OP AARDE IS ZIJN STEM GEHOORD
„Ik kan niet geloven dat alle mensen die niet van Jezus gehoord hefoben verloren zijn gegaan, dat zou......"
Nog niet zo lang geleden kwam op één van onze jeugdverenigingen de vraag aan de orde of ook de heidenen naar de wet. van God-geoordeeld zullen worden. Om een antwoord te vinden op deze vraag, bespraken we samen enkele gedeelten uit de Romeinenbrief. De apostel Paulus wijst de gemeente van Rome in deze brief ondermeer op de toestand waarin het heidendom verkeert en wekt de gemeente op om naar de geestelijke zin van de wet te leven (Rom. 2 : 29).
In dit verband zegt Paulus dat ook de heidenen vanuit de schepping God kennen en daarom niet te verontschuldigen zijn (Rom. 1 : 18-21). In Romeinen 2 schrijft d: apostel Paulus zelfs dat de heidenen die de wet niet hebben, toch enige kènnis van de wet hebben; „als die betonen het werk der wet Gcds geschreven in hun harten, hun geweten mede getuigende'' (vs. 15). Ook de heidenen worden dus geoordeeld naar de norm van Gods wet. En als de Heere de ongerechtigheid gadeslaat, wie zal dan bestaan? In dat gericht zal geen schepsel rechtvaardig voor God kunnen verschijnen. Er is immers niemand die goed doet, ook niet één! Maar, wonder van genade, God heeft een weg geopend in de zending van Zijn Zoon. Daarom, kan de dichter van Psalm 130 zingen: Maar bij U is vergeving !"
Toen dit antwoord gegeven werd, kwamen op de jeugdvereniging de vragen los — „Hoe zullen de heidenen dit weten als de enige weg tot behoud hen niet verteld is? "
—• „Gaan dan allen verloren die nooit van het Evangelie gehoord hebben? "
En nog voordat de voorzitter op deze vragen kon ingaan kwam de opmerking: „Ik kan niet geloven dat alle mensen die nooit van Jezus gehoord hebben, verloren zijn gegaan, dat zou "
De jongen die deze opmerking plaatste, maakte de zin niet af De laatste woorden durfde hij niet uit te spreken, hij wilde er — vermoed 1 ik — aan toevoegen: „dat zou toch onrechtvaardig zijn? " Ongetwijfeld leeft deze onuitgesproken vraag in het hart van vele jongeren (en ouderen? )
Ja, wij kunnen dat niet aanvaarden. Beter gezegd: wij willen dat ten diepste niet aanvaarden. Jawel, met onze mond kunnen we soms zo gemakkelijk uitspreken dat wij zijn afgeweken, dat we tesamen onnut zijn geworden, dat er niemand is die goed doet, ook niet één
Maar aanvaarden met ons hart? Dat Willen we niet. Dat zou hetzelfde zijn als ons doodvonnis ondertekenen. En wie is daartoe bereid? Erken jij van harte dat je vanwege je zonden allerhande ellende, ja, aan de verdoemenis zelf onderworpen bent? Toch zal het tot dat erkennen moetên komen! Daar wil ik in de eerste plaats onze jongeren op wijzen, die diep in hun hart de Heere aanklagen over Zijn beleid. Toen aan de Heere Jezus eens de vraag gesteld werd: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? ", was het, antwoord van de Heere: Strijdt om in te gaan " (Lukas 13 : 24). De vraagsteller kreeg op de vraag naar het aantal geen antwoord van de Heere. Hij wilde het werk Gods kunnen beredeneren.
En is dat ook bij ons niet vaak het geval? De Heere heeft aan zulke vragen,
zónder dat het ons op de knieën brengt, geen welgevallen. In plaats van een antwoord, klinkt ook tot ons het bevel: „Strijdt om in te gaan door de enge poort " Met al onze vragen proberen wij altijd weer de belangrijkste vraag „hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God? " te ontlopen. Met deze vraag zullen we echter in de eerste plaats ernst moeten maken. Wie er nu geen ernst mee maakt, zal eenmaal tevergeefs kloppen.
