'T GAAT VAAK ANDERS, DAN JE DENKT ....
ONS VERVOLG- VEBHAAL (2)
„Ingrid kom je eten, alles is klaar" roept moeder beneden aan de trap. „Ja ik kom!"
Een half uurtje geleden misschien, is Ingrid naar haar kamer gegaan. Na de trieste boodschap van moeder, had Ingrid eigenlijk nergens zin meer in. Van duitse woordjes leren komt dan ook niet veel. Steeds moet Ingrid denken aan hertgeen ze zojuist van moeder gehoord heeft. Toch denkt Ingrid ook na over haar norse reaktie. Nee, 't was wel kinderachtig van haar, vindt ze nu zelf ook. Dan maar naar tante Arja en maar afwachten wat het wordt.
Spelend met allerlei gedachten over het komend weekend zit Ingrid aan haar bureau. Ze houdt haar kin gesteund op haar beide handen. „Ich, mir, mich "
O ja nu eerst eens verder leren. Opeens ziet Ingrid de twee bladzijden met de lange rijtjes woordjes weer voor zich. 't Zal op deze manier van dromen geen goed resultaat opleveren voor morgen weet ze nu al.
„Ingrid, kom je nu eens? Ik heb al een tijdje gewacht op je." „Oe, ja ik kom!"
Wat suf zeg. Opeens weet Ingrid weer, dat moeder al eerder geroepen heeft. Ze; was gewoon vergeten om te gaan.
Ingrid staat nu direkt op. Bij het binnenkomen in de keuken, kijkt moeder haar alléén aan. Ze zegt verder niets.
„Sorry mam. Ik bleef niet expres boven hoor. En..: ..." gaat Ingrid direkt verder „Ik ga wel naar tante Arja morgenavond. U kunt dan morgen ook vertrekken, 'k Heb spijt van mijn houding van voor 't eten."
„Fijn Ingrid" zegt moeder, , , 'k Ben blij dat je dit zelf bedacht hebt. Je houding was beslist niet in orde. 'k Heb maar even niets gezegd. Zelf ben ik nogal geschrokken van het telefoontje. En dan valt een reaktie als deze van een oudere dochter wel heel erg tegen. Probeer, Ingrid, voortaan eerst eens wat na te denken voordat je zomaar van allerlei dingen zegt. Weet je, je kunt er andere mensen mee kwetsen, kwaad maken maar ook verdriet doen. Dat vind ik altijd jammer.
Zullen we gaan eten nu? " Moeder cn Ingrid babbelen dit keer minder dan normaal aan tafel.
„Zullen we vanavond nog pakken? " vraag moeder opeens. Ingrid die toch wel met de proefwerken in haar maag zit, lijkt het beter van niet. „Laten we dan op tijd naar bed gaan" besluit moeder.
De volgende morgen zijn moeder en Ingrid al vroeg in de weer. De vorige avond nog heeft moeder de vliegreis naar Spanje al geregeld en ze kan fijn op. tijd vertrekken. De twee koffers worden gepakt en beiden gaan op dezelfde tijd weg. Moeder loopt nog even mee naar het huis van Ko. Ko's moeder is ook ingelicht en zal de sleutel van het huis nemen. Ze kan zo zorg dragen voor de planten, wanneer de reis van Ingrids moeder wat uit mocht lopen.
Wanneer moeder en Ingrid bij het huis van Ko komen, staat die notabene al voor het raam. Ze kijkt lachend en zwaait direkt, wanneer ze de twee ziet. Ingrid is nog zo vrolijk niet. Ze steekt slechts even haar hand op. Snel wordt de deur opengedaan.
„Goeie morgen, dames, al vroeg op pad zeg", roept Ko vrolijk. „Kom vlug binnen. We hebben een leuk bericht."
Ingrid kijkt Ko vragend aan.
Iets leuks op deze morgen? Dat is haast niet mogelijk.
„Zeg ïngrid, als je moeder het goed vindt, mag je vanavond met ons mee naar mijn oma. Mijn ouders vinden het best en oma is ook' al ingelicht. Voor haar was het helemaal geen bezwaar. Ze heeft liever vier dan drie mensen als gast. 't Is bij haar gewoon hoe meer zielen hoe meer vreugd. Leuk hè? "
Over een besluit hoeft niet lang gepraat te worden. Moeder vindt het best en ïngrid is in de wolken met het nieuwe plan. Hier had ze helemaal niet op gerekend !
