LEGERPREDIKANT IN LIBONON
Door de Sekretaris Generaal Kurt Waldheim van de Verenigde Naties werd een beroep gedaan op Nederland om manschappen beschikbaar te stellen voor Libanon, om de troepenmacht van de Unifil te versterken. Het doel van dit leger van de Verenigde Naties is het uit elkaar houden van de strijdende partijen. In maart 1979 vertrok van Schiphol het 43e pantser infanterie-bataljon uit Zuidlaren onder kommandö van de luitenant kolonel E. H. Lensink.
Rondom dit gebeuren is al heel wat gesproken en .geschreven. Dat is begrijpelijk, want naastde vele militaire en politieke aspekten, zijn er alle mogelijke problemen die hiermee gepaard gaan. Daarnaast speelt het gebeuren een grote rol in het persoonlijke leven vooral van de mensen die er heen gezonden worden.
Zij komen in situaties terecht waar ze geheel vreemd tegenover staan met alle gevaren die er aan verbonden zijn.
Dat dit ook veel zorgen en spanningen geeft bij hen die hen lief zijn en die in Nederland moeten achterblijven, is te begrijpen.
Er wordt door de regering veel gedaan voor de jongens ter plaatse, maar ook voor de familieleden. Een bijzondere taak daarbij heeft de Geestelijke Verzorging.
Hierover hadden wij kontakt met de legerpredikant, de 26-jarige ds. H. Stam. Ds. Stam is als legerpredikant meegereisd voor de geestelijke begeleiding van de protestanten. De roomskatholieken hebben een aalmoezenier voor deze taak, en voor de humanisten reisde een raadsman mee.
Er zijn ongeveer 800 militairen. Een gedeelte is in en rond' het basiskamp Harris gelegerd, de overigen zijn verdeeld over de 20 posten die ieder uit zo'n 8 a 10 man bestaan. De wegen zijn zeer slecht, zodat het lijkt of ze nog meer verspreid zitten. Ze hebben daardoor het gevoel of ze op nog grotere afstand van elkaar verwijderd zijn. Het werk van de soldaten bestaat voornamelijk uit patrouilles lopen, auto's doorzoeken en mensen kontroleren. Vooral het op wacht staan valt op den duur zeer zwaar. Het gaat immers week in week uit, dag en nacht door en dat alles, niet zonder risiko's.
Ten behoeve van de geestelijke verzorging is er een boogtent opgesteld, met keien op de vloer en wat tafels en stoelen. Door de kommandant van Harris wordt zoveel mogelijk aandacht besteed aan de zondagsrust. Er worden kerkdiensten gehouden die redelijk bezocht worden. Er is verder met een bijbelkring gestart en er worden ook bijzondere avonden gehouden. Deze tent doet tevens dienst als militair tehuis.
Iedere woensdag is er een vergadering van de legerpredikant, de aalmoezenier, de raadsman, enkele artsen en mensen van de sociale dienst. Er worden dan eventuële problemen besproken en voor zover mogelijk wordt er dan geholpen.
Verder is er veel werk voor de legerpredikant op allerlei gebied. Vooral belangrijk is de pastorale zorg en de begeleiding van de eenzame posten. Volgens een bepaald schema gaat ds. Stam regelmatig naar de posten „in het veld". Daar blijft hij dan ook slapen. Hij is meestal een halve dag op een post, vooral o< m wat met de mensen te
praten. Zodoende komt hij ook veel tot persoonlijke gesprekken, die soms erg oppervlakkig blijven, maar veelal ook een veel diepere strekking hebben.
Voor de familieleden in Nederland worden informatiebulletins verzonden. Hierin worden mededelingen gedaan over de gang van zaken in Libanon, zoals de bevoorrading, het eten, soms over schermutselingen die plaats vinden, over het moreel van de jongens, over de manier waarop zij gehuisvest zijn, over de wijze van leven in het basiskamp zowel als op de verschillende posten.
Overigens wordt er veel gedaan voor het thuisfront. Ds. Wassing, Brigade legerpredikant te Assen, koördineert alle taken voor de geestelijke verzorging in Libanon, maar ook voor het thuisfront.
Zo is er een schrijven verzonden aan alle familieleden, met allerlei informatie 1 , die voor hen van belang kan zijn. De gezinnen van de beroepsmilitairen zullen voorzover mogelijk door ds. Wassing zelf bezocht worden. Voor de gezinnen waaruit de dienstplichtige militairen komen, worden regionale kringen gevormd.
Ongeveer 20 adressen vormen samen een regio, die dan samen kontakt kunnen houden en die eventueel door de legerpredikant die in de omgeving woont, bezocht kunnen worden.
Als je dit allemaal leest merk je dat er veel zorg besteed wordt aan de mannen die door de nederlandse regering zijn uitgezonden. Het is heel belangrijk dat daarbij vooral aan de geestelijke verzorging veel aandacht gegeven wordt. We weten immers dat ons leven een handbreed' gesteld is. Dit blijkt iedere dag weer opnieuw. Dat dit vooral ook door onze militairen in Libanon, onder de gevaarlijke omstandigheden, veel beseft mocht worden. Opdat zij die Goid zouden zoeken Die in Christus een genadig en ontfermend God wil zijn. We hopen dat ze voor lichaam en ziel mogen ervaren wat in Psalm 91 : 1 staat: Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1979
Daniel | 24 Pagina's