REFORMATIE - BEKERIMG TOT GOD
Doorklinkende hamerslagen
De hamerslagen waarmee op 31 oktober 1517 de 95 stellingen door Maarten Luther op de deur van de slotkapel te Wittenberg geslagen zijn, klinken nog door.
Veel mannen, geleerder en met groter aanhang, zijn na hem gekomen en gegaan. Maar hun namen worden niet meer genoemd en hun werk niet meer gekend.
Waar ligt de oorzaak hiervan? Wel, het werk dat Luther deed, was uit God.
De Koning der Kerk bezocht Zijn kerk na een eeuwenlange nacht. De Reformatie was het werk van Gods Heilige Geest, die mensen gebruikt om Zijn kerk te bouwen uit het stof.
Zoals God als Eerste in het Paradijs onze ouders opzocht, toen zij al bevende van Hem vloden, en hen troostte, belovende hen Zijn Zoon te zullen geven, zoals God Zijn volk verloste uit het diensthuis van Farao en het leidde naar Kanaan, zo heeft God ook Zijn kerk verlost aan het eind der middeleeuwen, toen deze verzonken lag in ongeloof en bijgeloof. Die toestand der kerk tekende zich ook enigermate af in het leven van Maarten Luther.
Luthers worsteling
Als jongen kende hij de angst voor Gods straf op de zonde. Hij ziet Gods als wrekend rechter die de zonde met helse straf vergeldt en slechts door boete, vasten en lichamelijke kastijding kan worden verzoend.
De angst voor boze geesten krijgt gestalte in zijn kinderlijke gesprekken met de duivel. De opvoeding door zijn vrome, maar ook zeer bijgelovige moeder zal hieraan niet vreemd zijn. Die angst voor God trachtte Luther kwijt te raken door sterk te leunen tegen de middelen, die de kerk ter hand stelde.
Wat is het een lange, bange nacht geweest om dit alles als ondienstig, ja schadelijk voor de zaligheid los te laten en zijn vertrouwen te stellen op de volkomen offerande van Jezus Christus aan het kruis volbracht.
Niet door onthouding en zelfkastijding. Niet door marteling van het lichaam om zo te komen tot zelfmishaging. Noch door zijn gang naar Rome, waar hij de Pilatustrap op-en afklom tot het bloed zijn knieën kleurde, maar door het geloof alleen, zonder de werken der wet, zou hij leven.
De rechtvaardigheid Gods wordt in het evangelie geopenbaard uit geloof tot geloof. Rom. 1 : 17. Hier ging de zon op. Dit ging zijn leven beheersen.
Er bestaan geen goede werken, zo roept hij uit. Elk werk uit het geloof gedaan is goed en zonder geloof kunnen wij God niet behagen. Nu verstaat hij dat waar berouw niet eindigt bij een verzoend God, maar daar begint.
Hier wordt de theologie van het kruis geboren die Luthers leer en leven beheersen zal. Het „uit God, door God en tot God zijn alle dingen" wordt zijn devies. Hij hield niet meer over dan Gods Woord en het was hem een kracht Gods tot zaligheid.
In verband hiermede is het begrijpelijk, dat het breekpunt met de leer der kerk openbaar kwam bij de aflaathandel. Aflaat zonder innerlijk berouw is in strijd met de leer van het Evangelie. Heeft de mens waar berouw, dan wordt hij vergeving der zonde deelachtig. Bezit hij dit berouw niet, zo kan de aflaat niet helpen. Luther ontdekte weer de band Kerk - Geest - Woord. De Reformatie is bekering geweest tot God. Tot Gods Woord.
Verbrijzeld en veroordeeld
In het Woord van God vond Luther de zaligheid van zijn ziel. Daarom is hij vóór alles geweest bedienaar van het Woord. Hij preekte soms zeven maal per week. Toch bleef hij sprankelend en fris.
Het Woord heeft mij gegrepen, schrijft hij. Onze wil moet sterven. Dan alleen krijgt Christus waarde voor ons. Hier heeft Luther zijn leven verloren. Hier heeft hij de diepe en hartelijke smart leren kennen, die in de waarachtige bekering tot God het hart van een mens gaat vervullen. Gods recht eiste voldoening, het offer van Christus was aanvankelijk zo verborgen voor hem, dat hij zijn toevlucht zocht bij de werken der wet. Maar Gods Geest had hem aangegrepen en wierp hem net zolang neder, tot hij verbrijzeld van hart aan Gods voeten smeekte om genade.
