JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

WIE IS MIJN NAASTE?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WIE IS MIJN NAASTE?

10 minuten leestijd

In het Reformatorisch Dagblad stond een S P poosje geleden een verhaal van Mevrouw ) ( Visssr-Vlaanderen, die ook in ons voorlees-< ) boek een verhaal schreef.

Het verhaal in hei R.D. sluit heel mooi aan < ^ bij de aktie „Help onze jongeren". Daarom ; > nemen wet het verhaal „Wie is mijn naaste? " ) < voor jullie in Daniël over.

„Dooreten, kinderen, het is tijd om naar school te gaan". Alice en Gerard hebben helemaal geen haast. Ze zitten samen, bij meester van Ravenshorst in de klas. En vanmorgen, niks aan hoor, dan hebben ze een moeilijke repetitie. Onzin vinden ze het. Nu al weer een repeti tie! Ze krijgen nog lang geen paasrapport. Maar de meester wil altijd vroeg beginnen met cijfers verzamelen.

Gelukkig, de boterham is op. Alice zucht er van. Als vader uit de Bijbel gelezen en gedankt heeft, gaan ze traag naar school. „Brrr, het is fris buiten". Er is natte sneeuw voorspeld. Het laatste stukje lopen ze op een drafje, want de schoolbel gaat al. Rumoerig komen de kinderen binnen.

Maar als ze in de bank zitten, zien ze, dat voor in de klas twee grote dozen staan. Wat zou daar in zitten? Misschien wel nieuwe schriften. Maar het zijn zulken grote dozen, er zullen wel geen schriften in zitten. De meester lacht en zegt: „O, wat zijn jullie nieuwsgierig! Ik vertel nog niet, wat er in zit, hoor! Eerst de lessen en dan horen jullie het". „Natuurlijk, eerst weer de lessen en die nare repetitie", denkt Gerard. Wanneer de meester begonnen is, krijgen ze eerst bijbelse geschiedenis.

„Op de stille eenzame weg van Jeruzalem naar Jericho, loopt een man. Hij moet een lange reis maken. En de weg die hij gaan moet, is eenzaam en gevaarlijk.

Hij zal vlug doorlopen, want je weet nooit ! Maar dan opeens de man schrikt. Hij wordt plotseling dOor rovers overvallen.

Verschrikkelijk! Die akelige, gevaarlijke weg! De rovers nemen hem alles af en slaan hem. O, wat erg!

Hij is gewond en kan niet meer opstaan. En de rovers? Die vreselijke mannen? Die vluchten weg met de buit. Gemeen hè!

De arme gewonde man laten ze liggen. Die moet zichzelf maar redden. Maar dat kan toch niet? Natuurlijk niet!

O, wat is hij bedroefd en wat heeft hij een pijn. Hoe moet dat nu? Wie kan hem helpen? Langs deze weg, komt haast niemand.

Zou hij hier moeten sterven, van pijn en ellende? Bang is hij, ó zo bang! Maar wat is dat ? I-Ioort hij het goed ? Komt er iemand aan ?

Hij luistert gespannen. Ja hoor, voetstappen komen dichterbij.

Als ze hem maar zien liggen. Hij probeert te roepen, maar heeft er haast geen kracht voor.

Vlakbij zijn de voetstappen Gespannen wacht hij. Maar dan , de priester, die langs komt, gaat voorbij Niet te geloven!!

Heeft de priester geen medelijden? Helemaal niet! De priester heeft de man wel zien liggen. Maar medelijden , nee hoor! Hij loopt rustig door.

Weer wacht de gewone stakker. Opeens krijgt hij opnieuw een beetje moed. Fijn, er komt weer iemand aan. Een Leviet , die zal hem helpen. Vast en zeker!

De Leviet kijkt ook naar de gewonde man. Helpt hij? Nee hoor, de Leviet helpt ook niet. Die heeft ook niets voor iemand, die in nood zit, over.

O, wat ontzettend erg hè! Je moet je medemens toch helpen? Dat hebben ze toch geleerd? De Heere Jezus heeft gezegd, dat je zelfs je vijanden lief moet hebben.

Als de arme stakker de moed wil opgeven, en van zijn pijn geen raad weet, komt er nog iemand aan. Die zal ook wel doorlopen. Die zeker, want het is een Samaritaan. De Samaritanen helpen de joden niet.

