de liefde van Christus de apostel Paulus en andere gelovigen gedrongen heeft om voor Christus te leven.

Hierna begint al spoedig de „lering", dat is het gedeelte in de preek waarin met behulp van andere Bijbelplaatsen en door het noemen van voorbeelden uit de Heilige Schrift de algemene' waarheid van de tekst wordt aangetoond. Hierbij worden tevens de redenen genoemd waardoor het komt dat de ware gelovigen, dank zij de liefde die Christus hen toedraagt., zo stérk gedrongen worden om gewillig te aanvaarden al datgene wat Christus wil dat zij zullen zijn. Zij zien n.1. in de liefde van Christus zijn allergrootste weldadigheid, vriendelijkheid, schoonheid en liefelijkheid, heerlijkheid en uitnemendheid. Het is een Bijbelse preek! Teellinck maakt in dit gedeelte reeds

onderscheid tussen - die gelovigen en de kinderen dezer wereld. De laatsten zien n.1. niefcs in Christus.

„Dat is de reden waarom zij niettegenstaande al het goede d'at zij van God ontvangen toch niet meer smaak in de Heere Christus vinden dan in een dorre koolstronk". Het is een onderscheidende preek! Wat nu volgt zijn de „nuttigheden". We zijn nu zo ongeveer aangekomen bij wat wij de „toepassing" noemen.

We zullen echter merken dat de toepassing méér heeft te bieden dan alleen een aantal „nuttigheden". Voorlopig blijft Teellinck vooral rationeel aantal bewijzen. bezig. Er volgen n.1. een Bewijzen dat b.v. de dienst van God' een zeer verblijdende dienst is; dat degenen die de Heere Christus eenmaal hebben lief gekregen, Hem ook zullen liefhebben tot het einde toe; en dat de ware 1 gelovigen niet eigen heer en meester zijn om maar te doen wat zij zelf willen. — Het is een preek waarbij ook op het verstand een appèl ged.aan wordt! Maar er is nu al lange tijd gesproken over „ware gelovigen". Het wordt daarom tijd om een aantal kenmerken te noemen, dioor Teellinck „proeven" genoemd, waardoor wij kunnen weten „of wel waarlijk Zijn liefde in onze harten is uitgestort" en „of wel werkelijk ons hart op Christus gesteld: is”.

Welnu, de allerbelangrijkste „proeve" is wel, of de liefde van Christus „door een verborgen, gewillig makende dwang, onze krachten en onze vermogens, vaardig maakt tot het dienen van Christus”.

Maar de liefde van Christus wordt wel altijd op een gevoelige wijze ervaren! Dan is echter een kenmerk van genade, dat het kind van God „toch niet vervuld' is met de liefde tot de wereld", maar „dat al zijn zuchtingen en al zijn pogingen en al wat hij doet meer op Christus gericht zijn dan op de dingen van deze wereld”.

Het is daardoor een preek die in een bevaald, zinvol gedeelte ook kenmerken aangeeft. Hierna volgt een onderdeel dat door Teellinck terecht met „klachten" is aangegeven. Er is immers, lettend op de tijdsomstandigheden, genoeg reden toe. „Menigeen roemt met een grote mond in d'e liefde van Christus, maar laat er intussen niets van bemerken"! Teellinck klaagt hier over de vele mond christenen. Zij hebben „nog wel zo veel christelijkheid' in zich dat zij het liefst, zowel Christus als de wereld dienen en dus beiden tegelijk zoeken te behagen". Maar als: het op kiezen aankomt, krijgt de wereld de overhand. Voorbeelden uit de actualiteit van het leven heeft Teellinck voor het oprapen, al noemt hij er nu slechts drie: maaltijden en bruiloften, dronkenschap en brasserij en de wereldse kleding. — Het is een actuele preek, waarbij tevens de dingen recht op de man af genoemd worden.

Het kan niet anders, dan dat nu een aantal waarschuwingen volgen, die' gericht zijn „tot allen die wel met een grote mond roemen in de liefde van Christus terwijl zij toch niet door die liefde gedwongen worden om zich aan Christus over te geven". Op een zeer ernstige wijze worden deze mensen aangesproken. — Het is een sterk waarschuwende preek.

Maar de kinderen van Goid die de liefde tot Christus wel zo gevoelen, worden vertroost en ook bemoedigd. „Houdt dan nu slechts deze koers aan en ge zult gewis te zijner tijd, tot uw eeuwige troost, de liefde van Christus meer gevoelig gewaar worden". — Het is een vertroostende, bemoedigende preek.

Tenslotte volgt een opwekking om te staan naar de liefde van Christus.

Hierbij worden diegenen die onverschillig zijn waarschuwend toegesproken: „Gij trage en liefdeloze mens, bedenk dat de Heere Christus, tot Wiens liefde wij u vermanen u zozeer heeft liefgehad — als ge maar anders waart dan waar gij u voor uitgeeft — dat Hij Zich voor u heeft overgegeven tot in de dood. En zult gij van uw kant dan niet trachten Hem lief te hebben? " „Ach, laat toch die gezindheid der goddeloze verre van u zijn en leer toch uw hart. op Christus te zetten, op Hem die alleen uw hart bewaren kan.”

Een bewogen prediker

Teellinck is een bewogen man, als hij zo spreekt en schrijft ! Maar ook de mensen die op een dwaze manier menen dat alles met hen in orde is, krijgen een boodschap mee: zij hebben zich te bekeren vóór het voor hen te laat is!

In de derde plaats zijn er degenen die niet weten hoe zij aan d : e liefde van Christus komen moeten en hoe die in hen versterkt kan worden. Teellinck blijkt in zijn aanspraak tot hen niet alleen een warme en bewogen pastor, maar ook een uitermate nuchter christen. Hij geeft deze mensen twee hulpmiddelen:

Ie laten zij zich er aan. gewennen d; e Heere hun Go; d te bidden en te smeken, dat Hij naar Zijn belofte de liefde van Christus in hun hart zal uitstorten. Daarbij moeten zij tevens trachten op een heilige wijze Christus in alles te behagen. „Wij zullen daar(bij) toch niet mogen verflauwen, wij moeten aanhouden, hope tegen hope en op Hem wachten". „Reeds hebben velen door dit soort van betrachtingen op een gelukkige wijze de liefde van Christus verkregen”.

2e het is ook nodig om Christus' weldadigheid, Zijn vriendelijkheid: , heerlijkheid en schoonheid steeds voor ogen te hebben; „en dit zal (als God het wil zegenen) in hen meer en meer een wonderbaarlijke wederliefde verwekken”.

Teellinck wekt niet alleen op oim de liefde van Christus te verkrijgen, maar ook om die te bewaren en die te betrachten, uit te 1 dragen. Hierin is hij weer voluit de theoloog uit de Nadere Reformatie: de liefde van Christus dringt tot een heilig, leven voor God, „O laten wij dan toch nooit, lang staan dralen, maar resoluut onszelf voorhouden: de Heere Jezus is mijn liefde, Hem heb ik gekozen tot mijn Heere, daarom zal ik Hem dienen, za.1 ik Hem, aanhangen, ik wil van Hem zijn, niet slechts ten dele maar geheel en al en oprecht". — Het is een opwekkende, appellérende preek! Neem en lees!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1979

Daniel | 30 Pagina's

WILLEM TEELLINCK EN ZIJN „LIEFDEDWJING”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1979

Daniel | 30 Pagina's