Hij zag duidelijk en klaar dat genade opkomt uit dieper diepte dan onze werk-
zaamheid. Zelfs ons bidden en worstelen, ons smeken en lijden is geen losprijs voor onze ziel. Bekering tot God wil ten eerste zeggen: Gods Woord aanvaarden ook dan als het met haar veroordelende kracht op ons hart gebracht wordt. En anderzijds, hoe smartelijk die veroordeling ook moge zijn, toch geen kwaad van God te kunnen denken, omdat tevens Zijn liefde ons doet buigen onder Zijn recht.
De geboorte van het nieuwe leven
Niet voor Gcd te kunnen bestaan en toch buiten God niet te kunnen leven, ziehier de nood van het vernieuwde hart. Hier sterven wij duizend doden van voor eeuwig verloren te gaan. Maar in deze nacht ging het Licht in Luthers ziel op. Hier openbaarde God hem, toen alle wegen waren toegesloten, die éne Weg ten leven namelijk dat de rechtvaardiging Gods in het Evangelie geopenbaard wordt uit geloof tot geloof. Hier zag hij dat Christus door God voorgesteld is tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed. Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid door de vergeving der zonden, die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods. Dit is een openbaring die oen mens nooit meer vergeet in zijn leven. Hier wordt in bewustheid des harten het nieuwe leven geboren. Hier breken de banden en vergaat de verdoemende kracht van Gods Wet. Hier wordt Jezus Christus zo dierbaar en beminnelijk, hier versmelt ons hart en roepen wij met de Bruid uit het Hooglied „al wat aan Hem is is gans begeerlijk, zulk Eén is mijn liefste, ja zulk Eén is mijn vriend". Hier begint de ware vrijheid in hartelijke gebondenheid aan Gods heilige Wet.
Uit de dood tot het leven
Wij hebben geruild, riep Luther uit. Jezus Christus, ik bon uw gerechtigheid en Gij zijt mijn zonde. Van nature verstaat de mens dit niet, God richt op door neer te slaan. Hij maakt levend door te doden. Uit zulk een afgrond kan God alleen redden. In deze vertwijfeling heeft een mens nodig Gods stem te horen.
Hier ligt ook voor ons de Toetssteen: Is er in ons leven deze bekering tot God? Gradueel moge het dan vaak verschillen met die bekering van Luther, maar principieel zal ook in ons leven die worsteling op leven en dood plaats moeten vinden, wil genade waarde, recht dierbaar en beminnenswaardig worden.
Als goddelozen worden wij dan met God verzoend, zodat er maar één roem overblijft en dat is de roem van het kruis van Jezus Christus. Hier begint het waarachtige nieuwe leven. Hier krijgen wij God lief boven alles en onze naaste als onszelf. Ook in ons leven is er dan dodelijk gevaar te leunen tegen „de zaligmakende kerk". Wij zijn toch gedoopt, wij hebben toch belijdenis des geloofs gedaan. Wij komen toch trouw naar de kerk en ijveren voor allerlei christelijke aktiviteiten. Wat ontbreekt ons nog? Wees er zeker van, dat er duizenden vóór u geweest zijn, die met al deze voorrechten eeuwig omgekomen zijn. Wij hebben dit persoonlijk geloof nodig, dat zich openbaart in de worsteling van de ziel om de welverdiende straf te mogen ontgaan en weder tot genade te mogen komen. Nooit zullen wij God oprecht lief krijgen, zo wij niet duidelijk ervaren dat Hij ons uit de dood tot het leven bracht.
Bekering is nodig
Bekering is niet slechts voor Saulus van Tarsen, de moordenaar aan het kruis en de stokbewaarder te Filippi nodig. Maar ook voor het „kind des Verbonds", voor de Nicodemussen die van jongsaf de Schriften hebben geweten en leraar zijn in Israël. Bekering is ook voor jou nodig! Deze bekering is enerzijds een werk Gods hetwelk Hij zonder ons in ons werkt. Maar ook anderzijds een dagelijkse bekering die door Gods Geest in ons gewerkt wordt, waardoor de vernieuwde wil nu ook zelf wil en werkt wat God aangenaam is. Anderzijds is er ook een dodelijk gevaar, dat men deze zaken aanvaardt en overtuigd is dat bekering nodig is om ten leven in te gaan, zonder dat er een zoeken en strijden is om deze weldaden deelachtig te worden.
Ben jij als een toeschouwer, die op de tribune alles overizet en gadeslaat, zonder te voelen hierbij betrokken te zijn? Wij kunnen dan met een zuivere belijdenis een puur werelds leven leiden en zo er nog enig gevoel is dat de zaak tussen God en ons niet recht is, gevoelen wij ons meer slachtoffer dan schuldenaar. Daarom blijft gedurige reformatie nodig. En dan reformatie, ten volle gezien als bekering tot God. Het Koninkrijk Gods is nabij gekomen; bekeert U, en gelooft het Evangelie. (Markus 1 : 15).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1978
Daniel | 28 Pagina's