JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

AAN GODS ZEGEN IS ALLES GELEGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AAN GODS ZEGEN IS ALLES GELEGEN

6 minuten leestijd

Psalm 127

Deze psalm, is blijkens het opschrift van Salomo. Ook aan de inhoud is d ; e dichter te herkennen, zowel aan de opbouw van die zinnen als aan de strekking van de verzen. Wie denkt bij deze psalm niet aan de bekende spreuk: de zegen des Heeren, die maakt rijk en Hij voegt er geen smart bij?

In de eerste verzen wordt de noodzakelijkheid van de zegen van de Heere aangewezen. Zonder die zegen zal niets gedijen. Al het werk, alle moeite is tevergeefs als de Heere Zijn zegen er niet aan verbindt.

Dat geldt niet alleen voor het bouwen van een huis en het bewaken van een stad in eigenlijke zin. Maar de diepere betekenis is dat dit geldt voor alle werkzaamheden die van het gezin en van de overheid uitgaan.

Met vertrouwen op eigen inzicht en kracht

Op het eerste gezicht lijkt het te sterk uitgedrukt. Het, zou de schijn kunnen geven, dat als we de Heere vrezen we alle zaken voor het dagelijks leven maar gratis thuisbezorgd krijgen. En dat anders al ons werk tot mislukken gedoemd is.

Maar meer d : an schijn is dit niet. Salomo bedoelt hier hen die vertrouwen op eigen inzicht en kracht. Die denken alles zelf wel te kunnen klaren. Wanneer dat onze levens 1 - instelling is, doet de Heere ervaren, dat. alles ons bij de handen afbreekt,

. . . . maar in afhankelijkheid van God werken.

Daartegenover is de ervaring dat, wanneer ons werk in afhankelijkheid va.n de Heere verricht wordt en in de vreze des Heeren, we met verwondering mogen zien, dat ons werk gezegend wordt.

Salomo neemt dus de luiheid niet in'bescherming. In zijn Spreuken verwijst hij de luiaard naar de ijverige mieren en wijst op diverse plaatsen hen streng terecht. (Zie Spr. 6 : 8-9; 15 : 19; 16 : 13-16).

De moderne mens heeft God niet meer nodig in zijn werk. Hij vertrouwt op zijn kunde en kennis. Hij heeft ook het Woord van God niet meer nodig en acht zich niet gebonden aan Gods wet. Hij wil èn het huiselijk èn het staatkundig leven uitrichten naar eigen gedachten. En daar verwacht hij zijn welzijn van.

Deze psalm laat ons niet in het ongewisse waar dit denken en handelen op uitloopt. Het gestelde doel zal niet bereikt worden.

Voor een kleine tijd kan het lijken dat de idealen verwezenlijkt worden, toch zal uit; eind'elijk de waarheid van dit Woord bevestigd worden. In Ps. 73 lijkt het d.e goddelozen goed te gaan. Maar Asaf ziet, als hij op hun eind'e merkt, hun ondergang.

De beminden des Heeren werken door het geloof met kalme rust. Hun gaven gebruiken ze, met vlijt wordt het werk verricht. Maar de stilte van het geloof doet hen als slapen, doet hen leven in overgave aan en afhankelijk van d.e I-Ieere. Door het geloof worden de bekommernissen op Hem geworpen in de wetenschap dat. Hij zorgt. Uiteraard zijn ze daarin afhankelijk van de Heilige Geest. Die werkt het geloof en onderhoudt het.

Kinderen zijn een erfenis van de HEERE.

Het laatste gedeelte van deze psalm is een nadere bevestiging van wat Salomo in de eerste twee verzen heeft gezegd. Hij wijst hierin op de kinderzegen die wel zózeer een gave van God is, dat hij de kinderen een erfenis van de Heere noemt. Ja, hij noemt ze

zelfs een beloning. We hebben hier uiteraard niet te denken aan loon naar verdienste. Maar het hebreeuwse woord wijst op gave, op weldaad die de Heere schenkt.

