JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Welgelukzalig.... die in de Wet des Heeren gaan.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Welgelukzalig.... die in de Wet des Heeren gaan.

8 minuten leestijd

In de gemeente Gods wordt op verschillende wijze over de wet des HEEREN gesproken. De Schrift geeft ons daartoe aanleiding. Paulus verkondigt, dat door de wet de kennis der zonde is. Op een andere plaats noemt hij de wet een tuchtmeester tot Christus. En tevens weet hij van een vermaak, dat hij in de wet Gods heeft. Wel moeten we er ons steeds rekenschap van geven, dat onder het woord wet meer verstaan wordt, dan alleen d.e wet der tien geboden. De gehele oud-testamentische openbaring Gods wordt wel met „wet" aangeduid in onderscheiding van de nieuw-testamentische, welke als vervulling van de oud-testamentische voorzeggingen dan als „evangelie" aangeduid wordt.

In zulk een betekenis is de inhoud van het woord wet ook veel omvattender, dan wanneer we er slechts het geheel van de eisen Gods onder verstaan.

Wij spreken in ons schriftuurlijk belijden over de wet in een drieërlei opzicht:

1. De Wet als een kenbron van onze ellende. In de waarachtige bekering van de zondaar tot God gebruikt de Heilige Geest de prediking van de wet des Heeren om. de mens aan de zondigheid en verlorenheid van zijn bestaan te ontdekken, opdat we ons. voor de Heere leren verootmoedigen.

2. De loet als een tuchtmeester tot Christus. De Heilige Geest doet ons verstaan, dat de gerechtigheid, die de wet des Heeren eist, nooit in enig doen van ons mensen te vinden is. Voor het oordeel Gods naar de wet des Heeren schieten alle menselijke gerechtigheden te kort. De Heere wil ons zo tot een „heilzame" wanhoop brengen, opdat we de geëiste gerechtigheid buiten onszelf zouden zoeken in de door het Evangelie ons gepredikte Middelaar.

3. De wet als een richtsnoer van het nieuwe leven, waarin de Heere kinderlijk gevreesd mag worden. In deze bijdrage aan de bezinning op de wet des Heeren mag nu juist aan de laatste hier genoemde betekenis bijzondere aandacht worden besteed.

Het gaat dan over het geheel van geboden, bevelen, voorschriften, raadgevingen, inzettingen en bepalingen, welke in de Heilige Schrift zijn aan te treffen. De in één woord saamgebundelde eis in al deze geboden is de „liefde". De liefde jegens God. De liefde jegens de naaste.

De betrachting van deze liefde wordt in het Oude Testament veelal aangeduid m.et „de vrees des HEEREN". We moeten daarbij niet denken aan „vrees" in de zin van angst of benauwdheid. Dat is de bijbelse: inhoud van dit begrip ten enenmale niet. Integendeel. In dit woord wordt een levenshouding aangeduid 1 , die liefde, eerbied, verbondenheid openbaart en waarin het „welgelukzalige" van het wandelen in de wet des HEE-REN ervaren mag. worden.

Psalm 119

We schreven boven dit. artikel een opschrift, dat ontleend is aan het eerste vers van Psalm 119. Deze psalm is één lang loflied op Gods heilige wet. Er is bijna geen vers in deze langste psalm uit de Bijbel, waarin de dichter niet over de wet van God spreekt. In het wandelen in deze hem voorgestelde wet ervaart hij een gelukzaligheid, die hem doet verlangen in de betrachting van de geboden Gods-te mogen volharden (vs. 1 - 8). Hij wil, dat deze wet ook aan de jongeren wordt voorgehouden, want hij weet dat er meer waarachtige vreugde in deze getuigenissen Gods te vinden is, dan in rijkdom, eer en aanzien (vs. 9 - 16). Hij begeert op aarde vreemdeling te zijn, om slechts de wonderen van Gods wet te zien; deze zijn immers zijn vermaak en hij wil er mee raadplegen (vs. 17 - 23). Hij roept God aan, opdat zijn tot de zonde geneigde hart telkens weer de wet des Heeren mag verstaan (vs. 25 - 32). Heel zijn hart gaat uit naar Gods inzetting. Daarom begeert hij, dat de Heere Zelf hem op het pad van Zijn geboden beware (vs. 33 - 40). Tegenover de spotters met God en de vijanden van Zijn dienst verlangt hij de waarde en de zegen van de wet des Heeren te mogen aantonen, want hij heeft een vermaak in Gods geboden (vs. 41 - 48). Als de Heere verachting wordt aangedaan gaat zijn hart des te inniger naar de Heere uit (vs. 49 - 56).

Hij roept uit, dat hij een rijkdom kent, die hem doet weten, dat de Heere zijn deel is. Hij begeert dag en nacht met Gods. gebod bezig te zijn (vs. 57 - 64). De ervaring van de goedheid Gods, welke hem de krachtigste aansporing is tot het liefhebben van de HEERE, is hem beter dan duizenden van goud of zilver (vs. 65 - 72). Hij dankt God voor de tegenheden, die hem dichter bij de Heere gebracht hebben (vs. 73 - 80).

