TERREURBESTRIJDING
„Terreur is het georganiseerd plegen van geweld om bepaalde politieke doelen te bereiken". Om deze stelling te verduidelijken willen wij aan de hand van een van de grootste terreurgroepen de „Rote Armee Fraktion" een en ander duidelijk maken Hiervoor is het noodzakelijk de tijd in te duiken van de na-oorlogse jaren in Duitsland. Duitsland dat in 1945 zwaar geschonden uit de oorlog komt. Een land met veel weduwen en wezen. Een land dat ook in een tijdsverloop van 20 jaren de meest geslaagde westerse natie wordt. Door een te snelle welvaartstoename kent de bevolking geen echte idealen. Alle ouderen hebben het goed. Velen hebben een Mercedes voor de deur staan.
We schrijven dan 1968. De naoorlogse jeugd ziet het dan niet meer zitten. Het is het jaar van radikalisering van het studentendom. In de periode 1964-1968 komen er akties, demonstraties en diskussies over zaken als de demokratisering van het universitaire leven, de wetten op de noodtoestand en de toenmalige Vietnamese oorlog, pe ontwikkeling raakt op drift als een toekijkende student op 2 juni 1967 wordt getroffen door een politiekogel bij een demonstratie tegen het bezoek van de Perzische Sjah. Als de student overlijdt heeft de buitenparlementaire oppositie een martelaar. Hierop volgen maanden van studentenakties in alle grote westduitse steden. Betogingen, kraakakties, bezettingen van universiteiten. Het burgerdom Kijkt geschokt naar zijn zonen en dochters. Echter dit studentenverzet verzandt in eindeloze diskussies. Dit besef brengt radikale jongeren als Baader, Enslinn, Proll en Söhnlein er toe de openbare mening op gewelddadige wijze te schokken.
Waar vandaan?
Andreas Baader, geboren 6 mei 1943 te Hameien is de zoon van een Münchener stadsarchivaris Dr. Bernd Baader. Andreas' vader overlijdt vroeg, waardoor zijn moeder Anneliese sekretaresse wordt. Andreas zet het liefst de mensen naar zijn hand Lukt het hem niet, dan schuilt hij weg in nietsdoen. Anderen zullen later zeggen dat hij een lui type is. Na een aantal baantjes komt hij terecht in het ongeregelde leven van de studenten. Daar staat hij bekend als een opschepper, drinkebroer, vechtersbaas en een kruimeldief. De vriendin van Baader is Gundrun Ensslin, geboren op 15 augustus 1940, dochter van de predikant Helmut Ensslin. Burgerlijkheid is iets dat Gundrun altijd heeft gehaat. Zij is intelligent. In haar jeugdjaren is zij groepsleidster van een christelijke meisjesvereniging. Zij wil lerares worden. Bij het ouder wnrden Wil zij op eigen benen staan. Zij is 19 jaar als zij op kamers gaat wonen en stort zich met ware hartstocht in het studentenleven. Ook de studie wordt niet 'verwaarloosd. Geruime tijd heeft zij een verhouding met haar vriend Bernward Vesper waaruit een zoontje wordt geboren. Vesper pleegt zelfmoord als Gundrun hem verlaat en
gaat samenwonen met Baader. Ensslin heeft een haat tegen de kapitalistische maatschappij gekregen na de studtentenrellen van 1967 en 1968.
