JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De ware blijdschap

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ware blijdschap

11 minuten leestijd

In de eerste toespraak op onze bondsdag zijn twee mensen zonder blijdschap aan ons voorgesteld, de jongste zoon en de oudste zoon.

Even werd er terloops de opmerking gemaakt dat we tevergeefs zoeken naar een derde zoon. Toch moet je me niet kwalijk nemen dat ik toch eerlijk vanmiddag gezocht heb naar deze derde zoon. In schrille kontrastrijke kleuren is ons getekend wat die blijdschap der wereld is en hoe uiteindelijk die blijdschap van de wereld uitmondt in een grenzeloze, in een eindeloze, maar ook in een eeuwige verlorenheid.

Maar, dan moet ik toch gelijktijdig vaststellen dat ik "deze mensen, die zo verloren liggen in deze wereld, op het eerste gezicht althans, vandaag niet heb meegemaakt. Ik heb blijde mensen ontmoet. Vanmorgen ben ik hier gekomen net zoals jullie en dan sta je verwonderd over de blijdschap van de ontmoeting, de blijdschap van het elkaar weerzien. De blijdschap waar je misschien naar uitgezien hebt, omdat je wellicht deze of gene weer zou ontmoeten. Misschien was je blij omdat je op deze dag. eens een ogenblik uit de rompslomp van je jeugdzorgen wordt uitgetild om je eens even met andere dingen bezig te houden, even een rustpunt na tentamens en examens. Of misschien met een vakantie in het vooruitzicht.

Maar dan moet ik ook zeggen, dat ondanks de blijdschap, ondanks de blijde en verraste gezichten die ik gezien heb, dat alles toch ook z'n keerzijde kan hebben.. Daar kijk je eigenlijk niet doorheen. En dan vraag je je toch af: ik heb geen mensen gezien, zoals die verloren zoon, die in de goot lag. Tenminste, ik heb hem niet gezien in letterlijke zin. Ik heb er ook niet gezien, laat ik dat tegelijk erbij zeggen, zoals die oudsite zoon. Want ik heb juist mogen vaststellen dat er hier geen afgunst was, en niet een zich afzetten tegen wat verloren ligt. Maar ik heb hier een prachtig mooi bedrag gezien, wat door jullie bijeen gebracht is. Juist om verloren jongeren, diei in de goot liggen te helpen. Kan ik jullie dan vergelijken bij die oudste zoon? Dat kan toch ook niet? Begrijpelijk toch, dat ik ga zoeken naar een derde zoon. En toch ben ik dan verkeerd bezig. Ik kan die derde zoon immers niet vinden.

Niet althans in de gelijkenis van de verloren zoon.

God zoekt het verlorene

Wat is dan ten diepste de bedoeling van deze gelijkenis? Als we het verband nagaan waarin deze gelijkenis staat, dan gaat het steeds om het verlorene. Om die ene van de honderd. Het gaat om die ene van de tien. Het gaat om de ene van die - twee. Het gaat om één van de

honderd schapen. Het gaat om die ene van de tien penningen.. Het gaat om die ene van de twee. zoons.

Waar gaat het dus om? Om het Koninkrijk van God! Opdat dat Koninkrijk gestalte krijgt in jullie leven en in mijn leven. Opdat dat Koninkrijk van God waarachtige betekenis krijgt. En dat. ook in jullie leven die kracht zich zal mogen openharen, waaruit die waarachtige blijdschap als een vanzelfsprekendheid voortvloeit. Want op welke wijze ik het dan ook belichten wil, dit weet ik zoheel duidelijk uit het Woord van. God dat jullie en ik verloren liggen in dezonde. Diood in zonden en misdaden. Het is een onmogelijkheid voor mij om bij God te komen. liet: is een onmogelijkheid dat God nog één keer bij mij kan komen. Want ik heb Hem de rug toegekeerd. Ik heb tegen Hem gezegd: „God, ik doe het wel alleen. Ik ga alleen wel verder. En ik zal proberen het zelf wel te maken. En ik zal proberen zelf er van te maken wat er van te maken is. Ik zal bepalen wa.t goed en kwaad is, Ik zal koning zijn op de wereld die Gij mij gegeven hebt. Ik wil geen onderdaan zijn van U. Ik wil niet meer, zoals ik aanvankelijk wilde! Eenmaal in mijn verbondshoofd Adam kon 'ik doen wat God van me vroeg. Eenmaal wilde ik wat God van mij vroeg. Tot dat gegeven moment, waarop ik niet meer wilde. En daarna kan ik niet meer. Het is een hopeloos verloren zaak geworden.

