JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

KERSTFEEST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERSTFEEST

5 minuten leestijd

En ten laatste zond Hij tot hen Zijn Zoon (Matth. 21 : 37a).

„En ten laatste zond Hij tot hen Zijn Zoon." '

Dit is het hoogtepunt van Gods ontferming over de doodschuldige zondaar. Wij horen hier hetzelfde wat Paulus schrijft in Romeinen 8 : 22: Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven". God kón niet meer geven.

Het geven van Zijn Zoon was een geven tot in de dood. Want, u weet hoe het in de gelijkenis ging. Toen die boze landlieden de zoon zagen, zeiden zij tegen elkaar: „Deze is de erfgenaam, komt aan, laat ons hem doden en de erfenis voor ons behouden".

Zo zien wij in deze woorden achter de kribbe het kruis van Golgotha. Over de kribbe valt reeds de schaduw van het kruis.

Zo was de overgave Gods van Zijn geliefde Zoon, een overgave tot in de dood. God heeft geen lust in onze dood., maar hierin heeft Hij lust, dat wij ons zullen bekeren en leven. En opdat het daartoe zou komen, tot bekering, en leven, legde God Zijn eigen Zoon in de kribbe, gaf Hij in die Zoon Zichzelf in eeuwige ontferming, Zo diep daalde de Heere tot ons neer, omdat we zo diep zijn gevallen. De diepte, waarin Gods Zoon Zich vernederde in de stal en in de kribbe, evenaart de diepte van onze zondeval, van onze ellende.

Gods gadeloze ontferming werd geboren in de eeuwigheid, maar bereikte haar hoogtepunt toen Hij Zijn Zoon zond naar deze duistere wereld, opdat Hij het rantsoen voor de zonde zou. betalen, opdat verloren meisjes en jongeren, en ook ouderen, in de zalige genieting van die ontferming, Kerstfeest zouden vieren en knielend bij de kribbe van Bethlehem, zich in dit geboren Kindeke zouden kennen als kinderen des Welbehagens.

Maar dan komt hier ook tot ons de grote levensvraag, — en ontwijk die vraag niet — of wij in de belijdenis van onze zonde en schuld, dit Kindeke in de kribbe door een geschonken geloof hebben leren kennen als onze Heere en Zaligmaker..

„En ten laatste zond hij tot hen Zijn Zoon."

Voor die Zoon was er geen plaats in de herberg, daarom werd Hij geboren in de stal en gelegd in een voederbak voor dieren.

Is er voor Hem plaats in jouw hart?

Van nature is er voor Hem geen plaats. Dan is er in ons hart voor heel de wereld plaats, behalve voor dit geboren Kindeke.

Voor de kerstboom is tegenwoordig een plaats gereserveerd in de herberg. Maar het Kindeke klopt er vergeefs aan. Zeis al hebben wij een traan in ons oog, al zijn wij ontroerd over de armoede van dit Kindeke, dan kan het nog zijn, dat er toch voor Hem geen plaats is.

Wij zijn er zeer in bedreven om zoveel godsdienst aan te dragen, dat wij ons leven niet verliezen, om het in dit Kindeke te vinden.

Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Verootmoedigt u en buigt u voor deze geboren Koning. Hij is een Koning, „Die het zaligst lot, ver boven alle goón kan schenken".

Als er hier voor dit geboren Kindeke geen plaats komt in ons hart, zal er straks voor ons geen plaats 1 zijn in het Vaderhuis hierboven.

Vraag aan deze geboren Koning, dat Hij door Zijn Heilige Geest voor Zichzelf plaats make in jouw hart.

Hij heeft gezegd:

„Op uw noodgeschrei, Doe ik grote wonderen".

Want dan zul je het ervaren, dat, hoewel er geen plaats in de herberg voor Hem was, er wel voor de herberg plaats bij Hem is. Voor een schare, die je in de herberg vindt: een tollenaar, een farizeër, een hoer. De ganse herberg kan bij Hem terecht, want: „Deze ontvangt de tollenaars en de zondaars en eet met hen".

Daarom kan het ook voor ons!!!

De herders werden in spanning gehouden door de boodschap van de engel. Daarom lezen wij: „Zij kwamen met haast". Hebben wij ook alles al ingespannen om de Heere te zoeken? Hebben wij alles er op gezet om Hem te mogen vinden? Is het bij ons: „Geef mij Jezus of ik sterf"? Het gaat om ons leven. Buiten Hem is de eeuwige duisternis en dood.

Ben jij op weg naar Bethlehem? Want Bethlehem is nog te vinden. Het ligt ook in Nederland.

De boodschap van Kerstfeest: „Ten " laatste zond Hij tot hen Zijn Zoon", moet ons meer in spanning houden dan de berichten uit de krant.

Gelukkig, als wij bij de kribbe mogen knielen.

Wie vinden in een kribbe hun voedsel, de mensen of de beesten? Ik dacht de beesten, want een kribbe is een voederbak voor dieren. Daarom, als je verstaat wat Asaf klaagde: „Ik ben een groot beest bij God", dan vind je in de kribbe je voedsel, het Kindeke, gewonden in doeken, de enige Zaligmaker, en dan zul je het onuitsprekelijke wonder verstaan:

„TEN LAATSTE ZOND HIJ TOT HEN ZIJN ZOON".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1978

Daniel | 32 Pagina's

KERSTFEEST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1978

Daniel | 32 Pagina's