STAAN IN DE WERELD EN GEBORGEN ZIJN
(Vragenbeantwoording 1)
„Staan in de wereld en geborgen zijn". Zo luidde de titel van het referaat, dat ik op 13 april j.1. mocht houden op de jaarlijkse bondsdag van onze vrouwenverenigingen. Naar aanleiding van dit referaat ontving ik vele vragen.
Slechts enkele kon ik in de mij toegemeten tijd beantwoorden. Mij is echter verzocht de overige vragen te beantwoorden in „Daniël". Het is niet mijn bedoeling op alle vragen een voor een in te gaan. Dan zou de beantwoording zich eindeloos voortslepen en bovendien zijn er veel vragen, die op hetzelfde neerkomen, zodat ik in mijn beantwoording steeds in herhaling zou vallen. Daarom zal ik trachten de vragen wat samen te vatten.
We leven in een wereld, die op drift is. In die wereld staan wij met onze gezinnen. In mijn referaat liet ik het aksent vallen op het gezin. Vandaar dat de meeste vragen betrekking hebben op gezinsproblemen. Verschillende vragen gaan over de geestelijke opvoeding van onze kinderen. Zo is er de volgende vraag:
„Waren het alleen moeders, die hun kinderen tot Jezus brachten, en kunnen we onze kinderen ook verhinderen tot Jezus te komen? ".
We vinden die bekende geschiedenis beschreven in Mattheus 19, Markus 10 en Lukas 18. Nergens lezen we, dat het alleen moeders geweest zijn. Mattheus zegt: „Toen werden kinderkens tot Hem gebracht". Markus en Lukas hebben beiden: „Zij brachten kinderkens". Dus er zijn ook vaders bij geweest, waarschijnlijk ook nog wel andere familieleden. In ieder geval is de geestelijke opvoeding geen taak van de moeder alleen, maar van de vader en moeder beiden. Zij zijn beiden verantwoordelijk, zij hebben beiden de doopbelofte afgelegd. Wat is het groot als deze verantwoordelijkheid zó drukt, dat vader en moeder er samen mee aan de voeten des Heeren komen. Wat geeft dat een nauwe band, wat geeft dat een verdieping in het huwelijksleven als vader en moeder samen die verantwoordelijkheid beleven voor Gods Aangezicht. Als ze samen die worsteling kennen om hun kinderen te wijzen op het éne nodige, op de noodzaak der wedergeboorte en op de mogelijkheid daarvan, op die éne Naam die God gegeven heeft tot zaligheid.
Want wij kunnen onze kinderen ook verhinderen tot Jezus te komen! „Verhindert ze niet", zegt Christus. Natuurlijk is het werk der wedergeboorte een eenzijdig Goddelijk genadewerk en komen wij alleen tot Jezus als de Vader ons trekt door de onwederstandelijke trekking van de Heilige Geest. Maar de Heere werkt middellijk! Daarom kan een opvoeding in de vreze des Heeren rijke vruchten dragen. In dat licht gezien kunnen we onze kinderen ook verhinderen tot Jezus te komen.
Verschillende gestelde vragen komen hierop neer:
„Hoe vorm ik een verhindering voor mijn kind? ".
We kunnen op allerlei wijzen onze kinderen verhinderen. Wij verhinderen hen als we nooit met hen spreken over hun eeuwige belangen; als we ons wel druk maken over hun tijdelijke belangen, maar als we hen bijna nooit apart nemen en zeggen: „Kind, je moet bekeerd worden! Je moet het leven door, maar ook het leven uit". Is daar nog tijd voor in een gezin? Laat er tijd voor zijn om in de kring van het gezin te spreken over de dingen der eeuwigheid, over de mogelijkheid van zalig worden in Jezus Christus, over de wegen des Heeren. Hoort onze jeugd nog wel eens vertellen hoe God zondaren tot Jezus leidt? Als daar in een gezin geen tijd meer voor is, dan betekent dat voor onze kinderen een verhindering om tot Jezus te komen. Spreek met uw kinderen!
„Ook als ze onverschillig zijn of gesloten van karakter? ", vraagt iemand.
