GODS LIEFDE
Ik lig reeds lang te hopen en te wachten, te wachten maar de ziekte neemt geen keer. Verstorven zijn mijn zuchten en mijn klachten, en 'k zeg alleen: , , Wees mij genadig, Heer'". Ik zou zo graag voor and'ren willen leven, vooral voor hen, door mij het meest bemind. Dan waren zij van al die zorg ontheven, nu ben ik hulpbehoevend als een kind. Ik lijk een vogel met geschonden vleugels, die vliegensmoede van verzorging leeft. Zo nam God uit mijn leven weg de teugels, die men zo graag in eigen handen heeft. De mensen gaan mij langzaam aan vergeten; het duurt zo lang, men raakt eraan gewend. Maar in mijn eenzaamheid laat God mij weten, dat Hij mij beter dan een moeder kent. Hij heeft mij in Zijn leerschool opgenomen, waar Hij mij 't tellen van mijn dagen leert, opdat ik zó een wijs hart mag bekomen, dat elke dag als een geschenk waardeert. Gods warme liefde koestert elke morgen mijn moede hart, en wekt het tot geduld. En in die gloed versmelten alle zorgen, en wordt mijn leven met Zijn vree vervuld. Ik zal het roer gewillig overgeven aan Hem, die 't wrakke scheepje sturen wil. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven, 't Vertrouwen op Zijn liefde maakt mij stil.
Overgenomen uit „De Zaaier", het kerkblad van de Hervormde gemeenten op Flakkee. De redakteur, ds. E. F. Vergunst, vermeldt dat dit gedicht werd gemaakt door een langdurige zieke.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 1978
Daniel | 24 Pagina's