Het verkrijgen van kinderen is dus méér dan een natuurlijk voortplantingsproces, het is een zegen van de HEERE, die Hij toedeelt. Met deze naam HEERE heeft Hij zich geopenbaard in Zijn Woord. Ze duidt Zijn grootheid, maar ook Zijn trouw aan.

Tevens openbaart Hij erin dat Hij altijd Dezelfde is.

Calvijn merkt op: „Nu is het geen geringe gave Gods dat de mens vernieuwd wordt in zijn geslacht. Want God geeft hem als dan nieuwe kracht, zodat hij, die anders weldra zou wegsterven, als opnieuw begint te leven". Het is natuurlijk niet zo> , dat als een huwelijk kinderloos blijft, het geen gezegend huwelijk is. Dan kan het huwelijk als zodanig goed en gezegend zijn en aan haar doel als vereniging van man en vrouw beantwoorden. Al wordt dan wel de hier bedoelde zegen gemist en wordt dit ook als een gemis ervaren.

Zegen en verantwoordelijkheid.

Ook wil het aan de andere kant niet zeggen dan het hoge' kinderaantal automatisch een grote zegen inhoudt. Als d; e Heere opdracht geeft in Gen. 1 : 28 „Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt en vervult de aarde en onderwerpt haar", geeft Hij een zegenend bevel. Het is een opdracht waaraan Hij Zijn zegen verbindt. Ook hier komen we in aanraking met de wijze waarop de Heere met mensen omgaat. I-Iet is een omgaan in zegen en verantwoordelijkheid. Elke gave van de Heere is tevens opgave. Elke opgave van de Heere is niet zonder de gave van God te vervullen.

Zoals in het eerste gedeelte van de psalm de zegen des Heeren rust op hen die in afhankelijkheid van de Heere hun werk verrichten, zo mag hier ook gezien worden dat de zegen rust; op het volbrengen van Zijn opdracht. Daarom kan ook een huwelijk waarin het een afspraak is dat voorlopig geen kinderen zullen komen, in dit licht gezien, geen goed-begonnen huwelijk zijn. Men onttrekt zich aan de eerste zegeningen van het huwelijk. Maar met de zegeningen wijst men ook de Zegenaar af.

Ook de kinderen hebben een taak.

In de psalm wordt ook gewezen op de taak die op de kinderen rust, namelijk om de ouders bij te staan en te helpen. De zonen zijn als pijlen, niet in de pijlkoker, maar in de hand. De vader heeft ze dus als het ware gereed, om zich ermee tegen de vijand te verdedigen. Ook daar waar het gericht gehouden wordt, namelijk in de poort, zullen ze onbeschroomd tegen het onrecht opkomen en de goede zaak verdedigen.

De eer van de ouders gaat hun ter harte. Waar mogelijk zullen de kinderen het welzijn van de ouders dienen te bevorderen.

Omgekeerd is het uiteraard ook de opdracht aan de ouders ten aanzien van hun kinderen. Wie ze als een geschenk uit Gods hand mag ontvangen, wie verwonderd, is, dat hem/haar dit rentmeesterschap wordt toevertrouwd, kent; ook het verlangen de kinderen tot Gods eer en tot hun welzijn op te voeden..

Waar dit door genade met Gods hulp verricht wordt, zullen we niet beschaamd worden.

GESPREKSVRAGEN:

Bespreek de relatie „werk-vrije tijdsbesteding". Bespreek de relatie „welvaart-welzijn". Wat denk je van kindercrèches voor werkende moeders? Hoe denk je over bejaardencentra? Wat wordt bedoeld met de tekst: de zegen des: Heeren maakt rijk en Hij voegt er geen smart bij.

Ds. I-I. Paul

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1979

Daniel | 24 Pagina's

AAN GODS ZEGEN IS ALLES GELEGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1979

Daniel | 24 Pagina's