'T GAAT VAAK ANDERS, DAN JE DENKT ....
Na het avondeten, die avond wil Ko's vader graag snel vertrekken.
Het is zowaar een beetje gaan sneeuwen en hoewel vader gewoonlijk erg uitbundig is bij het vallen van sneeuw, ligt het nu toch even iets anders. Ze hebben een lange tocht voor de boeg en bij wat minder gunstig weer zoals nu, rekent vader wel op een twee of drie uur rijden.
Ko's moeder heeft de zaken al ingepakt die meemoeten dus alleen nog maar even de afwas doen en de keuken opruimen.
„Spoel het toch. af en zet het weg, moeder", is vaders advies. „Geen kip die dit weekend hier in huis komt en maandag vind je het vast wel weer terug".
„Nou dat is het juist, 'k Heb geen zin om maandag direkt in een rommelige keuken te komen. Even met z'n allen aan de slag; dan is het zo gebeurd; . Meeste stemmen gelden vader, okay? " Natuurlijk moet vader het verliezen. De stemming is 3 tegen 1.
„Hoe kan het ook anders", lacht vader. „Het. is al een kunst om één vrouw de 1 baas te: blijven en nu moet ik maar liefst vechten tegen drie! „Maar ik was af".
Vader trekt een schort van moeder over zijn hoofd en begint in een vaart met wassen. Ingrid en Ko drogen en moeder ruimt op. Even later is de keuken piekfijn in orde!
En nu snel op pad. Ingrid en Ko kruipen samen op de achterbank. Ingrid is gelukkig weer wat bekomen van de nare schooldag en krijgt nu ook weer meer zin in het komend 1 weekend. Zacht valt de sneeuw nog steeds neer en zowaar begint zich op het land al een laagje wit te vormen.
Vader hoopt echter dat het wel bij deze kleine vlokjes blijft. Met sneeuw is het rijden erg vermoeiend, vooral in de avond terwijl het donker is.
Helaas blijft het niet bij de fijne sneeuw. Na een half uurtje rijden worden de vlokken groter en groter. Het lijkt of ze in een grootst mogelijke jacht naar de auto-lampen vliegen. Vader heeft veel moeite om zich te bepalen tot de goede kant van de weg. Eigenlijk zie je niets meer om je heen. Alleen vliegen de vlokken en nog eens vlokken in de lichtbundel van de auto. „Dit lukt me niet meer", ze'gt vader opeens. „Hier wordt je zo ontzettend, moe van, op deze manier zie ik het niet zitten om zover te moeten rijden." Ko en Ingrid zien de logeerpartij al in de sneeuw vallen, dit keer.
„Pa, probeer het eens alleen met de stadslichten" moedigt Ko vader nog aan.
Vader doet het en warempel het scheelt een beetje. Je ziet nu weer veel verder om je heen en door de sneeuw lijkt het of het minder donker is dan normaal.
„Zo gaat het wel", denkt vader. , , 't Is alleen erg opgepast met tegenliggers. Ze zien ons zo bijna niet. Ik zal maar langzaam blijven rijden",
't Wordt een pracht tocht. Ko en Ingrid die minder met „gevaar" in hun hoofd zitten, genieten volop. Het is gewoon een sneeuwstorm. Om hen heen is het één lichtgrijzige massa. Vader is erg blij dat er maar weinig mensen op de weg zijn. „Verstandige mensen blijven thuis", zegt hij opeens.
„Maar vader, uniek is het zo'n rit", houdt Ko opgewekt vol. Dit beleven we misschien jaren lang niet meer. Hee, pa kijk daar".
„Ja ik zag het al", antwoordt vader. „O, dan bent u er nog goed bij, vadertje en is het nog zo gevaarlijk niet" grapt Ko.
Voor hen rijdt notabene een donkere Volvo met gewoon zijn lichten uit! „Doe dat ook eens vader".
„Nou heel even dan, het is me te gevaarlijk, weet je. Er moet maar iemand achter je zitten, die net nog even te snel rijdt om je op d'eze manier op te merken".