Het Woord gaat voort
Genade leert .ook de komst van Gods Koninkrijk anders te zien. Dan wordt het ons een wonder dat de Heere doorgaat met Zijn werk en dat Hij in de dienst van de zending mensen gebruiken wil tot bekering van heidenen. Dan geldt ook voor ons. de opdracht: Gij zult Mijn getuigen zijn tot aan het uiterste der aarde". De gebieden waar het evangelie nog nooit, gebracht is worden echter steeds schaarser. Het Woord van God is: ot aan de einden van de aarde gebracht. Het ging over alle grenzen heen. Het Woord gaat voort! Ook daar wil ik met nadruk, op wijzen. Is het geen wonder dat de Heere Zijn Woord laat verkondigen tot aan het uiterste van de aarde? De tijd en de wijze waarop zijn in Zijn Raadsplan opgenomen. Wij kunnen de Heere niet narekenen. Wie zal Zijn wijs beleid doorgronden? De Heere kan soms langs wegen gaan die wij niet begrijpen. Zegt de Heere zelf niet: ijn wegen zijn hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten? Nooit mogen we de Heere iets ongerijmds toeschrijven. Natuurlijk kan d, e Heere ook Zijn genade verheerlijken in een weg die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Zelfs uit de mond van de kinderen en de zuigelingen heeft Hij sterkte gegrondvest! (Ps. 8). Wij hebben echter met Zijn geopenbaarde wil te rekenen. En dan zegt de Heere dat er onder de hemel slechts één Naam is. gegeven waardoor wij kunnen zalig worden. Die naam zal worden voortgepland van geslacht tot geslacht en van de rivieren tot de einden van de aarde. Tot ons klinkt Zijn stem: Dient de Heere met vreze en verheugt u met beving. Kus de Zoon, opdat Hij niet toorne en gij op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen" (Ps. 2 : 11 en 12).
De kruisgang van het Woord
Op aarde werd Zijn stem gehoord! Het kwam op vele plaatsen tot wasdom en dan breekt na kortere of langere tijd een periode aan waarin voor de Heere en Zijn dienst geen plaats meer is. Denk eens aan Klein Azië (het huidige Turkije) waar Paulus met zoveel vrucht werkte. Op aangrijpende wijze wordt dit beschreven in het onlangs verschenen boek van M. C. Capelle „De kruisgang van het Woord". De auteur beschrijft ondermeer de verschrikkelijke vervolgingen van de Armeense christenen en de uiteindelijke ondergang van dit volk. In het tweede deel van zijn boek wijst Capelle op de landen in Noord-Afrika, waar Augustinus tientallen jaren leefde en waar eens honderden kerken waren. Hij vraagt ook aandacht voor China, het 'onmetelijke land waar nu de kerk-onder-het-kruis verkeert. En laten we ook ons land niet vergeten, waar eertijds het bloed van de martelaren het zaad van de kerk was. De strijd om het behoud van de ware religie kostte veel protestanten hun leven. In Brussel kwamen de moedige jonge Hollanders Hendrik Voet en Johannes van Essen om op de brandstapel. Guido de Brés bezegelt zijn zo vurig beleden geloof aan de galg En nu? Ons volk vervreemdt steeds tneer van God en Zijn geboden. Door moedwillige ongehoorzaamheid keren iwe ons af van de Heere. Wij willen fciet meer horen van die enige Naam tot behoud. Doet de Heere dan onrecht, als Hij ons voorbijgaat?
Op aarde is Zijn stem gehoord maar wij hebben niet geluisterd. Is het dan onrechtvaardig als de Heere ons het Evangelie niet meer laat verkondigen
en de kandelaar van Zijn Woord wegneemt? Nee! Dan is het vanwege onze ongehoorzaamheid en vanwege eigen schuld als wij verloren gaan.
