FILIPS MARNIX, HEER VAN ST. ALDEGONDE
Wat weten we over deze „grote" Nederlander? Dat hij vermoedelijk de dichter is van ons volkslied? Dat hij een goede vriend van Prins Willem van Oranje is geweest? Nog meer?
Marnix is een onbekend gebleven man in ons vaderland. Alleen een kleine gedenknaald in Souburg bij Vlissingen, een enkele straatnaam en de naam van een school roepen Marnix in onze herinnering. Marnix is in 1540 in Brussel geboren, 't Is een roerige tijd! In de kerk is een storm losgebroken. Alles wat zo vast staat, gaat aan 't wankelen. De Reformatie !
Als Marnix na 1533 in Leuven de universiteit bezoekt, hoort deze „fijn-Roomse" jongen de eerste reformatorische geluiden van één van zijn professoren. God opent zijn ogen voor Romes dwalingen. Op z'n 18e jaar keert hij de R.K.-kerk de rug toe en gaat, evenals zijn twee jaar oudere broer Jan, over tot het calvinisme. Ze laten zich in 1559 inschrijven op de hogeschool van Genève. Calvijn en Beza zijn de leermeesters van de gebroeders Marnix. Filips erft, als in 1557 zijn vader sterft, het landgoed St. Aldegonde. Vandaar zijn naam Filips Marnix, heer van St. Aldegonde. Deze jongen kan, als hij wil, een rustig rijk leven gaan leiden. Een eigen kasteeltje, een landgoed! Wat wil je nog meer? Maar we weten van deze edelman dat zijn leven onrustig is geweest en dat armoede soms zijn deel was. Na de studie keren de gebroeders vanuit Genève terug naar de Nederlanden. Hier woeden de vervolgingen. Ze gaan bewust het gevaar tegemoet. Ze willen zich inzetten voor de vrijmaking van de kerk. In 1565 trouwt Marnix met Filipote van Belle. Ze gaan in Breda wonen. Hier zijn de eerste kontakten gelegd met de Prins. Later zal Marnix de grote vriend en raadsman van Oranje worden.
Marnix is in 1573 door zijn vriend aangesteld tot „goeverneur aangaande de krijgshandel en politie van Delft, Rotterdam en Schiedam."
Een prachtig klinkende titel. Maar in wezen is dit niet een bij Marnix passende taak. Hij is beslist geen militair! Wel schrijver, dichter, geleerde, betrouwbaar raadsheer, desnoods moedig soldaat, maar geen aanvoerder. We weten uit verschillende brieven uit die tijd, dat Marnix niet ingenomen is met deze nieuwe funktie. Hij woont dan in Rotterdam in armoedige omstandigheden. De moed ontvalt hem. De toestand na Haarlem is ook moedbenemend! 't Worden donkere maanden in Marnix' leven. Op 31 oktober 1573 rukt Valdez op naar Leiden om deze stad van de buitenwereld af te sluiten. Marnix hoort dit. Hij is in dit gebied bezig om bolwerken aan te leggen en vooral de Maaslandssluis te versterken. Dit is een strategisch zeer belangrijk punt. Valdez, de Spaanse bevelhebber, rukt op naar de sluis. Marnix heeft zijn fort echter nog niet klaar wanneer deze geweldige aanvoerder met zijn getrainde troepen nadert. De kansen voor Marnix zijn zeer gering. Het wordt echter hopeloos voor hem wanneer zijn manschappen op de vlucht slaan. Zelf vecht hij door. Het zwaard in de vuist. Tevergeefs! De Spanjaarden nemen Marnix gevangen en voeren hem af naar Den Haag. Daar sluiten ze deze voor hen belangrijke Nederlander op in de Gevangenpoort. Een trieste gebeurtenis, temeer als we bedenken dat er bij de Maaslandssluis verraad in 't spel is geweest. Een boer die zeker bang is dat zijn land onder water komt te staan, wijst het Spaanse leger snel de weg naar de sluis. Vandaar die verrassende aanval waardoor Marnix' troepen overrompeld worden en op de vlucht slaan. Oranje vindt het verschrikkelijk dat „Allegunde", in handen van de vijand gevallen is. Ook bij Marnix is nu weinig moed overgebleven. Hij kent de wreedheid van de Spanjaarden. Hoe velen zijn er al gemarteld en gedood? Oranje kan geen be-
vrijdingsplan opzetten voor zijn vriend. Toch heeft hij een ander plan. De Watergeuzen hebben namelijk Bossu gevangen genomen. Misschien is uitwisseling mogelijk? De Prins gebruikt deze gevangene in ieder geval om Marnix te behoeden voor de ondergang. Vandaar dat hij al direkt een brief naar Den Haag laat brengen, waarin o.a. staat „al wat gij met mijne Allegund doet, zal ik met uwen Bossu doen." Dit helpt. Marnix wordt geen haar gekenkt. Daar zit de afgetobde vrijheidsstrijder in het donkere gevangenhuis! 't Wordt nacht in zijn leven. Ongeveer een jaar zal hij gevangen zitten. Eerst in Den Haag, later in Haarlem, Amsterdam en in Utrecht. Hij mag wel schrijven. In een brief aan Oranje van november 1573 lezen we het volgende: „Maar ik heb ten volle mijn plicht gedaan. Ik noem het ook niet treurig om mij zelf, (Marnix doelt hier op het verlies bij de Maaslandssluis) maar om het laffe gedrag van mijn soldaten, vooral het paardenvolk, dat bij het eerste treffen al op de vlucht sloeg. Ik ben aan heel deze zaak onschuldig. Romero, die mij gevangen genomen heeft, vermoedt dat u mij wel zult ruilen tegen gevangenen die u gemaakt hebt. Ik dring daar zeer op aan. Deze methode is veel humaner, zelfs veel christelijker dan het doden van eikaars gevangenen." Aan het slot van Marnix' brief lezen we dan: „Is het niet beter, dat we allen het land maar verlaten om elders in vrijheid onze godsdienst uit te oefenen, dan dit land nog langer aan deze vreselijke oorlog bloot te stellen? " We bemerken dat Marnix in de put zit.
