CHRISTUS VOORZEGT ZIJN KRUISDOOD
Gij weet dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden om gekruisigd te worden. (Matth. 26 : 2)
In deze woorden spreekt de Middelaar tot Zijn discipelen van Zijn levenseinde. Reeds eerder had Hij daarover tot hen gesproken. In Matth. 16 : 21 lezen we: Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden van de ouderlingen en overpriesters en schriftgeleerden, en gedood worden, en ten derde dage opgewekt worden".
Nu zegt Hij: Gij weet dat na twee dagen het pascha is. Dit wisten de discipelen ook wel, maar zij verstonden het niet, dat Hij als het ware Paaslam zou geofferd worden. Het pascha was door de Heere Zelf ingesteld. Ex. 12. Het volkomen lam, wat afgezonderd moest worden en geslacht, wees op Hem, En gelijk Israël veilig was achter het bloed van het lam, zo zal Zijn volk veilig zijn achter Zijn bloed. De verderfengel ging in die nacht toen het pascha werd ingesteld, de huizen voorbij, waar het bloed aan de bovendorpel en zijposten der deuren was gestreken. En zie: , d'at wees been naar Christus. Hij is het Lam, geslacht vóór de grondlegging der wereld. Hij zal Zijn bloed' laten vergieten, Zijn ziel uitstorten in de dood voor allen die Hem als loon op Zijn arbeid gegeven zijn.
En als Hij dit zegt, is de tijd nabij. Gij weet dat na twee dagen bet Pascha is. Dan zal Hij geslacht worden. Immers, zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. Dat spreekt dan ook van de gestrenge eis. van Gods rechtvaardigheid. De mens had gezondigd, in de menselijke natuur moest Hij het lijden des doods ondergaan. Zo alleen kon Gods recht voldoening krijgen. Hij heeft dit gedaan uit liefdie tot de deugden Gods en uit liefde tot Zijn volk, die mede in Adam's val begrepen waren, om hen te kunnen verlossen van het grootste kwaad en te brengen tot het hoogste goed.
En hierin is ook Gods eeuwige liefde geopenbaard. O, wat waren Zijn discipelen blind voor de noodzakelijkheid van Zijn lijden en sterven. Waren zij dan niet door de Heere opgezocht? Hadden ze Hem dan niet liefgekregen? O, zeker, maar zij waren blind voor de weg die door de dood tot het leven voerde. En dat was niet alleen zo met de discipelen, want hoevelen zijn er die door God zijn opgezocht in genade en die wel de Middelaar hebben mogen leren kennen, maar toch blind zijn voor Zijn lijdensgangen, de gangen van Zijn vernedering.
Wat daartoe dan nodig is? Wel, dat de Heere Zelf door Zijn Geest de ogen van. de ziel daarvoor komt te openen. Hoe groot is het als Hij bij aanvang mag gekend worden als het Lam Gods. Hij, Die geen zonde gekend heeft, noch gedaan, maar Die tot zonde gemaakt is, opdat zij zouden worden rechtvaardigheid Gods door Hem. Hij, Die als een Lam ter slachting is geleid en als een schaap dat stemmeloos is voor het aangezicht van zijn scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. En dat om de overtreding Zijns volks is de plage op Hem geweest. Hij zonder zonde en dat voor zondaren. Hij zonder schuld en dat voor schuldenaren. Als Gods volk Hem zo. mag leren kennen, op Hem' mag zien en wat het Hem gekost heeft, dan wordt al wat aan Hem is gans begeerlijk. Hij is dat onbestraffelijk en onbevlekt Lam, Wiens bloed van betere dingen spreekt dan het bloed van Abel. Dat riep cm wraak van de hemel, maar Zijn bloed spreekt van verzoening en dat door Zijn voldoening.
Hij sprak: „Gij weet dat na. twee dagen het Pascha is en d, e Zoon des mensen zal overgeleverd worden om gekruisigd te worden". De kruisdood moest Hij ondergaan en wilde Hij ook ondergaan. Vrijwillig zal Hij de dood des kruises sterven, opdat Zijn kerk het leren zou te sterven aan de zonde en aan alles wat geen God. en Christus is en om Gode te leren leven. Wat. is het een onbegrepen weg die de 1 Heere gaan moest voor de discipelen. Later is het licht daarover ook voor hen opgegaan. Toen
hebben ze het mogen verstaan, waarom Hij sterven moest. En ook opstaan, gelijk er nog onder Gods volk zijn, d ; ie het met hen en Paulus hebben mogen leren: „Want ik ben met Christus gekruist, en ik leef, doch niet meer ik„ maar Christus leeft in mij en wat ik nu leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij overgegeven heeft".
Wij zijn van nature vijanden van het kruis van Christus. Het is de Jood een ergernis en d'e Griek een dwaasheid, maar hen die geloven een kracht Gods tot zaligheid. Wij leven ook onder het kruis-evangelie, dat door Hem genade is voor de grootste der zondaren. Dat Hij niet gekomen is om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering. Dat we acht mochten leren geven op zo'n grote zaligheid, opdat we het bloed van Christus niet langer onrein zouden achten en het Woord Zijner genade dat steeds tot ons komt, niet zou zijn een reuke des doods ten dode, maar een reuke des levens ten leven en een kracht Gods tot zaligheid.
Wij weten de dag van onze dood niet. Die kan zo onverwacht komen. Dat we ons mochten leren haasten en spoeden om ons levenswil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1979
Daniel | 24 Pagina's