DE GEBOREN KONING
GEBOREN KONING Zij waren saam op reis gegaan. De keizer had hei zo geboden. In Bethlehem liet men hen staan.
Men had geen deernis met hun noden. De herberg was voor hen verboden, en niemand zag die twee meer aan. Stil viel in Davids stad de nacht. De donkerheid verborg de straten. Nu kon niet langer meer gewacht. Geen kloppen elders kon meer baten.
Zij voelden zich van elk verlaten. Een stal slechts die hun berging bracht. Hier werd het wonderwerk volbracht: De Zoon van God als mens geboren uit zulk een wondervolle dracht. Hij was van eeuwigheid verkoren. Zijn heerlijkheid had Hij verloren.
Hij was verworpen en veracht. Arm lag Hij in de kribbe neer. Geen beter plaats werd er gevonden. Zijn heilig lichaam, klein en teer, werd met wat doeken zacht omwonden. Hij werd vernederd om de zonden, er bleef geen ander middel meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1978
Daniel | 32 Pagina's