Een schitterend gezicht is het. Zonder lichten zie je duidelijk tot in de verte de neerzwiep en de sneeuwvlokken. „Wat een heerlijk pak zal het worden" zingt Ko al. Wanneer de erge sneeuw na een uur rijden ophoudt slaakt vader toch wel een diepe zucht van verlichting.
Hè, hè, nu weer even wat sneller. Het duurt anders zo lang.
Laat in de avond', tegen elven komen de vier gasten bij oma aan. Oma woont juist aan de rand van het bos en vanuit de verte zie je. haar huis al. Een klein lichtje' bij de voordeur laat zijn schijnsel vallen over de witte deken van sneeuw, vlakbij gekomen ziet Ingrid ook, dat er binnen nog licht brandt. Een klein spleetje is open bij de dikke gordijnen van het zijraam.
„Toet, toet". Moeder geeft opeens even een teken van aankomst. En ja hoor, daar verschijnt direkt al licht in de gang.
Geweldig blij is oma met het aangekomen bezoek. „Ik was erg bang voor een bepaalde telefoonboodschap, maar nu ben ik extra blij" zegt ze. „Zullen we even de sneeuw ingaan als inleiding? " vraagt ze dan lachend.
„Nou van mij hoeft dat niet", zegt vader. „Ik heb meer behoefte aan een lekkere kop koffie, moeder!"
„Jongen, jij hebt. het voor het zeggen, jij bent het meest in touw geweest vanavond". Het wordt nog een gezellig uurtje met elkaar en Ingrid voelt zich snel thuis op haar nieuwe logeeradres. De volgende morgen is Ingrid het eerste wakker. Ze slapen samen, Ko en zij in een groot ouderwets houten ledikant. De kamer is een zolderkamer met schuine kanten. Het is er wat donker maar voor het kleine raampje hangen leuke kleurrijke gordijnen en dat maakt de hele zaak wat vrolijk.
Ingrid wipt zacht uit bed en schuift de gordijnen open.
O, wat een pracht gezicht. De natuur is heel stil en op alles ligt een laagje witte sneeuw. Wat een verschil met de sneeuw in de stad, denkt Ingrid. Veel en veel mooier lijkt het hier!
Oma krijgt die morgen een feestelijke ontvangst beneden. Moeder en de meisjes hebben de zaak gedekt en met de sneeuw rondom buiten ziet alles er erg gezellig uit. Vader gaat achter het kleine orgeltje en terwijl ze een psalm als welkom zingen, komt oma beneden.
En genieten doet ze! Als teken daarvan geeft oma dan ook een morgenzo en en een stevige handdruk aan allemaal.
Oma is nu 72 jaar en na het eten vraagt ze vader of hij ook de 72e psalm wil lezen. „We waren dit vroeger ook altijd gewend hè", zegt ze alleen.
Een ieder luistert. Ook Ingrid. Zo'n ontbijt heeft ze nog nimmer meegemaakt, niet op een zondag, maar helemaal op een verjaardag niet. Die dag beleeft Ingrid nog meer ongewone dingen.
Tegen een uur of 10 vertrekken ze met z'n vijven naar het kleine kerkje midden in het dorp. Ingrid kijkt haar ogen uit. In misschien tien minuten zitten alle banken vol met mensen. Er wordt gezongen, gebeden en de dominee houdt een preek. Hij spreekt over Johannes de Doper. Die kwam met een zeer ernstige boodschap tot zijn mensen en de dominee wil deze woorden vanmorgen op dezelfde wijze doorgeven aan de mensen in de kerk.
Ook Ingrid zit stil te luisteren. Soms vindt ze het wel een erg lang verhaal en soms begrijpt ze ook niet wat de zwarte man op die hoge stoel eigenlijk bedoelt.
Maar vervelen doet Ingrid zich niet. Soms dwalen haar gedachten wat af naar moeder èn naar vader. Ze moesten haar eens zien, Ingrid in de kerk. Dat was ze immers niet gewend.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1979
Daniel | 24 Pagina's