MEER ARBEIDERS
(Matth. 9 : 36—38).
De scharen waren gelijk schapen die geen herder hebben. Dit was het treurigste van alles. Wanneer de schapen uit de kooi zijn weggedreven en zij vermoeid en verstrooid dwalen op de bergen, en er een aantal herders gereed staat, om de verlorenen op te zoeken en die weder te brengen tot de schaapskooi, dan is het gezicht daarvan zo pijnlijk niet. Maar wanneer zij schapen zijn zonder herder, dan is de zaak hopeloos. Zo was het nu met het volk van Galilea in de dagen van Christus. Hadden zij herders gehad naar Gods hart dan zou hun toestand niet zo treurig zijn geweest; maar zij waren als schapen die geen herder hadden. Dit nu vervulde het hart van Jezus met treurigheid.
„Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid" (Hebr. 13 : 8). Evenals Hij de steden en vlekken van Galilea omging, de scharen aanschouwende, zo ook gaat Hij nu nog door de steden en dorpen van ons geliefd vaderland; en o, indien Zijn hart met ontferming werd bewogen over de duizenden van Galilea, het is voorzeker met het innerlijkste medelijden vervuld over de tienduizenden van Schotland. Het moge zijn, dat enigen uwer het koel en onverschillig kunnen zien hoe in Edinburg alleen vijftigduizend inwoners zijn, die nimmer een voet zetten in het huis Gods. Het moge zijn, dat sommigen van u zonder aandoening kunnen vernemen, dat er in Glasgow tachtigduizend zielen zijn, die niet weten van psalmgezang of gebed. Het moge zijn, dat sommigen uwer zonder ontroering de duizenden kunnen aanschouwen in uw eigen stad, die door de schaamteloosheid, waarmee zij de afschuwelijkste zonden bedrijven, tonen dat zij gans en al onbekend zijn met de blijde boodschap der zaligheid in Jezus Christus.
Het moge zijn, dat het aanschouwen van al die ongelukkigen nog nimmer één traan in uw ogen heeft doen komen; nog nimmer één gebed op uw lippen heeft gebracht. Maar Eén is er in de hemel, Wiens hart bij het zien van hen in zijn boezem klopt, en indien er tranen in de hemel konden zijn, onze teerhartige Zaligmaker zou over hen wenen; want Hij ziet de scharen dat zij vermoeid zijn en verstrooid, en, wat het ergst van alles is, als schapen die geen herder hebben.
Sommigen uwer hebben geen medelijden met de scharen. Gij laat dat maar over aan de dienaren des Woords. Ziet hierin, hoe weinig gij aan Christus gelijkvormig zijt. De Geest van Christus is niet in u, gij zijt niet van de Zijnen. Enigen uwer kennen de Heere Jezus en vrezen voor Zijn Woord. Leert toch heden met Christus één van gevoelen te zijn: Dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was" (Filipp. 2 : 5). Christus had medelijden met de scharen, en gij, wilt gij dat niet hebben? Christus gaf Zichzelf voor hen, en gij, wat wilt gij geven? Voorwaar, de stenen van dit bedehuis zullen in het oordeel tegen u getuigen en u veroordelen, indien gij ook niet in deze zaak aan Christus gelijkvormig zijt: Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet" (Matth. 10 : 8).
Meer arbeiders. „De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinigen." Christus zag op de steden van Galilea als op een zeer grote oogst; akker na akker was rijp voor de sikkel. Hij en Zijn apostelen waren gelijk aan een handvol maaiers. Maar wat waren zij voor zulk een oogst? De stormen zullen het rijpe koren doen schudden en de graankorrels ter aarde doen vallen alvorens het kan worden afgemaaid en verzameld in de schuren. Daarom is ook het woord van Christus: „Bidt dan de Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote."
Ds. R. M. M'Cheyne.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1978
Daniel | 20 Pagina's