DE REGIONALE VERGADERING TE LEERDAM
Op donderdag 3 mei werd te Leerdam een drukbezochte regionale vergadering gehouden. Ds. Kareis, die deze avond de leiding had, opende met het laten zingen van Ps. 119 : 5, las Lukas 15 : 11 - 24 en ging voor in gebed'.
Na een hartelijk welkom aan alle aanwezigen sprak Ds. een kort inleidend woord naar aanleiding van het voorgelezen schriftgedeelte, daarbij direkt inhakend! op de te houden kollekte voor onze jongeren in nood. Ook wij krijgen hier hoe langer hoe meer mee te maken; het blijft heus niet buiten onze kerkmuren. Oorzaak van alles is de zonde. Onze jongeren ondergaan ook de verderfelijke invloeden van onze tijd. Als kerk moeten we de schouders zetten onder de nood, die daardoor bij velen kan ontstaan.
In de gelijkenis van de verloren zoon zien we twee zonen, die dezelfde 1 opvoeding kregen. Maar de jongste sprak: Vader, geef mij het deel des goeds dat: mij toekomt. En hij zocht daarmee in de wereld alle aardse geneugten. In vers 17 lezen we, dat hij door God werd teruggebracht en in z'n onwaardigheid bij zijn vader terechtkwam. Als we onszelf kennen, willen we anderen helpen en gaan we niet boven, maar naast mensen en jongeren in nood staan. Laat er onder ons veel gebed voor hen gevonden worden, doch laten we onszelf niet voorbij zien.
Daarna kreeg dhr. A. van Bochove uit Rotterdam het woord, die voor ons een referaat hield, getiteld: „I-Iet gebed van een moeder". I-lij las ons uit Lukas 18 de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter en de weduwe. De Heere Jezus sprak tijdens zijn omwandeling op aarde veel door gelijkenissen. In een gelijkenis krijgt een aardse gebeurtenis een geestelijke strekking en onderwijzing. Inleider vergeleek Lukas 18 met Lukas 7 en 2 Koningen 4. De onrechtvaardige rechter durfde wel over lijken te gaan, maar deweduwe ging toch iedere dag naar hem toe: „Doe mij recht tegen mijn wederpartij". Tenslotte zei de rechter: Omdat zij mij moeilijk valt, zo zal ik haar recht doen. Spreker legde de nadruk op vers 7 en sprak over de strijd, die de kerk in de wereld heeft door aanvallen van haar tegenpartijders. Daarom is er een gedurig roepen tot de Heere. De antichrist grijpt naar de jeugd en moeders moesten wel dag en nacht tot God bidden voor hun kinderen. Zijn er zulke biddende moeders onder ons, wie de nood van hun kinderen op het hart gebonden is-? Aanvallen van de vorst der duisternis op de jeugd zijn er altijd geweest. Denk aan de weggevoerde jongelingen uit Juda ten tijde van Nebukadnezar; aanvallen werden gedaan op hun namen, onderwijs, , eten, geloof en gebed.
Laat ons biddend worstelen om rond onze kinderen een dam op te werpen tegen alle verleiding van buitenaf. Spreker drong er bij de moeders op aan met hun kinderen mee te leven en te proberen met hen in een vertrouwensrelatie te staan, zodat zij met hun problemen bij moeder komen. Hij vertelde nog van enkele moeders, die door hun gebed veel mochten betekenen in het leven van hun kinderen.
Tenslotte eindigde hij met een ernstig woord, aan alle moeders en zei ook: Wat zou het erg zijn voor uzelf, uw kind behouden en gij verloren.
In aansluiting op dit ernstige referaat zongen we Ps. 98 : 4.