Nabij u is het Woord
Voor de komst van de Messias, in de oudtestamentische bedeling, was de verkondiging van Gods Woord voorbehouden aan Israël. De Heere openbaarde Zich in bijzondere zin aan Zijn bondsvolk. De belofte van de voortgang van het Woord komen we echter ook in het Oude Testament al tegen. Denk slechts aan het visioen van Ezechiël. In Ezechiël 47 lezen we dat de profeet in een visioen de herstelde tempel ziet op de berg Sion. En terwijl hij dan in dit visioen vóór de tempel staat, ziet hij van onder de dorpel van het heiligdom water vloeien (vs. 1). Eerst is het waterpeil uiterst laag: het water reikt hem nauwelijks tot aan zijn enkels. De stroom wordt echter steeds breder! Uiteindelijk mondt ze uit in de Dode zee, het summum van onvruchtbaarheid en doodsheid. Maar het water uit het heiligdom brengt leven in de Dode Zee! Ezechiël mag het zien: de Dode Zee komt tot leven. Het krioelt er van de vissen. Dood en onvruchtbaarheid zijn verdwenen. Deze tempelstroom is een profetie van het werk van Gods Geest. De beek van Gods Geest is steeds verder gegaan. Het water werd al maar dieper, tot deze beek zó diep was geworden dat ze de gehele aarde bedekte. Zó zou eens de kennis des Heeren de aarde 1 bedekken, gelijk de wateren de bodem van de zee bedekken.
Het Woord is tot aan de einden der aarde gebracht. Het ging over alle grenzen heen. Ook in ons land bracht deze tempelstroom nieuw leven.
Het Woord van God is nabij ons gekomen.
Wat hebben wij met dit Woord gedaan? De profetie van de tempelstroom wijst enerzijds op het welbehagen Gods. Dat welbehagen zal door Zijn hand geiukkiglijk voortgaan. Dat is een troost voor Gods kinderen! De Heere zorgt voor Zijn eigen werk.
De profetie heeft echter ook een schaduwzijde. Ezechiël beschrijft ook hoe het wordt als de beek van Gods Geest niet de volle toegang krijgt. Er is dan sprake van modderige plaatsen, van moerassen van zout. Het leven verdort, dë dood dreigt, het einde is in aantocht.
Dat is het begin van het definitieve einde! Waar voor Christus geen plaats meer is, daar verplaatst zich de bedeling van Gods Geest. Is deze zijde van de profetie geen waarschuwing voor ons? Voor ons die zo vaak bezig zijn Gods verborgen Raadsplan na te speuren, terwijl we geen oog hebben voor de gevaarlijke situatie waarin wij ons bevinden.
Het Woord is vlees geworden
Hoe dankbaar mogen wij zijn dat we in een land wonen, waar Gods Woord nog verkondigd mag worden. In een land waar we binnenkort nog in vrijheid mogen herdenken dat Jezus geboren werd in Bethlehems stal. Wij beseffen de waarde van onze voorrechten niet Zou God geen twist met ons hebben vanwege onze ondankbaarheid? Ons hart, dat de toestand in de heidenwereld overdenkt, moet wel dood en koud zijn, als het niet dankbaar is het Woord van God nog te kunnen horen.
Toch klinkt tot doden nog het Woord van de levende God: „Het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond". Hiertoe is de zone Gods geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou!
Jongelui, neem dit Woord van de Heere ernstig. Laten we niet allerlei uitvluchten zoeken, maar smeek de Heere of Hij zich ook aan jou openbaart. Dan mag de gehele wereld zeggen: Wie is die Jezus? Wat heb ik van Hem te verwachten? Zeg dan maar met Petrus: „Heere, tot Wien zullen wij henengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens." Als dat werkelijkheid wordt in ons leven (dat kan ook bij een. jongen of meisje zo zijn), dan zeggen we met de herders in Efratha's velden: Laat ons dan heengaan naar Bethlehem, en laat ons zien het woord dat geschied) is, hetwelk de Heere ons heeft verkondigd.
Op aarde is Zijn stem gehoord, die spreken wil tot elk geslacht, Hij werd geboren in de nacht.
O Koning die geboren zijt Aanschouw onze verlorenheid Dit is het heil en het gericht Het Kind, dat in de kribbe ligt. Dat van de nacht maakt dageraad Dat straalt en nooit meer ondergaat!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1978
Daniel | 32 Pagina's