BIJBEL EN ZENDING
De bekende Amerikaanse Bijbelvertaaldeskundige Nida, vertelt in één van zijn boeken over een groep mensen die voor het eerst in hun eigen taal de Bijbel ontvingen. Bij het gerucht dat de boeken in aantocht waren, kwamen mensen uit allerlei verafgelegen plaatsen om getuige te zijn van de aankomst van Het Boek.
Het eerste boek dat in hun taal verscheen. Aan de vertaling daarvan hadden verschillende deskundigen lange tijd meegewerkt.
Het enthousiasme waarmee de bedoelde groep hun Boek ontving, herhaalt zich op veie plaatsen, waar door de inspanningen van allerlei deskundigen de Bijbel in handen gesteld wordt van mensen, die voorheen nog niet in het bezit daarvan waren. Iets dergelijks was ook zichtbaar toen de Yali's in Irian Jaya met ontroering de eerste exemplaren van hun Alkitab ontvingen.
De Reformatie
In de omstandigheid dat mensen op telkens nieuwe plaatsen en andere samenlevingen in kontakt komen met de schriftelijke basis in het Evangelie, mogen we iets zien van het doorgaande werk van de Heilige Geest. De Bijbel is de spil, waar om het kerkelijk leven draait; uit de Bijbel wordt de gemeente van Gcd geleid in alle waarheid van geloven, denken en leven. Geen wonder, dat in de tijd van de Reformatie de vraag naar de Bijbel in de landstalen opnieuw werd gesteld.
Uit de Reformatie stammen hele monumenten van bijbelvertalingen, die tot heden van waarde zijn. Een en ander geschiedde in de overtuiging, dat een goede bijbelvertaling een krachtige bron is voor het christelijk leven; door de schriftelijke vastlegging daarvan wordt minder kans gegeven aan allerlei afwijking.
De opdracht tot vertalen
Enerzijds is de opdracht tot evangelieverkondiging rechtstreeks uit de Bijbel afleidbaar. De plaatsen waarin dat vermeld staat hoef ik hier niet te herhalen. In vele tijden, soms meer soms ook minder, heeft de kerk daaruit de gevolgtrekking gemaakt, dat het een roeping voor de gemeente was om het Woord te verbreiden op zovee' plaatsen en in zoveel gelegenheden als God mogelijk maakte.
Anderzijds is in de opdracht tot bijbelvertaling en bijbelverspreiding de zin van de verspreiding van een geschreven boek niet zo direkt te baseren op tekstgegevens (zijdelings in Lukas, Handelingen, Openbaring etc.). Maar de gemeente heeft het onder Gods zorg van meet af aan nodig geoordeeld de getuigenissen vast te leggen en ook te vertalen. Denk er bijvoorbeeld aan dat de volkstaal in de tijd van Jezus een Semietische taal was, terwijl het Nieuwe Testament in de Griekse omgangstaal geschreven is. Denk aan vele oude vertalingen in de begintijd van de kerkgeschiedenis, in het Latijn, het Syrisch, het Gotisch, enz.
We kunnen dus stellen dat die bijbelvertaling en verspreiding teruggaat op een lange traditie die begint bij het Nieuwe Testament zelf.
Als we van de begintijd van de zorg voor bijbelverspreiding en - vertaling een heel grote stap nemen naar onze eigen tijd, zien we dat het werk, begonnen in de vroege christenheid een zeer grote vlucht genomen heeft. Hier volgen een paar organisaties, die zich met zulk werk bezighouden. In deze opsomming streef ik niet naar volledigheid, ook zal ik ze niet kritisch (in de positieve zin bedoeld) bezien, omdat dat teveel ruimte zou vragen.
Kerken en organisaties
Allereerst zijn er de diverse kerkelijke zendingen en organisaties die zich in of buiten het vaderland bezighouden met bijbelvertaling en verspreiding. Ook de Ger. Gemeenten spelen daarin een rol.
