JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE VREZE DES HEEREN IS HET BEGINSEL DER WETENSCHAP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VREZE DES HEEREN IS HET BEGINSEL DER WETENSCHAP

7 minuten leestijd

Spreuken 1 : 7a

Het boek Spreuken begint met verzen die op zo'n indringende wijze het doel van het boek uiteenzetten, n.1. om de jeugd te onderwijzen en om de onervarenen weloverwogen het goede te doen kiezen.

Zoals ook de Psalmen beginnen met de twee wegen in psalm 1, ze begint ook dit boek met de goede weg aan te wijzen tot het juiste inzicht, de echte levenskunst en de praktische levenskennis. Ze richt zich hierbij eerst tot jongelingen, de onervarenen, omdat ze vaak zo gemakkelijk te beïnvloeden zijn en vatbaar voor verleiding. Daarom wordt hun voor alles de vreze des Heeren voorgehouden als het juiste levensbeginsel en wordt het verachten van wijsheid en tucht afgeraden.

We mogen bovenstaande tekst het motto, de kernspreuk van het gehele boek noemen. En laten we daarbij niet vergeten dat het niet specifiek is voor het Spreukenboek alleen, maar dat het centraal staat in heel Gods Woord. Denk bijvoorbeeld aan de vermaning van Mozes in Deut. 10 : 12: Nu dan Israël, wat eist de Heere uw God van u dan de Heere uw God te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen en Hem lief te hebben en de Heere uw God te dienen met uw ganse hart en met uw ganse ziel." Op veel plaatsen Wil de Heere ons dit op het hart binden, daarom is er alles aan gelegen, hier nauwkeurig acht op te geven en het als een leidraad voor het gehele leven te zien.

Op de vraag Wie we moeten vrezen geeft de Schrift zelf antwoord. Het is de Heere die Zijn heerschappij over alles doet gaan, aan Wiens beslissing het is gelegen of een mens z'n voornemen kan uitvoeren, Die in alles de eindbeslissing heeft. Wie een plan voor de toekomst maakt, dioet er goed aan het begin, midden en einde in Gods hand over te: geven.

Het zijn ook Zijn ogen die op alle mensen gericht zijn. Niemand kan iets voor Hem verbergen, zelfs in het diepst van ons onderbewuste dringen Zijn ogen door, Alles ligt voor Hem open als een opengeslagen boek.

De naam HEERE duidt ook aan dat Hij Zich doet kennen als de God des verbonds, Die Zijn rechtvaardigheid èn liefde openbaart in de Heere Jezus Christus, de Zaligmaker van Zijn Gemeente.

Die God moeten we vrezen. Dat is de boodschap van het Oude-en Nieuwe Testament. Gods Woord is doordrongen van de diepe eerbied die de mens betaamt jegens die grote God, Die Zich in schepping en herschepping een majesteitelijk God betoont, Wiens doen aanbiddelijke heerlijkheid is.

Hij is die God Die vreselijk is, de Heilige, in Wiens handen het vreselijk is te vallen, Die de mens doet maaien wat hij zaait, de wereld haar eigen vruchten laat oogsten, Die, naar het Woord van Christus, beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.

Maar ook die God., Die in Christus verlost en zalig maakt. Die ook enkel liefde is en daarom Zijn eniggeboren Zoon zond in de wereld, opdat ieder die in Hem gelooft behouden zou worden. Wie zó Zijn liefde kent, als een heilige, rechtvaardige liefde,

vreest de Heere met, kinderlijke eerbied, hartelijk vertrouwen en ook met diep ontzag. Het is een vrees die ons naar Hem toedrijft en naar Zijn wil doet vragen. Het is de kinderlijke eerbied die de rechtvaardigen voor God hebben, ze buigen diep voor Hem en vertrouwen gelijktijdig op Zijn grondeloze barmhartigheid.

Deze vreze des Heeren is het beginsel der wetenschap. Hiermee wordt bedoeld dat de goede wetenschap daarin haar uitgangspunt dient te hebben. Hier wordt gezegd: wie wetenschap wil vergaderen, beginne met de Heere te vrezen. Niets anders, niets meer, maar ook niets minder dan dat.

Het begin is vaak beslissend. Vooral jonge mensen die naar de mens gesproken aan het begin van hun leven staan, dienen te beseffen dat. er alles aan gelegen is, hoe we beginnen. We krijgen die kans in de regel maar eenmaal. We kunnen ook in éénmaal ons leven voorgoed bederven.

