DE KOMPUTER
Aanvankelijk had ik een vluchtige ontmoeting met hem. Het was tijdens ziekenbezoek. Hij is goed onderlegd in de geneeskunde en de evolutietheorie. Het is verbazend zo hij kan redeneren over de oorsprong van de mens en de samenstelling van het lichaam. De „oerstof" waaruit, volgens hem, alles bestaat, houdt voor hem praktisch geen geheimen meer verborgen. Na het eerste kontakt maakten wij een nadere afspraak om nog eens breder van gedachten te wisselen. Hij is een „overtuigd" evolutionist. Hij wijst het" scheppingsverhaal zonder meer af. Maar ook deze mensen worden op onze weg geplaatst. Inmiddels hebben we reeds uren met elkaar gesproken.
Op een middag, nog niet zo lang geleden, kwam de komputer ter sprake. vriend had zich in dit technisch wonder verdiept. Onze
„Uw gelovige vaderen (dit zei hij met nadruk) zouden dit wonderwerk als een wonder uit de hemel hebben gezien", meende onze vriend; . „Inmiddels weten wij meer", ging hij verder. „Deze wonderen brengen wij zelf tot stand. In dte naaste toekomst is er voor ons niets, maar dan ook niets meer onbereikbaar ".
„Over wonderen gesproken", meende ik, „heeft u wel eens gedacht aan deze komputer? " Hierbij tikte ik even op zijn hoofdschedel. „Die komputer die u als een wonder ziet moet door mensen geprogrammeerd worden, anders is het een dood instrument." „Maar deze komputer", hierbij tikte ik weer op zijn schedel, „is een groter wonder. U kunt met uw gedachten terug in het verleden en dingen die u ervaren heeft weer helder voor de geest halen. Hoe zou deze „komputer" ontstaan zijn? Uit een gaswolk of een oerslijm? De komputer die u bewondert is slechts vrucht van het menselijk brein. U gelooft niet aan wonderen. U bent zelf een wonder ".
„Mag ik u eens wat voorlezen? " (Want hier sturen wij het altijd' op aan). „Ga je gang", zei onze vriend.
„Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben. Wonderlijk zijn Uw werken. Ook weet het mijn ziel zeer wel. Mijn gebeente was voor U niet verholen, als in het verborgen gemaakt ben en als een borduursel gewrocht ben in de nederste delen der aarde. Uw ogen hebben mijn ongevormde klomp gezien. En al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen dat ze geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was. Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten. Hoe machtig veel haar sommen. Zou ik ze tellen ? "
Even zat onze vriend voor zich. uit te staren. „Aardig bedacht van de schrijver dezes", was zijn eerste reaktie. Mijn vraag was: „Zet u hier iets tegenover. Gods Woord spreekt in heldere taal van een oorsprong van hemel en aarde, de mens, kortom, van alles wat leeft en beweegt. Wat zegt uw evolutietheorie hierover? Ik bedoel, over deze „komputer". Hierbij tikte ik weer even op zijn schedel.
„Mag ik", vroeg de man, „over deze „komputer" nog. een poosje nadenken? " Zijn vrouw meende al van te voren te weten dat haar man hier niet uitkwam. Zij gelooft in een „Hogere Macht", zoals zij dat noemt.
Jongens, meisjes, wat doet de mens een hoop moeite om God uit te schakelen. En dat gelukt maar niet. De bedenktijd van onze vriend is reeds verstreken. Veel boeken heeft hij geraadpleegd. Maar zijn evolutietheorie is verouderd. Ik heb hem gewezen op het meest aktuele Boek dat bestaat, de Bijbel. „Door het geloof verstaan wij dat de wereld door het, Woord Gods is toebereid, alzo: at de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit de dingen die gezien worden " (I-Iebr. 11 : 3).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1979
Daniel | 24 Pagina's