Voorts zijn er de verschillende Bijbelgenootschappen, die vooreerst zich richtten op het vertaalwerk in buitengebieden, maar allengskens zich ook op het eigen land oriënteerden. We noemen hier het Britisch and Foreign Bible Society en het Nederlands Bijbelgenootschap. Zeer veel Bijbelgenootschappen zijn verenigd in de United Bible Societies die o.a. uitgaven ten bate van vertaalwerk verzorgt, deskundigen uitzendt en coördinerend optreedt.
Sommige Bijbelgenootschappen hebben een kritische pendant naast zich, zoals de Trinitarian Bible Society in Engeland en de Gereformeerde Bijbelstichting in Nederland.
De organisatie van de Wycliff Bijbelvertalers is een aparte vermelding waard, omdat die zich hoofdzakelijk richt op vertaalwerk in andere werelddelen en heel bewust streeft naar de vertaling van Gods Woord in elke taal, hoe klein het aantal sprekers ook mag zijn. Dit in tegenstelling tot de Bijbelgenootschappen, die hun baten vooral aanwenden voor aktiviteiten in talen met grote aantallen sprekers. Wycliff laat overigens ook het zendingswerk in algemene zin bij voorkeur over aan de zendelingen.
Sommige organisaties hebben vooral bepaalde groepen op het oog bij hun verspreidingsarbeid. Te denken valt hier aan de Blythswood Tract Society uit Engeland en de Bijbel Kiosk Vereniging uit Nederland.
Ook de Nederlandse Gideon beoogt doelgerichte Bijbelverspreiding.
Enige aandacht tenslotte vraagt „Logos". Dit schip beoefent met name de kustvaart, al doorkruist het de wereldzeeën. Het legt aan in havensteden en tijdens het verblijf wordt veel bijbelse en andere literatuur verspreid. De „bemanning" van dit evangelisatieschip, deel van de aktie Mobilisatie, geeft op eigen wijze gestalte aan de opdracht tot wereldwijde verbreiding van de blijde boodschap.
Christelijk lektuurwerk
Je hebt ongetwijfeld opgemerkt, dat het voor organisaties, die zich met bijbelverspreiding ophouden, een principiële vraag is, wat zij zullen aanbieden. Sommige leggen de grens bij de Bijbel. Maar de meeste gaan verder. Zij betrekken in hun arbeid ook andere literatuur, zoals bijbeluitleggingen en - verklaringen, getuigenissen, verhalen in het algemeen christelijke leerstof.
Daarmee is het vraagstuk van het christelijke lektuurwerk ook zijdelings aangeroerd. Ik denk, dat het belang daarvan onder ons niet voldoende beseft wordt, althans voor wat vele buitenlandse gebieden betreft. In ons eigen land is het probleem niet zo groot. Je vindt hier grote en kleine christelijke uitgevers te kust en te keur. Maar in veel andere landen ligt dat veel minder eenvoudig. Er is voor het boekenbedrijf veel deskundigheid en geld nodig. De voorzieningen die wij op dit gebied kennen, zijn voortreffelijk. Waar het geld ontbreekt, is lektuurvoorziening echter erg moeilijk.
Er ligt hier nog een groot terrein braak. Op kleinere schaal tref je een soortgelijk vraagstuk aan in ons land, n.1. wat de lektuurvoorziening voor buitenlanders in Nederland betreft. Is het misschien iets om eens over na te denken?
Het evangelie zo goed mogelijk verbreiden
In het voorgaande hebben we gezien, hoe er allerhande bezigheid verricht wordt op het gebied van de bijbelverspreiding. We moeten nu nog enige zaken bezien met betrekking tot de achtergronden van dat werk.
Het gaat bij de bijbelverspreiding er om dat de boodschap van het evangelie zo goed mogelijk verbreid wordt. Je zou kunnen zeggen: bijbelverspreiding en - vertaling is onderdeel van het grote gebeuren, v/aarin Gods openbaring wordt doorgegeven aan mensen in allerlei plaatsen en omstandigheden.