Gods Woord geeft hierin duidelijk richtlijnen: „Wie'Mij vroeg, zoeken, zullen Mij vinden. Gedenk aan uw Schepper inde dagen van uw jongelingschap." Nu is de vreze des Heeren het beginsel der wetenschap. Het woord „wetenschap" heeft een vertrouwde klank in onze oren. Op een of andere wijze houden we ons er mee bezig of hopen dit te gaan doen.

Nu was wetenschap aanvankelijk de term voor het kennen in het algemeen-In de bijbel wordt er zelfs de kennis van God onder verstaan: „Zou er wetenschap zijn bij de Allerhoogste (Ps. 73)? Gods Woord leert ons dat de wetenschap door God aan de mens geschonken wordt en dat de goede wetenschap in de omgang met God gevormd wordt.

Later vindt in de griekse kuituur een differentiatie op het veld van de kennis plaats en wordt de bijzondere, theoretische kennis, die wij wetenschap noemen, afzonderlijk gesteld als de episthèmè. Het is een bezigheid die om het weten zelf beoefend wordt en geboren wordt uit de verwondering. (Plato). Natuurlijk wordt deze wetenschap hier niet bedoeld, maar gaat het om de praktische levenskennis, waarbij het gaat om het op de juiste wijze' gebruiken van onze verstandelijke vermogens.

Dit alles neemt niet weg dat ook voor de wetenschapsbeoefening zoals die plaats heeft aan de instellingen voor hoger-en uiversitair onderwijs dit devies uit het Spreukenboek de enig. goede leefregel blijft. Want ook hierin moeten we buigen voor Gods Woord en ons in alles van Hem afhankelijk weten. Ook hierin vraagt de Heere ons hart en hoofd, om naar Hem te horen.

De bekende theoloog Gijsbertus Voetius hield op 21 augustus 1634 aan d.e IIlustre School (de huidige universiteit) te Utrecht als rector zijn eveneens bekende openingsrede over „Godzaligheid te verbinden met de wetenschap."

Hij richt zich daarin tot hoogleraren en studenten, waarbij hij de praktijk der godzaligheid ook sterk verbindt met, de handel en wandel van elke dag. Het karakteristieke ervan verwoordt hij aldus: „nederig in de omgang, standvastigheid in het geloof, bescheidenheid in woorden, rechtvaardigheid in daden, in de werken barmhartigheid, in de levenswandel tucht; geen kennis hebben aan het bedrijven van onrecht, maar het aangedane onrecht verdragen; vrede houden met de broeders, God liefhebben van ganser harte, Hem beminnen als Vader, Hem vrezen als God, niets boven Christus stellen, omdat Hij ook niets boven ons gesteld heeft; zijn liefde onafscheidelijk aanhangen.

Als Zijn Naam en eer in het geding zijn, toont zij in het dispuut standvastigheid waarmee wij belijden, bij een verhoor het vertrouwen waarmee wij strijden, in het sterven het geduld waardoor wij de kroon ontvangen. Dit is het met Christus medeërfgenaam willen zijn, dit is het willen doen van het gebod Gods, dit is de wil des Vaders volbrengen."

En verder: „De ware wijsheid is die, die niet slechts het verstand verlicht maar ook innerlijk doordringt tot de binnenste kernen van het gemoed en de gevoelens. Zij heiligt geheel en al, zij beheert op zeer krachtige wijze, ze maakt de mensen niet alleen geleerden, maar ook beter ( )."

Deze ware wetenschap wordt gewerkt door de Heilige Geest en gevormd in de omgang met God. Dit werk is voor ons allen onmisbaar. Anders bezitten we misschien wel veel kennis, en deze kan poorten openen tot maatschappelijke posities en aardse voordelen, hoe geoor-

loofd ook, maar de poort des hemels blijft ermee gesloten. Die blijft voor ons gesloten totdat we als een nederige leerling aan de voeten van Hem neerzitten en daarbij Maria's deel kiezen. Bidt om de bediening van die Geest, die zonen en dochteren doet profeteren en de jongelingen gezichten doet zien, om hen te doen ervaren dat in de vreze des Heeren het beginsel der wijsheid is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1978

Daniel | 32 Pagina's

DE VREZE DES HEEREN IS HET BEGINSEL DER WETENSCHAP

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1978

Daniel | 32 Pagina's