MET GEBOORTEUUR VAN DE PASTORIE
„Over een regering door vrouwen heb ik gezegd, dat die niet in overeenstemmingmet de natuurlijke orde is; daarom dient zij gerekend te worden onder Gods straffen".
Wie zou dit gezegd kunnen hebben? Zeer zeker is het geen uitlating van oud-minister Irene Vorrink of mevrouw Van den Heuvel, de voorzitster van de Partij van de Arbeid. Nee, het is een citaat van de hand van Calvijn. Maar, zo horen wij vragen, is dit niet een blijk van bedenkelijke onderwaardering van de vrouw, en nog wel van de zijde van één der leiders van de reformatie? Met grote beslistheid moeten wij opkomen tegen deze visie. Het tegendeel is zelfs het geval geweest, zoals wij in het vervolg nader hopen toe te lichten.
De vrouwen der Hervormers
De drie leiders van de Reformatie zijn allen getrouwd geweest en hebben een gezin gesticht. Geen van hen heeft aanvankelijk gedacht aan een huwelijk.
Calvijn is van de drie het kortst getrouwd geweest. Hij was door vrienden overgehaald uit te zien naar een echtgenote en had hen ingeschakeld om mee te zoeken naar een goede vrouw voor hem. In een brief van 19 mei 1539 aan Farel schrijft hij: „Dit is de enige schoonheid, die mij aantrekt: dat zij ingetogen is, gehoorzaam, niet hoogmoedig, spaarzaam, geduldig, terwijl ik ook de hoop koester, dat zij zich om mijn gezondheid zal bekommeren". Calvijn's hoop is niet beschaamd. Hij trouwde in augustus 1540 met Idelette van Buren, een vrouw, knapper dan Calvijn, die geschreven had dat alleen innerlijke schoonheid hem interesseerde, verdiende. Uit haar eerste huwelijk met de gewezen wederdoper Jean Stordeur bezat zij twee kinderen. Drie keer kreeg het echtpaar Calvijn een baby, die direkt na de geboorte overleed. Het vierde kind, een jongetje, stierf na veertien dagen. Beiden hebben hier zeer veel verdriet over gehad, hoewel de zwijgzame Calvijn zich er weinig over uitliet. Idelette stierf op 29 maart 1549, hetgeen opnieuw een klap voor Calvijn betekende. Enige dagen later schreef hij aan Farel: „Het bericht van de dood van mijn vrouw zal al wel tot jullie doorgedrongen zijn. Ik doe mijn best zoveel als ik kan, opdat het leed mij niet helemaal verstikt".
Over Luther's huwelijk is het meeste te doen geweest. Toen de 42-jarige Luther huwde met de 26-jarige Katharina von Bora is hij hierom van alle kanten bekritiseerd. Zelfs zijn naaste medewerkers, onder wie Melanchton, veroordeelden deze stap. Van Roomse zijde verschenen tientallen venijnige pamfletten, waarin de „overspelige" Luther scherp gehekeld werd. Zelfs werd aangekondigd, dat uit dit huwelijk de anti-christ geboren zou worden, omdat oude voorspellingen hadden aangetoond dat deze zou voorekomen uit een samengaan van een monnik met een non. Gemakshalve werd hier volledig voorbijgegaan aan de grove schendingen van het celibaat in de Roomse kerk, waardoor de geestelijke stand zeer in achting was gedaald bij het gewone volk. Terecht merkte de spotlustige Erasmus dan ook op, dat als de voorspelling op waarheid berustte, de aarde al lang vol was geweest van „anti-christussen". Luther kon in het huwelijk treden, omdat hij voor het celibaat geen grond vond in de Bijbel. Derhalve achtte hij zich ontslagen van zijn afgelegde belofte.
Over deze gewichtige stap heeft Luther nooit spijt gehad. Bij gelegenheid van zijn twaalfjarig-huwelijk zegt hij: Het is, Gode zij dank, met mij goed afgelopen, want ik heb een vrome en trouwe vrouw, één waarop een mannenhart zich kan verlaten, zoals Salomo zegt" (Spreuken 31 : 30). En elders schrijft hij: Op aarde is geen groter plaag dan een boze en eigenzinnige vrouw, maar mijn Käthe zou ik voor niets willen ruilen". Desondanks gaf Luther ruiterlijk toe, dat zijn vrouw in
huis de baas was. Tegenover vrienden noemde hij haar: „Mein Herr Käthe". Katharina moést echter wel de huishoudelijke touwtjes strak in handen houden, want Luther was zo royaal tegenover hulpbehoevenden, dat hij zijn eigen gezin tekort dreigde te doen. Eenmaal schreef hij aan een goede kennis, die ging trouwen: „Hierbij stuur ik je een beker ten geschenke", maar onderaan de brief stond: „P.S. Käthe heeft de beker weggestopt".
