JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

KOHLBRUGGE, EEN MAM GODS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KOHLBRUGGE, EEN MAM GODS

7 minuten leestijd

Regelmatig komen we de naam Kohlbrugge tegen of wordt hij geciteerd vanwege zijn kernachtige en inhoudsvolle uitspraken. Wie is deze man, en welke boodschap heeft hij ook aan ons nagelaten? Kohlbrugge zegt dat er eigenlijk maar één vraag is ! , die God tot ieder persoonlijk richt: „Zijt gij met Mijn Lam tevreden? " en het antwoord, dat ieder persoonlijk op deze vraag geeft, zijn „ja" of zijn „neen", is voor ieder persoonlijk het antwoord ten leven of ten dode.

De jeugd van Kohlbrugge

De tijd waarin Hermann Friedrich Kohlbrugge werd geboren is een tijd van armoede, niet alleen in stoffelijk maar ook in geestelijk opzicht.

Hij werd op 15 augustus 1803 te Amsterdam geboren. Zijn vader was afkomstig uit de omgeving van Osnabrück en behoorde tot de hersteld Lutherse Gemeente. Zijn moeder was lid van de Hervormde of Gereformeerde Kerk.

Veel eerbied en bewondering had Kohlbrugge voor zijn vader — hij moet een godvruchtig mens geweest zijn, die hem eens gezegd heeft: „Verstaat ge de vijf boeken van Mozes, dan verstaat gij de ganse Heilige Schrift". Als kind boeide hem, vooral het Oude Testament.

Later verklaarde hij, dat de betekenis van het Nieuwe Testament hem duidelijk geworden is door het Oude Testament en niet omgekeerd.

De schooljaren waren voor Kohlbrugge harde jaren, de handel kwijnde onder Napoleons kontinentaalstelsel. Met de zaak van Kohlbrugges vader ging het moeilijk. Er heerste armoede. Meermalen, ook later toen hij studeerde moest hij in de zaak helpen — het kon echter zijn geestelijke en intellektuele ontwikkeling niet tegenhouden. Zijn belangstelling was veelzijdig. In 1819 bezocht hij het gymnasium. Hij blonk uit in de taalstudie. Daarna bezocht hij het atheneum in Amsterdam; hij was toen 18 jaar. Wel was hij ingeschreven als student in de theologie maar de taalstudies namen hem het meest in beslag. Hij bestudeerde de klassieke schrijvers, maar vooral ook oosterse talen, als Hebreeuws, Arabisch en Syrisch.

Zijn grondige kennis der oosterse talen is hem in zijn later leven van groot nut geweest voor het maken van oorspronkelijke exegese van de tekst der Heilige Schrift.

Later zegt Kohlbrugge over deze tijd „Ik werd een geestdriftig humanist". Hij heeft dan ook scherp zijn godsdienstig leven in die jaren veroordeeld.

Doordat de zaak van zijn vader achteruitging moest deze zich associëren met een kompagnon, die hem echter bedroog, waardoor vader Kohlbrugge zijn zaak kwijt raakte.

Het gezin Kohlbrugge was straatarm geworden. De vader stierf weldra van verdriet en zorgen. De zorgen kwamen nu op de studerende Kohlbrugge neer. Voordat zijn vader stierf heeft hij echter moeten beloven dat hij doctor in de godgeleerdheid zou worden. Kohlbrugge was toen 23 jaar — door lessen te geven voorzag hij in het onderhoud van het gezin, maar tevens studeerde hij ijverig theologie en werd in 1825 kandidaat in de theologie.

Het zou echter tot zijn 43e jaar duren voordat hij dominee kon worden.

Toen hij voor het eerst in Loenen a. d; . Vecht zou preken, doorleefde hij da voorbereiding van zijn preek over Rom. 5 : 1 zijn „eerste" bekering doordat de; woorden van Jesaja 54 : 7 - 10 als tot hem gesproken hem troffen.

Hij werd een ijverig, nauwgezet, wettisch christen, maar zijn prediking maakte in die oppervlakkige tijd wél indruk.

Een afgezette predikant

In 1826 werd hij tot hulpprediker van de Hersteld Lutherse Gemeente aangesteld. Dat was echter van korte duur want nadat hij één der predikanten had aangeklaagd wegens pelagianisme werd hij, toen hij zijn beschuldiging niet wilde herroepen, afgezet.

In 1828 vestigde Kohlbrugge zich in Utrecht om de gedane belofte aan zijn vader te volbrengen. Terwijl hij zich op zijn promotie ging voorbereiden leefde hij in grote armoede. Hij schreef zijn dissertatie over Psalm 45 die hij als een bruiloftslied van Christus aan Zijn gemeente uitlegde en waarin zijn grote kennis van de oosterse talen tot uiting kwam. In 1829 promoveert hij en is doctor in de godgeleerdheid.

Een afgewezen predikant

Na zijn onvrijwillige afzetting bij de Hersteld Lutherse Gemeente bestudeerde Kohlbrugge veel de Geschriften van Calvijn en Olevianus en werd overtuigd dat hun leer der Sakramenten meer naar de Schrift zijn dan die van Luther. Hij vraagt dan ook om toegelaten te worden tot de Ned. Herv. Kerk.