Toch blijft hij hopen op God. Hij die machtig is kan ook nu nog wonderen doen. Oranje heeft de brief gelezen. Hij stuurt Marnix een berichtje terug, waaruit we het volgende overnemen: „De Staten en ik zouden nooit de wapenen hebben opgenomen, als dat niet nodig was geweest om een ondragelijke slavernij te ontgaan." Moedig en vastbesloten spreekt hier de Prins, 't Zal Marnix goed gedaan hebben. In Utrecht zit hij in het Vreeburg gevangen. Hier heeft hij veel vrijheid gekregen. Zet er zijn psalmberijming weer voort. Wat zal hem dat werk tot een zegen zijn geweest. Op 15 oktober 1574 heeft men Marnix vrijgelaten. De omstandigheden zijn niet helemaal duidelijk. Heeft er uitwisseling plaats gehad met Bossu? Mogelijk wel! In ieder geval zijn de twee vrienden weer herenigd. Ze gaan hun werk weer voortzetten.
Marnix adviseert de Prins inzake de strijd tegen Spanje, maar ook in persoonlijke zaken. Hij is het geweest die Oranje aanraadt te huwen met Charlotte de Bourbon. Hij bezoekt, na het drama van Willems tweede huwelijk, Heidelberg. Hier verblijft Charlotte bij naar „pleegvader" Frederik III. Na veel besprekingen besluit ze mee te gaan naar de Nederlanden. Ze reizen in verband met de veiligheid via Emden. Daar zullen ze op een schip naar Den Briel stappen. In Emden wachten ze ongeveer een week totdat de Prins schepen zendt om hen op te halen. Ook krijgt Marnix bericht van Jan van Nassau, de broer van de Prins, dat deze zich fel verzet tegen dit huwelijk. En met hem zijn er vele anderen die protesteren. Marnix trekt zich hier niets van aan. Hij wil zorgen voor het heil en de goede naam van de Prins. Hij vreest dat het leven van de Prins tot ongebondenheid zal vervallen. Daarom zet hij door. Oranje haalt zijn bruid persoonlijk van boord in Den Briel. In Dordrecht wordt de huwelijksvoltrekking gevierd. Het is een heel gelukkig huwelijk geworden!
In 1583 benoemt de Prins Marnix tot burgemeester van Antwerpen, de stad die door Parma bedreigd wordt. Hij aksepteert de funktie, maar is hier niet de man op de juiste plaats geweest. Hier had een groot militair de leiding op zich moeten nemen. Het loopt op een mislukking uit!
Half juni 1584 spreken de twee vrienden voor 't laatst met elkaar. Nog geen maand later vallen de schoten van Balthazar Geraerds. Marnix zal Oranje missen. Na de val van Antwerpen in 1585, trekt hij zich terug op zijn slot in Souburg. Velen verwijten hem de overgave van Antwerpen.
Na vijf jaar wordt hij in eer hersteld. Rust kent hij niet, vandaar zijn wapenspreuk: repos ailleurs (elders rust). Hij ontcijfert weer geheimschrift, dicht psalmen, vertaalt bijbelgedeelten enz. Op 15 december 1598 om tien uur 's morgens gaat Marnix de eeuwige rust in. God neemt hem op in Zijn heerlijkheid. Voor ons misschien een onbekend man. Maar in de vrijheidsstrijd is het vooral Marnix geweest die achter de
schermen, in Oranjes schaduw, grote dingen gedaan heeft. Hij is het mede geweest, die met Gods kracht de Calvinisten mocht aanvoeren en bemoedigen in deze moeilijke tijd van vervolging en verdrukking.
Literatuur: B. J. W. de Graaff: Dichter, soldaat, Marnix van St. Aldegonde, uitg. „De Banier".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1978
Daniel | 24 Pagina's