'T GAAT VAAK ANDERS, DAN JE DENKT ....
ONS VERVOLG- VERHAAL (1)
„Brrr, wat is het koud zeg! Geef me een arm Ko. De wind kan dan in ieder geval niet meer tussen ons door waaien".
De twee vriendinnen lopen samen arm in arm door één van de grote winkelstraten van de stad. Hoewel het nog maar net vier uur in dei middag is, is het buiten toch al bijna donker. Het is eind januari en het is al weer ruim een maand geileden dat de kortste dag van het jaar er was. Echter van het langer worden van de dagen is nu nog niet veel te merken.
„Joh, kijk daar in die etalage", roept Ko naar Ingrid. „Zullen we even kijken? "
Naar binnen kijkend achter het grote winkelraam, zou je bijna vergeten dat het nog hartje winter is.
Vrolijke lentekleding van dunne stoffen sieren poppen die opgetut staan rond te kijken.
„Nee van mij hoeft dat nu nog niet, eind januari" zegt Ingrid nuchter.
„Laten we eerst maar wachten op de lentezon. Ik voel me nu nog kiplekker in mijn dikke winterkleding. We kunnen nog best een pak sneeuw krijgen of een lekkere vorstperiode. Maar ja onze zakenmensen zijn altijd wat vroeg hè. Misschien moeten ze ook wel. Ik wacht alleen nog wat met mijn lente-inkopen. Zullen we maar weer gaan? "
De twee vriendinnen steken hun hoofden nog eens extra diep in hun jassen en lopen weer verder, 't Is nog flink koud.
Enkele weken geleden is Ingrid bij Ko in de straat komen wonen. Ze ging naar dezelfde mavo als Ingrid en vanaf de eerste dag eigenlijk al kwam er een leuke vriendschap tot stand tussen die twee.
De gezinnen waaruit de twee meisjes komen, zijn wel totaal verschillend. Vooral Ingrid vindt het bij Ko nogal vreemd soms. Ko mag vaak niet zoveel van haar ouders, vindt Ingrid, maar toch komt ze heel graag bij Ko thuis. Het is er vaak zo gezellig en jongelui zijn er altijd welkom!
„Joh nog twee dagen en. dan een heerlijk weekend" flapt Ingrid er opeens uit. „Mijn vader heeft dit keer maar een korte vaart te doen, maar toch kijk ik er naar uit dat hij weer thuis komt. Heb jij zin om zaterdagavond bij ons te eten, Ko? Wanneer vader een weekend thuis is, eten we altijd heel uitgebreid. Op de boot is hij dat ook gewend en moeder wil niet dat het thuis minder is".
„Nee, ik kan dan niet. Mijn oma is zondag jarig en ik denk, dat wij er het hele weekend heen gaan. Mijn vader is haar enige zoon, weet je, en oma is veel alleen. Joh, ze geniet altijd zo als er iemand komt logeren. Zelf vinden we het ook best leuk. Ze is wel oud, maar toch een heel geestig mens. En ze kan goed vertellen joh, vooral over dingen uit haar jeugd. Ook houden wij geloof ik .veel van oma, omdat ze dicht bij God leeft. Ze praat niet alleen vroom maar ze leeft ook als een kind van God. Je moet gewoon wel respekt voor haar hebben".
Ingrid antwoordt niet. Dat laatste begrijpt ze ook niet goed, Ko praat wel meer over dit soort dingen en op deze nieuwe mavo-school doen ze ook zoveel aan godsdienst, vindt Ingrid. Ze heeft geen hekel aan het vak, maar ze is niet gewend bezig te zijn met dat soort zaken.
„Jammer", zegt Ingrid na een
poosje. „Ik hoop dat je nog eens andere keer kunt". een
Al babbelend zijn de twee vriendinnen in de straat gekomen, waar ze wonen. „Tot morgen Ko", roept Ingrid als ze bij het paadje komen, dat naar het huis van Ingrid loopt. „Ja, tot ziens". Ko moet nog een paar huizen verder. Ingrid loopt regelrecht naar de keukendeur. Ze ziet moeder al bezig met het eten. „Ha, lekker vroeg eten", denkt Ingrid. „Dat komt mooi uit, want voor morgen is het werken geblazen. Twee proefwerken, maar liefst"..
