De tweede trap
Toch volgt de tweede trap van de christelijke: censuur niet zonder meer. Onze vaderen hebben in de kerkorde vastgelegd dat de vergadering van meer kerken, de classikale vergadering daarvoor toestemming geven moet. Welk een voorzichtigheid spreekt hier. De kerkeraad mocht geneigd zijn tot willekeur of toch weer juridisch optreden. De meerdere kerken (in getal dus) zullen oordelen en toestemming geven voor de tweede trap ofwel deze weigeren. In het eerste geval zal de-tweede trap worden aangezegd aan het betreffende lid. De ban treedt ver dier in werking. Die tweede trap houdt ook in dat het lid met name aan de gemeente wordt bekend gemaakt. Niet als strafmaatregel, maar opdat de gemeente hem mede christelijk zal vermanen en hem „winnen". Weigert de meerdere vergadering, dan blijft de eerste trap gehandhaafd.
Afsnijding
Tenslotte, de kerkelijke ban werkt door. Bij uiteindelijke volharding moet de afsnijding volgen, We verwijzen weer naar het formulier. Ook hiervoor is de toestemming van de meerdere kerken vereist. Zonder deze kan de afsnijding niet plaats vinden. Wat zijn onze gereformeerde vaderen voorzichtig geweest en heeft de christelijke liefde hun steeds voor ogen gestaan. Maar wordt de afsnijding noodzakelijk geacht, dan heeft deze in het midden van die gemeente plaats. Welk een ernstige handeling. Wanneer de kerk recht handelt naar de inzetting van Christus, geldt hier: „Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden zijn". Christus spreekt dit met het plechtig „voorwaar”.
Terugkeer blijft mogelijk
Toch blijft het medisch karakter gehandhaafd. Want terugkeer, wanneer men nog in leven is, blijft mogelijk. Dan ontvangt de kerk met open armen. De gebruikelijke afkondiging heeft net zo plaats als wanneer iemand tot de gemeente wil toetreden. Ieder kan bezwaren inbrengen. Zijn deze er niet, dan volgt plechtig de wederaanneming. We verwijzen weer naar het formulier daarvoor. Lees ze eens goed na. Uiterst leerzaam. Voor die wederopname is de toestemming van de meerdere kerken niet nodig. Met blijdschap zal de kerkeraad er zeker melding van doen.
De kerkelijke tucht neemt in ieder kerkorde een belangrijke plaats in. We noemden het een schat der kerk en wezen op het vooral medisch karakter. Dat medisch karakter betreft allereerst de persoon, voor welke deze kerkelijke handeling geldt. Maar ook voor de gehele gemeente. Die 1 staat, zie toe dat; hij niet valle. Voor hovaardij is in de christelijke kerk geen plaats.
De kerkelijke tucht bedoelt ook de heiligheid van de gemeente. Ieders gebed mag wel zijn dat deze tucht voor hem niet nodig zal zijn. Wie eigen hart een weinig kent, zal dit gebed niet vreemd zijn.
De kerkelijke tucht bedoelt ook de handhaving van de heiligheid des Heeren. Dan toont de kerk aan de wereld dat het haar ernst is met de inzettingen des Heeren. Dat de kerk leeft naar uitwijzen van het heilig Evangelie. Dat Christus Zelf in Zijn kerk Koning is. Dan gebruiken de kerkelijke ordeningen en formulieren sterke woorden: De afsnijding van verrotte leden.
Nog deze opmerking: Het recht op kerkelijke tucht als medicijn houdt in dat „schrappen" van leden der gemeente om welke reden ook, kerkelijk niet te verantwoorden is. Zondag 31 spreekt van twee sleutelen.. Moge de eerste sleutel, de prediking van het Woord, Wet en Evangelie, door Goddelijke genade voor ons; voldoende zijn. Onze ziel tot zaligheid, En geve de Heere dat voor ons. de dwang, het medicijn van de tweede sleutel nimmer nodig zal zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1979
Daniel | 24 Pagina's