DEMOKRATISERING
„Meisjes en jongens, van harte gefeliciteerd met het behalen van jullie diploma. Een tijd van hard werken ligt achter jullie. Onze maatschappij heeft jullie nodig". De rektor kijkt met vreugde naar die rijen keurig geklede leerlingen. Hij weidt even uit over de welvaart, de gezondheidszorg. Hij wacht even. Dan, met nadruk: „In het vertrouwen dat jullie zullen meebouwen aan deze maatschappij neem ik afscheid van jullie". Zo klonk een afscheidstoespraak, nu zo'n achttien jaar geleden.
Een paar jaar later. De grote kollegezaal is haast vol. De deuren zullen juist gesloten worden, de docent heeft zijn mikrofoon gepakt.
Ineens komen zes, zeven studenten binnengelopen. Ze zijn rommelig gekleed'. Twee dragen megafoons. Een spandoek wordt afgerold. „Nieuw examensysteem nu" staat erop. Een stevige student uit het groepje gaat op de docent af
„U wenste ons gisteren op uw kamer niet te ontvangen — d!an komen we hierheen. Wij eisen diskussie, nu!”
„Mijne heren", zegt de docent, „ik kom hier om les te geven en niet om te diskussiëren". Hij kijkt ze strak aan. „Ik geef u twee minuten om tei vertrekken. Zo niet, dan vertrek ik".
Het groepje studenten trekt er zich niet veel van aan. Een meisje pakt hem de mikrofoon van de hals en begint de zaal toe te spreken. Er was nu lang genoeg" gewacht, er moest nu diskussie komen.
De tijd is om. De docent pakt zijn papieren bij elkaar en loopt de zaal uit.
Rumoer komt op uit de zaal. Tassen worden gepakt, stoelen klappen omhoog. De helft van de studenten verlaat de zaal. De diskussie verloopt nogal rommelig. Soms worden twee, drie vragen tegelijk afgevuurd. Na een half uur is de' zaal verlaten.
Wat zich in deze kollegezaal afspeelde, staat niet op zichzelf. Op allerlei terreinen in de maatschappij, in bedrijven, in het onderwijs zien we hetzelfde roerige beeld. De naoorlogse generatie heeft de bestaande maatschappij niet vanzelfsprekend geaksepteerd, zoals de ouderen veronderstelden. Die hadden de oorlog bewust meegemaakt, aan de wederopbouw gewerkt. Een onverwachte ekonomische bloei was ontstaan., de verzorging door de staat breidde zich uit. (studiebeurzen, A.O.W., ziekenfonds). Met een zekere trots konden ze hun maatschappij aanprijzen aan de jeugd. Het sprak eigenlijk vanzelf dat die zich in die welvaartsstaat thuis zou voelen en in dezelfde geest, zou voortgaan.
De woelige zestiger jaren vertoonden echter een geheel ander beeld, . Na de rust van de vijftiger jaren kwam een tijd met verschijnselen als provo's, bezettingen, stakingen, akties, happenings en beatles. Men verlangt inspraak in beleidsbeslissingen in bedrijven en scholen, er worden overlegraden opgericht. Dit verschijnsel noemen we demokratis ering.
Demokratïsermg
Het woord demokratis ering is afgeleid van het woord demokratie. Demokratie be-
tekent: „regering door het volk". Het is een regeringsvorm die we al enkele eeuwen voor onze jaartelling in heit oude Athene konden aantreffen. Iedere burger had evenveel in te brengen in beslissingen die voor de bevolking van belang waren zoals bondgenootschappen, kwesties van oorlog en vrede, handelsbetrekkingen, In de praktijk bleek de interesse voor het stemrecht niet groot; op den duur maakte maar een gering aantal personen van dit voorrecht gebruik,
Daar kwam nog bij, dat sluwe redenaars: met hun praatjes de mensen voor zich in wisten te palmen. Zij kregen zodoende de macht in handen en na enkele tientallen jaren was er geen sprake meer van demokratie.