Maar toch de gewonde man wacht hoopvol. Het geluid komt dichterbij. Zou hij zou hij helpen?

De Samaritaan ziet de hulpeloze man liggen. „Oe, wat erg!" denkt hij. En voor dat hij er bij nadenkt, knielt hij neer en vraagt, wat hij doen kan. Dan verbindt en verzacht hij de wonden.

Tilt de gelukkige man héén voorzichtig op en zet hem op zijn eigen beest. Vol liefde brengt hij de stakker naar een herberg.

In de herberg wordt de gewonde man goed verzorgt.

O, wat heerlijk! Wat is hij dankbaar! De Samaritaan blijft tot de volgende dag en betaalt alle onkosten.

Hij zegt vriendelijk: "Wanneer u geld te kort komt, betaal ik het hoor!" Ontroerend, wat een liefde!

En kinderen, wie van de drie had het meeste voor zijn naaste over? " Daar hoeven de kinderen niet lang over te denken. Ze roepen door elkaar: , , De laatste natuurlijk, meester!"

„Juist, daarom wil de Heere ook, dat we alles wat in ons vermogen is, voor onze naaste over hebben.

Als de meester klaar is met vertellen, zegt hij: „Nu zal ik jullie verklappen, wat hier in die grote dozen zit". Meester van Ravenshorst snijdt met z'n mes een doos open. En wat komt daar uit? Een prachtig boek! Zouden ze allemaal een boek krijgen? Nee hoor! De meester houdt het boek in de hoogte. „Kijk, in dit boek staan verhalen. En nu gaan we allemaal proberen deze boeken te verkopen". De kinderen kijken verbluft. Wat bedoelt de meester?

„Al het geld, dat aan deze boeken verdiend wordt, is voor jongeren die afgedwaald of aan drugs verslaafd zijn. Of die in andere héél moeilijke omstandigheden zijn gekomen". „Ooooo , " zegt Alice, „dat is goed bedacht!" De andere kinderen knikken. „Wanneer mogen we beginnen, meester!" roept Kees. „Vanmiddag jongens, dan zijn jullie vrij, dus Misschien verkopen we de dozen wel leeg! Maar nu eerst de lessen, hè!" Ijverig gaan ze aan het werk. Ze kunnen hun gedachten er haast niet bij houden, want ze popelen om te verkopen.

Eindelijk is de morgen om. De repetitie viel gelukkig mee. Dan gaat de meester aan het uitdelen. Hij geeft ze ieder drie boeken mee naar huis. Wie ze verkocht heeft, mag op school nieuwe halen. De meester neemt een schrift en zegt opgetogen: „Ik schrijf precies op, hoeveel ieder verkoopt". Een paar kinderen mopperen: „Moet het? We wilden juist vanmiddag gaan spelen!" „Wie moppert hoeft niet mee te doen", zegt meester van Ravenshorst, „ik wil alleen kinderen die graag een beetje tijd voor een ander over hebben". „Ik ben ze zo kwijt! pocht Kees.

Alice en Gerard gaan op een drafje naar huis. „Mam, mam, kijk eens, koopt u er één van mij? " „Nee, van mij hoor!" Ze verdringen elkaar in de keuken. „Kalm, wat is er? " Moeder begrijpt er niets van. Dan beginnen Alice en Gerard opgewonden te vertellen, wat de meester opgedragen heeft. „Ik wil er een heleboel verkopen! Hè mam, koopt u er één? " bedelt Alice. Mama bladert in het mooie verhalenboek. „Prachtig vind ik het! Natuurlijk koop ik er een. Weet je wat? Van jullie allebei. Volgen-

de week is Bea van tante Riet jarig, dan heb ik een mooi kado". Enthousiast doen ze het geld in hun portemonnee.