Zwingli trouwde in 1522 met een beschaafde weduwe: Anna Reinhard, de drie kinderen uit haar eerste huwelijk meebracht. Samen kregen zij nog weer vier kinderen. Deze vrouw, met wie Zwingli zeer gelukkig geleefd heeft, stierf ongeveer zeven jaren na de hervormer, in december 1538.
De waarde van huwelijk en gezin door de Reformatie opnieaw erkend
We kunnen gevoeglijk stellen dat de drie leidende reformatoren in hun huwelijksen gezinsleven zeer gelukkig zijn geweest. De Reformatie heeft aan het huwelijk en het gezin, en daarmee ook aan de vrouw, weer waarde toegekend. De Roomse kerk was besmet geraakt door de ideeën van Griekse filosofen, die de vrouw zo halverwege tussen de man en het dier zagen staan. Deze Grieken verachtten de materie, die zij als kwaad in zichzelf zagen. Daardoor kwamen zij ook tot verachting van alle vleselijke banden met het andere geslacht. Dit ascetisme, verbonden aan enkele verkeerd geïnterpreteerde Bijbelteksten, leidde tot het verplichte celibaat in de Roomse kerk. Groot was de zedelijke ontwrichting, die hiervan het gevolg was. Huwelijk en gezin waren aan de vooravond van de Reformatie niet meer in tel. Vandaar het belang van de stap die Luther als eerste reformator heeft gedaan. Niet langer werd de vrouw gezien als een hinderpaal voor de man, maar als een stimulans voor haar echtgenoot, ook voor de ambtsdrager. Zo slaat ten tijde van de Reformatie het geboorteuur voor de pastorie en doet deze zijn zegenrijke intree in de geschiedenis van het Protestantisme.
In de pastorie woont niet meer alleen de pastor. Ook de predikantsvrouw zet zich in voor de gemeente (al was het alleen al om haar goede zorgen voor man en kinderen). Daarmee wordt de pastorie tot een kloppend centrum van pastorale zorg voor de gemeente. In dit licht moet ook het openingscitaat van Calvijn gezien worden. Geen onderschatting van de vrouw, zoals bij de Roomse kerk, maar juist waardering en respekt voor de vrouw.
De vrouwen der hervormers hebben in de schaduw van hun mannen geleefd, en daarmee in de schaduw van de geschiedenis. Zij hebben echter niet anders gewenst. Als wij in deze dagen de Reformatie weer gaan herdenken, mogen wij deze bescheiden vrouwen van de drie reformatoren wel met ere noemen.
Drs. H. A. Hofman.
Zoekgeraakt
Misschien denkt u bij het lezen van dit opschrift wel, dat er op de huishoudelijke vergadering iets is kwijtgeraakt. Dat zou geen wonder zijn in de gezellige drukte, die er weer was. Maar 't gaat over het verslag, dat onze sekretaresse van deze vergadering heeft gemaakt. Dat is op onverklaarbare manier na het posten zoekgeraakt, zodat u er in deze „Daniël" tevergeefs naar hebt uitgezien. Gelukkig had drs. Hofman voor ons al een artikel geschreven over de vrouwen van de hervormers, dat al vroeg binnen was. Dat kwam nu bijzonder goed uit en u zult het wel met belangstelling gelezen hebben.
We willen dhr. Hofman hartelijk danken voor deze bijdrage, die zo mooi aansluit bij de herdenking van de Reformatie.
Het verslag van de regionale vergadering in Nieuw-Beijerland was ook tijdig gereed, zodat onze „Pagina's" toch nog goed gevuld zijn.
Op de huishoudelijke vergadering werd opgemerkt, dat onze vrouwenverenigingen zich wat de abonnee-aktie voor „Daniël" betreft niet zo hebben kunnen ontplooien als zij wel wilden, omdat op verschillende plaatsen de jeugdvereniging zich daarvoor
heeft ingezet. Het aantal abonnees dat door de vrouwenverenigingen werd opgegeven is daarom niet zo hoog als sommigen gewild hadden.