De wet geeft zin aan liet leven

Laat ik je mogen aanraden in het kort elk vers van deze psalm na te gaan, om daarin te lezen, dat David van de zegen, in de wet van God geschonken, weten mag. Ook in deze psalm verstaan we onder de wet ook de gehele openbaring Gods, in zowel wet als evangelie. Juist in het kader van de evangelie-verkondiging, waarin de liefde Gods gepredikt wordt, wordt de wet de regel van de hartelijke wederliefde. Deze wet geeft het leven een diepe zin en een geweldige inhoud. Tegenover de zinloosheid van het leven, welke zich juist als een vrucht van de ongeordendheid en wetteloosheid overal openbaart, laat de psalm, waaruit we enkele gedeelten hebben aangehaald, zien hoediepe zin alles in het leven voor David verkrijgt. Dan ervaart hij 't rijke van de wet, die

hem tot een levensregel is geworden. Het gebod van God is zeer wijd. Het heeft te maken met de verhouding tussen God en de ziel, maar ook met die ten opzichte van de naaste. Waar de verhouding ten opzichte van God verbroken is en blijft, zie je ook het verbrokene van de verhouding ten opzichte van het aardse. Wie in de rechte verhouding met de Heere wordt gebracht, komt anders te staan tegenover mens en samenleving. Geen terrein van het leven is er, waarover dan Gods wet geen zeggenschap hebben zou. In het gezin; in de maatschappij; in de staat; in de samenleving van de volkeren. Waar Gods wet levensregel wordt, wordt de zonde afgebroken door gerechtigheid.

De kerk moet deze wet, deze regel voor Gods vrees, in de wereld met kracht verkondigen. Niet alleen aan de gemeente, maar ook aan de overheid, ook in de maatschappelijke verhoudingen.

De wet als norm voor het leven

Een bijzonder gebruik van de wet Gods is de z.g. usus civüis, d.w.z. het burgerlijke gebruik. In de staat en in de maatschappij moet een norm zijn, waaraan ook alle handelen getoetst wordt. Die norm is niet het algemene nut; noch het hoogste genot; noch een menselijk geluk. Dat zou kunnen leiden tot opvattingen, die men heden ten dage vrijmoedig voorstaat. Men spreekt bijvoorbeeld over het geluk van de vrouw, dat door een zwangerschap dreigt verstoord te worden. Zulk een norm, die niet aan de hoogste norm van de door God gegeven wet beantwoordt kan tot de meest wrede willekeur leiden. Ja, tot excessen als in het Nazi-dom voorgestaan.

In de onderhouding van Gods geboden is een bijzondere zegen-te vinden. In Psalm 19 mag David ook van deze zegen gewagen. De wet des Heeren is volmaakt, bekerende de ziel, zo roept hij uit. Die rechten Gods zijn begeerlijker dan goud en zijn zoeter dan honig. Er is een rijkdom in de wet Gods, die boven aardse bezittingen uitgaat; en in de betrachting uit liefde tot Gods gebod is een zoet vermaak, dat meer genoegen verschaft, dan wat op aarde ons ooit geboden kan worden.

Het is wel duidelijk, dat deze zegen alleen in ware vreze Gods ervaren wordt. Toch mag de prediking van de wet aan een wereld, die in het boze ligt, een geheel van levensregels aanwijzen, waarin ook voor de wereld een verborgen zegen zou te verkrijgen zijn. Wie nu ziet hoe de wetteloosheid en ongebondenheid gepaard gaat met een onvoorstelbare geestelijke leegheid, die velen doet twijfelen aan enige levenszin, kan daarin zien hoe door het prijsgeven van Gods wet de mens als overgegeven wordt aan zichzelf. Wie kennisneemt van de zelfmoordcijfers zal een ontstellende toename van zelfmoorden moeten vaststellen, en wel voornamelijk onder jonge mensen, die het „niet meer zien zitten". Hoe arm is de wereld, die God en Zijn heilige wet niet kent. Die ook het beminnelijke van de dienst des Heeren niet verstaat. Die dienst van God, zoals de Heere Zelf ons die aanbeveelt, verschaft een levensvreugde, die zelfs in moeite en strijd toch in de. Heere een verlustiging vinden doet.

Daarom mag en moet de vreze des Heeren aanbevolen worden; de weg, waarin deze geleerd kan worden, moet worden verkondigd; de rijke zegen ervan moet ook aan onze jeugd verhaald worden, opdat een en ander onder Gods zegen diene om in veler hart de lust tot de kinderlijke en ootmoedige betrachting van de heilige Wet des HEEREN te verwekken.

Gespreksvragen:

1. Waarom vormen wetteloosheid en normloosheid zo'n groot gevaar voor onze samenleving? Een belangrijk aspekt daarbij is de beïnvloeding en gewenning. Noem van dit laatste eens een aantal voorbeelden uit je omgeving en je eigen leven.

2. Vrijheid en gebondenheid zijn geen tegengestelde begrippen, maar vrijheid krijgt inhoud door de gebondenheid. Hoe verklaar je dat?

3. Op welke drie manieren wordt in de Bijbel over de wet gesproken?

4. Hoe kan de wet zin geven aan het leven? Lees hiervoor eens Psalm 19 en 119.

5. De Heere Jezus heeft voor de Zijnen de wet in alles volbracht. Betekent dat dat de wet van God voor hen overbodig geworden is? Lees hiervoor ook Galaten 5. Wat betekent de vrijheid waar een kind van God toe geroepen wordt?

6. Welke betekenis heeft de wet voor jou?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1979

Daniel | 24 Pagina's

Welgelukzalig.... die in de Wet des Heeren gaan.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1979

Daniel | 24 Pagina's