WAT GOD DOET, DAT ZAL IN DER EEUWIG HEID ZIJN
Ik weet, dat al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn, en er is niet toe te doen, noch i® er af te doen; en God doet dat, opdat men vreze voor Zijn aangezicht. (Prediker 3 : 14)
Hoe weet Salomo dat? Zijn wij niet van gisteren en weten niet? Er zijn mensen, die ontzaglijk veel weten. Als we echter het zaligmakende geloof missen, weten we niets. Een waar geloof is een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd dat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft. Job wist, dat zijn Verlosser leefde en dat Hij ten laatste over zijn stof zou opstaan. Paulus wist., dat voor degenen, die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede. Salomo wist, dat al wat God doet, in der eeuwigheid zal zijn. Dit is dus een geloofsweten. De Heere heeft van eeuwigheid in Zijn raad bepaald wat geschieden zal. Het zal niet gelukken om daar wat aan toe te doen, noch om daar iets af te doen.
De raad des Heeren bestaat in eeuwigheid; de gedachten Zijns harten van geslacht tot geslacht. O, wat is de nietige aardbewoner toch dikwijls bezig om. God van gedachten te doen veranderen. Als de Heere ons met ziekte bezoekt, dan is dat niet naar onze zin. Als de dood één van onze dierbaren uit dit leven wegrukt/, dan strookt dat niet met onze wil. Als de Heere tegenspoeden zendt, verliezen we ons geduld. Waarom doet de Heere dat? God heeft met al Zijn wegen en handelingen, die Hij met de mens houdt, een doel. Salomo zegt: En God doet dat, opdat men vreze voor Zijn Aangezicht". De Heere wil gevreesd worden! In Prediker 12 : 13 zegt de wijze Salomo: Van alles dat gehoord is, is het einde van de zaak: rees God, en houd Zijn geboden, want dat betaamt alle mensen". Het betaamt alle mensen God te vrezen en Zijn inzettingen te betrachten. Een andere zaak is of dat nu ook gebeurt. We zien helaas in de praktijk het tegendeel. De geboden des Heeren worden door overheden en onderdanen met voeten getreden. Toch blijft de betamelijke eis om God te gehoorzamen. Waarom wil d'e Heere dat we Hem vrezen? De Heere wil gevreesd worden om Zijns Zelfs wil; omdat Hij het zo waard is. Het gebod is heilig en goed, daarom betaamt het alle mensen Gods gebod te houden.
De Heere wil gevreesd worden, niet met een slaafse, maar met een kinderlijke vrees. Die vreze Gods sluit ook het willen in. Een iongen of meisje, die daadwerkelijk God vreest, gaat willen wat God wil. Wil jij ook wat God wil? Dan heb je een nieuw hart. Een onherboren hart wil nooit wat God wil. Maar, ook na ontvangen genade is het toch telkens weer nodig om te vragen:
Leer mij naar Uw wil te hand'len 'k Zal dan in Uw waarheid wand'len. Neig mijn hart en voeg het saam Tot de vrees van Uwe Naam,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1979
Daniel | 24 Pagina's