Van Baader Meinhof naar Rote Armee Fraktïon
Het zijn deze twee die met anderen op 2 april 1968 het warenhuis van Schneider in brand steken d.m.v. zelfgemaakte brandbommen. Reeds de volgende dag worden zij gearresteerd. Als in oktober 1968 het proces begint, richt de publiciteit zich voornamelijk op deze twee brandstichters. Als advokaat hebben zij Horst Mahler, de ad.vokaat van de buitenparlementaire oppositie. Op handige wijze gebruikt hij dit proces voor politieke propaganda. Horst Mahler vindt een medestandster in Ulrike Meinhof. Zij is geboren op 7 oktober 1935 in Jena (O. Duitsland) als dochter van een direkteur van het stedelijk museum. Als haar beide ouders aan kanker overlijden, studeert zij aan de westduitse universiteit van Marlburg. Zij is dan nog lid van de protestantse Bekennende Kirche. In 1961 trouwt zij met Klaus Röhl, hoofdredakteur van het blad Konkret. Voor hem schrijft zij en doet enig radiowerk. Ondertussen nemen haar twijfels toe. Zij laat zich van Röhl scheiden en haar twee dochters uit het huwelijk neemt zij mee. Op 13 juni 1969 verlaten de vier brandstichters na 14 maanden voorarrest de gevangenis. In eerste instantie zijn zij veroordeeld tot 3 jaar tuchthuis, maar de-ze straf wordt door hoger beroep opgeschort. De justitie acht het viertal niet vluchtgevaarlijk en laat ze vrij. Als het gerechtshof het beroep van de brandstichters verwerpt, duiken zij onder en nemen de wijk naar Parijs. In 1970 komen zij terug naar West-Duitsland en vernieuwen liet kontakt met Mahler en Meinhof.
Zij zijn verenigd in een groep die zich niet neerlegt bij het uitelkaar vallen van het buitenparlementaire verzet en nieuwe akties predikt. De aktiviteiten van deze groep zijn o.a. brandstichting van de amerikaanse bibliotheek, aanslag op de regeringskantoren in Bamberg waar blanko persoonsbewijzen worden ontvreemd en zes aanslagen in West-Berlijn. Op 4 april 1970 wordt Baader tijdens een kontrole aangehouden. Op 14 mei 1970 wordt hij via een gewapende aktie bevrijd door Ulrike Meinhof, Goergens en Proll. Kort hierop wordt de Rote Armee Fralction opgericht. De groep verdwijnt naar Jordanië en Syrië waar palestijnse verzetstrijders hen trainen in gewapende guerillamethoden. Medio 1970 keert de groep naar West-Duitsland en met name West-Berlijn terug. Dit is al snel te bemerken. 24 augustus 1970, overval op een supermarkt, buit 21.000 mark, 24 september 1970, drie overvallen op bankfilialen, buit 250.000 mark, 15 januari 1971, twee overvallen op spaarbanken, buit 100.000 mark, 22 december 1971, overval op een bank, politieman gedood, 11 rnei 1S72, drie bomaanslagen op het hoofdkwartier van het amerikaanse leger, een dode, 12 mei 1972, een bom explodeert op het politiebureau van Augsburg, 16 mei 1972, bomaanslag op het krantenconcern Springer, 17 gewonden, 21 mei 1972, aanslag op het hoofdkwartier van het amerikaanse leger. De paniek is groot en kompleet. In het gehele land werpt de politie straatversperringen op, onderzoekt woningen. Overal zien de mensen Baader-Meinhofleden. Wel zijn ondertussen enkele leden van de RAF gegrepen en bij enkele akties door de politie zijn doden gevallen. Echter de kaderleden zijn nog op vrije
voeten. Ondertussen zijn 150.000 politiemensen op pad. Dit levert op 2 juni 1972 de aanhouding op van Jan Carl Raspe, Andreas Baader en Holger Meins. Op 7 juni 1972 wordt Gundrun Ensslin aangehouden. Op 10 juni 1972 worden Brigitte Monhaupt en Biernhard Braun gearresteerd. Op 15 juni 1972 wordt in Hannover Ulrike Meinhof gegrepen na een tip aan de politie. De volksoorlog gaat echter door, ondanks dat de voornaamste leden van de: RAF in de gevangenis zitten. Anderen nemen hun taak over. De voornaamste leden van de RAF hebben zichzelf van het leven beroofd. Op 18 augusitus 1977 worden in de gevangenis de lijken gevonden van Jan Carl Raspe, Andreas Baader, Gundrun Ensslin en Irngard Möller. Andere namen zijn er voor in de plaats gekomen: Rolf Heissler, Brigitte Monhaupt, Adelheid Schulz, Christoph Wack erna gel en Rolf Wagner. De akties zijn niet binnen duitslands grenzen gebleven. Ook in Nederland vallen slachtoffers bij akties van de RAF. Enige arrestaties worden verricht.
