HOE DENK JIJ OVER DE VAKBONDEN ?
„Zeg Kees, waarom ben jij eigenlijk geen lid van een vakbond? ”
Kees haalt zijn schouders op en loopt weg. Hij heeft geen zin om hier in de kantine zijn maat te antwoorden. De meeste kollega's begrijpen toch niets van zijn argumenten,
„Nou, da's ook een mooie", mompelt een van de anderen, „wel de voordelen aannemen, maar zelf netjes buiten schot blijven. Hij laat ons de kastanjes uit het vuur halen”.
„Ja", zegt weer een andier, „die kerel heeft rare ideeën. Nou dat moet ie zelf weten, maar ik vind dat hij dan toch wel een antwoord kan geven". Niet iedereen wordt met problemen rond de vakbeweging gekonfronteerd. Het komt echter voor en vandaag of morgen kan jij ook voor de vraag komen te staan of je lid zult worden van een vakbond. Ook als je nog op school zit, is het goed hierover alvast na te denken.
Vorig jaar versoheen het Mivoprojekt „Vakbonden". Hierop kwam een aantal reakties en recensies, In dit artikel willen we op enkele ervan ingaan, ook omdat op veel verenigingen de vraag nog al eens gesteld wordt of je lid mag worden van een vakbond.
BeroepsbevoIWng
De beroepsbevolking van ons land telt bijna vijf miljoen personen. Dat is ruim 35% van de totale bevolking.
Dat percentage is betrekkelijk laag in vergelijking met die ons omringende landen. Dat betekent dus dat weinig mensen voor het levensonderhoud van velen moeten zorgen.
Van de vijf miljoen mensen die een beroep uitoefenen, behoort bijna een miljoen tot de zelfstandigen. Van de ruim vier miljoen werknemers bestaat ongeveer een miljoen uit vrouwen. Er zijn ruim 200.000 werklozen: ongeveer 70.000 vrouwen en 140.000 mannen.
Weinig georganiseerden
Lang niet alle werknemers zijn aangesloten bij een vakbond. Het Christelijk Nationaal Vakverbond (C.N.V.) telt ongeveer 300.000 leden en de Federatie Nederlandse Vakbeweging (F.N.V.) telt ruim een miljoen leden.
Ongeveer 40% van de werknemers die onder de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) vallen, zijn georganiseerd. Dat is niet veel.
Er zijn verschillende oorzaken te noemen dit vrij la, ge percentage. voor
— Een deel van de beroepsbevolking heeft bezwaren — soms van principiële aard — tegen de vakbeweging.
— Er is .gebrek aan belangstelling voor het werk van de vakbeweging: men wil de vruchten van dat werk plukken, maar interesseert zich niet of nauwelijks voor dei wijze waarop de verbeteringen tot stand komen.
— Er is een verandering in de beroepsbevolking opgetreden. Het aantal werkende vrouwen is sterk toegenomen en er is een verschuiving van de „overall" naar de „witte boorden" funkties. Verder is het aantal mensen dat geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, sterk toegenomen en is het aantal mensen dat in de land-en mijnbouw en industrie werkzaam is afgenomen, met als gevolg een toename van de werknemers in de zogenaamde dienstverlenende beroepen.
—• Vooral mensen uit de laatste sektor hebben vaak moeite met de arbeidersmentaliteit van de vakbonden.
Betekenis en plaats van de vakbeweging
Het streven naar hogere lonen is niet de enige taak van de vakbeweging. Het gaat ook om het verbeteren van de plaats van de arbeider in het bedrijf en van de arbeidersgroep in de maatschappij. Nu de nederlandse lonen tot de hoogste van Europa gerekend kunnen worden, komen de andere zaken meer naar voren. De vakbonden zijn zich er terdege van bewust dat evenals in het verleden ook nu e; en gezamenlijk optreden van groot belang is om de gewenste veranderingen te verwezenlijken.
