JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GEWILLIGE ARBEID VALT NIET ZWAAR

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEWILLIGE ARBEID VALT NIET ZWAAR

11 minuten leestijd

In dit nummer van „Daniël" zijn een paar artikelen opgenomen, die verband houden met landbouw en voedselvoorziening. We willen daar een beetje praktisch bij aansluiten en iemand aan het woord laten, die direkt betrokken is bij het werken op het land. Het is een echte boerin, 42 jaar oud, mosder van zeven kinderen in de leeftijd van zes tot negentien jaar en aktief lid van een van onze verenigingen. We hebben haar schriftelijk vragen gesteld en van haar antwoorden een samenvatting gemaakt. Zij wil haar naam liever niet genoemd zien, maar vertelt als „een boerin uit de Hoekse Waard":

Het leven en werken op de boerderij heeft de liefde van mijn hart, het is erg gevariëerd en daarom juist zo aantrekkelijk. Als klein kind hielp ik op de boerderij van mijn ouders — die hierbij staat afgebeeld — in de drukke perioden na schooltijd al mee op het land: met de hand aardappels leggen of rapen en op de knietjes bieten dunnen. Later werd ik vaders knechtje. De traktors en machines kwamen er toen steeds meer in.

Daar heb ik mee leren werken en ik deed het graag. Gelukkigtrouwde ik ook met een boer! We trokken op het ouderlijk bedrijf van mijn man, waar we nu nog steeds wonen.

Bij onze boerderij hebben we 28 ha (bunder) grond; het is dus een middelgroot bedrijf. We verbouwen tarwe, aardappels en suikerbieten; voor de vruchtwisseling zo nu en dan ook graszaad, erwten en haver of gerst. Voor eigen gebruik telen we groenten en fruit en hebben we een melkkoe; verder zijn er wat kalfjes en vaarzen. Maar middel van bestaan is voor ons de landbouw.

Sinds vroeger is er heel wat veranderd in het boerenleven; de paarden zijn vervangen door traktors en het ongedwongen, gezellig werken met veel mensen is voorbij. Alles moet nu zo efficiënt en snel mogelijk gaan, omdat de lonen zo hoog zijn. Voor veel kleine en middelgrote bedrijven is het niet meer haalbaar om een knecht te betalen en dan staat de boer er alleen voor. Zo is het ook bij ons. Het ploegen, eggen, bemesten, zaaien en wieden doet mijn man allemaal zelf en als het nodig is help ik daar graag bij. We hebben gelukkig ook veel hulp van de kinderen; ze werken graag mee en dat geeft een echte band onder elkaar. Voor het oogsten van tarwe en bieten maken we gebruik van de diensten van een loonbedrijf; de aardappeloogst doen we altijd samen.

Het laten maaien en dorsen van de tarwe met een kombine kost ƒ 290, — per bunder; voor het persen van het stro komt daar nog ƒ 150, — per bunder bij. In twee dagen tijd werden er acht ha bewerkt, waarvoor de kosten dus op ƒ 3520, — kwamen. De graanprijs is soms nog ongeveer hetzelfde als 20 jaar geleden, zodat het boeren steeds moeilijker wordt, vooral op de kleine bedrijven.

Het laten rooien van aardappels komt op ongeveer ƒ 1200, —. We zijn erg blij, dat we daar zelf machines voor hebben. Ze zijn wel eenvoudig, maar we kunnen het er goed mee doen. We hebben ook dit jaar samen de oogst weer binnen mogen halen. Het was in september prachtig weer; 't was een lust om op het land bezig

te zijn! De grond was zo droog, dat er geen kluitje meekwam aan de aardappels. Dan kun je goed opschieten en we deden ongeveer een bunder per dag. Ik zorg er altijd wel voor, dat ik binnen ben als de kinderen uit school komen; ze zijn de hele dag van huis. We komen telkens als we vier vrachten geladen hebben thuis lossen en slaan de aardappels op in de cellen, die gekoeld kunnen worden. De prijs is op 't ogenblik 11 cent per kg, terwijl de kostprijs (van pootgoed en bemesten) op 15 cent komt. We houden ze graag nog een poosje vast in de hoop, dat de prijzen zullen stijgen. Maar het aanbod is tamelijk groot (vooral uit de nieuwe Flevopolder komen er veel) en aardappels worden in ons land steeds minder gegeten. We moeten het dus wel van de export hebben. Als er in het buitenland ook genoeg zijn, worden de grenzen gesloten en blijft de prijs laag. Maar we mogen niet klagen, we hebben het goed en we werken met plezier, ook al worden er vaak zes lange dagen gemaakt. Een paar jaar geleden was de prijs heel goed, ook van tarwe. Toen konden er machines vernieuwd worden, wat af en toe hard nodig is. Zonder onze „ijzeren paarden" zouden wc het werk niet alleen af kunnen! Al wordt alles nu snel en machinaal gedaan, je bent in het boerenbedrijf altijd in sterke mate afhankelijk van het weer, dat de Heere geeft. Iedereen is in alles van Hem afhankelijk, maar ik geloof toch, dat wij door het werken in de natuur daar meer bij bepaald worden dan anderen. In 1974 kon de aardappeloogst door de vele regen helemaal niet binnengehaald worden. „Heel het raderwerk staat stil, als Zijne machtige arm dat wil". Er wordt ook wel eens gezegd, dat in eerste instantie de Heere marktzetter is: Hij laat de gewassen groeien of doet in de wereld misoogsten ontstaan, waardoor het aanbod wordt bepaald en in verband daarmee ook de marktprijs. Als je het zo mag zien, dan is het altijd goed. Wat geeft de Heere ons met onze kinderen veel zegeningen en wat mogen we hier in vergeijking met andere landen leven in overvloed!".