Een van de voorstanders van de demokratie is geweest Abraham Lincoln; tijdens de amerikaanse burgeroorlog kwam hij op voor dit systeem, onder de leuze: regering voor het volk en door het volk, iedereen één stem. Die regeringsvorm van ons' land wordt parlementaire demokratie genoemd, Het is een systeem, ontworpen door Thorbecke in de tweede helft van de vorige' eeuw, waarbij een parlement op demokratische wijze door heit volk wordlt gekozen.
Wat wil nu demokratisering zeggen? Zoals in een demokratie, een staatsvorm, , het volk een inbreng heeft in de samenstelling van de regering en dus van het beleid, zo moet ook in bedrijven, scholen, verenigingen de mening van iedereen zoveel mogelijk tot zijn recht komen. Bij dit „iedereen" heeft men dan in het bijzonder op het oog de grootste kategorie: de arbeiders: , leden, en verder iedereen die 1 op welke wijze dan ook zijn steentje bijdraagt. Men hoort nogal eens de uitdrukking: „beslissen aan de basis". Dit wil zeggen: juist de lagere geledingen moeten hun stem kunnen laten horen in belangrijke beslissingen.
Dit kan natuurlijk alleen op een zinvolle manier gebeuren, als iedereen voldoende is te weten gekomen over de achtergronden en zich zo een mening heeft kunnen vormen. De informatie, die nodig is voor een goed oordeel, zal openbaar moeten worden. De afdelingen van de gemeenten die zich met d: e voorlichting bezighouden, zijn die laatste jaren dan ook aanzienlijk uitgebreid. Veel gemeenten verspreiden regelmatig informatie-bulletins, er wordt in streekbladen gepubliceerd over uitbreidingsplannen, er worden informatie-avonden belegd.
Als er een nieuw stuk spoorlijn zal worden aangelegd, kan zo iedereen van de plannen kennis nemen en binnen een bepaalde termijn bezwaarschriften indienen.
Vóórdat de regering beslissingen gaat nemen met maatregelen om het, energieverbruik te beperken, komen er regelmatig advertenties in de kranten om iedereen tijdig te waarschuwen. Bij het vaststellen van het tracé van 'de Flevolijn is het zo gegaan, dat na veel uitleggen, diskussiëren en overleggen de tijd verstreken was en de staatssekreitaris de knoop moest doorhakken. Onlangs was er in Amsterdam een hoge post vakant. De minister gaf een bevoegde raad! een jaar de tijd om met elkaar uit te maken aan welke eisen die man. moest voldoen.
Binnen de raad kwam echter geen overeenstemming, zodat de minister een brief schreef waarin hij opmerkte dat de nieuwe man kennelijk niet: zó hard nodig was: en er over dacht maar niemand te benoemen. Deze twee voorbeelden geven ons meteen al aan waartoe demokratisering in de praktijk kan leiden.
Op alle levensterreinen?
Laten we, voor we ons een oordeel trachten te vormen over sommige demokratiseringsverschijnselen, eerst even opmerken dat we in ons leven op tal van terreinen trekken van demokratie tegenkomen die. voor ons geheel vanzelf spreken. Niemand' ervaart die als iets onredelijks. Misschien ben je lid van een vereniging; wel, elke vereniging heeft statuten waarin staat hoe er gestemd moet worden over allerlei aangelegenhelden. Als in de gemeente een tweetal is gesteld waaruit een predikant zal wordien beroepen, gebeurt dit door stemming. Hetzelfde; vindt plaats: bij de verkiezing van ambtsdragers. Over de aldus genomen beslissingen wordt openlijk om Gods zegen gebeden.
In veel beroepen is er regelmatig overleg noodzakelijk: voordat een projekt wordt uit-
gevoerd gaan de uitvoerders om de tafel zitten om alle aspekten goed te kunnen overzien. Een konstruktieve bijdrage wordt dan op prijs gesteld, al komt hij van een arbeider. Vooral als er moeilijke beslissingen moeten worden genomen is ieders bijdrage nodig. Stel eens dat men in het ziekenhuis de ziekteverschijnselen van een patiënt niet kan thuisbrengen en men grote twijfel heeft over de vereiste behandeling. Degenen die de patiënt, moeten behandelen praten erover met elkaar en er is geen uitgesproken mening. Als dan een ervaren persoon zijn mening uit, kan dat zoveel overtuiging hebben, dat men vanzelf instemt met een bepaalde behandeling.
