VRIJHEID IN GEBONDENHEID
WETTELOOSHEID
Bijlage „Daniël"
De relatie tussen vrijheid en gebondenheid heeft al vele pennen in beweging gebracht. Veel denkers uit het verleden en in het heden hebben geprobeerd om deze-schijnbaar tegengestelde begrippen met elkaar in harmonisch evenwicht te brengen. Daarbij zijn er diverse publikaties over dit onderwerp, die proberen vanuit de Bijbel deze problematiek te benaderen.
Maar ook hier openbaren zich veel tegengestelde of tegenstrijdige opvattingen. Er zijn er immers die zeggen de bijbelse normen te willen hanteren, maar toch die Bijbel als een tijdgebonden boek beschouwen en dus eigenlijk de bijbelse gegevens niet willen hanteren. Kan er eigenlijk wel gesproken worden van vrijheid als je toch nog met beperkingen werkt? Is er dan nog, wel sprake van vrijheid? Wordt niet juist vrijheid verkregen door de normen weg te schuiven of zich daaraan niet gebonden te weten? Is het geen bevrijding, als we eens ontslagen zijn van de alledaagse normen, die ons leven van elke dag bepalen?
Wordt bijvoorbeeld niet in het bijzonder genoten van een vrije dag of van vakantie, omdat we dan niet gebonden zijn aan het alledaags patroon?
We moeten duidelijk voorop stellen, dat vrijheid echt geen ongebondenheid inhoudt of leven zonder enige norm. Algemeen gesproken zonden we zelfs kunnen zeggen, dat gebondenheid haar betekenis krijgt door. de vrijheid en de vrijheid d.oor de gebondenheid'. Maar dan wel met dien verstande, dat we duidelijk moeten vasthouden dat niet wij, maar de Heere zelf het z; o in Zijn schepping gelegd heeft en dus de normen bepaalt, waarnaar wij moeten leven. We kennen ongetwijfeld het veel gebruikte voorbeeld van de vis in de viskom of het aquarium. We kunnen uit medelijden er goed aan denken te doen om het beestje uit d.e kom te halen, omdat het zo zielig is dat het altijd in het natte water verkeert. Maar dan gaat het beestje dood. Het verkeert namelijk letterlijk en figuurlijk in zijn element, namelijk het water. Het is een natuurwet en daarmee een levensvoorwaarde voor het beestje. Zo zouden we het een nogal zware belasting en gebondenheid kunnen vinden om dagelijks te eten en te slapen en de tijd daaraan besteed als verloren tijd kunnen aanmerken. Toch. zijn wij gedwongen hiermee rekening te houden, op straffe van een slechte gezondheid of zelfs de dood.. Het zijn de gegeven natuurwetten waaraan wij ons leven onderworpen weten. Behalve in bijzondere omstandigheden willen wij ook niet anders, dan deze normen eerbiedigen. Het is een gegeven in ons menszijn.
De ingeschapen wet
We behoeven slechts naar heidense samenlevingen te kijken om vast te stellen dat men daar, zonder dat men de Bijbel heeft, toch de meest fundamentele wetten respekteert, zoals die in de eerste en tweede tafel der wet in grote lijnen worden weergegeven. Een samenleving zou anders tot de onmogelijkheden gaan behoren. Wij noemen dat de ingeschapen wet of het beeld Gods in ruimere zin, die ieder mens meedraagt, als hij op deze wereld komt (Rom. 2 : 14 en 15).
Deze natuurlijke, gegevens kunnen niet ongestraft veronachtzaamd worden.
Daarbij hebben wij gelukkig ook nog cle Godsopenbaring door Zijn Woord, zodat wij de wil van God en dus Zijn normen het duidelijkst kunnen weten. Natuurlijk betreffen deze normen in de eerste plaats de erkenning van God, of liever het God liefhebben boven alles. Deze normen zijn echter tegelijkertijd gericht op liet goed funktioneren van de samenleving. Ze zijn er daarmee ook tot ons bestwil. Deze normen golden ook in het Paradijs, al waren zij niet woordelijk op schrift gesteld. Toen funktioneerde alles volmaakt door de liefde, die op God en naasten gericht was. Dit betekent niet, dat toen zonder normen geleefd is. Integendeel, alles was juist op de verheerlijking van God en het goed funktioneren van de schepping gericht.
Vrijheid krijgt inhoud door gebondenheid
Vrijheid en gebondenheid zijn geen tegengestelde begrippen. De vrijheid krijgt juist haar betekenis door de gebondenheid of wel in haar gebondenheid. Onze vrije dag heeft juist zijn betekenis, doordat wij op een andere manier gebonden zijn aan de normen. Als ik een dag steel door voorgewende ziekte of anderszins, dan wordt dat echt niet beleefd als een vrije dag. Dat het helaas 7.0 is, dat gestolen wateren zoet kunnen zijn, is een gevolg van de zonde, van het wetteloze, het normloze, doordat onze natuur door de zonde zonder God en zonder Zijn wet wil leven. Het heeft echter ook zijn schadelijke konsekwenties. We mogen het zelfs zo stellen, dat binnen bepaalde normen de vrijheid het rijkst beleefd wordt. De vrije dag is niet een rijk goed, omdat het vr'ijzijn betekent, maar omdat de vrijheid beleefd wordt binnen de gestelde normen.