Landbouw en voedselvoorziening in Nigeria

Inderdaad, we leven hier in overvloed. We zijn eraan gewend, dat in de winkels alles volop te koop is; hoeveel soorten brood kunnen we wel niet krijgen? in de meeste landen is de toestand heel anders dan bij ons. Om iets meer te weten over de landbouw en voedselvoorziening in Nigeria hebben we vragen gesteld aan zuster Annie Vreugdenhil, die daar enkele jaren voor de zending heeft gewerkt. Zij vertelt:

„Hoewel Nigeria door de oliewinning een van de rijkste landen van Afrika is, betekent dit niet dat iedereen in het land het ook goed heeft. Het kapitaal is in handen van enkele rijken. Door de sterke bevolkingsgroei neemt het aantal armen steeds meer toe en worden ze ook steeds armer, omdat de voedselvoorziening geen gelijke tred houdt met d.e toename van de bevolking. De regering doet wel al het mogelijke om de levensstandaard te verbeteren door de aktie: „Coöperatie voedt de natie", waarbij zij erop aandringt en bevordert dat elke Nigeriaan bij zijn eigen huis het land bewerkt om zo in zijn levensonderhoud te voorzien. Maar het is niet eenvoudig om de hele bevolking te laten delen in de welvaart die er voor enkelen is.

Behalve de oliewinning heeft Nigeria ook op andere landen voor dat er vrede heerst en het niet geteisterd wordt door rampen als overstromingen en aardbevingen. De grote droogte, die al meer dan vijf jaar in sommige Noord-afrikaanse landen heerst, is Nigeria ook voorbijgegaan. Wel is er elk jaar van mei tot september een droge tijd, ook wel de „hongertijd" genoemd. Dan groeit er weinig. Doorgaans gaan de kinderen 's morgens zonder eten naar school, 's Middags krijgen ze een beetje overgeschoten rijst of wat pinda's. De enige echte maaltijd is dan 's avonds om zeven uur. Het voedsel bevat weinig eiwitten. Doordat ze ook niet veel te eten krijgen raken de kinderen ondervoed en hebben ze geen weerstand tegen ziekten. Soms sterven in een dorp in één week wel vijftig kinderen aan mazelen.

De landbouw in Nigeria is niet te vergelijken met die in ons land. in het wespen zijn enkele grote bedrijven, die voor de export werken. Verder heeft op het platteland bijna iedere Nigeriaan een stukje grond, dat hij met een inheemse schop bewerkt of laat bewerken. De voornaamste produkten die hij verbouwt zijn: de yam (een soort knol, soms wel 60 cm. groot), rijst, cassave (langwerpige knolletjes) en mais. De yam is het hoofdvoedsel. Plet eten wordt buiten op een vuurtje gekookt. De gekookte yam wordt gestampt tot een vaste massa, de yamfoefoe. Daarbij wordt een soep gekookt van palmolie met fijngemalen uien, rode peper, zaden of pinda's. Tijdens het eten

wordt van de yamfoefoe een bolletje gedraaid, in de soep gedoopt en in zijn geheel doorgeslikt. Dit is dan de hoofdmaaltijd van 's avonds zeven uur. Ik heb zelf ook altijd gegeten wat de nigeriaanse pot schafte, die door mijn huismeisje werd gekookt.

Groenten zijn er heel weinig; alleen in de regentijd sperciebonen. tomaten, een soort spinazie en wilde bladeren, zoals bij ons b.v. brandnetels. Fruit is er genoeg, vooral sinaasappels en bananen. Brood wordt in Nigeria weinig gegeten, maar de laatste tijd neemt de vraag ernaar sterk toe, vooral in de grote steden. Er zijn geen koeien, zodat er ook geen melk is. Daarom is de voeding ook zo arm aan eiwitten; vlees is voor de armen niet te betalen. De weinige gciicn die er zijn worden vaak aan de afgoden geofferd, die moet je het beste geven wat je hebt! Melkpoeder is er wel, maar de mensen in de dorpen hebben geen geld om het te kopen.