Een ander voorbeeld. Vijf vrienden besluiten om een dag te gaan zeilen op het IJsselmeer. Ze vertrekken welgemoed, het weer is prachtig. Voor de vaarroute zijn nogal wat mogelijkheden; na wat over en weer gepraat komen ze er wel uit. Het zou best demokratisch besloten kunnen worden.
In de loop van de middag verslechtert het weer echter; de wind wordt stormachtig en de zware regenbuien maken de oriëntatie zeer moeilijk. Jan kent het IJsselmeer al jaren en kan uitstekend navigeren. Maar al te graag laten de anderen hem het roer over. Je kunt begrijpen dat er nu niemand over demokratie piekert.
Uit dit eenvoudige voorbeeld zien we al dat we over demokratisering niet ongenuanceerd kunnen-denken. Wat in een bepaalde situatie zinvol is, kan even later, of in een andere situatie, geheel verkeerd zijn. Nu is onze maatschappij een erg ingewikkeld geheel en, wat het no: g moeilijker maakt, er zijn zoveel mensen die ieder het roer zouden willen vasthouden, en dat bij slecht weer, dat ons scheepje zeker zou vergaan als we de demokratisering klakkeloos op alle levensterreinen zouden doorvoeren. We kunnen niet alles over één kam scheren. De werkomstandigheden 'in een bedrijf kunnen we niet op één lijn stellen met die op een atheneum Of op een marineschip.
Er zijn vele terreinen waar ten diepste van demokratie geen sprake is: in de klas, in het geziin. Met ten diepste bedoel ik dan: in de kern der zaak.
Dat wil niet zeggen dat sommige aangelegenheden niet demokratisch kunnen worden beslist. Denk bijvoorbeeld aan het afspreken van een repetitie-datum als je in de bovenbouw zit op school. Of er kan „inspraak" zijn: je mag je eigen kamer inrichten.
Toch blijven je ouders, leraren een bijzondere verantwoordelijkheid over je dragen, die God hen gegeven heeft. Het is een orde die God gewild heeft. Naarmate 1 je ouder wordt, zullen ze niet meer zoveel nagaan en de verhouding wordt ook een andere — toch blijft een onderscheid. En als de verhouding goed is, spreek je met elkaar en ben je bereikbaar. Je denkt dan niet over „inspraak". En als je ouders hun verantwoording juist beseffen voor Gods aangezicht en daarnaar leven, pas je' er wel voor op om te spreken van „uitgehold gezag". Het leven in de maatschappij van na d: e oorlog heeft zich gekenmerkt door een veelomvattende verwereldlijking. Er is een enorme' zucht ontstaan naar genot, gemak en status. Gods Woord noemt een dergelijke wereld inderdaad „hol", zonder inhoud, een fraaie gevel waarachter niets wezenlijks vinden is. In deze aanklacht zitten ware elementen. Wij mogen ons er wel voor hoeden te menen dat deze zucht naar aanzien in de wereld aan ons is voorbijgegaan. te
Een ander terrein waar ten diepste geen demokratie heerst: je bent, hoorder van Gods Woord. „Ik ben de HEERE, uw God", zo spreekt dat Woord ons iedere zondag aan. „Mijn wegen zijn niet uw wegen". Zo had ook Abraham een diep besef van zijn geringheid voor God, waarmee hij desondanks gemeenzaam mocht spreken. Zie dit ook bij Mozes.