Ik zou zoggen: Ook dan! Ja, dan juist! Nu is het ook waar, dat de verstandige tijd en wijze zal weten. We kunnen ook zó met onze kinderen over de dingen des Heeren spreken, dat ze er een afkeer van krijgen. Maar er zijn altijd wel gelegenheden, die we te baat moeten nemen.
Als er een kind van God in uw omgeving sterft, dan kan dat een aanleiding zijn om met uw kind te spreken over het begeerlijke van de dienst van God. Een plotseling sterfgeval kan aanleiding zijn om te wijzen op de ernst van het leven. Een gehoorde predikatie kan een gelegenheid zijn om daar in gezinsverband op terug te komen. Een van de vraagstelsters wijst op het funeste van afbrekende kritiek op preken en predikanten. Dat kan ik alleen maar onderstrepen! Als we er behagen in scheppen in aanwezigheid van de kinderen ambtsdragers en preken te bekritiseren, dan moeten we goed weten, dat we zo onze kinderen verhinderen tot Jezus te komen. Laten uw kinderen toch voelen, dat u eerbied hebt voor de ambten, die God Zelf in Zijn Kerk heeft ingesteld. En als er huisbezoek is, laten uw kinderen (in ieder geval de ouderen) er dan ook bij aanwezig zijn, opdat ook zij door de ambtsdragers aangesproken kunnen worden.
Met nadruk wil ik hier stellen, dat we onze kinderen ook verhinderen door hen bloot te stellen aan het gevaar van allerlei moderne kommunikatie-middelen, met name de televisie. U haalt dan heel de wereld met de meest verschrikkelijke verleidingen in huis. Weet wel wat u doet! Het argument: , , Ik ben baas over de knop" houdt geen steek, want we hebben een hart dat geneigd is tot alle kwaad! Stel uw gezin niet aan die verleiding bloot. Daarom spreken onze predikanten ook niet voor de televisie (iemand vraagt daarnaar!). Zouden zij dat wel doen, dan zou het gevolg zijn, dat de t.v. in onze gezinnen al spoedig werd geaksepteerd. Het nadeel daarvan zou niet opwegen tegen het „voordeel", dat vele mensen dan via de t.v. het Woord Gods zouden horen door middel van onze predikanten. Door het werk van o.a. de evangelisatie zijn er ook andere wegen om hen te bereiken.
Laten we toch „voorzichtiglijk wandelen" naar het Woord van God. Het is ook zo funest als onze woorden in strijd zijn met ons leven. Dan kunnen onze kinderen met recht zeggen: „Vader en moeder zeggen het wel, maar zij leven er zelf ook niet naar". Ons leven moet onze woorden onderstrepen. Anders zijn we ook daarin een verhindering voor onze kinderen.
„Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert ze niet!", heeft Christus gezegd. Dat is een heilige roeping, die God gelegd heeft op de schouders van vader en moeder. Wie is tot deze dingen bekwaam? Wie komt hier zonder schuld onderuit? Opvoeden in een ontkerstende wereld kan alleen door de leiding van de Heilige Geest en in de kracht van Christus. Als we daarvan doordrongen zijn, dan zal ons dat altijd weer op de knieën brengen. Maar dan kan het christelijk gezin ook een groot stuk geborgenheid bieden in een wereld, die op drift is.
Er zijn nog verschillende andere vragen, die in verband staan met het gezin en de christelijke opvoeding. Zo wordt er gevraagd:
„Wanneer is een kind oud genoeg om voor het slapen gaan een gebed te bidden in eigen woorden? Of lijkt een formuliergebed beter? ".