Enkele uren later zitten ïngrid en Ko in de klas op school. „Stilte jongelui. We hebben een flink proefwerk vandaag. Jullie hebben de tijd beslist, nodig. Boeken, schriften, mappen en wa.t dies meer zij, nu in jullie tassen. Ik deel de opgaven uit en je kunt direkt beginnen. Wie ik betrap op onjuiste praktijken, krijgt als beloning een vette paal op het blad.".Even wordt er gegrinnikt in het lokaal. „Meneer heeft zijn verhaal weer gedaan" fluistert er één achter in de klas. „Het was weer keurig in orde met zijn repeteerwekkertje".
„Ssst joh", fluistert Ko terug. „Hij geeft je zo een onvoldoende".
Even later heerst er volkomen rust in het klasselokaal. Af en toe wordt een zucht geslaakt van opluchting of inspanning misschien.
ïngrid zit ook druk te pennen. Ze weet dat ze de stof lang niet goed genoeg beheerst en ze heeft dan ook thuis de nodige maatregelen genomen. Met haar knieën zit ze stijf tegen haar tafelblad. Op haar schoot liggen drie kleine papiertjes met geweldig veel woordjes erop. Het maken van het proefwerk lukt dan ook best. Wel voelt ze af en toe een nare pijn in haar tenen. Even haar voeten op de grond laten zakken durft ze niet, stel je voor, wat dat al niet kon betekenen!
Rustig pent ïngrid door en laat haar ogen af en toe wat op en neer bewegen, 't Gaat lekker zo, denkt ïngrid: . Wie weet sleept ze nog een 10 in de wacht. Dat zou goed uitkomen! Opeens schrikt ïngrid zich een hoedje.
„Zet jij je voeten eens op de grond, ïngrid!" hoort ze vanachter het bureau, dat voor de klas staat.
En wat doet ze nu?
Plof, de beide voeten van ïngrid staan al plat op de grond. Naast haar op de grond liggen de drie volgeschreven briefjes. „Joh, wat stom van je", hoort ze nog naast zich. Maar 't is nu te laat. Sufferd, die ik ben, denkt ïngrid. Volkomen onverwacht kwam dit op haar af. 't Ging immers altijd zo lekker op deze manier bij meneer Schelvis. Hij zat toch altijd aan zijn bureau. „Jakkes, wat naar" denkt ïngrid.
„Breng je proefwerk hier en je kunt gaan" is het volgende wat ïngrid hoort. „Een paal voor de moeite, dame. Je weet mijn afspraken in dit opzicht,
'k Raad je aan dit soort zaken niet meer te herhalen".
„Alstublieft, mijnheer",
ïngrid geeft haar blad aan meneer Schelvis, pakt haar tas en loopt bedremmeld de klas uit. Ze heeft een vuurrood hoofd, He, wat naar toch. Nu nog een paal ook. ïngrid weet dat ze die krijgt en voor duits kan ze die helemaal niet gebruiken. Vervelender kan het niet.
Die middag lopen de twee vriendinnen weer samen naar huis. Over de duitse los hebben ze nog niet met elkaar gepraat.
ïngrid weet hoe Ko over spieken denkt en ze durft er dan ook niet goed over te beginnen. Ze praten helemaal niet zo veel.
ïngrid vindt het logeren ook wat, minder leuk opeens. Maar ja, ze moet wel. Het huis van ïngrid' gaan ze dit keer allebei voorbij. Het ziet er zo stil en verlaten uit. „Moeder zal al in Spanje zijn" denkt ïngrid. En dan denkt zé ook aan vader. Alles vindt ze nu weer naar. En even moet ze heel goed haar best doen om niet in huilen uit te barsten. Huilen? Nee dat niet, zeker niet nu ze meegaat met Ko, haar vriendin! „ïngrid zal zich niet laten kennen". Dat neemt ze zich vast en zeker voor.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1979
Daniel | 24 Pagina's