Onheilig vuur
Hot is niet gemakkelijk te omschrijven v/at de groeperingen als de RAF beweegt om tot deze verschrikkelijke daden te komen. Zij noemen zich geen kommunisten of marxisten al hebben zij wel bepaalde opvattingen gemeen. Het beste laten zij zich als anarchisten omschrijven. Gezien ook de losse organisatievorm en hun taktiek. Ulrike Meinhof drukte zich als volgt uit: alleen de revolutionaire praktijk telt en de rest is niet belangrijk." Het is te simpol om te zeggen dat hun praktijken gangstermethoden zijn of gewone kriminaliteiten. We gaan dan voorbij aan hun ideologische achtergronden. Anarchie komt van twee griekse woorden , .a (n)" hetgeen „niet" en „arche" hetgeen „regering" betekent. Kort gezegd streven anarchisten dus naar een samenleving zonder regering. Een paradijs-toestand, , waarin alle mensen wijs zijn en wel doen. Van een centraal gezag moeten de anarchisten niets hebben. Ook geen burgerlijke demokratie. Het kiesstelsel is in hun ogen komedie. Het huwelijk hoort hier uiteraard ook niet bij. Hoe reëel is deze maatschappij visie? Telkens weer is geprobeerd tot het vestigen van kommunes, waarin alle mensen gelijk zijn. Waarin de mensen zich groeperen om de nodige arbeid samen te verrichten. Groepen waarin iedereen vrij is en volkomen zijn eigen meester. Waarop loopt dit steeds weer stuk? Waarop anders dan op de natuur van de mens zelf. Want de mens is immers niet goed geboren en slecht gemaakt, maar is slecht van zichzelf. De droom van deze anarchisten is al heel oud. In Richteren 21 : 25 lezen wij: In die dagen was er geen koning in Israël, een ieder deed wat goed was in zijn ogen." Deze gedachte wordt nu door de RAF op gewelddadige wijze gepredikt. Een anarchie van de daad. Al is het bereiken van deze droom een onmogelijkheid, een utopie, zij is daarom zo gevaarlijk omdat juist de onbereikbaarheid de aanhangers verleidt tot moord en doodslag.
Wat er tegen te doen?
Terreurakties zijn niet binnen de landsgrenzen gebleven. Het is een internationale zaak geworden. We kennen het Japanse Rode Leger, de Italiaanse Rode Brigade, de RAF in West-Duitsland. Buiten Europa kennen we de Tupamaros in Uruquay. Wellicht niet met elkaar te vergelijken, maar daarom niet minder gewelddadig zijn de IRA in Ierland, de ETA in Spanje en de diverse palestijnse groeperingen. Dit lijstje is verre van kompleet. Het is, dan , ook begrijpelijk en noodzakelijk dat de bestrijding van terrorisme een internationale zaak geworden is, waarbij de diverse inlichtingendiensten over en weer kennis uitdragen. Het bureau Interpol is hierbij een belangrijke schakel. Ook Nederland is gedwongen speciale politiegroepen op te leiden.
Kwetsbare beschaving?