Ik geloof, dat het belangrijk is een kind te leren met eigen woorden te bidden. Wel moeten onze kinderen daar aan toe zijn. Daarom is het goed met een formu-
liergebed te beginnen. Maar al tijdens de kleuterleeftijd kunnen we voorzichtig proberen om ze met eigen woorden te laten bidden. We kunnen daar bepaalde omstandigheden en gebeurtenissen voor aangrijpen. Als uw kind bijvoorbeeld ondeugend geweest is, neem het dan bij u en spreek erover, dat het niet alleen vader en moeder, maar bovenal de Heere verdriet gedaan heeft. Dergelijke omstandigheden kunnen we dan aangrijpen door te zeggen: „En buig nu je knieën eens en vraag of de Heere het vergeven wil". En dan is het soms ontroerend te horen welke woorden een kind weet te kiezen om vergeving te vragen. Zo kunnen we een kind als het ware „opvoeden" tot het uitspreken van een gebed met eigen woorden. Als we het alleen bij formuliergebeden laten, dan is er het gevaar dat het bidden een sleur wordt, waarin verder voor het kind geen enkele betekenis meer ligt. Wat wij en onze kinderen echter bovenal nodig hebben is de Geest der genade en der gebeden. Alleen door die Geest leren wij bidden. Maar laten we niet vergeten, dat Hij de opvoeding en het gebed der ouders daarvoor als middel gebruiken kan.
Er is nog een vraag, die betrekking heeft op het gebed:
„Als vader niet voor kan gaan in gebed bij het eten, moet de moeder dit dan doen? "
Met nadruk wil ik erop wijzen, dat het hardop voorgaan in het gebed in de kring van het gezin de taak van vader is en niet van moeder. De vader is priester in het gezin. Het is de taak van vader om de noden en zorgen van het gezin in aanwezigheid van de gezinsleden aan de Heere op te dragen. Wat geeft dat een nauwe band met elkaar! Het gevaar van deze jachtige tijd is, dat die priesterlijke taak in de gezinnen helemaal in het gedrang komt. Er zijn vaders, die 's morgens vroeg vertrekken en 's avonds laat thuiskomen en hun kinderen alleen op zaterdag en zondag zien. Als we aan een dergelijke situatie gewend raken, dan is het niet best. Dan zijn we al een heel stuk meegesleurd met de geest van deze tijd. Wat komt er dan nog van die priesterlijke taak terecht? Nu is het natuurlijk wel zo, dat veel vaders overdag door hun werk niet in hun gezin kunnen zijn. Tijdens het middageten zit moeder dan alleen aan tafel. In dat geval gaat de priesterlijke taak over op moeder. Dan moet zij de kinderen voorgaan in het gebed. Dat neemt echter de regel niet weg, dat de priesterlijke taak in het gezin primair aan de vader toebehoort.
Een bijzondere en zware taak ligt hier voor de moeders die alleen voor de opvoeding van hun kinderen staan, omdat de plaats van vader voor altijd leeg blijft. Bij het gemis dat zij moeten inleven, rust op hun schouders nu ook de priesterlijke taak in het gezin, die dan zeer zwaar kan wegen. Ik wil in 't bijzonder deze moeders onder u toewensen, wat Jacobus schrijft in zijn brief: „Indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt". De problemen in de gezinnen kunnen zo groot zijn. De verleidingen van buiten af zijn zo sterk. Wie zal altijd de juiste weg bewandelen? Onze gezinnen staan in een wereld die al meer op drift raakt. Daarom is de problematiek in veel opzichten een gemeenschappelijke problematiek. Er is een vraag, die daarop ingaat:
„Veel gezinnen worstelen met dezelfde problemen aangaande opgroeiende kinderen. Is het geen taak van de kerkeraad om gespreksavonden te organiseren waar met elkaar over deze problemen gesproken kan worden? ".
Zulke avonden zullen zeker hun nut hebben. Wel is het belangrijk, dat zij dan onder ambtelijke leiding staan. Misschien zouden de + 21 verenigingen in dit verband een nuttige funktie kunnen vervullen. In de gemeente die ik dienen mag, in Zeist, bestaat een + 21 vereniging, die ook door verschillende echtparen bezocht wordt en die heel goed funktioneert. In een dergelijk verenigingsverband zou de problematiek die te maken heeft met „Staan in de wereld en geborgen zijn" ruimschoots aandacht kunnen krijgen. De leiding van een dergelijke vereniging of gesprekskring is wel van het grootste belang. Het zal in ieder geval noodzakelijk zijn, dat het geheel onder toezicht staat van de plaatselijke kerkeraad, die wat zulke gespreksavonden betreft inderdaad stimulerend zou kunnen werken.
In de volgende „Daniël" hoop ik D.V. verder te gaan met het beantwoorden van vragen, die nog overgebleven zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1978
Daniel | 24 Pagina's