lETS OVER HET BEWEGEN
Wie spreekt over bewegen en bewegingsleven van kinderen en volwassenen heeft hiermee wel een onderwerp te pakken, dat direkt op de praktijk gericht is. Zonder het bewegen kunnen we ons het leven nauwelijks voorstellen. Het is daarom nuttig enkele facetten van de motoriek nader onder ogen te zien. Meer dan dat wil dit onderstaande ook niet zijn. Bewegen ervaren we als bewegen van mensen of dingen. Hebben we het over het bewegen van mensen, dan hebben we te maken met twee elementen: de mens en het bewegen. Daarnaast is het nodig stil te staan bij de zin van het bewegen.
Lichaam en ziel is een eenheid
Zoals de Schrift (Gen. 1 : 26) en de Geloofsbelijdenis (art. 14 en 18) ons leren, is de mens geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Dit geldt de gehele mens, dus ziel en lichaam. Wel kleeft na de zondeval de zondesmet aan de ganse schepping, waardoor de schone harmonie tussen lichaam en ziel verloren is gegaan, maar de mens is een psycho-somatische eenheid gebleven, een eenheid van geestelijke en stoffelijke aard. De Bijbel geeft nergens grond aan de gedachte, dat de mens uit van elkaar onafhankelijke delen zou bestaan. Wel komen we de woorden ziel en lichaam tegen, maar er is nergens sprake van een belangrijk en een onbelangrijk deel, laat staan van een tegenstelling. Wel kunnen we zeggen, dat er een dualiteit is tussen lichaam en ziel, doch voor enig dualisme tussen lichaam en ziel is geen enkele grond. In Rom. 12 : 1, 1 Cor. 3 : 17 en 1 Cor. 6 : 19 wordt steeds in positieve zin over het lichaam gesproken. Wat ook uit deze teksten blijkt, is dat we steeds in een verantwoordelijke relatie staan t.o.v. God en de ons omringende schepping. Ook vraag en antwoord 1 van de Catechismus geven ons de juiste richting aan. Waar gesproken wordt over ziel, gebeurt dit vaak op lichamelijke wijze, b.v. hongerige en dorstige zielen. Dikwijls worden geestelijke zaken op lichamelijke wijze uitgebeeld, o.a. in Job 19 : 26 en 27. En wie denkt in dit verband niet aan de vele uitdrukkingen met het woord hart. Hoe vaak zeggen we niet tot de kinderen dat ze een nieuw hartje moeten krijgen. Tot slot in dit verband zou ik willen wijzen op Ps. 139 waar over het lichaam gesproken wordt als een sprake Gods.
Zoals heel ons leven staat onder het gezag van Gods Woord en de normen daaraan ontleend, zullen we deze ook hebben te betrekken bij al ons handelen.
De betekenis van het bewegen
In 't begin is al aangegeven, dat het belangrijk is stil te staan bij de betekenis van het bewegen. Zonder het een van het ander los te willen maken, kunnen we hier noemen de exploratie en de rekreatie. Vanaf de geboorte tot aan 't eind van ons leven hebben beide plaats, al verschuift het aksent. Met exploratie bedoelen we, dat het kind de wereld (mensen en dingen) om zich heen gaat verkennen en daardoor leert „kennen". Al bewegend ontwikkelt het kind zich, ontdekt het z'n omgeving, „begrijpt" het hem omringende. Op deze wijze leert het kind, dat je met ronde ballen geen toren kunt bouwen, dat de opwaartse druk van het water je evenwicht labieler maakt, dat met blote voeten op het gras prettiger lopen is dan op schelpen. Naast de taal is het bewegen een middel om kontakt te hebben met anderen. Vaak kennen we iemand nog beter aan z'n motoriek, dan aan de taal die hij spreekt. Ais iemand zegt niet kwaad te zijn, terwijl uit z'n houding het tegendeel blijkt, dan weten we wel onze konklusie te trekken.
Nu iets over het woord rekreatie. Ik heb geaarzeld tussen dit woord en het woord ontspanning. Toch heb ik gekozen voor het eerste omdat het laatste te vrijblijvend is. Voor het woord rekreatie in de zin zoals hier bedoeld, is het bezwaar, dat het zoveel inhoudt. In wezen wil het niets anders zeggen dan weerscheppen. Eigenlijk zou ik het zo willen zien: ervoor zorgen, dat de taak die op iemands schouders rust weer optimaal vervuld kan worden. Enerzijds valt hierbij op te merken, dat hier onder de „zorg" voor een zo goed mogelijke gezondheid valt; anderzijds dat het bewegen slechts één van de middelen tot rekreatie is.
Geen doel maar middel
Als het bewegen bewust wordt uitgevoerd kan het niet los gezien worden van uitgangspunt en doelstelling. Hier wordt bedoeld, dat we ons er bewust toe zetten om te gaan bewegen of te laten bewegen; de beweging gebeurt meestal onbewust. Om verantwoord te laten bewegen, zullen we dit in een bepaald kader moeten plaatsen, zodat er geen diskrepantie ontstaat tussen theorie en praktijk in een bepaald systeem. Onder een systeem verstaan we een geordend geheel van overleggingen en handelingen, dat uitgaat van bepaalde grondbeginselen en gericht is op een zeker doel en tevens de weg van het uitgangspunt naar het doel aangeeft. Hieruit volgt, dat bewegen geen doel is maar middel.
Na bovenstaande uiteenzetting is het nu de tijd om stil te staan bij enkele facetten van het bewegen, zoals dit zich in diverse verschijningsvormen openbaart. Voor wat betreft baby's, peuters en kleuters zal het duidelijk zijn, dat de motorische aktie vooral in dienst staat van de ontwikkeling van het kind. Het bewegen is een van de vitale funkties.