West-Europa is nogal kwetsbaar voor terreur. Feit is dat slechts enkele terroristen kans zagen heel West-Europa in hun ban te, krijgen. De vraag is hoe het komt dat wij hier niet tegen terreur gewapenden opgewassen zijn. Twee oorzaken zijn hiervoor te noemen: zowel technisch als ethisch zijn de west-euro - pese landen betrekkelijk hoog ontwikkeld. Een hoog geïndustrialiseerde samenleving is kwetsbaar omdat veel vitale belangen er gekoncentreerd zijn: olieraffinaderijen, chemische fabrieken, .kerncentrales en komputercentra. Een moderne maatschappij waarin alles met elkaar samenhangt, kan vaak met weinig moeite door middel van sabotage
ontregeld worden. Daarnaast is van belang hoe men in een samenleving het leven waardeert. Zodra het leven van weinig waarde is voor een overheid, maakt terreur waarbij slachtoffers vallen, weinig indruk. De machthebbers zijn er immers ongevoelig voor het onschuldige leven dat op het spel staat en zullen daarom niet zwichten voor terreur, zolang zij zelf nog geen gevaar lopen. Gijzeling mislukt in zo'n land bijvoorbaat, want ook achter een gegijzegd slachtoffer weet de terrorist zich niet veilig. Nu mag hier niet uit afgeleid worden dat terreur altijd het zwakke punt van de beschaving zal zijn. Het ontbreken van terreur, wil ook niet zeggen dat het een gezonde samenleving is. Vaak wordt, als terreur in West-Europa ter sprake komt, gewezen op het Oostblok. Daar zouden ze korte metten maken en wèl weten wat voor aanpak geboden is. Weliswaar komt achter het IJzeren Gordijn terreur als van de RAF inderdaad niet voor, maar er zijn meer zaken die daar onmogelijk worden gemaakt
Politiestaat kontra terreur?
Staten waar het leven van iedere burger hoog staat aangeschreven, waar niet alleen sprake is van overheidsdwang maar waar onderdanen ook levens-en gewetensvrijheid hebben, zullen we gemakshalve rechtsstaten noemen. Een staat waar de overheid een onbeperkte zeggenschap over het leven van haar burgers heeft heet dan simpelweg politiestaat. Dat is een land waarin de machthebbers zich geen rekenschap behoeven te geven van hun daden die rechtstreeks de onderdanen treffen.
Met het woord politiestaat is dan tevens de meest effektieve vorm van terreurbestrijding gegeven. Geef de overheid d.m.v. leger, politie of veiligheidsdienst onbeperkte bevoegdheden om te allen tijde en onder alle omstandigheden op allerlei manieren haar burgers te kontroleren en terreur, en niet alleen dat, zal tot het verleden behoren. Immers pas als een overheid overal weet van dan krijgen, kan er ook metterdaad tegen alles wat niet in haar kraam te pas komt, worden opgetreden. Te denken valt hierbij aan toepassing op grote schaal van dwangmiddelen als verhoor, huiszoeking, arrestaties afluisteren van (telefoon)gesprekken enz. Allemaal zaken die in een rechtsstaat met de nodige waarborgen omkleed zijn en niet „zomaar" kunnen worden toegepast. In een land als het onze mag de politie slechts tot dit soort akties overgaan als er sprake is van een gegronde verdenking. Een dergelijk politieoptreden moet altijd gericht zijn tegen individuele personen. Deze voorwaarde maakt het er voor de politie weliswaar niet gemakkelijker op, maar het is wel een zekere garantie dat je niet opgepakt wordt zonder het er zelf naar gemaakt te hebben. Voor terreurbestrijding schieten de wettelijke maatregelen die genomen zijn om de „kruimel"misdaad tegen te gaan te kort. De bestrijding van terreur vraagt sneller en grootscheepser politieoptreden dan het geval van de „normale" misdaad.
Griezelig
Het griezelige van antiterreurmaatregelen is dat het middelen zijn waarvan een politiestaat zich bedient, niet alleen om gewelddadige terreur te keren, maar om daarmee tegelijk alle onwelgevallige verzet en oppositie in de kiem te smoren. Door dit soort uitgebreide dwangmiddelen is het mogelijk om het maatschappelijke leven tot in de kleinste dingen te beheersen en ook het leven van alle onderdanen apart te kontroleren. De kans alleen al, dat alles wat je doet, vooral als dat afwijkt van wat de staat propageert, door de machthebbers nauwlettend-in de gaten gehouden wordt, beïnvloedt en bedrukt het leven van alle dag. Het geeft een beklemmend gevoel, dat het persoonlijke leven tot in de binnenkamer gekontroleerd kan worden. Alles wat daarin niet overeenstemt met de officiële ideologie, niet. strookt met de opvattingen die de overheid erop nahoudt, kan tegen je gebruikt worden. Het anders denken en het anders doen; dus ook het. christelijke denken en doen, loopt daardoor gevaar. Dat is het nare beeld van een maatschappij waar men geen persoonlijke vrijheden kent, maar waar gewetensdwang wordt uitgeoefend en het persoonlijk leven geweld wordt aangedaan.
