DE JEUGD EN DE GEMEENTE
De jeugd tot de gemeente
Opmerkelijk is, dat in de Bijbel de jeugd grote aandacht krijgt. Ik behoef maar te wijzen op de Spreuken van Salomo, om de waarheid van deze bewering aan te tonen. De jeugd is dan ook een wezenlijk deel van de gemeente des Heeren. Deze bestaat uit kinderen, jongeren, volwassenen en ouden van dagen. Allen behoren er gelijkwaardig bij. Niet één groep kan gemist worden. Er is ook geen scherpe scheiding tussen de verschillende groepen, maar samen vormen ze een organische levenseenheid.
De Heere vergadert Zijn gemeente op aarde, en de jeugd behoort daar bij. Door geboorte op het erf van het verbond behoren de kinderen al van meet af tot de gemeente en Calvijn zegt dat zij „door de doop een zekere ingang ontvangen in de kerk" (Institutie, IV, 18, 19). De gemeente behoort de jeugd dan ook als tot haar behorend te beschouwen en te behandelen. De kinderen en de jongeren zijn betrokken in het verband dat God met de mensen legt. Petrus zegt in zijn pinksterrede tot zijn hoorders: „U komt de belofte toe, en Uw kinderen". Paulus: schrijft dat de kinderen in het gezin der gelovigen „heilig" zijn; ook doopt hij hele gezinnen. Binnen het terrein van de kerk worden kinderen geboren, en voordat ze tot hun verstand zijn gekomen, zijn ze al onder de levensuitingen van de kerk, waarin ze opgroeien. In Christus zijn ze geheiligd, dat is afgezonderd van de wereld, bestemd tot de dienst van God.
De jeugd in de kerk
De kerk heeft dan ook de taak, de jeugd der gemeente te leiden door de bediening van het Woord. De dienst des Woords is voor de gezinnen, de ouders en de kinderen samen. In elke preek zullen dan ook elementen aanwezig dienen te zijn, die voor de kinderen en de jongeren te bevatten zijn. Indien mogelijk mogen ze ook wel apart worden aangesproken. En laat ons niet te snel menen, dat ze er toch niets van begrijpen. We moeten hun bevattingsvermogen, en vooral hun inlevingsvermogen niet onderschatten. En wat de Geest des Heeren met het Woord, ook in jonge harten wil doen, is voor ons verborgen. Aparte jeugddiensten zijn door ons dan ook altijd verworpen: die organische eenheid van de gemeente wordt erdoor verbroken. Ze hebben dacht ik, dan ook nog nergens aan hun doel beantwoord, en werden waar ze gehouden werden steeds slecht bezocht.
De catechisatie
De gemeente moet wel alle middelen aanwenden om de jeugd te vormen tot een „toegerust" volk. Die toerusting houdt in: ormen, gereed maken, van het nodige voorzien. De jongere behoort wel echt tot de gemeente, maar moet nog wel gevormd worden, is nog niet af, nog niet klaar om als lid van de gemeente te fungeren, er ontbreekt nog wat aan. Daarom wordt er naast de kerkdienst aan de jeugd nog aparte aandacht geschonken door middel van de catechisaties. Wij zijn van onszelf van gisteren, we weten niets, zeker niet van de dingen aangaande Gods Koninkrijk, als we er niet in worden onderwezen. Daarom heeft de kerk de opdracht om de jonge leden „te leren onderhouden alles wat de Heere geboden heeft". Na pinksteren wordt dan ook gesproken van de „leer" der apostelen (Hand. 2 : 42), en Sergius Paulus geloofde, verslagen zijnde door „de leer des Heeren". In zijn brieven schrijft Paulus over de „goede", de. „gezonde leer". Alle brieven in het Nieuwe Testament bevatten een leergedeelte, waaruit dan de konsekwenti.es voor het leven getrokken worden.
Vandaar ook de grote waarde die de gemeente hecht aan de catechisatie. Catechisatie is ambtelijk onderwijs aan de jeugd der gemeente, om haar mede daardoor toe
te rusten. Het is Woorddienst, evenals de prediking, en leerdienst, voor en aan jongeren. Het is geen praat-en diskussieuur. Het is ook geen vrijblijvende zaak, waar je wel of niet heen kunt gaan, al naar gelang, je interesse. Geloven doen we nooit zo maar, het geloof heeft altijd een inhoud: wat je gelooft is even belangrijk als dat je gelooft. Die inhoud moet gekend en geloofd en beleden worden. Daarom loopt catechisatie ook uit op het doen van belijdenis des geloofs, waarna je als volwaardig lid der gemeente deel hebt aan alle kerkelijke rechten. Wie smalend spreekt over verstandswerk, begrijpt niet dat de Iieere, wanneer Hij naar Zijn welbehagen de ware bekering in het hart werkt, het verstand, krachtig, door de Heilige Geest verlicht, opdat recht worden verstaan en onderscheiden de dingen die des Geestes Gods zijn. (Dordtse Leerregels, I-I. 2 en 3, art. 11). Het verstand wordt óók bekeerd.