Velen zijn bang voor de machtspositie van de georganiseerde werknemers. De vakbeweging heeft veel meer macht dan op grond van het aantal leden verwacht mag worden. Iediere werkgever en elke regering dient rekening te houden met de vakbonden. Een van de vragen die je moet overwegen als je lid wilt worden van een vakbond is deze: maak ik daarmee haar macht niet nog; groter, en waarvoor wordt die macht gebruikt? Is het inderdaad het streven om minder bedeelden te helpen, of is het slechts een strijden voor eigen belangen?
Voor een juiste beoordeling moeten we wel bedenken dat ook bijvoorbeeld de werkgevers een machtspositie hebben doordat ze georganiseerd zijn.
Al te vaak wordt door vertegenwoordigers van de vakbeweging de plaats in het maatschappelijk bestel als hefboom, voor veranderingen gezien. Zeker binnen het FNV wil men de huidige maatschappij veranderen. Niet direkt op revolutionaire wijze zoals dat in het begin van deze eeuw gesteld werd, maar toch wil men naar een nieuwe maatschappij toe. Onderwerpen als de V.A.D. de ondernemingsraad en arbeiderszelfbestuur duiden hierop. De ondergeschikte positie van de arbeider, met de vele kwalijke kanten daarvan, moet zo veranderen dat de arbeider de miacht krijgt. Niet iedereen zal dit hardop zeggen, maar het streven in deze richting is iedereen duidelijk,
Reakties op het Mivo-projekt „Vakbonden”
Er zijn op ons' projekt „Vakbonden" verschillende reakties gekomen. Twee onderwerpen stonden daarbij centraal: a. de houding ten opzichte van het CNV b. het oprichten van een „eigen" vakbond.
De heer A. Hordijk, algemeen sekretaris van het CNV schreef het projekt met belangstelling te hebben gelezen.
Er was een objektieve weergave van de stand van zaken gegeven. Wellicht dat het eens mogelijk zou zijn een gesprek te hebben over een paar punten waar door ons wat vraagtekens naar het CNV toe werden geplaatst. De kommissie M ivo en het bondsbestuur hebben op dit laatste vooralsnog niet gereageerd. Wij zien dat niet op onze weg liggen, terwijl de standpunten bekend zijn.
Door het Reformatorisch Dagblad werd opgemerkt dat er nogal relativerend over het CNV gesproken werd. Bedoeld werd dat de kommissie zich niet voor of tegen het CNV heeft uitgesproken. Dat was ook onze bedoeling niet. We wilden een zo goed mogelijk beeld geven van deze organisatie en hebben daarbij vooral gelet op de uitgangspunten van deze christelijke vakbond.
Dat wil beslist niet zeggen dat bij ons geen bezwaren leven. Denk bijvoorbeeld aan het verschil in opvatting over het probleem „staken", de "samenwerking met het FNV en de toenemende roomskatholieke invloed binnen het CNV.
Het was fijn dat we ook een brief van een lid van onze gemeenten kregen, waarin deze als georganiseerd werknemer (grafische bond CNV) op de door ons gestelde zaken van de praktijk ingaat. De briefschrijver raadt een eigen organisatie sterk af.
Ook in „Ambt en plicht" het maandblad van het GMV werd uitvoerig op ons projekt ingegaan Hier werd opnieuw duidelijk dat brede samenwerking met de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt) niet mogelijk is. Zij stellen namelijk dat niet het samenwerken bin-
enkeling die zich om hun lot bekommert.
Terwijl ik de Sint Jan verlaat, vraag ik me af in hoeveel kerken zou er zondag voor deze geloofsgenotenin-de-verdrukking zijn gebeden? Hoeveel Christenen hebben in hun gebed de nood van deze mensen voor Gods troon gebracht?
Suryani Kadim'ler
Al deze mensen zijn. afkomstig uit zuid-oost Turkije, het gebied rond de Tour 'Abdin, de berg van de knecht (God®). Ze worden „de kerk van Antiochië" genoemd 1 , of Syrisch-Orthodox, terwijl zij zichzelf aanduiden als Suryani Kadim-'ler, hetgeen betekent „de oudste Christenen". Waarschijnlijk hebben ze in de eerste tijd van het Christendom reeds kontakt gehad m.et die volgelingen van de Heere: Jezus, dank zij de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juni 1979
Daniel | 23 Pagina's