Het is persé niet zo, zoals we vooral in onze jonge dagen wel eens denken, dat de normen, die ons leven beheersen een belemmering zijn in onze mogelijkheden en dus moeilijkheden veroorzaken, in ons leven. Het zijn juist de normen, die ons door God gegeven zijn, die ons leven rijk maken en tot ons bestwil gegeven zijn. Het opgaan naar Gods huis op zondag is een grote vrijheid binnen de gebondenheid, die daardoor ervaren wordt. Het korrespondeert met het gegeven van ons natuurlijk-zijn om een God te dienen. De betrachting van Gods geboden, Gods normen, geeft grote loon. En dat loon is dan niet uit verdienste, maar uit genade, want tegenover God is het niets meer, dan onze plicht.
Het is dan ook zo, dat de betrachting van Gods geboden, met alle tekorten, die we daarin moeten konstateren, toch meer bevrediging geeft, dan het zich laten gaan naar de kwade begeerlijkheid van ons hart. Dit komt ook weer, omdat het geweten, de door God ingeschapen wet, gericht en versterkt door Gods Woord, ons doet beleven, dat de normen gericht zijn op het beter funktioneren van hetgeen God met Zijn schepping heeft bedoeld. Wij hebben in de scheppingsmorgenstond die grote rijkdom van Gods schepping verruïneerd en het zou een onmogelijke samenleving geworden zijn, indien God ons de overblijfselen van het beeld Gods niet had nagelaten. Door echter de richtlijnen van Gods Woord niet na te volgen maken wij van onze omgeving, maar ook van ons eigen leven een puinhoop. Wij mogen nog denken, willen, spreken en werken, binnen door God vastgehouden normen. Dat is de rijkdom van onze vrijheid, die het rijkst funktioneert binnen de door God gestelde normen.
Onze onvolmaaktheid
Helaas is het echter wel zo-, dat wij in al ons denken, willen, spreken en werken voor God alles tekort komen. Ons geweten trilt niet zuiver. Het woord van. God en Zijn normen voelen wij vaak als een belasting. Kortom, ons leven is eigenlijk van God afgericht. Wij dienen niet de enige en waarachtige God. Wij leven niet volgens Zijn wil, maar proberen deze om te buigen naar die van ons. Hij houdt ons nog vast door het ingeschapen normbesef, maar we doen niet hetgeen God van ons vraagt en waar Hij recht op heeft. Het eerste wat een. door God wedergeborene gaat zien is dat zijn leven, netjes of goddeloos, niet is naar Zijn wet. Hierdoor ligt er een kloof tussen God en onze ziel. De liefde door God in het hart uitgestort, aanvaardt dat in een waarachtig schuldbesef, en er komt een liefde om in alle goed werk naar de wil van God te leven. Het wordt als het hoogste goed beleefd om weer te mogen zijn, zoals God wil, dat wij zijn zullen en zo in Zijn gemeenschap te leven.
Het is daarom een volslagen misvatting, dat Christus, die de wet voor de Zijnen in alles heeft volbracht, die norm van God heeft overbodig gemaakt. Het is onmogelijk dat die wet voor een kind van God, die weet in Christus geborgen te zijn, een overbodige zaak i.s geworden. De wet blijft in het leven van iedere christen volkomen overeind staan. De vrijheid, waar een kind van God, zoals Paulus schrijft in Galaten 5,
toe geroepen wordt, is dan ook geen normloosheid, of een zich niet zo zuiver laten regeren door Gods heilige wet. De wetten golden in het Paradijs en, zullen straks op de nieuwe hemel en. aarde ook gehandhaafd blijven. Dan zal het echter een vanzelfsheid zijn om ze te mogen en te kunnen doen. In Christus mag de Kerk des Heeren weten van de vloek en dwang der wet verlost te zijn. Maar ook weet die Kerk des Heeren, dat Hij voor hen ook in dadelijke gehoorzaamheid die wet vervuld heeft.
Als echte christenen zullen zij dan ook niet liever willen, dan Hem volgen, ook in de betrachting van de rijke geboden des. Heeren. Niet uit dwang of druk, maar uit liefde tot God en de naasten. Zij zullen echter ook beleven, dat het doen der wet bij hen niet gevonden wordt, zoals de Heere dat vraagt. Dan blijft het een biddend leven:
Och of wij Uw geboon volbrachten Gena, O Hoogste Majesteit Gun door 't geloof in Christus krachten Om die te doen uit dankbaarheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1979
Daniel | 24 Pagina's