De leer moet ook worden doorgetrokken naar het leven. Naar het persoonlijk leven. Wat betekent het voor jou, als je leert, dat (Vul nu maar eens enkele hoofdthema's uit de christelijke geloofsleer in). De Heidelbergse Catechismus spreekt steeds persoonlijk: Wat is uw enige troost? Wat nut hebt ü van Ga dat maar eens na. Op de man af. Deze vragen moet ieder zichzelf dan ook stellen en beantwoorden. De Iieere wil ook het catechetisch onderwijs gebruiken, opdat jongeren ertoe zullen komen persoonlijk met deze zaken zeer ernstig bezig te zijn. Heil te leren vinden bij de grote Heelmeester, behoort zeer wezenlijk tot de toerusting.
De gemeente des Heeren is echter ook een strijdende gemeente; de overwinning staat wel vast, ze zal eenmaal triumferende gemeente zijn, maar hier staan we midden in de strijd. De vijanden zijn bekend: Satan, wereld en eigen vlees. Tot die strijd moet ook worden toegerust en de wapenrusting (= uitrusting) moet worden aangereikt. Lees maar eens aandachtig Efeze 6. Ook daartoe dient; de catechese, om de jongeren wat mee te geven opdat ze zouden kunnen staande blijven in de strijd. Onderschat die vijanden niet. Van onszelf hebben we geen enkele kracht. Da gemeente mag zo ook zijn een aktiecentrum, een hoofdkwartier, waar impulsen van uitgaan, om op het slagveld niet het onderspit te delven.
Het jeugdwerk
Naast de catechisatie is er in .de gemeente ook nog het jeugdwerk. Om de jongeren nog meer aan de gemeente te binden en om de jongeren met elkaar te leren omgaan, maar vooral om door gezamenlijke bezinning op allerlei vragen die in deze tijd op de jongeren afkomen een antwoord te vinden vanuit de Bijbel. De Bijbel moet dan ook in het jeugdwerk centraal staan. Het gaat niet om de vraag wat wij ervan vinden, maar het enige dat van belang is, is de vraag: Wat zegt de Heere in Zijn. Woord? Ook dit jeugdwerk is duidelijk toerustend werk en staat daarom dan ook onder direkt toezicht en verantwoordelijkheid van de kerkeraad'.
Het is niet de taak van de kerk, voor de jongeren een gezelligheidscentrum, te scheppen. Gezelligheid in vriendenkringen is een groot goed, maar moet zich vooral binnen de gezinssfeer ontwikkelen. Waarmee we niet willen beweren dat het op catechisatie en vereniging niet gezellig zou moeten zijn, integendeel. Maar de doelstelling moet blijven: verkondiging van en bezinning op het Woord. Of koffiebars en dergelijke dan ook nog tot het werkterrein van de kerk behoren, meen ik dan ook sterk te moeten betwijfelen.
Het jeugdwerk moet de band met de prediking bewaren. „Prediking, catechese en jeugdwerk moeten in eikaars verlengde liggen. Daarom moet ook op de verenigingen Gods Woord; centraal staan". (Ds. H. Hofman in „Opvoeding en Vorming").
En nu jij.
We worden nu even wat persoonlijker. De Iieere gaf je een plaats in Zijn gemeente. Hij leidde het zo., dat je gedoopt werd, dat je voortdurend met het Woord van God in aanraking mag komen, thuis, op school en in de gemeente. Hij heeft je van de wereld apart gezet. Wat een zegen en wat een verantwoordelijkheid.
En wat is nu je antwoord: ?
Ronddolen in het. grensgebied van kerk en wereld? Van beide wat? Dat is in wezen buiten staan. Levensgevaarlijk is dat. Het verschil tussen buiten en binnen is in de gelijkenis van de tien maagden maar één deur. En buiten betekent: buitenste duisternis voor altijd.
Binnen de muren van de; kerk blijven, maar innerlijk vervreemd van God doorgaan? Op de basis van eigen gerechtigheid kunnen we alleen ingaan als onze gerechtigheid
overvloediger is: dan die der Schriftgeleerden en der farizeeërs, en dat halen we nooit. Dus dat is ook een doodlopende weg.
Calvijn schrijft in zijn Institutie dat God de jongeren de hoop der barmhartigheid niet ontneemt, maar hen veelmeer daarvan verzekert. (IV, 16, 22). Daar moet het heen met jongens en meisjes die alleen maar zondaren zijn. Daartoe hebben we de Heilige Geest nodig bij het Woord: . Bid om die Geest en tracht te leven bij het Woord Gods. Dan zullen wij almeer opwassen in het geloof, en kracht verkrijgen tot dagelijkse bekering. Dan zal Christus' gebed over je vervuld worden: Vader, heilig hen in Uwe waarheid, Uw Woord is de waarheid. Lodestein zingt ervan:
Mijn jeugdig hart wil aan geen banden, Iiet schrikt voor kommer en voor pijn. Dus geef ik het in Jezus' handen, Waar 't altijd vrij en blij zal zijn. Zing je het mee?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1979
Daniel | 24 Pagina's