Tijdens het zinden van Ps. 66 : 9 en 10 werd gekoUekteerd voor de aktie „Help onze jongeren", wat het prachtige bedrag van ƒ 1046, 46 opbracht, In de pauze trakteerden de dames van de Leerdamse vereniging ons bij de koffie op eigengebakken cake en boterkoek. Nadat de vergadering heropend was, las rnej. Sterk een gedicht van dhr. M. Nijsse: Gebed om reformatie". Vervolgens werden de vragen over het referaat door inleider op duidelijke wijze beantwoord. Na een dankwoord van Ds. Kareis sloot dhr. Van Bochove deze fijne en leerzame avond met dankgebed,
M. C. van Woerden-Verhoef
KONTAKTEN MET ANDERE BONDEN
Op donderdag 10 mei waren mevr. Hofman en ondergetekende te gast op de bondsdag van Chr. Ger. vrouwenverenigingen. Het is een goede gewoonte geworden eikaars bondsdagen te bezoeken. Afgevaardigden van ons bondsbestuur gaan naar de toogdagen van de Herv. Ger. en Chr. Ger. vrouwenbonden en hun bestuursleden komen bij ons. Zo leren we elkaar persoonlijk kennen. Ook is' het interessant om mee te maken hoe het op andere bondsdagen toegaat.
De bondsdag van de Chr. Ger. vrouwen was ook voor de eerste keer in „De Doelen" te Rotterdam. De leiding van die dag berustte bij de presidente, mevr. A. P. van Schaikde Bruyne. Na haar openingswoord en bestuurswisseling (mevr. A. Ramp-den Hertog nam afscheid) hield Ds. A. van der Veer uit Zwolle zijn referaat: „Gegronde verwachting". Hij sprak naar aanleiding van Mattheus 24 en 25 en de daarin beschreven gelijkenissen over de vraag voor wie er gegronde verwachting zal zijn om te kunnen ingaan in het Koninkrijk Gods. Waar zal onze plaats zijn als Christus wederkomt? Aan Zijn rechter-of aan Zijn linkerhand?
Er was geen vragenbeantwoording. De ingediende vragen zullen later beantwoord worden in hun maandblad „Contact", 's Middags was er die afsluiting, van de aktie: „Voor vrouwen in de verte". De Chr. Ger. vrouwenverenigingen maken het door een eerder gevoerde aktie mogelijk twee zendingsarbeidsters speciaal voor het werk onder vrouwen in dienst te houden. Om dit werk te kunnen voortzetten is dit jaar een tweede aktie gevoerd. Dames van verschillende verenigingen lieten zien en horen hoe zij voor dit doel gewerkt hadden. De totaalopbrengst was ƒ 256.000, —. Na dit programma-onderdeel volgde samenzang, orgelspel en deklamatie, aansluitend op het in de morgenvergadering gehouden referaat. Mevr. C. A. Drayer-Velema besloot deze bondsdag, waar de onderlinge liefde duidelijk merkbaar was.
J. Beekman-Bossenbroek
EEN ONTMOETING MET DE KONINGIN
Toen op 7 april j.1. in de Provinciale Zeeuwse Courant een bericht stond, dat op 11 mei de koningin in Zeeland een vrouwenvoorlichtingsmarkt zou bezoeken om kennis te nemen van het werk van de zeeuwse vrouwen, dacht ik: daar zouden we als vrouwenbond van de Ger. Gemeenten ook bij moeten zijn. Want wij hebben in Zeeland immers een groot aantal leden en vormen als gemeenten een groot deel van die Ger. Gezindte. De organisatie van deze markt berustte bij de zeeuwse Vrouwenraad. Na verschillende telefoongesprekken werden we op 21 april alsnog uitgenodigd hieraan deel te nemen. In overleg met het hoofdbestuur is als tweede afgevaardigde voor onze bond mevr. Huibregtse, presidente van de vereniging te Westkapelle, gevraagd. De tijd van voorbereiding was kort. Toch heeft mevr. I-Iuibregtse in die korte tijd nog voor een als Walchers meisje aangeklede pop gezorgd; 't was een heel werk, maar 't was op tijd klaar. Deze pop zal namens de zeeuwse verenigingen aan de koningin worden toegestuurd (tijdens het bezoek mocht niets worden aangeboden).
