STEUN AAN BEVRIJDINGSBEWEGINGEN?
Op 23 okt. 1977 keerde ds. Anidries Louw Brand met zijn vrouw terug naar zijn zendingspost Que Que in Rhodesië. Hij had op deze Dag des He eren het Heilig Avondmaal bediend in een afgelegen dorp in het Gokwe reservaat, gelegen temidden van dichte oerwouden en savannes. Plotseling werd hij achter het stuur van zijn auto getroffen door een kogelregen.
Mevrouw Brand, vluchtte het bos in., maar op ongeveer 70 meter afstand van hun auto werd ook zij wreed neergeschoten. Zes kinderen verloren hun geliefde ouders. Overstelpt van droefheid hebben zij tesamen met vele diepbedroefde zwarte Afrikanen hun geliefde vader en moeder ter aarde besteld. Op 21 februari 1978 werden 119 kinderen en hun onderwijzer uit St. Mary's Mission School in Owambo in Zuidwest-Afrika ontvoerd.
Enkele weken geleden werd een lijnvliegtuig van de Air Rhodesia door een raket, afkomstig van door Rusland geleverde wapens, neergeschoten en kwamen 59 onschuldige burgers om het leven.
De kerk en de bevrijdingsbewegingen
Dit zijn zo enige van de „weldaden" die door de „bevrijdings"bewegingen in Zuidelijk Afrika zijn bewerkstelligd. Een lijst die met vele andere „zegeningen" zou zijn te vermeerderen. Hoe is het toch te verklaren dat velen, zelfs zich gereformeerd noemende mensen openlijk steun bepleiten aan deze terreurorganisaties, die 1 zich vooral richten tegen zendings-en missieposten?
Zo zijn b.v. in Rhodesië vrijwel alle zendingsziekenhuizen door en voor het geweld van deze terroristen gesloten met de duidelijke bedoeling de kerk te verwoesten als een van de sterkste blanke structuren. Een geestelijke van de Anglikaanse kerk verklaarde: „de guerilla's verbieden de mensen naar de kerk te gaan en zij moeten hun bijbels verbranden".
Een gevangen genomen terrorist gaf toe, dat hij opgeleid was door Russen en Cubanen en dat hem herhaaldelijk gezegd was dat God niet bestond. Toch gaat men door dit werk te steunen en via het PCR, het speciale fonds van die Wereldraad van Kerken, tot bestrijding van het rassisme, vloeien miljoenen in de fondsen van deze bewegingen. Deze miljoenen, zo krijgt men steevast te horen worden uitsluitend gebruikt voor „humanitaire doeleinden". Zo zijn we ook nog steeds bezig Vietnam te helpen. Ook Cuba heeft lange tijd onze steun genoten, ondanks het feit dat vooral dit land de bevrijdingsbewegingen in Afrika op de been hielp. Deze Cubanen zijn dan ook volgens sommigen in Afrika hard nodig. Zo verklaarde Karei Roskam in „Onze Wereld" van juli 1978: , , Per slot van rekening is de cubaanse aanwezigheid in Angola nog steeds nodig om de afscheidingsbeweging FNLA en de door Zuid-Afrika gesteunde afscheidingsbeweging UNITA (N.B. dit zijn nu plotseling „afscheidings"-bewegingen geworden) in Angola in bedwang te houden". Soms schijnt het door de voorlichting die hierover gegeven wordt inderdaad zo te zijn alsof de gelden voor humanitaire doeleinden worden aangewend.
Zo las ik in hetzelfde nummer van „Onze Wereld" in een interview met Israël Taipopi, algemeen sekretaris van de SWAPO-Jeugdbeweging in Namibië het volgende:
„De jeugdbeweging van de Swapo is een van de aktiefste afdelingen. Met studiegroepen, uitwisselingsprogramma's, kultureel-politieke festivals (wat zijn dat en wat gebeurt daar? ) en seminars worden de jongeren georganiseerd en voorbereid op de komende onafhankelijkheid. Gebrek aan kennis en goede scholing zullen een van de voornaamste problemen vormen in een toekomstig vrij Namibië. Jarenlange apartheid en bantoe-onderwijs hebben van de zwarten slechts gemakkelijk hanteerbare werkeenheden gemaakt. Zowel binnenslands als in het buitenland, waarheen vooral veel jongeren gevlucht zijn, probeert men dit nu al te ondervangen. In het door de Verenigde Naties opgezette en bekostigde instituut in Lusaka (Zambia) wordt zoveel mogelijk toekomstig kader opgeleid: artsen, technici en bestuursambtenaren. Swapo vindt het van groot belang, dat mensen hun kreatieve mogelijkheden ontdekken. Bovendien moedigen ze iedereen aan deel te nemen aan politieke diskussies en scholing.”
