JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

STAAN IN DE WERELD EN GEBORGEN ZIJN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAN IN DE WERELD EN GEBORGEN ZIJN

9 minuten leestijd

(vervolg vragenbeantwoording)

Er zijn nog twee vragen, die verband houden met de opvoeding van onze kinderen. De ene vraag luidt:

„Kunnen kinderen ook té beschermd opgroeien? ".

Daarbij sluit de volgende vraag aan:

„Zijn kinderen, die op reformatorische scholen gaan, niet minder weerbaar dan anderen als zij in de maatschappij komen? ".

Deze gedachte komt men wel meer tegen: Onze kinderen groeien op in het beschermde milieu van het gezin, ze gaan op eigen scholen, ze volgen ons eigen voortgezet onderwijs, en dan worden ze ineens midden in een ontkerstende maatschappij gezet. Groeit een kind zo niet té beschermd op? Is er niet het gevaar, dat het eenmaal in de maatschappij geplaatst, volkomen uit het evenwicht raakt en losslaat van alle ankers?

Persoonlijk geloof ik niet dat dit gevaar zo groot is, als wij in het gezin en op school onze kinderen maar voorbereiden op de maatschappij waarin zij straks een plaats zullen krijgen. Daarom mogen wij als ouders en als leerkrachten onze ogen niet sluiten voor de maatschappelijke ontwikkelingen. Wij zullen waakzaam moeten zijn. Wij zullen de ontwikkelingen van deze tijd nauwgezet moeten volgen. We zullen onze jeugd daarop moeten wijzen en ze de gevaren moeten voorhouden. We hebben de taak hen te wijzen op de dingen die ze in de wereld zullen aantreffen en wij hebben dat te doen bij het licht van het Woord van God. Doen we dat niet, ja dan is er het gevaar dat onze kinderen opgroeien in een soort kloostermentaliteit en dat ze dan straks losgeslagen raken in de maatschappij. Doen we het wel, dan geloof ik dat het een middel kan zijn onze kinderen „weerbaar" te maken bij het licht van Gods Woord. Maar dat legt wel een geweldig stuk verantwoordelijkheid op de schouders van de opvoeder, hetzij in het gezin, hetzij op school. Een verantwoordelijkheid, die ons steeds weer zou moeten uitdrijven naar de troon der genade om van de Heere verstand met goddelijk licht bestraald af te smeken.

Er zijn nu nog enkele vragen die geen betrekking hebben op de problemen in de gezinnen, maar die wel verband houden met het staan in de wereld. Zo is er deze vraag:

„Als een verpleegster opdracht krijgt een injektie te geven waarvan zij weet dat dit de dood veroorzaakt en zij is hier in principe op tegen, mag zij dan weigeren dit te doen? ".

Het betreft hier dus het vraagstuk van de aktieve euthanasie, waarbij opzettelijk een einde wordt gemaakt aan het leven van een zieke, omdat dit leven nutteloos zou zijn geworden of ondragelijk als gevolg van zware pijnen. Er wordt gevraagd: „Mag zij weigeren dat dodelijke spuitje te geven? ". Ik geloof, dat zij moet weigeren. Hier geldt het gebod, dat zij Gode meer gehoorzaam moet zijn dan de mensen. Het mensenleven ligt in Gods handen. Hij beschikt er over en wij mogen hier niet eigenmachtig ingrijpen, ook niet in gevallen van ongeneeslijke ziekte en verschrikkelijk lichaamslijden, hoe aangrijpend dit ook zijn moge. Het zal heel erg moeilijk zijn, maar hier moet de verpleegster om Godswil weigeren. Wel is belangrijk hoe zij weigert. Zij zal de gezagsverhoudingen moeten eerbiedigen. Het beste zal zijn een gesprek met degene, die opdracht gaf tot de injektie, aan te vragen en in dit gesprek uiteen te zetten waarom zij om des gewetenswille deze injektie niet kan geven. Men mag toch voor dergelijke principiele bezwaren begrip verwachten! Als dat er

niet meer is, dan is het toch wel heel erg. De omstandigheden waaronder onze verpleegkundigen in verschillende ziekenhuizen moeten werken kunnen soms heel moeilijk zijn. Laat het voor hen dan ook steeds bovenal een gebedszaak zijn. De Heere staat overal boven, hoe moeilijk het ook zijn kan. Mij zijn verpleegsters bekend aan wie de Heere in deze zaken op het gebed wonderlijke uitkomst gaf. Geloven we nog in de kracht van het gebed?

„U hebt verschillende gevaren opgenoemd voor de jonge mensen; maar de geest van „geloven en getuigen en de rest komt wel" is die ook niet heel gevaarlijk? ".

We hebben de opdracht ons licht voor de mensen te laten schijnen, naar het woord van Christus. Het is onze roeping de naaste voor Christus te winnen door woorden en daden. Aan die eis van God mogen we nooit iets afdoen, ook niet met een beroep op onze onbekwaamheid.