Van tevoren moest een overzicht van onze doelstellingen en aktivi.tei.ten worden ingediend, omdat de koningin daar thuis op paleis Soestdajk al kennis van wilde nemen. De markt werd gehouden in het gemeenschapscentrum „De Vroone" te Kapelle-Biezelinge. Donderdagmiddag 10 mei hebben we met medewerking van mevr. Sch.ri.er (de sekretaresse van de vereniging te Kapelle, die er vlakbij woont) onze „kraam" ingericht, We hebben geprobeerd de diverse werkzaamheden van onze verenigingen en van de bond , zo duidelijk mogelijk aan te geven: het vervaardigen van handwerken voor de verkopingen, het maken van kleertjes en dekens voor de zending, het organiseren van vakantieweken voor gehandicapten en het uitgeven van brochures. Op de foto kunt u het resultaat ervan zien, Als kerkelijke bond waren we ingedeeld bij de levensbeschouwelijke groeperingen. In totaal waren we met 30 vrouwenorganisaties. Voor ieder was er een ruimte beschikbaar ter breedte van 1.30 m. Toen alle kramen waren ingericht bood het totaalbeeld een bonte verscheidenheid, een echt marktbeeld. Op vrijdagmorgen 11 mei was het dan zo ver! Die ontvangst van de Koningin had plaats in de hal. Het bezoek zou anderhalf uur duren, zodat er voor elke organisatie eigenlijk maar drie minuten beschikbaar waren.
Toen de koningin de zaal binnenkwam, was zij duidelijk verrast door alles wat zij zag.
Wij hoorden bij een van die eerste kramen waar zij langs kwam. Zij bekeek onze stand en naar aanleiding van het foto'-album met groepsfoto's van de vakantieweken voor gehandicapten informeerde zij belangstellend naar dit gedeelte van ons werk. Haar volgende vraag betrof ons weeshuis in Nigeria. Zij vroieg waarom er veel wezen waren en wat er voor hen gedaan werd. Dit naar aanleiding van gemaakte kinderkleertjes, die we met een kaartje erbij hadden neergelegd. Het was een hele belevenis om persoonlijk met de koningin te spreken, maar het was maar kort, zodat het heel vlug voorbij was.
Het gevolg van de koningin toonde daarna eveneens belangstelling voor ons werk, o.a. mevr. Boertien, de echtgenote van de commissaris der koningin in Zeeland, mevr. Roëll, partikulier sekretaresse van de koningin en dhr. Van Ommeren, lid van de zeeuwse Gedeputeerde Staten voor de S.G.P.; het was voor ons een verrassing ook iemand uit eigen kring te ontmoeten.
Mevr. Crum en mevr. Beekman waren ook naar Kapelle gekomen om met het gebeuren mee te leven. Zij waren er 's morgens al en hebben de koningin van dichtbij gezien, toen zij weer uit „De Vroone" vertrok, 's Middags was ook miej. De Feyter aanwezig. Toen was er voor alle belangstellenden gelegenheid de markt, te bezoeken.
Enkele dames van de vereniging te Kapelle assisteerden ons toen in onze kraam bij het geven van inlichtingen over ons werk. We waarderen het bijzonder, dat zoveel dames van zoveel zeeuwse verenigingen van hun belangstelling hebben blijk gegeven, wat duidelijk te zien was aan de grote drukte in de „levensbeschouwelijke" hoek.
Het is voor de eerste keer, .dat we als bond naar buiten getreden zijn. Het was geen eenvoudige opgave, want we zijn dit niet gewend en we wilden onze eigen doelstellingen zo duidelijk mogelijk uit .laten komen. Het blijkt, dat velen nauwelijks iets van ons afweten. Hoewel we de invloed, die er van ons is uitgegaan op anderen niet kennen, hopen we toch dat het stimulerend zal hebben gewerkt. Het voornaamste is, dat we in ons naar buiten treden zouden mogen zijn als een zoutend zout en als een lamp die een helder licht geeft. Dat kunnen we niet in eigen kracht, maar toch geldt voor ons allen de opdracht: „Gij zult Mijn getuigen zijn”.
G. Uijl-Groenendijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979
Daniel | 24 Pagina's