BOEKBESPREKING
Dr. R. E. D. Clark: En toen kwam Darwin, paperback, 147 blz. prijs ƒ 20, —, uitg. Buyten en Schipperheyn.
Charles Darwin deed meer voor de bevrijding van het menselijk denken, schreef eens iemand, dan Alcxander de Grote, Julius Caesar, Napoleon en alle andere zogenaamde bevrijders uit de geschiedenis der mensheid bij elkaar. Inderdaad was en is de invloed van Darwins evolutietheorie enorm groot. Het moderne denken is niet los te zien van zijn ideeën. Een bevrijding is het echter niet geweest, eerder het tegendeel.
De verdienste van dit boek is, dat het niet alleen maar een weerlegging van de evolutietheorie is — zoals vele andere — maar de figuur van Darwin, en zijn ideeën, midden in de historie plaatst. De oorspronkelijke titel, „Darwin before and after" (vóór en na Darwin) laat dit ook uitkomen.
De schrijver is bioloog en beschrijft in hoofdlijnen hoe er vóór Darwin over het ontstaan van leven gedacht werd. Dan blijken evolutie-gedachten reeds bij de grieken voor te komen. Zelfs in de christelijke middeleeuwen werden deze ideeën door de kerk niet als gevaarlijk gezien.
De ideeën van Darwin kwamen dan ook niet zo maar uit de lucht vallen: ze had-
den duidelijk een geschiedenis! Evenwel laat de schrijver zien, dat in de tijd vlak vóór Darwin, de eerste helft van de 19de eeuw dus, „de leer van de metamorfose (gedaanteverandering van organismen) bijna geheel (was) prijsgegeven ten gunste van de onveranderlijkheid der soorten".
Darwins sukses moet dan ook verklaard worden uit twee zaken. In de eerste plaats: men zocht naar een theorie die de noodzaak van het bestaan van God overbodig zou maken. Dat kon alleen maar als het ontstaan van mens en wereld buiten God om verklaard zou kunnen worden. Daarnaast wist Darwin zijn theorie met een „massa nieuw en boeiend bewijsmateriaal" te ondersteunen.
De schrijver betoogt dat uit allerlei brieven van en aan Darwin blijkt, dat het Darwin er om te doen was te ontkomen aan een persoonlijke God. Jarenlang voerde Darwin een diskussie met verschillende vrienden over de vraag of er in de natuur een (scheppings-)plan te ontdekken viel. Soms geloofde Darwin dat zijn ideeën zo'n scheppende God overbodig maakten, maar tot aan het eind van zijn leven keerde steeds de twijfel weer terug. Net als Jona probeerde Darwin aan God te ontsnappen, maar het lukte hem niet.
De tweede helft van het boek is gewijd aan de gevolgen en de weerlegging van Darwins theorie. Natuurlijk wordt een verband gelegd met de huidige ontkerstening. Daarnaast legt de schrijver verbanden met het imperialisme, het marxisme, de eerste wereldoorlog en met Hitier.
Over het verband met het imperialisme merkt de schrijver op: „De afschuwelijke zaak van de belgische Kongo in de aanvang van onze eeuw, bracht alleen al de slachting met zich mee van misschien wel twee of driemaal zoveel mensen als in de eerste wereldoorlog ( ) Massamoord? Wel, waarom niet? Het was maar een kwestie van de werking van de evolutie. Het droeg bij om te bewijzen, dat de europeanen het meest geschikt waren om te overleven "
En Karl Marx schreef: „Darwins boek is erg belangrijk en komt mij van pas als een basis in de natuurwetenschap voor de strijd in de historie."
Het is inderdaad een feit dat voor heel wat moordpartijen een rechtvaardiging gezocht werd in de theorie van de survival of the fittest (de overwinning van de sterkste).
In de laatste hoofdstukken wordt nagegaan hoe de evolutieleer zich verdraagt met de huidige stand van de wetenschap in de biologie en de fysika.
Voor de biologie was de theorie van Darwin in 't begin een stimulans tot allerlei onderzoek. Door haar eenzijdige gerichtheid heeft zij echter duidelijk negatieve gevolgen gehad voor de ontwikkeling van de wetenschap der biologie.
„Men ging de organismen zien als op zichzelf staande eenheden, los van hun omgeving ( ), de studie van het organisme in verhouding tot zijn milieu ( ) werd jammerlijk verwaarloosd."
De wereld der natuur werd nu natuurlijk ook niet meer gezien als een harmonisch geheel. Ordening en harmonie zou immers steeds weer de idee oproepen dat Iemand die orde erin gelegd had. Men zocht bewust naar bewijzen van wanorde in de natuur. „Als gevolg daarvan werd de biologie de studie van niet-aangepaste wezens. Zelfs de mens werd ( ) als de miskraam van een aap beschouwd."
Voorbijgegaan werd zo aan het feit (!) dat de natuur juist een harmonieus geheel is. Dat blijkt vooral in onze tijd: de mensheid ziet zich voor de grootste problemen gesteld, juist daar, waar zij dat evenwicht té zeer verstoord heeft.
De schrijver meent dat het wetenschappelijk antwoord of evolutie in de plantenen dierenwereld nu wél of niet mogelijk is, alleen maar gegeven zal kunnen worden door de wetenschap van de genetica. ( = erfelijkheidsleer; genen zijn erfelijkheidsdragers). Deze wetenschap ontwikkelt zich de laatste jaren erg snel. En hier doet zich dan ook een duidelijk manco van dit boek voor. Het is n.1. reeds jaren geleden geschreven, maar pas nu vertaald, zodat de jongste gegevens niet in dit boek verwerkt zijn.
Dat wil niet zeggen dat dit boek geen waarde heeft. Beslist wel. Er worden duidelijke argumenten tégen evolutie aangedragen, niet het minst in het laatste hoofdstuk over fysica en evolutie. Wel is het zo, dat voor wie weinig van de kuituurhistorie afweet, of er geen belangstelling voor heeft, dit boek moeilijker verteerbaar zal zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1978
Daniel | 28 Pagina's