Er is echter ook een ander gevaar en ik denk, dat de vraagstelster daarop doelt. Er is namelijk een geest van getuigen, waarbij men niet meer aan de persoonlijke vraag toekomt en waarbij de noodzaak van de waarachtige wedergeboorte niet meer beklemtoond wordt. Men is dan vreemd van de weldaden der wedergeboorte, men heeft nooit zijn zonde en schuld voor God beweend, men heeft nooit leren roepen uit de diepte tot de levende God, en toch gaat men ervan uit dat men een kind van God is. En vanuit die veronderstelling gaat men getuigen en heimelijk bouwt men daar zijn zaligheid op. Dat is inderdaad een groot gevaar! Als men zelf in de diepte der verlorenheid Christus niet heeft leren kennen als de van God gezonden Zaligmaker, hoe kan men dan van Hem getuigen? Het is een voorrecht als dit de nood van ons leven wordt: te moeten en niet te kunnen! Dan kunnen we geen kant meer op en dan blijft er maar één weg meer over. Welke weg is dat? „Indien iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van Mij begere"!. Laat de noodzaak der waarachtige wedergeboorte toch onder ons altijd beklemtoond blijven.

„Paulus zegt, dat de vrouw moet zwijgen in de gemeente. Waarom waren het dan wel vrouwen die de prediking der opstanding aan de discipelen vertelden? ".

Hierover kan ik kort zijn. Paulus doelt op de vrouw in het ambt, op een ambtelijk spreken in de gemeente. Dat is voor de vrouw niet weggelegd. Op Paasmorgen was het een heel ander geval. Toen hebben de vrouwen de boodschap van de opstanding doorgegeven. Zij hadden daarvoor een bijzondere opdracht van Christus en de engelen ontvangen. Maar dat was geen spreken in de gemeente, geen ambtelijk spreken. Want dan geldt: Dat de vrouw zwijge in de gemeente.

„Is onder ons de vakantie niet een afgod geworden waar we aan offeren, niet alleen met ons geld? Want maandenlang beheerst de vakantie soms de gesprekken".

Niemand zal willen ontkennen dat een vakantieperiode, een periode van rust, bijzonder heilzaam kan zijn voor lichaam en geest. We leven in zo'n jachtige tijd. We worden soms zo opgeslokt door ons werk en door onze beslommeringen, dat het weldadig kan zijn in een rustperiode tot onszelf te komen. Een mens is nu eenmaal geen machine, die altijd maar door kan draaien! Omdat het leven veel meer gecompliceerd is dan vroeger, is de noodzaak van vakantie ook veel duidelijker geworden.

Dit neemt niet weg, dat ik met de vraagstelster van mening ben, dat er ook een „vakantie-afgod" bestaat. We offeren ons geld aan die afgod: als mijn buurman naar Spanje geweest is, dan moet ik toch nodig naar Tunesië; en als ik nog nooit in Zwitserland geweest ben, dan tel ik niet mee. Is het verantwoord zoveel geld op te offeren aan een vakantie? We offeren onze tijd aan die afgod: maanden van tevoren worden de gesprekken al beheerst door do komende vakantie; uren zijn we bezig aan de voorbereidingen. Is dat een verantwoorde besteding van onze kostelijke genadetijd? Hadden we die tijd niet beter kunnen gebruiken om onze knieën te buigen, om de Heere te zoeken? Is een dergelijke tijdsbesteding niet in strijd met het woord van Christus: „Zoekt eerst het Koninkrijk Gods? ".

Het zijn zo maar wat vragen, die ik naar voren breng tot nadere bezinning. Niemand zal er bezwaar tegen kunnen maken, als we door vakantie te nemen rust zoeken voor lichaam en geest, ook niet als we dat in het buitenland doen. Maar als het zo is dat de vakantie maandenlang heel ons leven beheerst, dat we onver-

antwoorde hoeveelheden tijd en geld daaraan opofferen, dat er daardoor geen tijd meer overblijft om bezig te zijn met de meest wezenlijke dingen van ons leven, ja dan geloof ik dat de vakantie tot een afgod geworden is. Dan geldt het woord des Heeren: „Dient dan geen goden nevens Mij". Ik ben wel eens bang, dat we in dit opzicht verder meegesleurd zijn met de geest van onze tijd dan we zelf wel beseffen.

De laatste vraag, die ik in „Daniël" wil beantwoorden, luidt als volgt:

„Er gaat soms weinig van Gods volk uit. Komt dat ook niet daardoor, dat zij en wij allemaal de wereld volgen, zij het op een afstand? ".

We staan in een wereld die op drift is. Als we worden meegesleurd met het levenspatroon, met het denken en doen van de wereld, dan is dat de zonde der wereldgelijkvormigheid. Deze zonde komt voort uit het hart, want waar onze schat is, daar is ons hart. Deze zonde komt openbaar in onze handel en wandel. Gods kinderen vallen ook in deze zonde. Als de kerk in deze zonde valt, vervaagt het onderscheid tussen kerk en wereld, dan is er geen werfkracht, dan ligt er geen glans op het Sion Gods, dan gaat er zo weinig van de kerk uit. Een groot gevaar, zeker in onze tijd. Wat is er nodig om hiervoor bewaard te worden? Een nabij leven in de vreze des Heeren. Genade op zichzelf bewaart ons niet voor deze zonde, maar wel een nabij leven, de gedurige beoefening van de verborgen omgang aan de troon der genade. Wat ontbreekt daar veel aan! Wat ligt er dan een schuld in ons leven! De Heere schenke een ieder van ons, waar we dan ook geplaatst zijn, de beoefening van Psalm 25 : 7:

„Gods verborgen omgang vinden zielen, daar Zijn vrees in woont".

Alleen aan de troon van Gods genade is in Christus geborgenheid te vinden in een wereld, die al meer op drift raakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1978

Daniel | 24 Pagina's

STAAN IN DE WERELD EN GEBORGEN ZIJN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1978

Daniel | 24 Pagina's