Lichamelijke oefening
Op de scholen komen we het vak lichamelijk oefening tegen. Meestal zeggen we lichamelijke opvoeding, maar ook deze uitdrukking wordt vaak vermeden. Het bezwaar is, dat beide termen aanduiding zijn van een dualistisch mensbeeld. We hebben altijd te maken met de totale mens, waarop de opvoeding zich richt. Een betere aanduiding zou zijn opvoeding d.m.v. het bewegen, maar dit heeft als bezwaar dat de uitdrukking te lang is. Tegenwoordig spreken we over bewegingsonderwijs als een van de aspekten van de totaalopvoeding; zodat de doelstelling hieraan naar het einddoel gerekend dezelfde moet zijn als die van de totale opvoeding (2 Tim. 3 : 17).
Evenals bij de andere vakken moet in het oog gehouden worden, dat de opvoeding in de eerste plaats in het gezin thuis hoort en dat de school op specifieke terreinen de helpende hand biedt.
Bij bewegingsonderwijs wordt gebruik gemaakt van vormen uit het gebied van gymnastiek, spel, atletiek en zwemmen. Het is nu de taak van do lesgever de juiste oefeningen te kiezen en deze op een verantwoorde wijze te brengen, zodat zo goed mogelijk tegemoet gekomen wordt aan de doelstelling. De doelstelling verandert niet, maar afhankelijk van de kuituuromstandigheden zullen de middelen tot realisering ervan verschillen. In vele (grote) steden is er voor de jeugd nauwelijks meer gelegenheid om zich intensief te bewegen, zodat het nodig is hiervoor maat-
regelen te nemen. Bij het onderwijs kan dit alleen gebeuren als er volgens plan en serieus wordt gewerkt. Dan alleen mag er resultaat verwacht worden. Prof. Rijsdorp noemt lich. opv. pedagogische omgang in het veld van de lichaamsbeweging en de lichaamservaring. Een gymnastiek-of spelles, die niet „ernstig" wordt genomen kan beter niet gegeven worden.
Sport
Laten we nu overstappen naar het gebied van de sport. Om hier een juiste koers te kunnen varen, zullen we eerst moeten kijken wat sport inhoudt. Zonder hier al te diep op in te gaan, mogen we zeggen dat sport spelkarakter bezit. Spel is te definiëren als een handeling, die verloopt binnen een bepaalde tijd en ruimte, gebonden is aan geschreven en ongeschreven regels en het doel in zich zelf heeft. Als vorm van spelen staat sport wel tegenover arbeid, maar niet tegenover ernst. Denk er maar aan hoe jongens tijdens een partijtje straatvoetbal kunnen diskussiëren of er al of niet een doelpunt is gemaakt. Nu zien we, dat bij de sport de wedijver een belangrijke plaats gaat innemen.
Gezien het tot nu toe geschrevene lijkt het mij toe, dat er nauwelijks bezwaar tegen sport zou zijn. Wel rijzen er problemen als we zien op welke wijze sport gestalte heeft gekregen, doordat de wedijver een te grote plaats gaat krijgen, zodat het doel buiten de te verrichten aktiviteit komt te liggen. In grote lijnen zou ik op twee bezwaren willen wijzen: de sportverwording en het milieu van de sportverenigingen. Eerst iets over de sportverwording. Dit ontstaat als het middel doel wordt, als de uitslag belangrijker is dan het spel. Hier ligt eigenlijk het kriterium. Houdt sport op spel te zijn, dan wordt het een aanfluiting. Vooral het kompetitieëlement heeft zich zodanig ingedrongen dat het winnen vaak op de voorgrond komt te staan. Is eenmaal de verkeerde weg ingeslagen en gaat men hierop verder, dan komen we vanzelf bij de eksessen. Voor de deelnemers gaat het arbeidselement zodanig domineren, dat het de grenzen van verantwoorde arbeid ver overschrijdt. Vele vroeger bejubelde sporthelden lopen nu met lichamelijke en geestelijke kwalen over de wereld, want ook hier geldt dat het sterke benen zijn die de weelde kunnen dragen. Over de invloed van de sport op de maatschappij ga ik nu niet verder in.
Sportverenigingen
Nu nog iets over de verenigingen waar op een akseptabele wijze sport wordt bedreven. Op zich een verheugende aanvulling om de bewegingsarmoede van onze tijd tegen te gaan. Toch kunnen er bezwaren rijzen. Deze hebben betrekking op de gang van zaken binnen een vereniging. Vele klubs worden financieel in stand gehouden door de toto en daarnaast krijgen de meeste verenigingen een gezelligheidskarakter. En het is ook op dit laatste punt dat we in konflikt kunnen komen met de gedragsregels, die in het eigen milieu gelden.
Wat dan wel?
Tot slot rest ons de vraag: Wat dan wel? We hebben gezien, dat het bewegen vooral voor jongeren een belangrijk element is bij hun ontwikkeling. De mogelijkheden in de vrije natuur (fietsen, zwemmen, e.d.) zijn vooral in de steden beperkt. Ligt hier een taak voor de scholen of zou het nuttig zijn om waar dit mogelijk is op de verenigingen (12-16 j.) hier aandacht aan te schenken? Ongetwijfeld zullen bij de uitwerking hiervan wel problemen ontstaan, maar het is een van de plaatsen waar de begeleiding op verantwoorde wijze kan plaatsvinden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1978
Daniel | 24 Pagina's