Principiële stellingname
Nu spreekt het vanzelf dat als de politie meer armslag krijgt er nog niet direkt sprake is van een politiestaat. Waar het om gaat is dat men met een onchristelijke overheid, waarvan dus
weinig heil te verwachten is, beter zo min mogelijk te maken kan hebben. Er zijn nog wel eens vraagtekens bij een overmatige overheidsbemoeienis op sociaal terrein. Veel indringender en daardoor veel gevaarlijker bij onjuist gebruik, is de bemoeienis die de staat door strafrechterlijke dwangmiddelen kan uitoefenen. Daarom is het zaak om alles wat de huidige overheid meer greep op het persoonlijk leven verschaft, niet zonder meer toe te juichen, bedenkend dat de tijden aanstaande zijn dat het degenen die het merkteken van de boze niet dragen, onmogelijk gemaakt zal werden nog te kopen en te verkopen.
Misvatting
Bij deze stellingname tegen onbebreidelde uitbreiding van overheidsbevoegdheden en beknotting van de burgerlijke vrijheden, doet zich het merkwaardige voor dat het de RAF en de Rode-Brigade nu net wèl te doen is die reaktie uit te lokken.
In hun leerstellingen is in West-Europa sprake van versluierde politiestaten. Alleen de massa heeft daar nog geen weet van. Jan Modaal wordt zoet gehouden door de gevestigde konsumptieroes, terwijl de strukturele ongerechtigheden als opeenhoping van kennis, macht en geld bij een kleine elite, blijven voortbestaan. Daarom ziet d.e RAF het als taak de westeuropese overheden te dwingen met hun ware aard, de hoedanigheden van d.e politiestaat, voor de dag te komen. In hun redenering volgt op de zodoende aan de kaak gestelde politiestaat onafwendbaar de grote revolutie, waarin de wakkergeschokte massa het benauwende juk van de alles en iedereen kontrolerende overheid van zich zal werpen. Misrekening in hun gedachtegang is, dat terreur misschien nog wel tot een politiestaat kan leiden, — dat hangt van de stabiliteit van de rechtsstaat af — maar of massale opstand tegen een technisch geperfektioneerde politiestaat mogelijk is, zal zeer de vraag zijn. Hitier moest het onderspit delven, niet door binnenlandse omwenteling maar door invasie van buitenaf.
Terreurvan links naar rechts ?
De vraag hoe terreur bestreden moet worden blijkt niet gemakkelijk. Buiten kijf staat dat in situaties, waarin terreur de kop opsteekt, acuut moet kunnen worden ingegrepen. Nood breekt wet. Maar geen terreurbestrijding tot elke prijs. Pasklare oplossingen zijn er niet.
Als politietieke idealen en ongewettigd winstbejag inderdaad de drijfveer achter terreur zijn, dan dient in een juiste aanpak van zulke terreur tenminste plaats ta zijn voor de politiek. Terreurbestrijding die verengd wordt tot een pure politie aangelegenheid en alle politieke aspekten miskent, schiet te kort. Zo'n aanpak loopt het gevaar door te schieten in de richting van een politiestaat. De enige opmerking die in het algemeen voor West-Europa gemaakt kan worden is dat tussen de terreur van links en de politiestaat van rechts een spanningsveld bestaat, waarin de overheden ruimte moeten laten een stil en gerust leven te kunnen leiden. (2 Tim. 2 : 1 en 2).
H. J. Graafland. G. Kruidenier. beiden werkzaam bij de gemeentepolitie te Rotterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1978
Daniel | 24 Pagina's