HOE FUNCTIONEERT DE GEMEENTE?
Wat is de gemeente?
Wat de gemeente, de kerk van Christus, is, wordt ons duidelijk omschreven in de artikelen 27-35 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. „Een heilige vergadering der ware Christ-gelovigen, allen hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest "
Deze gemeente van de I-Ieere Jezus Christus is door alle tijden heen dezelfde. Er is geen wezenlijk verschil tussen de gemeente van de oude en van de nieuwe bedeling. Maar, wat haar bediening, openbaring en struktuur betreft, is er wel verschil. Groot verschil zelfs.
De struktuur van de oud-testamentische bedeling, de schaduwdienst dus, is voor de nieuw-testamentische gemeente dodelijk (Justus Vermeer). De apostel Paulus waarschuwt daartegen telkens weer in zijn brieven, bijzonder die aan de Romeinen en aan de Galaten.
Van een tempel of tempeldienst kan onder de nieuw-testamentische bedeling geen sprake zijn. Op deze wijze moeten we nooit de gemeente, de kerk van nu bezien. Wanneer wij spreken over onze kerkgebouwen als „Gods huis" is daartegen geen bezwaar. De liefde tot de dienst des Heeren en tot de verkondiging van Zijn Woord, tot de Godsverering spreekt daaruit. Maar onze kerkgebouwen zijn niet en nooit „Gods huis" zoals eens de heilige tempel te Jeruzalem, waar de gehele oud-testamentische dienst op gericht was. Waar de Iieere schaduwachtig woonde in het heilige der heiligen en waar alles naar 's Heeren eigen heilig voorschrift plaats had. Het voorhangsel is gescheurd en deze dienst heeft afgedaan. Onze kerkgebouwen zijn geen tempels.
De nieuw-testamentische gemeente wordt door de Zaligmaker duidelijk aangewezen in Matth. 16 : 18: Op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen".
Over de plaatselijke gemeente spreekt de Zaligmaker in Matth. 18 : 17: Zo zegt het de gemeente". Hier vinden wij reeds het evangelisch voorschrift wat betreft de nieuw-testamentische openbaring van de gemeente, waarover de apostel Paulus in zijn brieven (zie 1 Timotheüs 2 en 3) meer uitgebreide voorschriften geeft.
De plaatselijke gemeente
Als het gaat over de christelijke gemeente, denken we niet in de eerste plaats aan Gods kerk op de gehele aarde, maar aan de plaatselijke openbaring. Die gemeente is niet overal. Zij is alleen daar waar de Heere Zelf door Zijn Heilige Geest haar uit het gevallen menselijk geslacht vergadert. Waar God Zelf door Zijn Woord en Geest Zijn heerlijk werk wil doen. Daar komt, het kan niet anders, de gemeente tot openbaring.
Van deze plaatselijke gemeente merken wij allereerst met nadruk op, dat deze, met haar volle ambtelijke dienst naar de inzetting van Christus volledig het lichaam van Christus vertoont. Dat doet niet het kerkverband in. de eerste plaats, maar de plaatselijke gemeente. Christus Zelf is in haar midden (Matth. 18 : 20). Daaruit volgt ook dat de gemeente bekwaam en bevoegd is haar eigen zaken geheel zelfstandig af te doen. De kerk van de Reformatie heeft dit zuiver aangevoeld. De arbeid van de grote reformator Johannes Calvijn was daar geheel op gericht. Ook onze gereformeerde vaderen hebben, zelfs in de bangste uren van vervolging, daarvoor oog gehad en alle zorg daarop gericht. Hoewel nog nauwelijks tot openbaring gekomen, vergaderen deze gereformeerde gemeenten reeds te Wezel (1568). In de artikelen van dit eerste samenkomen van de dienaren der Nederlandse kerken worden regels gegeven voor het kerkelijk samenleven als Nederlandse kerken. Maar,
vooral regels voor het leven in de gemeente! „De apostel gebiedt dat alle ; s in de kerk ordelijk en eerbaar moet toegaan, opdat een eenparige toestemming in de kerk blijke en gevonden worde, niet alleen in de leer, maar ook in haar orde en regering. En om zodanige eenparigheid ook in alle Nederlandse kerken te onderhouden zo heeft het ons goed gedacht deze volgende artikelen, waarover geraadpleegd is bij de beste Gereformeerde Kerken in andere plaatsen (landen), ordelijk hier voor te stellen opdat die allen met algemene toestemming van de dienaren Gods in Nederland tot een zalige vrucht der gemeente bezegeld en onderhouden mogen worden".
Het overgrote deel van de kerkorde, ook van latere kerkenordeningen, is steeds gericht geweest op de plaatselijke gemeente. Onze gereform. vaderen wilden niet langer rooms zijn. De Synode van Emden (1571) begint als eerste artikel van haar akta: „Geen kerk zal over een andere kerk, geen dienaar des Woords, geen ouderling, noch diaken, zal de één over de ander heerschappij voeren. Maar een iegelijk zal zich voor alle suspiciën (verdenking en argwaan) een aanlokking om te heersen wachten". En opmerkelijk, onze Dordtse kerkordening eindigt hiermee (artikel 84): „Geen kerk zal over andere kerken, geen dienaar over andere dienaren, geen ouderling of diaken over andere ouderlingen of diakenen enige heerschappij voeren".
Dit is de taal van onze gereformeerde vaderen.