De Hervormde kerk was echter in 't geheel niet blij met Kohlbrugges verzoek en men zocht dan ook uitvluchten om dit te voorkomen. Zo' vergde de' kerkeraad van Utrecht een bewijs van goed zedelijk gedrag van het Hersteld Luthers kerkgenootschap. Dit kon deze natuurlijk moeilijk doen zonder haar eigen handelwijze te veroordelen. Pas in 1832 kreeg hij bericht zonder opgave van redenen, dat hij niet tot de Hervormde kerk kon worden toegelaten. De uitspraak van de Synode was geweest: „Wij moeten rust hebben in onze kerk; rust moeten wij hebben”.

Een onruststoker als Kohlbrugge kon men niet gebruiken. Voor de tweede maal was Kohlbrugge buitengesloten.

Predikant in Elberfeld

Werd Kohlbrugge kerkelijk beproefd, zo ook huiselijk, want nadat nog een tweede zoon, Jacob, geboren was, werd zijn vrouw ziek en stierf in februari 1833.

Kohlbrugges gezondheid heeft onder dit alles veel te lijden gehad. Op medisch advies maakt hij een reis naar Duitsland en komt terecht in Elberfeld in het Wuppertal. Hier wordt hij verzocht om in de kerkdiensten voor te gaan. Het was ook hier weer bij de voorbereiding van een preek, dat Kohlbrugge 'n nieuw licht op ging over het bijbels getuigenis. Dit noemde hij zijn „tweede bekering". Reeds lang hield hem de vraag bezig hoe aan Gods Wet voldaan moest worden, die mensen toch niet houden kunnen.

In Rom. 7 : 14 ontdekte hij de „komma." achter het woord vleselijk en het werd hem ineens duidelijk dat ook de wedergeboren Paulus weet dat hij „vlees" is, verkocht onder de zonde, dat de Wet echter geestelijk is en alleen door Christus kon worden volbracht. Dat ging nu voor Kohlbrugge betekenen, dat Christus de gelovige niet alleen rechtvaardig, maar ook heilig verklaart en dat alle streven naar zelfheiliging een te kort doen aan het Middelaarswerk is.

Na deze zielservaring was het Kohlbrugges begeerte te prediken dat God niet vromen, niet gelovige mensen rechtvaardigt, maar dat God de goddelozen rechtvaardigt om niet, alleen om Christus' wil. Velen in het Wuppertal begeerden hem tot predikant, maar liet zou eerst, tot 1848 duren, voordat hij zijn eerste gemeente zou mogen dienen. Wanneer hij voor de tweede maal in Duitsland verblijft wordt hij door enige broeders uit Elberfeld verzocht om aldaar zich te ontfermen over leden die verstoken waren van prediking en Sakramenten. Hierin heeft Kohlbrugge bewilligd en hij is tot zijn dood toe van deze gemeente predikant geweest, Deze gemeente nam de Nederduitse Geloofsbelijdenis als haar grondslag aan. en heette Niederländisch Reform. Gemeinde.

Eenheid van Wet en Evangelie

Veel heeft Kohlbrugge ons nagelaten. Het gaat bij hem steedis om en over: de betekenis van de Wet Gods.

Hij is overtuigd dat de sleutel t: ot het verstaan van Gods Woord gelegen is in de erkenning van Godls Wet.

De Wet is een uitdrukking van het wezen Gods, in haar zien wij God Zelf! Op de eenheid van Wet en Evangelie valt bij Kohlbrugge de nadruk. Veel preken, bijbelverklaringen en geschriften zijn van hem bewaard en in het nederlands vertaald. Eén van de mooiste boeken van Kohlbrugge is „Waartoe het Oude Testament". Het is nuttig dit boek aandachtig te lezen.

Voor een goed verstaan van het Nieuwe Testament is het verstaan van het Oude Testament: nodig. Het is naar Jezus eigen woorden dat het de Schriften zijn die van Hem getuigen. Kohlbrugge neemt het Oude Testament ter hand en erkent: het heil, dat hier aan Israël beloofd wordt, de genade, die hier wordt toegezegd, het is alles in Christus, van Wie wij uit het Nieuwe Testament weten, dat Hij Jezus heet.

Zoals we zagen heeft Kohlbrugge veel tegenslag en veel verdriet gehad, hij werd een eenzaam, man, nadat ook zijn tweede vrouw en twee van zijn drie kinderen zijn gestorven. Hij sterft tenslotte op 5 maart 1875. Zijn laatste woorden ; zijn: De Zoon Gods is het, Die mij verlost en gekocht heeft. Hoe zoet is mij het sterven.

Dit weet ik, dat ik in Gods hand gegrift ben en tenslotte: „Een grote dag van feestvreugde en van juichen”.

Hermann Friedrich Kohlbrugge een man Gods — een kind van God — ons tot een getuige. Dat het ook ons getuigenis mag zijn, zoals ook Kohlbrugge eens een samenvatting van al zijn levenservaringen heeft gegeven: „Oude zonden, nieuwe zonden, en toch bij dat alles een getrouwe God!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1979

Daniel | 24 Pagina's

KOHLBRUGGE, EEN MAM GODS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1979

Daniel | 24 Pagina's