Selekticve berichtgeving
Door dit soort voorlichting wordt het Nederlandse volk misleid. De stroom van leugens gedurende vele jaren over ons uitgestort heeft daadwerkelijk sukses geoogst. Een van de bekendste voorbeelden van deze leugens is wel dat men films opneemt in afrikaanse landen, daarmee aantoont onder welke erbarmelijke toestanden de zwarten moeten leven en dan voorgeeft of dit alles betrekking heeft op Zuid-Afrika. Een andere methode is om gruweldaden, door terroristen begaan, toe te schrijven aan speciale afdelingen van het Rhodesische of Zuidafrikaanse leger. Zo hebben linkse publiciteitsmedia er wel wat moeite mee gehad dat vorig jaar juni twaalf Engelsen, mannen, vrouwen en kinderen op beestachtige wijze door zwarte guerrillastrijders werden vermoord. Dan moeten we volgens de linkse pers erg kritisch gaan lezen, zo-als blijkt uit het volgende citaat: „I-Iet valt niet mee voor de grote persbureaus om een regeringscommuniqué waarin wordt gesteld dat twaalf blanken met bijlen en messen zijn afgeslacht door „zwarte terroristen" kritisch te lezen. Dat doen ze dan ook niet.
Ze zetten het op de telex en sturen het de wereld; in. Voor de bijbehorende gruwelijke foto's zorgt het Rhodesische leger, dat de journalisten in de gelegenheid stelt de plaats van de slachting te bezoeken. Onder legerleiding natuurlijk, wat het onmogelijk maakt een onderzoek in te stellen."
Zo'n citaat wordt wat minder geloofwaardig als in hetzelfde blad waaruit dit citaat is genomen hoog wordt opgegeven over de bijzondere aktiviteiten van de Vietnamese regering om het land zo snel mogelijk o-p te bouwen door intensieve-industrialisering en herscholing van voormalige militairen, vrouwen van lichte zeden, wezen en heroïneverslaafden. Je krijgt bij het lezen van dit artikel de indruk dat in Vietnam nu een regering aan. het bewind is, die tot de meest vreedzame van deze wereld behoort. Over Cambodja, waar zoals nu langzamerhand wel duidelijk geworden is duizenden, misschien zelfs miljoenen mensen zijn omgebracht, wist de schrijver van dit artikel door schaarse berichten niet veel! Over selekticve berichtgeving, gesproken!
Gevolgen van het dekolonisatie-proces
Nogmaals stellen we ons. de vraag, waarom zo velen denken dat er in Zuidelijk Afrika en elders bewegingen werken die de zwarte volken bevrijden. Dit is alleen te verklaren uit het feit, dat. er een omturningsproces in het denken heeft plaatsgevonden. Voor wie zich ten aanzien van dit veranderingsproces in het denken nader wil oriënteren kan ik van harte aanbevelen zich te verdiepen in het verhelderende boek van R. I-I. Matzken „Anders Denken".
In politiek opzicht, vooral met betrekking tot de toestand in Zuidelijk Afrika, is dit andere denken naar het mij voorkomt, veroorzaakt door het de-kolonisatieproces.