Werkgever - werknemer
Als laatste terrein wil ik nog de verhouding tussen, werkgever en werknemer noemen of, zoals de Bijbel die noemt: heer en knecht. Laten we eens een paar voorbeelden nagaan. Abraham kon het aan Eliëzer toevertrouwen een bruid voor zijn zoon Izaak te halen. We lezen uitvoerig met welke toewijding Eliëzer dat gedaan heeft. Ook weten we dat Abraham zijn gezin, maar ook zijn knechten onderwijs gaf in de dienst van God. Een heer moest aanspreekbaar zijn, zodat er uitwisseling van gedachten mogelijk was. Israëls koningen waren niet als Ahasveros onbereikbaar, die dit in David en Salomo, Het wordt alS: een groot gebrek in Nabal aangemerkt, dat hij niet aanspreekbaar was. Kijk nu aan de andere kant eens naar het gesprek, dat een van de knechten van Naaman met hem voerde toen hij op het punt stond, terug te keren naar Syrië: „Mijn vader, zei de knecht, zoi die profeet tot u een grote zaak gesproken had, zoudt gij ze niet gedaan hebben? Hoeveel te meer, naardien hij tot u gezegd heeft: Was u, en gij
zult rein zijn? " En dan lezen we: zo klom hij af en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van de man Gods.
Let eens op de manier waarop de knecht Naaman aansprak: „Mijn vader". Veel van het gezag in het gezin kunnen we in de verhouding meester - knecht herkennen. Ook hier dient een wederzijds vertrouwen te zijn en begrip; nochthans is er een onderscheid, dat God gewild heeft. Nadat Boaz de maaiers begroet heeft, antwoorden zij: „De HEERE zegene U". Ons treft de manier waarop zij hun plaats innemen: in ondier danigheid, in vertrouwen.
Ondertussen mogen we niet uit, het, oog verliezen dat de knechten waarvan we in. de Bijbel lezen bij het huishouden van hun meester behoorden: ze konden zich vrijwillig voor het leven aan hun meester binden, en ontvingen dan een merkteken aan het oor. Als we de verhoudingen zoals de Bijbel ons die aangeeft nu eens leggen naast de eisen tot demokratisering van vrijwel alle maatschappelijke verbanden zoals d'ie een tiental jaren geleden opklonken, dan krijgen we nauwelijks de indruk dat h, et hun daarbij om deze arbeidsverhouding gegaan is, , de vertrouwensrelatie die de Bijbel ons. voorhoudt. Er komt eerder een sfeer van wantrouwen uit naar voren.
Slotopmerkingen
Al met al krijg je niet de indruk, dat het geschokte vertrouwen in elkaar is hersteld, nu er inspraakkanalen gekomen zijn. Het onderling wantrouwen tussen de verschillende groeperingen in onze maatschappij is steeds weer waarneembaar.
De grote vraag is, wat de achter de demokratiseringsidee liggende beginselen, zijn. Die kunnen we niet zonder onderscheid onderschrijven. Laten we aan de andere zijde het belang van overleg in deze ingewikkelde maatschappij niet onderschatten. Het, is een noodzakelijk beginsel in onze samenleving. Afgedwongen demokratisering van een gezonde school is echter uit den boze.
Het is moeilijk te zeggen hoe deze verschijnselen, zich in de toekomst zullen ontwikkelen. Wel valt op te merken dat aan de demokratisering. grenzen, zijn..
Eén beperking is het feit, dat de maatschappijvernieuwers geen land kunnen aanwijzen als voorbeeld voor hun ideeën. Voorts blijken de meeste mensen zich in konfliktsituaties te klemmen aan de bestaande, geloofwaardige, maatschappij.
Velen menen dat de maatschappij veranderd moet worden. Daar zou de grote fout in heersen. Nu is het onze plicht om die fouten op te merken. Toch worden wij te meer geroepen om de fouten op te merken die in ons zelf zijn; in de maatschappij wordt met zondige mensen geleefd. De Bijbel roept in de eerste plaats om de vernieuwing van de mens: „word veranderd, door de vernieuwing uws gemoeds". Het onderscheid in rang en stand, in gaven en bekwaamheden heeft. God ingeschapen tot de eer van Zijn naam. en tot nut oor de mens. Door onze val weten wij de juiste plaats niet in te nemen. Bij alle mondigheid en kennis van het geschapene ware toe te voegen: de juiste kennis van zichzelf om de plaats van de tollenaar in de tempel te leren innemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juni 1979
Daniel | 23 Pagina's