Dat dit moet geschieden in de taal van de mensen op wie de boodschap gericht is, mag nauwelijks ter diskussie gesteld worden. Maar als je het daarover eens bent, betekent dat nog niet, dat de vragen opgelost zijn. Vooral in verband met bijbelvertaling kunnen vaak grote meningsverschillen aan de dag treden. De centrale vraag is: in hoeverre kan en mag de vorm, waarin een boodschap is overgeleverd, veranderd worden ten behoeve van een beter begrip van degenen voor wie de boodschap bedoeld is. Als ik de vraag zo stel, ga ik ervan uit dat de vertaler de oprechte bedoeling heeft om de inhoud van de boodschap ongewijzigd te laten.
De moeilijkheid hierbij is dat vorm en inhoud zo sterk aan elkaar verbonden zijn. Wanneer een bijbeltekst vertaald wordt, kan dat bijna nooit alleen maar door rechtstreekse „overzetting" van de vormen uit d.e ene taal in die van de andere. Elke taal heeft zijn eigen wijze van zeggen. Een goede vertaler probeert de inhoud met het materiaal van de ontvangende taal weer te geven.
De Statenvertalers hebben hierin een middenweg gezocht, waarin enerzijds de inhoud zo zuiver mogelijk werd bewaard, anderzijds geen geweld werd gedaan aan de Nederlandse taal van een bepaald milieu in hun dagen. Terwille van de duidelijkheid hebben ze een aantal elementen ingevoegd (meestal kursief gedrukt) die wat de vorm betreft niet in de grondtaal staan.
De taal van de doelgroep is een zaak die Bijbelvertalers zeer ter harte moet gaan.
Wanneer daaraan geen aandacht wordt gegeven, kan de boodschap in het geheel niet overkomen, of verminkt. Zoiets dient voorwerp van aanhoudende zorg te zijn. Misschien is hier de beste weg ook die van het midden. Daarmee bedoel ik op het punt van bijbelverspreiding dat binnen de kerken waar de traditionele taal beter verstaan worclt, de naar de vorm meer getrouwe vertaling bewaard blijft. Maar buiten de kerken waar de taal niet meer verstaan wordt, verdient het wellicht de voorkeur de boodschap over te dragen in een wat meer geparafraseerde vorm. Zo'n parafrase moet dan wel als zodanig herkenbaar zijn, dat wil zeggen dat degenen die de uitgave aanbieden, duidelijk moeten maken, dat de tekst naar de vormkant meer bewerking heeft ondergaan dan in een gewone vertaling gebruikelijk is.
Ook parafraseren heeft een grens. De grens is de herkenbaarheid van het evangelie van Jezus Christus voor zondaren. Wanneer die blijde boodschap niet meer doorklinkt in zijn volle helderheid, mag een parafrase niet meer bijbels heten. Centraal moet staan de verkondiging van het unieke gebeuren, waarbij God vijanden verzoende in Zijn Zoon, een verkondiging die geschiedde in een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats, maar bedoeld is voor mensen in allerlei tijden en omstandigheden.
En wij?
De vraag in de Bijbelvertaling en - verspreiding moet tenslotte ook onszelf aan het denken zetten. Daarbij gaat het erom of wij de betekenis van de boodschap verstaan. Juist omdat in ons land de prediking al zoveel eeuwen heeft geklonken, is het denkbaar dat de menselijke gedac'ntengangen het verstaan van de boodschap bemoeilijken. Het is mij opgevallen dat de houding van veel Yali's tegenover het evangelie veel meer onbevangen was, dan die van sommige Nederlanders.
Daarmee bedoel ik niet dat ze gemakkelijker gingen geloven. Het menselijk hart is overal even hard. Maar wel, dat het zicht op de inhoud van de verkondiging niet gehinderd werd door buitenbijbelse bijgedachten, die bij de westerling zo gemakkelijk bovenkomen. Met andere woorden de verstaanbaarheid van de Bijbel is zeker niet geringer in andere kuituren dan de onze. Het zou zelfs kunnen zijn, dat een samenleving als die van de Yali's, die in hun gewoonten op verschillende manieren meer overeenkomst met de gedragingen van mensen in de bijbelse tijd hebben dan wij, op een eenvoudiger wijze toegankelijk is voor het doorklinken en begrepen worden van de bijbelse boodschap. Wat dat aangaat zijn er geen grenzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1978
Daniel | 20 Pagina's