Of je nu een verloren zoon of een oudste zoon bent, 't is zo onmogelijk om bij God te komen. Maar God heeft naar d, e: rijkdom Zijner barmhartigheid toch nog weer een weg uitgedacht. God heeft het mogelijk gemaakt dat er nog waarachtige blijdschap kan komen hier op deze aarde. En gelukkig heeft het Gode behaagd om daartoe: de rijkdom Zijner genade ons te openbaren in het Woord, waarbij wij, jonge mensen zijn opgevoed.

Vanuit dat Woord zijn wij onderwezen. En al moet ik zeggen dat er veel is dat beangstigend is voor bij, voor m'n kinderen en voor ons, nageslacht, toch weet ik tegelijk dat God deze aarde nog vasthoudt. God laat het werk Zijner handen niet los-en daarom kan er hier op deze aarde toch nog weer blijdschap zijn. Daarom kunnen we vandaag elkaar toch nog weer ontmoeten. Daarom kunnen we vandaag toch nog een bepaalde vreugde ervaren. Daarom kan er nog vreugde zijn, zoals die in he.t gezin wordt ervaren. Blijdschap kan ons vervullen als we verkering krijgen en als we gaan verloven. Als we ons hart aan elkaar mogen geven, wat een blijdschap en vreugde kan er dan zijn. Een intense beleving van hetgeen God hier in deze wereld heeft mogelijk gemaakt; dat er vreugde mogelijk is! Ja dat we zelfs kunnen hunkeren en mogen uitzien naar onze trouwdag. En dat valt allemaal nog in het niet bij d, e waarachtige vreugde en blijdschap, die we mogen beleven bij het vader en moeder worden. Als God ons dat geeft, wat Iiij uiteindelijk in Zijn raadsplan in de voortplanting van Zijn schepping, bedoelde. Ik mag zelfs nog wat anders .stellen.

We kennen ook nog de vreugde en de blijdschap in het uiterlijk dienen van God. Of kennen jullie die niet? Ken je die blijdschap als je waarachtig mag pogen om je naar Zijn wegen te richten? De bevelen de-s Heeren verblijden toch immers het hart? Of niet? En toch, als we niets anders hebben betekent dat alles eeuwige verlorenheid. Want waar gaat het om? Het gaat om dat Koninkrijk van God. 't Is helaas ook benauwend dat wij soms moeten bemerken dat die uiterlijke blijdschap voor de waarachtige blijdschap aangezien wordt. Vereenzelvig het uiterlijk dienen van de Heere toch niet met de 1 waarachtige blijdschap.

De ware blijdschap

Wat houdt dan die waarachtige blijdschap in? In de eerste plaats van dood levend gemaakt worden. Ja, maar als je nou altijd naar de kerk toegaat, moet je dan ook nog zo gegrepen worden? Precies eender! Ik heb ook van jongs af in idie kerk gezeten onder de prediking van Jezus Christus en Die gekruisigd.

Maar God heeft mijn ogen moeten openen, om mijn verlorenheid voor God te leren zien. Om te leren zien dat het een onmogelijkheid is om met al mijn worstelen, met al mijn werken, met alles wat ik poog in te brengen, voor God te bestaan. Waarachtige blijdschap, waarachtige vreugde, waarachtige vrede, krijgt alleen maar inhoud en diepte tegen de achtergrond van mijn goddeloos bestaan. Toen ik moest betuigen: „O God, wees mij zondaar genadig”.

„Heere, is er voor mij nog een mogelijkheid om die welverdiende straf te ontgaan en om wederom tot genade te komen? " Dan sta je te kloppen op de deur. „O, God doe mij open!”

Dat staat er toch in Gods Woord? Klopt en u zal worden opengedaan. En als die deur niet open gaat? Wat dan? Val dan als het ware maar voor die deur met de belijdenis: „O God, ik ben niet waard dat U die deur voor mij open doet. 'k Ben waard dat U me wegstoot van voor uw heilig aangezicht". En waartoe dan? God is rechtvaardig en alleen God geeft een nieuwe weg, die waarachtige blijdschap en vreugde des heils aan zondaren schenkt. Deze weg wordt alleen in Christus gevonden.