„Ha Mam".
Ingrid loopt de keuken binnen, doet haar jas uit en mikt die op een keukenstoel neer. Het is een echte sloddervos en opruimen doet Ingrid niet graag. „Dag meid. 'k Moet nog even bij het vlees staan en dan kunnen we eerst wel even een kop koffie nemen".
Hee, moeders stem klinkt wat down en Ingrid ziet. nu ook dat moeder wat triestig kijkt.
Zou er iets aan de hand zijn?
„Is er nog koffie mam? Zal ik dan vast even insohenken? "
„Ja, goed", zegt moeder alleen. 1-Ie.t duurt niet lang meer of de twee zitten samen aan de keukentafel met een kop dampende koffie voor hen.
Ingrid wacht eigenlijk tot moeder begint en dat gebeurt dan ook.
„Vader komt niet thuis vrijdag", zegt moeder dan. „Het is niet zo leuk weet je". „Nee, dat zeker niet, bah niets aan", antwoordt Ingrid al voor dat moeder verder kan gaan. „Ik keek er juist naar uit. Het is altijd wat met vader. Leuk hoor een vader die kapitein is. Je ziet hem haast nooit!"
„Wees nu eerst maar eens rustig Ingrid. Je bent weer veel tie snel met je kommentaar. Voor mij is het ook niet leuk. Maar voor vader zelf in de eerste plaats niet. Hij ligt in een ziekenhuis in Spanje".
Nu kijkt Ingrid wel even anders. Wat? Vader in een ziekenhuis? Kon dat ook nog? Aan zoiets had Ingrid totaal niet gedacht.
„Een uurtje geleden werd ik opgebeld, " gaat moeder weer verder. „Vaders boot heeft deze nacht een aanvaring gehad waarbij een brand moet ontstaan zijn. Alles is nog meegevallen want de hele bemanning is gered. Ijlings is een ieder van boord gegaan en met de grote reddingsboten, die blauwe met wit, weet je wel, zijn ze allen heelhuids aan wal gekomen.
Vader schijnt iets aan zijn rechterbeen te hebben en ligt nu voor kontrole in dat ziekenhuis. Veel meer weet ik nog niet. 'k Werd vanuit het ziekenhuis opgebeld en het ging in een wat moeilijk verstaanbaar engels, vond ik. Ze vroegen mij ook of ik niet naar Spanje wilde vliegen om bij vader te kunnen zijn. Hij moet erg geschrokken zijn en voor zijn rust wilde men in het ziekenhuis graag dat ik komen zou. Na het weekend vlieg ik dan weer terug of alleen öf samen met vader. Wil jij het komende weekend naar tante Ar ja? Zij zal het zeker goed vinden". Moeder wacht nu. Ingrid trekt alleen haar schouders op, maar geeft geen antwoord.
Naar tante Arja? Daar was niet veel aan vond Ingrid. Maar ja, als het moest. Verder dacht Ingrid maar even niet. , /k Ga even naar boven mam. 'k Moet veel leren voor morgen", is het antwoord.
Moeder zegt alleen: „Goed, tot zo dan". Ze weet het wel. Voor Ingrid is dit moeilijk. En toch, denkt moeder, voor Ingrid is dit niet zo erg. Ze moet leren dat fijne plannen zo broos zijn. Er kan zo snel iets veranderen. En. soms is een verandering, helemaal niet leuk. Vooral voor Ingrid niet. Ingrid vertrekt naar boven. Ze loopt dit keer erg rustig de trap op.
Is ze in gedachten?
Waaraan denkt ze, aan vader of aan zichzelf?
Moeder peinst nog even wat na en gaat dan weer aan de slag. Eerst maar eten straks, dat lijkt haar nu het beste.
(Worclt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1979
Daniel | 24 Pagina's