„Moeten we al eten, mam? " „Nog even geduld jongens, ik ga eerst Marjan een fles pap geven. Die heeft zo'n honger!" „O, maar dan gaan wij proberen een boek te verkopen, hoor!" En weg zijn Alice en Gerard. Eerst bij de buren proberen. Ja., wat fijn, dat lukt. En dan Ja, waar nu heen? Alice weet wat: „Ga jij naar de bakker, dan ga ik bij de slager vragen". De vrouw van de bakker heeft er, als ze hoort waar het voor is, reuze zin in. Ze koop een boek van Gerard,

Maar de slager is zó druk. Hij bromt: „Ik heb genoeg boeken. En kijk eens, ik heb in mijn vinger gesneden. Ga maar door met je boek!" „Brrr, wat lelijk doet de slager", denkt Alice. En mama koopt hier altijd vlees en worst. Kan hij nu ook niet wat kopen? Timide gaat ze de winkel uit,

Eerst maar gaan eten. Papa hoort onder het eten van de aktie en wat meester van Ravenshorst verteld heeft. Tjonge, dat is een goed idee. Want helpen, dat is onze opdracht. „Ja precies hè paps, wat de meester verteld heeft, van de Samaritaan, die ook hielp hè!" Na het eten gaat Gerard bij de meester nog een paar boeken halen. Met een royaal gebaar geeft hij het geld. De meester lacht: „Het gaat goed, hè Gerard!"

Als Alice langs de slager komt, hoort ze iemand tikken tegen het raam, . Een beetje boos kijkt ze naar de slagerswinkel. Maar dan ziet ze, dat de slager heel vriendelijk wenkt. Hij heeft een grote lap om z'n vinger. Aarzelend: gaat ze naar hem toe. Zijn vrouw is er nu ook. „Ja meisje, ik heb gebromd op mijn man, toen ik het hoorde. Laat eens kijken, wat je te koop hebt. Dat lijkt me heel mooi, man. Een prachtig boek voor onze kleinkinderen, als ze komen logeren". „Ja oma, ik vind het goed hoor!" plaagt de slager nu lachend. „Maar je weet, vanmorgen was ik zo druk, en die vinger "

Opgeruimd gaat Alice verder. Bij school is het een drukte van jewelste. Alice komt; er ook een paar boeken bij halen. Als het zo door gaat, komen de dozen leeg. De meester schrijft alles secuur op. Hij vindt het geweldig! Opgetogen en met glinsterende ogen tellen de kinderen het geld voor hem neer.

Ze laten zich niet ontmoedigen door mensen die geen boek willen kopen. Alice belt ook aan bij de oude meneer Donkers. Hij begrijpt eerst niet, wat Alice bedoelt. Was ze hier maar niet naar toegegaan, want meneer Donkers koopt toch geen verhalenboek! Maar jawel hoor! Hij haalt zijn portemonnee voor de dag en zegt: „Oude mensen lezen nog wel eens graag kinderverhalen. Hier, nog een extraatje voor het goedé d'oel!" Huppelend loopt Alice het hekje uit. Dat ging fijn!

Bij de dokter moet ze weer precies vertellen, voor welk doel de boeken verkocht worden. „En en" zegt ze, „als u een boek koopt, dan helpt u mensen, die eigenlijk ook een beetje ziek zijn". „Goed zo", lacht de dokter vriendelijk, „jij bent een reuze verkoopster. Hier, nog een appel voor onderweg". Alice krijgt er een kleur van.

Bij de dominee moet ze even binnenkomen. Geeft er maar vijf, want dan heb ik nog eens een kado". Alice kan het haast niet geloven! Verbouwereerd kijkt ze de dominee aan. Vijf boeken tegelijk! Ze moet dan eerst naar de meester een paar boeken bij halen. Als ze hijgend terug komt, ligt het geld netjes klaar voor haar. Zóveel geld! Meester van Ravenshorst is ó zo blij, dat de verkoop zo goed gaat. De kinderen hebben een pluimpje verdiend.

Maar 's avonds, dan zijn Alice en Gerard heus moe hoor! Dan zijn ze blij, als mama ze lekker onder de wol stopt. „Wat zullen jullie slapen", zegt mama, „maar weet je wat? Ik lees uit het nieuwe boek een klein verhaaltje voor. Dat hebben jullie wel verdiend". „O, wat gezellig mam". Alice slaat haar armen om ma's hals. Ze zijn ontzettend druk geweest en hebben geld verdiend voor een ander. Een ander in nood! Maar ze hebben niet vergeten, om boven alles voor die verdwaalde stumperds te bidden. Of bovenal de Heere ze wi.1 helpen. Want geen ding gaat er zonder bidden goed.

Al wat gedaan wordt uit liefde tot Jezus, dat houdt zijn waarde, zal blijven bestaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1979

Daniel | 24 Pagina's

WIE IS MIJN NAASTE?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1979

Daniel | 24 Pagina's