De gemeente komt tot openbaring waar de ambten tot volle openbaring komen. We spreken hier niet over het mystieke, het verborgen lichaam van Christus. Niet dat dit te verwaarlozen zou zijn. Integendeel! Wat is de gemeente van Christus in haar openbaringsvorm, zonder deze mystieke vereniging met Christus? Maar in de geopenbaarde gemeente regeert de Koning der kerk door middel van de door Hemzelf ingestelde ambten. Alles dient ambtelijk te geschieden. De prediking van .het Woord, de bediening van de sakramenten, het huisbezoek, de katechisatie, het ziekenbezoek, de diakonale arbeid, ook de onderhouding van de kerkelijke gemeenschap met de kerken in andere plaatsen.
De gemeente funktioneert allereerst in haar samenkomsten. In de ambtelijke prediking van het Woord van God en in de openlijke aanroeping van Gods Naam. Zonder de ambten kan de gemeente niet funktioneren. Gezelschap en gemeente mogen we nimmer met elkaar gelijkstellen of verwarren. De ambtelijke arbeid kan slechts geschieden door wettig bevestigde ambtsdragers. Zie daarvoor de kerkorde en de formulieren tot bevestiging van de Dienaren des Woords, ouderlingen en diakenen.
Het gemeenteleven
Het leven van de gemeente funktioneert niet slechts in de handelingen van de ambtdragers. Verre van dat. We denken aan het verenigingsleven, waardoor de mogelijkheid aanwezig is tot versterking van de onderlinge band en het onderling kontakt. De koster, de organist, de leider van een vereniging en de dirigent van de zangvereniging, behoeft geen ambtsdrager te zijn. Maar, wel is het ambtelijk toezicht geboden.
Zonder het ambtelijk toezicht en gezag zal alles slechts verwarrend werken. Vóór alles blijkt hieruit dat een gemeente geen vereniging is, maar wat reeds gezegd is: de openbaring van het lichaam van Christus. Verenigingen gaan weer teniet. Gods gemeente heeft de belofte dat haar Koning, onze Ileere Jezus Christus, met haar zal zijn tot aan het einde van de wereld. Lid van de gemeente word je door geboorte, of door
je erbij te voegen door belijdenis des geloofs.
De christelijke gemeente zal ook nimmer zonder de leiding en het werk van God de Heilige Geest kunnen. Door de ambtelijke bediening werkt Deze. Waar de christelijke gemeente recht funktioneert, worden verloren zondaren tot God bekeerd. Dan wordt de vervulling van Gods belofte gezien: „Het zaad zal Hem dienen" (Psalm 22). Daarop moet in de gemeente nauwlettend worden uitgezien. Ontbreekt dit? De oorzaak zal moeten worden gezocht aan 's Heeren voeten in diepe verootmoediging. Voorzichtig gezegd: Een christelijke gemeente funktioneert niet recht wanneer het lichaam van Christus niet wordt gebouwd, verlevendigd, vertroost en uitgebreid. Ook niet wanneer de ambtelijke tucht ontbreekt. De christelijke tucht is één van de grote voorrechten van de gemeente. Door de ambtelijke bediening ziet Christus als de grote Herder naar Zijn schapen om.
De zichtbare openbaring van Gods Kerk
Nimmer mogen we zeggen dat de geopenbaarde gemeente uitsluitend uit levende lidmaten bestaat. Allemaal bekeerde mensen. We weten wel beter. Wel voegen we er direkt de woorden van Justus Vermeer aan toe: God verbiedt een mens onbekeerd te zijn. Daar moeten we maar veel aan denken!
Wiens schuld is het wanneer wij nog onbekeerd voortgaan? Tenslotte: hoe belangrijk de Dordtse Kerkenorde ook is, we wachten ons er ook voor deze gelijk te stellen met de Dordtse Leerregels (ons belijdenisgeschrift).
Daar wilden onze gereformeerde vaderen niets van weten. Zij verklaarden met nadruk (art. 85): In middelmatige dingen zal men de buitenlandse kerken niet verwerpen, die andere gebruiken hebben dan wij.
Wij denken aan de Baptistengemeenten in Engeland, onder ons zo goed bekend door mannen als Warburton, Philpot en Kershaw. Daar zijn heel wat andere gebruiken. Toch, naar wij vast geloven: ook gemeenten van Christus.
Letten we er vooral op dat onze vaderen met de kerkenorde bedoelden de gemeente plaatselijk te dienen en om ook de arbeid van de meerdere vergaderingen te regelen en mogelijk te maken. Let er op: Meerdere vergaderingen ziet op het getal, niet op het gezag! Een gemeente alleen kan niet alles. We denken aan de zending, evangelisatie, onderwijs, emeritering en andere taken. Onze vaderen wilden niet te bindend voorschrijven. Steeds bleef er in de kerkenorde ruimte voor „zo het profijt der kerken anders vereist".
We konden slechts iets aanstippen. Aan vele vormen van gemeente-arbeid zijn we voorbijgegaan. Toch hopen we enigszins het funktioneren en de struktuur van de gemeente te hebben aangewezen. Wanneer maar duidelijk geworden is dat de christelijke gemeente geen menselijke vereniging is, al kunnen er binnen haar wel verenigingen funktioneren en geschiedt dit gelukkig ook! De plaatselijke gemeente is de zichtbare openbaring van Gods strijdende kerk op aarde. In geheel haar openbaring moet worden gezien dat Christus haar Koning is en dat zij wacht op Zijn komst met groot verlangen (art. 37 N.G.B.). Opdat zij eenmaal deel uitmake van de triomferende kerk in de hemel. Want daarmede is Christus' kerk hier op aarde één. Ook in haar zichtbare openbaring. Denken we daar veel aan? Dat zal telkens weer tot nauwkeurig en biddend zelfonderzoek leiden. Maar ook tot versterking in het zaligmakend geloof.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1979
Daniel | 24 Pagina's