Heel veel jongeren zijn er vast van overtuigd, dat bijvoorbeeld Indonesië na de Tweede Wereldoorlog door Soekarno c.s. van da-Nederlandse overheersing is bevrijd. Met andere woorden: de nederlandse soldaten streden van 1945 tot 1949 in het voormalige Nederlands-Indië tegen bevrijdingsbewegingen. En onze leidinggevende christelijke politici als Jan Schouten, Tilanus en Ds. Zandt hebben dit ten onrechte als revolutie beschouwd. Een ieder die zo redeneert dient wel te bedenken dat er in die-jaren dan maar één politieke partij geweest is, die h.et juist gezien heeft en dat waren de kommun-isten. Zij immers gingen in staking toen nederlandse militairen werden uitgezonden.
Men ZO'U de hoofdartikelen uit het dagblad „De Waarheid" uit die tijd moeten lezen en dan zou men tot de konklusie komen dat nu grote christelijke dagbladen op dezelfde wijze spreken over steun aan de bevrijdingsbewegingen als toentertijd „De Waarheid" over steun aan de Republiek Indonesië. Laten we toch eens duidelijk durven zeggen, dat de gedekolonialiseerde volkeren in een allerellendigste situatie terecht gekomen zijn. Zelfs de heer Albert van den Heuvel moest in een openbaar televisie-debat toegeven, dat het in Mozambique en Angola nu ook niet zo rooskleurig is. Men zou ook eens kunnen vragen aan de gewone mensen in Oeganda, of ze het sinds de zelfstandigwording beter gekregen hebben.
Men versta mij goed. Ik ben niet bezig een lans te breken voor het koloniale imperialisme, maar het wordt wei de hoogste tijd dat de naoorlogse geschiedenis in zijn juiste verhoudingen wordt gezien. Dan is het namelijk onmiskenbaar, dat het dekolonisatieproces door het maxisme als breekijzer is gehanteerd om de wereldverhoudingen uit hun voegen te rukken, zodat het kommunisme zijn invloed kon versterken. Anderzijds heeft een humanistische politiek in Amerika dit marxistische streven veelszins niet voldoende onderkend. Ook Amerika heeft ons gedwongen Nederlands-Indië te dekolonialiseren. In de tweede plaats moet een halt worden toegeroepen, aan de mening dat onze voorouders alleen uitbuiters geweest zijn die nooit iets voor de gekleurde volkeren zouden hebben betekend. Het is een diep tragische aangelegenheid, dat de regering van Zuid-Afrika geen tijd! gegeven wordt om de grove fouten d'ie bij de veel te snelle dekolonisatie zijn gemaakt te vermijden.
Het is te vrezen, dat de steun die de verschillende zogenaamde bevrijdingsbewegingen uit de westerse wereld ontvangen niet zal worden verminderd laat staan beëindigd. De vraag doet zich voor, wanneer in West-Europa bevrijdingsbewegingen, hun aktiviteiten gaan ontplooien, of zij dan ook niet gesteund zullen worden door de Wereldraad van Kerken. Dit lijkt een absurde vraag. Nog eenmaal gaan we dertig jaar terug. Als toen iemand gevraagd' zou hebben, of mogelijk in 1978 de gereformeerde kerken marxistische bevrijdingsorganisaties zouden steunen, dan hadl men dat een absurde vraag gevonden. En dat bijvoorbeeld de Swapo volop marxistisch is, kan niemand ontkennen. We geven daartoe nog een keer het woord aan de heer Israël Taipopi want wat hij zegt van de bevolking van Zuidwest-Afrika geldt vanuit de marxistische optiek ook voor het nederlandse volk: „Het gaat erom dat alle leden van het volk invloed hebben op wat er gebeurt, op welk gebied dan ook. Maar om dat te bereiken moet nog hard gewerkt worden aan bewustwording van de massa. Ik geloof dat in de burgerlijke'demokratieën in Europa veel mensen onwetend zijn. Zij laten zich gemakkelijk misleiden en manipuleren. Is het niet zo dat de meerderheid nauwelijks om politiek geeft? Dat willen wij in Namibië nu juist vermijden. En daarom kiezen wij voor een regeringsvorm die geheel funktioneert vanuit de basis, de gewone mensen."
De beantwoording van de vraag boven dit artikel kan kort zijn. Ik antwoord namelijk met het veelzeggende citaat: „Zij die zich het verleden niet herinneren, zijn gedoemd het opnieuw te beleven."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1979
Daniel | 24 Pagina's