DE HEERE ROEPT!
De zon schijnt.
De lucht is helder blauw .
Hoewel het al september is, is het buiten heerlijk warm.
De beboste bergen schitteren in het zonlicht.
Je hoort niets anders om je heen dan fluitende vogels.
Het lijkt alsof je in de verte hoort zingen (of is het in je hart? ):
„Het ruime hemelrond vertelt met blijde mond, Gods eer en heerlijkheid".
Wat roept de Heere op indrukwekkende wijze door de natuur: Ik ben je Schepper. Wat een voorrecht dat Hij, de grote Koning van hemel en aarde, jou, nietig en zondig schepseltje, roept, uitnodigt om ie leven in Zijn dienst te besteden.
De bijbelstudiegroepjes van het zomerkamp zitten her en der verspreid op het gras. Het gaat vanmorgen over „Gedenk aan uw Schepper".
Eén van de diskussievragen luidt: „Waarom is het zo gelukkig om reeds in je jeugd tot God bekeerd te zijn? "
In groep A komen de tongen los.
Jan: „God is het zo waard dat je Hem vanaf je jeugd dient".
Monique: „En dat niet alleen, maar het bewaart je ook voor veel zonde".
Gerda: „Bovendien is je leven pas zinvol als je tot God bekeerd bent. Anders is alles zo leeg".
Peter: „Wie geeft je de garantie dat je later nog de kans krijgt om bekeerd te worden? "
Monique: „Dat is inderdaad waar. Trouwens je merkt het wel eens aan oudere mensen: hoe ouder, hoe kouder."
Liesbeth: „Ik vind dat anders je christen-zijn zo weinig betekent. Hoe kun je nu anderen jaloers maken als je zelf hec wezen van de zaak mist? "
André: „Ik heb wel eens gehoord, dat iemand zei: een koning neemt het liefst jonge soldaten in z'n dienst."
De groep konkludeert dat het dus heel gelukkig is om vroeg tot God bekeerd te zijn. Dan vraagt Jan opeens: „Maar als dat nu zo is, waarom leven velen van ons dan toch onbekeerd door? "
Met deze vraag raakt Jan een gevoelige snaar aan.
„Ja, maar je kunt jezelf toch niet bekeren? " zo vraagt Monique. Peter en André vallen haar bij.
Jan antwoordt met een wedervraag: „Maar de Heere roept ons toch: Gedenk aan je Schepper? Daar moeten we toch antwoord op geven. Elke keer als de Heere roept, ook tijdens dit kamp, staan we voor de keus. En als we geen „ja" zeggen, dan is het „nee". Een tussenweg is er niet!"
Groep A komt niet verder clan deze vraag. Ze praten er nog een hele tijd over. Uiteindelijk komen ze tot de slotsom, dat ze volkomen in de knel zitten. Enerzijds roept de Heere ons en verwacht Hij dat wij als antwoord daarop de toevlucht zullen nemen tot Hem. Anderzijds voelen ze, dat zich alles wat in hen is, daartegen verzet. En blijft maar één weg over: „Heer', ai, maak mij Uwe wegen, door Uw Woord en Geest bekend". Bovendien zijn ze er allen van overtuigd, dat het zoeken van cle Heere (in Zijn Woord, want daar is Hij te vinden) geen uitstel meer kan lijden. Morgen kan het immers te laat zijn?
Dan is het alsof je opnieuw in de verte hoort zingen:
„Des Heeren Wet (Woord) nochtans verspreidt volmaakter glans, dewijl zij 't hart bekeert".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1978
Daniel | 24 Pagina's