Tegen deze achtergrond krijgt de blijdschap zijn diepe betekenis. Er was reeds blijdschap in de hemel, toen die verloren zoon tot zichzelf kwam! Toen hij het ging belijden: Ik zal tot m'n vader gaan en ik zal zeggen tegen m'n vader: Ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u. Er was blijdschap in. de hemel, maar die verloren zoon wist het niet.

Maar, er was toch een vernieuwing tot stand gebracht. De verbroken gemeenschap met God is hersteld, . Dat heeft God mogelijk gemaakt. Daartoe heeft God zijn Zoon gezonden naar deze aarde. En daarom is er blijdschap als God: de deur opent in het dal van Achor. Dat gaat ook gepaard met een hartelijke lust en liefde om in alle goed werk naar de wil van God te leven.. Dat is de vreugde in God door Christus. Dat is een hartelijke vreugde!

Altijd blijdschap?

Wil dat dan zeggen dat er altijd blijdschap is? Dat zo iemand niet meer die droefheid kent? Wil dat dan zeggen dat hij boven die zondesmart en zondeleed uitgroeit?

Nee. Het beleven van de; hartelijke vreugde in God door Christus, is hier op deze aarde ten nauwste verbonden met een hartelijk leedwezen, omdat we God door onze zonde vertoornd hebben. En als het dan eens werkelijkheid wordt en we gaan Hem zien zoals God' Hem gegeven heeft, als de Zoon Zijner eeuwige liefde, dan is er vreugde in God' door Christus. Een blijdschap die in de eerste plaats in het hart is. Een kind van God kent geen goedkope blijdschap. Een kind van God is niet blij omdat hij blij is, Een kind van God: kent blijdschap en vreuigde als de gemeenschap met God beleefd en beoefend wordt. Dat wil niet altijd zeggen dat zij altijd! met vreugde over deze aarde gaan. Er blijft immers zoveel strijd. Maar toch kun je soms zingen, door de tranen van je ellende en van je verdriet en van je zondesmart heen.

Weet je waarom? God heeft het uitgedacht. God werkt het uit. En God heeft het dan toegepast. Zouden wij die loopbaan, die ons is voorgesteld, niet met blijdschap willen lopen? Zou de gemeente van Christus Zijn voetstappen niet willen nadrukken, al worden ze dan gesmaad? Hij is immers de .schoonste der mensenkinderen, Die blank en rood is en Die de banier draagt boven tienduizenden. Alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Als dat werkelijkheid is in mijn leven, dan zeg ik ook tegen jullie, jongens en meisjes, één ding, houdt het voor ogen, het gaat om het Koninkrijk van God. Daar moeten jullie een onderdaan van zijn! Dan zeggen we m, et Paulus: Ik wenste dat alle mensen waren als ik, uitgenomen mijn banden. Als we de gemeenschap in God met Christus mogen beleven, dan kan ik die droefheid, het verdriet en de zorg die mij ZO' benauwen kan, ziende op Hem, , met vreugde dragen. Dan kan de strijd: soms zo hoog gaan dat we uitroepen:

Geduchte God, hoor mijn gebeden, strijd voor mijn recht en maak mij vrij. Maar er is toch uitzicht. Dan zingen we: „Dan ga ik op tot Gods altaren ...”

De ware blijdschap is nog te verkrijgen

Vanmiddag, op jullie bondsdag, zei iemand tegen me: „Die jonge mensen hier zijn de bloem van de Gereformeerde Gemeenten". Het is zo ; . Maar uiteindelijk moet ik zeggen: „Zoek het daar, waar het te vinden, is. Zoek het herstel van de gemeenschap met God”.

Alles van deze wereld gaat voorbij, het houdt geen stand. Ik zou haast zeggen: gelukkig niet. Want:

Wien heb ik nevens U omhoog, Dat kon voor mij, de slechtste en dan kan het voor jullie ook! Dat kan voor een verloren zoon. Dat kan voor een oudste zoon. Dat kan voor een ieder die voor God buigt in het stof. Houdt dan maar aan met kloppen op die deur. Klopt en u zal worden opengedaan. En dan hoop ik dat je als het ware kloppend neerzijgt voor God. Om het te belijden dat Hij alleen God is. En dan zal je de ware blijdschap ervaren, die God heeft mogelijk gemaakt. Dan is er blijdschap in de hemel, maar ook blijdschap in mijn hart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979

Daniel | 24 Pagina's

De ware blijdschap

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979

Daniel | 24 Pagina's