We waarderen het meeleven van onze verenigingen in dit opzicht en we zijn blij met de abonnees die door u zijn aangebracht. Maar het is ook fijn, dat de jeugd zich ervoor inzet, omdat het uiteindelijk om hetzelfde doel gaat: het bereiken van de mijlpaal van 6000 abonnees, zodat de uitbreiding van het aantal „Pagina's voor haar" in de toekomst uit de abonnementsgelden zal kunnen worden bekostigd en we als bond niet meer behoeven bij te betalen. Als er in uw woonplaats nog niet veel gedaan is, vraag dan nog eens wat proefnummers aan bij het bondsbureau van de Jeugdbond, postbus 79, 3440 B Woerden, tel. (03480) 18587. Iedere abonnee is er één!
Vanaf deze plaats wil ik de onbekende geefster van het mooie zelfgemaakte kleedje, dat ik met de huishoudelijke vergadering heb gekregen, hartelijk bedanken. Het is een blijk van liefde en verbondenheid waar ik heel blij mee ben.
Z. C. N.
De Regionale Vergadering te Nieuw-Beijerland
Onderlinge verbondenheid werd ook gevoeld op de regionale vergadering, die op donderdag 5 oktober in Nieuw-Beijerland werd gehouden.
De kerk, met ruim 350 zitplaatsen, was geheel gevuld toen Ds. Moerkerk de vergadering opende. Ds. sprak naar aanleiding van Psalm 68 : 13: Zij, die tehuis bleef, deelde de roof uit". In de tijd van de Richteren, waarop David hier ziet, was dit een belangrijke taak voor de vrouw. Maar in deze tekst wijst de Heere ons ook de plaats en de taak van de vrouw in onze tijd. Zij mag in haar gezin Gods Woord „uitdelen" en wat is er belangrijker dan dat? Eén is er geweest, Die gaven genomen heeft, Zijn Middelaarsverdiensten, om uit te delen onder de mensen. Daarom wil de Heere door de weg der middelen werken en ook de eenvoudige woorden en gebeden van vrouwen en moeders zegenen.
Na het openingswoord hield de heer A. van Bochove van Rotterdam-Zuid zijn onderwerp over: „Vier vrouwen uit een geslachtsregister", aan de hand van Mattheus 1. Het boek van het geslachtsregister van Jezus Christus. Wie is dat? Dat is niet om uit te drukken. In Jesaja 53 wordt over Hem gesproken.
De vier bedoelde vrouwen uit het geslachtsregister zijn: Thamar, Rachab, Ruth, de Moabietische, en Bathseba, die door de diepte van de val en de zonde heen hebben mogen meewerken aan de uitvoering van Gods raad. Het was nodig, dat Christus een geslachtsregister had. Hij is de mensen in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Hij heeft de ontluisterde menselijke natuur aangenomen.
Spreker noemde tenslotte nog één vrouw, Maria, de gezegende onder de vrouwen. Zij mocht Christus ter wereld brengen. Vóór haar is er nog nooit zo'n vrouw geweest en na haar zal er ook nooit geen meer zijn. Heeft u ook al genade gevonden in de ogen des Heeren? Ga eens met deze vraag naar huis. Hier is de rijke boodschap van genade, die verkondigd mag worden aan Jood en heiden en Mohammedaan en allen die onder het Evangelie verkeren. Heeft u er al eens iets van gezien in uw leven? Voor Gods volk is het hier al zo zalig en zoet. Erg is het als we daar niets van kennen. Wat zijn we dan arm. „Het is nu nog de genadetijd, roept de Heere dan aan, terwijl Hij nabij is", zo besloot de heer Van Bochove zijn met grote aandacht aangehoorde referaat.
Daarna werd voor de vakantieweken voor gehandicapten het mooie bedrag van ƒ 1573, 55 gekollekteerd. Na de pauze, waarin de gastvereniging ons een kopje koffie presenteerde dat werd aangeboden door de kerkeraad, las mevrouw Van der Spek-Boender ons het gedicht „De deugdzame huisvrouw" voor van de onlangs overleden dichter Marinus Nijsse. Dhr. Van Bochove beantwoordde nog de binnengekomen vragen en eindigde deze mooie avond na het laten zingen van Psalm 87 : 1 en 3 met dankgebed.
W. A. Both-van 't Geloof.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1978
Daniel | 28 Pagina's