Van grote betekenis is de Bijbellandbouwschool; daar worden betere methoden van grondbewerking (zonder machines) aangeleerd en betere gewassen gekweekt. Zo proberen we daar de sojaboon erin te krijgen, die goed wil groeien in Nigeria en veel eiwit bevat. De pluimveeteelt en het planten van fruitbomen wordt gestimuleerd. De vrouwen van de studenten volgen ook een volledig lesrooster. Zij krijgen o.a. voorlichting over voedselbereiding, kinderverzorging, hygiëne en leren helpen bij ziekten en bevallingen. Het is de bedoeling, of eigenlijk we hopen, dat de bijbelschoolstudenten met hun vrouwen na hun studie in de dorpen de „wijze" christenmensen zullen worden, waar men om raad komt vragen, zoals vroeger bij de heidense wijzen. Zij kunnen door hun bezig zijn en hun christelijke levenswandel een gunstige invloed uitoefenen op het leven van hun dorpsgenoten".

Op bezoek in Nigeria

Eind juli bracht Ds. van Eckeveld als zendingsdeputaat, met zijn vrouw, een bezoek aan het zendingsterrein in Nigeria. We vroegen hem daar enkele indrukken over te geven:

„Al op de eerste dag van ons bezoek was duidelijk het verschil in welvaart te bemerken tussen Nederland en Nigeria. We liepen die morgen te wandelen door Kano. En dan zie je al direkt de bittere armoede; mensen die aan de kant van de weg liggen met wat vodden, op drukke kruispunten bedelaars die schreeuwend achter je aankomen. Verder het binnenland in is er geen elektricitiet, geen waterleiding en zijn de wegen erg slecht.

Onze zendingsmensen moeten zich daar aanpassen bij de eenvoudige levensomstandigheden. Het voedsel is eenzijdig samengesteld en bepaalde artikelen (groenten en aardappels) zijn helemaal niet of alleen voor veel geld te krijgen. Voor blikgroenten b.v. moeten ze ongeveer acht uur rijden naar Jos of Enugu. Ook moet men zich erg behelpen met water en elektriciteit. In Igede is een generator gebouwd en heeft men een dam aangelegd voor de watervoorziening, maar in Izi is het zover nog niet.

Toen we in Nigeria waren hebben mijn vrouw en ik tegen elkaar gezegd: „Wat hebben we in Nederland toch veel luxe, die we best zouden kunnen missen". Ik vrees, dat we veel te gemakkelijk de overdaad van het leven in onze welvaartsstaat accepteren, terwijl er zoveel ellende in de wereld geleden wordt. Het „de naaste liefhebben als zichzelf" geldt ook voor de verre naaste in Nigeria en waar ook

ter wereld. Er wordt veel gegeven voor de zending en dat is verheugend. Maar ik denk, dat de meesten toch niet toekomen aan de tienden die onder het Oude Testament voor de dienst des Heeren werden afgezonderd. Bij hogere inkomsten zouden er wellicht meer mogelijkheden zijn om te helpen.

Het behoort zeer zeker tot het zendingswerk om de nood van de Nigerianen te lenigen. Christus zond zijn discipelen uit om het Evangelie te prediken en de zieken te genezen. Het genezen van zieken, anders gezegd het dienstbetoon, is dus ook een taak van de zending. Ook de materiële noden moeten gelenigd worden. Daarin kan dan iets doorstralen van de barmhartigheid van de medelijdende Hogepriester. Wel dienen we ervoor te waken, dat de „balans" tussen prediking en dienstbetoon in het juiste evenwicht blijft. En in alles zijn we ook afhankelijk van de werking van de Heilige Geest.

Het was ons een wonder, dat we ook iets mochten bemerken van het hongeren en dorsten waarover de Heere Jezus spreekt in Mattheus 5. In Izi heb ik het Heilig Avondmaal mogen bedienen, waaraan ook zes Nigerianen hebben deelgenomen. Samen met zendeling Commelin heb ik tevoren met elk van hen een diepgaand persoonlijk gesprek gevoerd. Op ontroerende wijze kwam toen tot uitdrukking, dat zij niet vreemd waren van het hongeren en dorsten naar de gerechtigheid van Christus. Dat is een onuitsprekelijk wonder, daar het hier mensen betreft die voor het merendeel enkele jaren geleden nog leefden in de duisternis van het heidendom. De Heere heeft ons zendingswerk in Nigeria willen zegenen. Daar zijn mensen tot bekering gekomen! Laten we de zending gedenken, niet alleen in onze gaven, maar ook in ons gebed".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1978

Daniel | 24 Pagina's

GEWILLIGE ARBEID VALT NIET ZWAAR

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1978

Daniel | 24 Pagina's